21. okt, 2014

Gedwongen evacuaties in Arnhem en omgeving, september/oktober 1944

Sommigen bepleiten een combinatie van de herdenkingen van operatie Market Garden en de evacuatie van Arnhem. Die operatie en de evacuatie zouden ten onrechte uit elkaar getrokken zijn (De Gelderlander, 29 aug. 2014). Een causaal verband tussen het 21 september 1944 volledig mislukken van operatie Market Garden en de gedwongen evacuatie daarna is een historische mythe. Bovendien vinden evacuaties niet plaats na afloop van een strijd, maar met het oog op een dreiging voor de burgerbevolking. Die dreiging kan bestaan uit artillerie- en mortierbeschietingen, inundatie, bombardementen of een grondoffensief. Inwoners van de westelijke wijken van Arnhem waren van 17 tot 19 september ‘vrijwillig’ geëvacueerd. Zij waren gevlucht voor het oorlogsgeweld van de al op 19 september ten westen van Arnhem mislukte operatie Market. 

Generalfeldmarschall Walter Model gelastte 23 september de evacuatie van Arnhem van zuid naar noord in drie fasen: op 23, 24 en 25 september. Hij verklaarde de stad tot ‘vorderstes Kampfgebiet’. De burgerbevolking van Arnhem en ook Elden moest 25 september om 20.00 uur om militaire redenen verdwenen zijn. Aanbevolen evacuatierichtingen waren Apeldoorn en Ede. Er waren twee redenen voor het bevel tot gedwongen evacuatie. Model vreesde een nieuw geallieerd grondoffensief uit het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd naar het Ruhrgebied. Redenen voor die vrees waren de luchtlandingen op 23 september bij Overasselt en de die dag begonnen strijd om Elst. Bovendien kon de Britse zware artillerie bij Nijmegen de omgeving van Arnhem bereiken. Gedwongen evacuatie van de zuidwestelijke Veluwezoom zou nog geen week later volgen. Duitsers richtten na het mislukte tegenoffensief in de Over-Betuwe van 1 tot 6 oktober de noordzijde van de Neder-Rijn in als verdedigingslinie. Ze behielden sterke bruggenhoofden bij Elden en Doornenburg en kleinere rond Huissen en Angeren. Ze vreesden een geallieerde aanval met oversteek over de rivier, vooral ten westen van Oosterbeek. Een vrij schootsveld was nodig om een aanval af te slaan. In de eerste helft van oktober volgden evacuaties uit plaatsen ten westen van het Pannerdensch kanaal. Räumungs- of Klaukommandos uit Westfalen en het Ruhrgebied konden naar hartelust de spookstad Arnhem georganiseerd en systematisch plunderen en leegroven. In de Betuwe deden dat, zij het minder georganiseerd, vooral parachutisten en zweefvliegtuiginfanteristen van de 101st U.S. Airborne Division

De Duitse vrees voor een geallieerd offensief vloeide voort uit waargenomen geallieerde activiteiten ten zuiden van de Waal. Die betroffen echter voorbereidingen voor operatie Gatwick gericht op een Rijnoversteek bij Wesel en Keulen. Er was dus wel een causaal verband tussen operatie Gatwick en de gedwongen evacuaties.