historische herdenkingen

17. dec, 2014

Over de zogenaamde ‘slag om Arnhem’ zijn veel publicaties in de vorm van boeken en artikelen verschenen. Boekenplanken vol. De ‘slag om Arnhem’ is waarschijnlijk de meest beschreven ‘slag’ uit de Tweede Wereldoorlog. Vooral echter door militairen, journalisten, amateur-historici en niet-historici met het levensgrote risico van geschiedvervalsing en mythevorming. Vooral de eenzijdige, beperkte Britse visie heeft de historiografie over operatie Market Gardensterk beïnvloed. 

Een belangrijke reden ligt bij ondeskundige vertalers. ‘Slag om Arnhem’ (Battle for Arnhem) is een onjuiste vertaling van Battle of Arnhem of Battle at Arnhem. Juist is ‘strijd bij Arnhem’. Generaal-majoor R. E. Urquhart gaf zijn boek de titel Arnhem. De vertalers maakten er De slag om Arnhem van (foto). Met een Ten Geleide door Chris G. Matser, (wnd. 1945/1946) burgemeester van Arnhem van 1945 tot 1969.  Voor de bevolking van Arnhem was 1944 een gedenkwaardig jaar ‘om de veldslag die (…) de geschiedenis is ingegaan als de SLAG OM ARNHEM’, aldus de niet-historicus. Matser herinnert aan de ‘heroïsche strijd om de Rijnbrug’. Hij vindt dat de 'negen dagen durende slag om Arnhem' voor de stad ‘een grootse gedenkwaardigheid zal blijven’ met als symbool het Airborne monument. Het gemeentebestuur van Arnhem zou net zo blijven vasthouden aan de mythe 'slag om Arnhem’ als Wageningen aan de geschiedvervalsing van een capitulatie. De gemeente Arnhem schreef De slag om Arnhem - The Battle of Arnhem – La Bataille d’Arnhem, 1945 en De slag om Arnhem, Arnhem sept. 1944 - april 1945, 1945.

Arnhem was echter geen doel van operatie Market Garden of van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Het voornaamste strategische doel van de geallieerden was vernietiging van de Duitse strijdkrachten, niet verovering van vijandelijk territorium. Het strategische doel van operatie Market Garden was vestiging van een bruggenhoofd op de Veluwe met het front naar het oosten. Dit bruggenhoofd moest beschikken over diepe uitlopers over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen. Het voornaamste doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was de verovering van (een van) de drie bruggen over de Neder-Rijn (de spoor-, ponton- of verkeersbrug). Het hoofd- of einddoel van deze divisie was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort  als opstelruimte voor het Britse Tweede Leger. 

Het leveren van een slag was niet mogelijk. Lichtbewapende luchtlandingstroepen zonder lucht- en artilleriesteun, antitankwapens en zware wapens kunnen geen slag leveren met een zwaar bewapende tegenstander met pantserwagens en zware wapens. Parachutisten en zweefvliegtuiginfanteristen kunnen niet veel anders dan zich beperken tot (straat)gevechten. 

De mythe van de ‘slag om Nijmegen’.

Nijmegen was ook geen doel van operatie Market Garden of van luchtlandingsoperatie Market in de sector Grave-Nijmegen.  Doelen van de Amerikaanse luchtlandingstroepen waren daar verovering van de Maasbrug bij Grave; (een van de) bruggen over het Maas-Waalkanaal, de hoogten bij Groesbeek en met als laagste prioriteit de Waalbruggen. Na enkele mislukte pogingen de bruggen te naderen, gingen Amerikaanse parachutisten de tweede dag al in de verdediging. Zij hadden gefaald bij de tijdige uitvoering van hun opdracht. Doel van hun aanval met steun van Britse tanks op de derde en vierde dag was de verovering van (de zuidzijden van) de bruggen. Doel van de Waalcrossing was verovering van de noordzijden van de spoor- en verkeersbrug en vestiging van een bruggenhoofd ten noorden van de Waal. Juist is dan ook te spreken over ‘Slag om de Waalbruggen’. 

De mythen ‘slag om Arnhem, ‘slag om Nijmegen’ en ‘bevrijding van Nijmegen’ blijven gehandhaafd door onwetendheid, eigenwijsheid of een gemythologiseerd verhaal of voor toeristische doeleinden; evenals de geschiedvervalsing van een capitulatie in Wageningen.

 

12. dec, 2014

Veel Britse auteurs en in hun spoor Stichting Liberation Route Europe beweren dat Berlijn het einddoel van de geallieerde opmars in 1944/1945 was. Dit is een wijdverbreide mythe. Berlijn was sinds september 1944 de droom van zowel de Britse veldmaarschalk Montgomery als de Amerikaanse generaal Patton. In de zomermaanden van 1944 had de verovering van Berlijn voor de geallieerden vooral symbolische betekenis als beloning voor het winnen van de oorlog. De Britten wilden Berlijn om politieke motieven. De stad had volgens hen ook een strategische betekenis. Verovering ervan zou de Duitsers de genadeslag geven en het einde van de oorlog.betekenen. Opperbevelhebber Eisenhower zag geen militair, maar een geografisch doel. Berlijn was verwoest en verlaten en diende geen enkel militair belang of nut. Ministeries waren ontruimd en Duitse strijdkrachten waren de stad ontvlucht. Het Rode Leger bevond zich al in de buurt. Berlijn lag immers in de Russische bezettingszone. Prioriteit voor de geallieerden hadden in maart 1945 het Ruhrgebied, Denemarken en het zuiden van Duitsland. De verenigde chefs van  staven die verantwoordelijk waren voor de te volgen strategie hadden Eisenhower geen bevelen gegeven voor de inname van Berlijn. Op de conferentie in Jalta in februari 1945 waren de grenzen van de bezettingszones bepaald. Woensdag 28 maart 1945 stelde Eisenhower de aanvalsrichtingen vast. Er was geen ‘weg naar Berlijn’. De hoofdaanval zou in het centrum van de geallieerde opmars over het bekende brede front plaatsvinden. De Centrale Groep van legers onder generaal Bradley kreeg als aanvalsrichting van Frankfurt over Kassel, Erfurt, Leipzig en Dresden naar de Elbe en de Mulde bij Chemnitz en vervolgens in de  richting van Salzburg. De Noordelijke Groep van legers onder Montgomery moest over Hannover-Bremen-Hamburg-Kiel-Lübeck en het zuiden van Denemarken  naar de Elbe. Montgomery moest de linkerflank van Bradley beschermen. De Zuidelijke Groep van legers onder generaal Devers  moest over Neurenberg en Regensburg naar Linz en het westelijke deel van Oostenrijk innemen. Devers moest de rechterflank van Bradley beschermen.

12. dec, 2014

Het jaar 2014 was een druk jubileumjaar met uitgebreide agenda’s vol activiteiten.. Centraal stond 70 jaar Market Garden: in Arnhem 70 jaar ‘Slag om Arnhem’, in Nijmegen 70 jaar bevrijding en in Groesbeek ‘Beleef de vrijheid’. Op tal van plaatsen waren herdenkingen, festiviteiten en evenementen. Regionale media en de Stichting Liberation Route Europe kwamen met websites: de multimediaproductie  www.wegnaardebevrijding.nl, www.liberationroute.nl en www.marketgarden70.nl. De Gelderlander publiceerde de bijlage  ‘Weg naar de Bevrijding’; de Stichting Airborne Feelings, september 1944 de 3de Airborne Special ‘70 jaar Slag om Arnhem’; het Airborne Museum ‘Hartenstein’ ‘Slag om Arnhem 70 jaar’; en de gemeenten Arnhem, Ede, Overbetuwe en Renkum ‘Airborne Battle of Arnhem’. Kritiekloos was gebruik gemaakt van Ryans ‘Een brug te ver’. Er waren onder meer luchtlandingen; herdenkingsdiensten en -programma’s; herdenkingen en kransleggingen; speciale wandel-, fiets- en bustochten; tentoonstellingen; de Bridge to Bridge Loop; vertoning van de films A Bridge Too Far (1977) en Theirs is the Glory (1946) (niet: Their’s the Glory -JB); tochten van historische militaire voertuigen; militaire taptoes; het multimediaspektakel Bridge to Liberation Experience bij de John Frostbrug, door burgemeester Kaiser telkens weer - ten onrechte - betiteld als een icoon van Arnhem. 

Het accent lag op herdenkings- en bevrijdingstoerisme in de vorm van publiekstrekkers, spektakels, beleven, belevenisverhalen en speciaal Airborne Beer. In dat verband was, zoals te verwachten valt,  weinig of geen ruimte en aandacht voor de te herdenken of te vieren historische gebeurtenis. Het was zelfs de vraag of men wel wist wat men herdacht of vierde. Beleven, ervaren en belevenis namen de plaats in van kennen en weten. Betreurenswaardig is dat de herdenkingen en festiviteiten in Wageningen gebaseerd waren op geschiedvervalsing en in Arnhem en Nijmegen op een gemythologiseerd ‘verhaal’. Ook de media muntten niet uit in het verstrekken van juiste historische informatie. De conclusie is dat men in Wageningen en de regio Arnhem-Nijmegen weinig kennis en begrip heeft van wat men viert of herdenkt. Er is nauwelijks enige kennis van de strijd ten noorden van de Neder-Rijn en ten zuiden van de Waal. Er is geen kennis van wat zich in het Over-Betuwse bruggenhoofd heeft afgespeeld. Kennelijk gaat het Wageningen en de regio Arnhem-Nijmegen meer om publiekstrekkers en herdenkings- en bevrijdingstoeristen dan om de te herdenken en te vieren historische gebeurtenis. 

Wageningen

In Wageningen was 5 mei de viering van de ‘capitulatie van 5 mei 1945’ en 1 december de herdenking van prins Bernhard; vooral zijn aanwezigheid bij die gefalsificeerde capitulatie. In werkelijkheid was er immers geen capitulatie in Wageningen. Een Canadese en een Duitse generaal ondertekenden daar 5 mei 1945 overgavebevelen ter implementatie van de 4 mei getekende onvoorwaardelijke capitulatie op de Lüneburger Heide. Tot de gecapituleerde Duitse troepen behoorden ook die in Nederland. Deze militaire capitulatie trad 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking. Nederland was op dat moment bevrijd en viert daarom 5 mei Bevrijdingsdag. 

Een hardnekkige en wijdverbreide geschiedvervalsing is Wageningen als ‘stad van de capitulatie’, ‘Stad van de Bevrijding’ of ‘Vrede van Wageningen 1945’.  Deze komt in verschillende maar allemaal onjuiste vormen voor: aankondiging van de capitulatie; militaire capitulatie; onderhandelingen of voorbereidende besprekingen over de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland, de capitulatie van het Duitse leger of de capitulatie van Duitsland. Ondertekend werden volgens deze geschiedvervalsing de capitulatieakte of –voorwaarden of het capitulatiedocument. In Wageningen is echter slechts aanwezig het getekende document met overgavebevelen (Orders on the Surrender) ter implementatie van het 4 mei in Duitsland getekende capitulatiedocument (Instrument of Surrender). Duitsers moesten uiterlijk 6 mei allerlei militaire informatie verstrekken. Opmerkelijk is dat tijdens de viering en herdenking in Wageningen slechts weinigen weten wat men viert of herdenkt. Tijdens de herdenking van prins Bernhard mompelden veteranen iets over capitulatie; herdacht de burgemeester de capitulatievoorwaarden  terwijl Duitse troepen overal een onvoorwaardelijke capitulatie moesten tekenen; spraken organisatoren over capitulatie; waren de meningen van hoge gasten verdeeld; en kwam het publiek voornamelijk als toeschouwer van festiviteiten. Al met al toch wel een schaamteloos optreden. 

Arnhem

Hoogtepunten in het gemythologiseerde verhaal in de sector Oosterbeek-Arnhem zijn de mythen van de beroemde  ‘slag om Arnhem’; ‘slag om de Rijnbrug’; en deze verkeersbrug als het einddoel van operatie Market Garden, de brug waar het allemaal om ging en als  ‘een brug te ver’. Mythen zijn ook: ‘Helaas kwamen de grondtroepen te laat bij de verkeersbrug in Arnhem om de daar gelande parachutisten te versterken’ en ‘de Slag om Arnhem is één groot slagveld dat loopt van Ede tot Arnhem  en Driel.’ (Airborne Feelings). De grondtroepen liepen vast ten zuiden van Elst; bij de Rijnbrug waren geen parachutisten geland en die brug was geen doel van de grondtroepen. In het gemythologiseerde verhaal trokken op de Renkumse en Ginkelse heide gelande parachutisten langs vier verschillende routes naar de Rijnbrug. Slechts een deel van het 2de parachutistenbataljon wist de brug te bereiken, althans gebouwen naast de noordelijke oprit. De andere bataljons werden door Duitsers tegengehouden bij de Dreijenseweg en het Sint Elisabeths Gasthuis. Zij moesten zich 19 september terugtrekken op gebied rond Hartenstein in Oosterbeek. Ruim honderd mannen verdedigde nog tot donderdagmorgen posities aan weerszijden van de brugoprit. De anderen verdedigden zich rond Hartenstein nog een week tegen oprukkende Duitse troepen. Voor een deel van hen volgde evacuatie naar de Betuwe en de terugtocht naar Nijmegen. Een mythe is ten slotte dat de ‘slag om Arnhem’ duurde van  17 tot 26 september 1944. 

Geschiedvervalsing is herdenken van de evacuatie in Arnhem koppelen aan die van operatie Market Garden. Er bestaat geen enkel verband tussen de 23 september bevolen evacuatie en de 19 september mislukte deeloperatie Market. Evacuatie was veroorzaakt door Duitse vrees voor een nieuw geallieerd offensief (operatie Gatwick).  Een ‘misser’ was het Liberation Breakfast bij Dudok in Arnhem ter herdenking van operatie Market Garden. De bevrijding van Arnhem volgde 14 april 1945 ’s middags op de verovering en zuivering van de stad.  

Lichtbewapende luchtlandingstroepen zonder steun van anderen kunnen geen slag leveren met een tegenstander met zware wapens. Arnhem was bovendien geen doel en de Britten bij de Rijnbrug konden niet meer doen dan hun posities verdedigen. Zondag 17 september waren parachutisten en zweefvliegtuiginfanteristen geland ten westen en noorden van Wolfheze. De landingen op de Ginkelse Heide vonden niet op 17 maar 18 september plaats en waren te laat. De spoor-, de ponton- en de verkeersbrug waren uitsluitend doelen van het 2de parachutistenbataljon onder luitenant-kolonel John D. Frost.  Deze bruggen waren belangrijke doelen. Het einddoel van de Britten was echter de vestiging van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. De andere bataljons moesten over vier routes oprukken om elkanders linkerflank te dekken en dat bruggenhoofd te vormen. De bataljons over de twee binnenste routes hielden zich de eerste avond of nacht al niet meer aan hun opdracht. Zij besloten de Britten bij de brug te gaan helpen. Alleen generaal Hackett van de 4de parachutistenbrigade hield zich aan zijn opdracht hoogten ten noorden van Arnhem in te nemen. De divisie was al na enkele uren uiteengevallen in onafhankelijk van elkaar opererende eenheden. De hoogten maakten deel uit van het te vormen bruggenhoofd. Dat moest dienen als opstelruimte voor het Britse Tweede Leger: het XII legerkorps links, het VIII legerkorps aan de oostzijde en in het centrum tot Nunspeet het XXX legerkorps. Het enige doel en bovendien einddoel van operatie Market Garden was vestiging van een sterk bruggenhoofd op de Veluwe met het front naar het oosten. Dat bruggenhoofd moest diepe uitlopers hebben bij Zwolle, Deventer en Zutphen. Het zou eventueel kunnen dienen als uitvalsbasis voor een opmars naar het Ruhrgebied. Deeloperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was dinsdag 19 september al mislukt. Deeloperatie Garden mislukte 21 september ten zuiden van Elst. Met Garden had Arnhem dus niets te maken. Operatie Market Garden was binnen vier dagen volledig mislukt. De volgende dag, 22 september, presenteerde veldmaarschalk Montgomery operatie Gatwick gericht op de vorming van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen. 

Nijmegen

In Nijmegen en rond het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek stond een gemythologiseerd bevrijdingsverhaal centraal. De basis ervan is de mythe van operatie Market Garden als een bevrijdingsoperatie gericht op de bevrijding van Nederland. Bevrijders daalden ten zuiden van de Waal af uit de hemel. Bevrijdingslegers volgden bevrijdingsroutes en voerden bevrijdingsoperaties uit om plaatsen en gebieden te bevrijden. 

Het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek verzorgde een rondleiding met koffie en bevrijdingsgebak in het  bevrijdingscafé. De Liberation Tour bracht bezoekers naar een lunchroom in Groesbeek voor de bevrijdingslunch. In Nijmegen waren wandelingen langs de brandhaarden van de ‘bevrijding van Nijmegen’. Journalisten beweerden dat bevrijders tijdens de ‘slag om Nijmegen’ de Waaloversteek ondernamen met het doel Nijmegen te bevrijden; dat de bevrijding in Arnhem tot staan kwam en dat die mislukte bevrijding zelfs een ‘brug te ver’ was. Klinkklare nonsens. Doelen van de Waaloversteek waren de verovering van de noordzijden van de bruggen en vestiging van een bruggenhoofd om Lent. Slag om de bruggen in plaats van slag om Nijmegen is dan ook juist. Sommigen benadrukten de positie van Nijmegen als frontstad. Het front liep echter van Opheusden naar de spoorlijn Arnhem-Elst en vervolgens ten zuiden van de Linge tot Haalderen. Uit Gendt en omgeving was het mogelijk artilleriebeschietingen op de Waalbruggen en Nijmegen uit te voeren. De Gelderlander voegde ook zaken toe die niets met Market Garden te maken hadden, zoals rondvluchten boven de voormalige vliegstrip Keent ten westen van Grave. Die was uitsluitend gebruikt voor bevoorradingsvluchten en als basis voor Spitfire en Tempest eskadrons tijdens de voorbereidingen voor uitvoering van operatie Gatwick. In Nijmegen en omgeving spreekt men over een niet volledig geslaagde operatie Market Garden in plaats van over de volledig mislukte operatie Market Garden. Verwezen wordt naar bevrijd gebied ten zuiden van de Waal. Bevrijden van gebied was echter geen doel van operatie Market Garden. Dat was uitsluitend de vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe. Doelen van de bij Grave en Groesbeek gelande 82ste Amerikaanse Luchtlandingsdivisie waren de verovering van de Maasbrug bij Grave; bruggen over het Maas-Waalkanaal; de heuvels bij Groesbeek en met als laagste prioriteit de verovering van de Waalbruggen. Na enkele mislukte pogingen de bruggen te naderen, gingen de Amerikanen de tweede dag al in de verdediging. Zij hadden gefaald bij de tijdige uitvoering van hun opdracht.

 

3. dec, 2014

Het ‘Bevrijdingsmuseum 1944-1945’ is in werkelijkheid een oorlogsmuseum. Het is gebaseerd op de mythe van operatie Market Garden als een bevrijdingsoperatie. Einddoel van die operatie was echter de vorming van een bruggenhoofd over de Neder-Rijn op de Veluwe. Meer niet. Bevrijding van plaatsen en/of gebieden behoorde niet tot de doelen. Dit ‘oorlogsmuseum’ denkt na het terecht mislukken van de realisering van een Vrijheidsmuseum in Nijmegen aan een ‘veel bredere opzet’. De huidige opzet blijft beperkt tot slechts een deel van (de gemythologiseerde) operatie Market Garden. Het zegt het verhaal van de ‘hele oorlog’ te willen vertellen aangevuld met de aanloop naar die oorlog, de wederopbouw en de Europese eenwording. Het ‘bevrijdingsmuseum’ zou dan een ‘vrijheidsmuseum’ kunnen worden. De vlaggen ‘bevrijding’ en ‘vrijheid’ dekken ook dan echter de lading niet. Voor een Nationaal Vrijheidsmuseum heeft het museum een te smalle basis, is het te veel gericht op Duitsland en zal het inhoudelijk te beperkt blijven.

Lokaal-regionale musea zijn nu al vaak niet in staat het juiste lokaal-regionale verhaal te vertellen. Die zullen dus zeker niet het (hele) historische verhaal over (ontstaan en gevolgen van) de Tweede Wereldoorlog kunnen vertellen. Een reden voor deze te grote stap is het getoonde enthousiasme tijdens de herdenking van operatie Market Garden in september 2014. Dat vloeide echter voort uit herdenkings- en bevrijdingstoerisme met het accent op vormen van herdenken en vieren. Daarbij ging het vooral om publiekstrekkers en festiviteiten en niet om historische context. Vastgehouden wordt dan ook aan de geschiedvervalsing van een capitulatie in Wageningen en het gemythologiseerde verhaal over operatie Market Garden in de regio Arnhem-Nijmegen. De vorm is ook belangrijker dan de inhoud in de mediasites www.liberationroute.nl, www.marketgarden70.nl en www.wegnaardebevrijding.nl.

Het nieuwe museum wil nieuwbouw realiseren met financiële steun van het vfonds en de provincie Gelderland. Het heeft er alle schijn van dat het museum zoekt naar financiering voor de nieuwbouw en dat daarvoor ‘een bredere opzet’ noodzakelijk is, welke dan ook. 

1. dec, 2014

Wageningen herdenkt 1 december prins Bernhard. Er is een ceremonie op het 5 meiplein bij de plaquette (foto). Schoolkinderen lezen gedichten voor in de ‘capitulatiezaal’ van hotel De Wereld. Deze herdenking is een voorbeeld van een herdenking zonder duidelijke inhoud. Herdenkt men prins Bernhard, zijn overlijden of zijn overlijdensdag? Of gaat de herdenking om zijn aanwezigheid ‘bij het tekenen van de capitulatie in Hotel de Wereld’ (omroep Gelderland, 1 dec. 2014); ‘bij de onderhandelingen over de capitulatie van de Duitse bezetters in hotel De Wereld’ (De Gelderlander, 1 dec. 2014) of  'bij het tekenen van de capitulatievoorwaarden in hotel De Wereld’; een ‘historische overeenkomst’ (burgemeester G. van Rumund)? In de 'Stad der Bevrijding' zou 'de vrijheid' zijn getekend. 

De capitulatie van ook de Duitse troepen in Nederland vond 4 mei 1945 plaats op de Lüneburger Heide. Duitse troepen in Noordwest-Europa capituleerden tegenover veldmaarschalk Montgomery, bevelhebber van de Noordelijke Groep van Legers. Uiteraard was dit een onvoorwaardelijke capitulatie. Onderhandelen over de capitulatie of tekenen van capitulatievoorwaarden was dan ook niet aan de orde. Duitse bevelhebbers moesten het capitulatiedocument tekenen. In verschillende geallieerde sectoren moesten vervolgens Duitse bevelhebbers de overgavebevelen ter implementatie van het capitulatiedocument tekenen. In de sector van het 1ste Canadese Legerkorps moest generaal Foulkes 5 mei 1945 de overgavebevelen met bijlagen ter tekening voorleggen aan generaal J. Blaskowitz; bevelhebber van de gecapituleerde Duitse troepen in Nederland. Die bevelen gingen voornamelijk over het verstrekken van informatie over militaire zaken.

Het tekenen van een capitulatie of capitulatievoorwaarden in Wageningen is dan ook een bewuste geschiedvervalsing evenals de benaming ‘capitulatiezaal’. Men herdenkt daar dus 1 december en 5 mei een geschiedvervalsing.