23. okt, 2014

Weg naar de bevrijding.nl

Weg naar de bevrijding is een initiatief van Wegener Nieuwsmedia, de omroepen Brabant, Gelderland en Zeeland en Liberation Route Europe. Subsidieverstrekker is  het vfonds (het Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg). Vandaar wellicht het veelvuldig gebruik van termen als bevrijdingsverhaal, bevrijdingsleger, bevrijders, bevrijd gebied en vrijheid. Het beeldmateriaal is onder meer afkomstig van National Archives, NIOD, Hollandse Hoogte, IWM, Beeld & Geluid, Airbornemuseum ‘Hartenstein’, Gelders Archief en het Bevrijdingsmuseum Zeeland. De fraaie website  is een journalistiek multimediaproject met het accent op de vorm (beeld en geluid). De historische inhoud blijft onder de maat. Enige correcties zijn dus wel noodzakelijk.

De redactie van ‘Weg naar de bevrijding.nl’ nodigt kijkers uit te reageren of een bijdrage te leveren met historische foto’s, persoonlijke herinneringen of bijzondere verhalen. De redactie zal hier zorgvuldig mee omgaan en laten weten wat ze met de inzendingen zal doen. Kritisch commentaar bleek zonder enige toelichting niet onder de uitnodiging te vallen en dus niet welkom. Dan hier maar een paar kritische kanttekeningen bij de historische onjuistheden.

De redactie stelt in hoofdstuk 1 dat de geallieerde invasie in Normandië gericht was op de bevrijding van Noord-West Europa. Doel was echter de vernietiging van Nazi-Duitsland. Het geallieerde expeditieleger was geen bevrijdingsleger maar een vernietigingsleger overeenkomstig de opdracht van de verenigde chefs van staven. Het moest de Duitse strijdkrachten vernietigen, eerst ten westen en vervolgens ten oosten van de Rijn. Belangrijke doelen waren de Duitse legers in de belangrijke industriecentra: het Ruhr- en het Saargebied. De geallieerden rukten uiteraard op over een breed front – van de Noordzee tot Basel – met aanvalsrichtingen ten noorden en ten zuiden van de Ardennen. Mogelijke oversteekplaatsen met bruggenhoofden over de Rijn waren tussen Arnhem en Wesel voor de Noordelijke Legergroep onder veldmaarschalk Montgomery; tussen Koblenz en Mannheim voor de Centrale Legergroep onder generaal Bradley en verder naar het zuiden voor de Amerikaans-Franse legergroep onder generaal Devers. De meeste troepen moesten dus door de gevreesde Duitse Siegfriedlinie. De redactie spreekt vrijwel uitsluitend over de Noordelijke Legergroep onder Montgomery. Ze legt daarbij het accent op het 30ste Legerkorps in plaats van op het Britse Tweede Leger. De beide andere legergroepen blijven buiten beschouwing. De redactie volgt de aanvankelijk doodlopende weg van de legergroep onder Montgomery. De titel ‘Weg naar de bevrijding’ is dan ook onjuist. Onjuist is ook uitsluitend te spreken over Engeland en Engelse soldaten. Soldaten uit Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland zijn Britse soldaten. Ze kwamen immers niet alleen uit Groot-Brittannië, maar uit het hele Verenigd Koninkrijk.

De redactie beweert in hoofdstuk 2 dat de 1ste Belgische Infanterie Brigade of brigade Piron in september 1944 in Nijmegen vocht. Deze brigade streed echter van eind september 1944 tot 17 november in Zuid-Limburg. De brigade lag in Leuven in reserve van 17 november 1944 tot 3 april 1945. Piron moest in april het 2de bataljon naar Sprang-Capelle sturen en de andere twee bataljons naar de omgeving van Beneden-Leeuwen, Druten en Wamel. De brigade stak 13 en 14 april de Waal over naar een bruggenhoofd ten zuiden van Echteld. Vanuit de sector Andelst-Zetten-Randwijk trok de brigade woensdag 18 april naar het westen om Dodewaard, Eldik en Opheusden te veroveren. Het volgende doel was Ochten. De brigade telde van 18 tot 29 april in de Betuwe dertien gesneuvelden.

Inhoudelijk zeer zwak is hoofdstuk 4 over operatie Market Garden. Doelen van deze operatie waren niet het forceren van een doorbraak naar Duitsland; het bevrijden van Nederland en een opmars naar het Ruhrgebied en vervolgens Berlijn. Montgomery – niet de geallieerden - wilde 2 september met een noordelijke boog om de Siegfriedlinie heen. Adviezen om een bruggenhoofd te vestigen bij Wesel wees hij uit vrees voor luchtdoelgeschut af. Hij koos voor een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn bij Arnhem. Let wel: Arnhem was geen doel van operatie Market Garden. Het strategische doel van de operatie was de vorming op de Veluwe van een sterk bruggenhoofd met het front naar het oosten en diepe uitlopers over de IJssel. Het einddoel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie in de sector Oosterbeek-Arnhem was de vorming van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. Van groot belang daarvoor was de veiligstelling van (een van) de drie bruggen in de Neder-Rijn bij Arnhem: de spoorbrug, de schipbrug en/of de verkeersbrug. Mythen zijn dat alles draaide om de Rijnbrug; ‘slag om Arnhem’; de duur van de strijd van 17 tot 26 september 1944; landingen op de Ginkelse Heide op 17 september; en opmars van alle bataljons naar de verkeersbrug. In de sector Oosterbeek-Arnhem aanvaardden de Britten uit wantrouwen geen hulp van de lokale bevolking. Luchtlandingsoperatie Market was daar dinsdag 19 september al mislukt. Overlevenden van de uiteengevallen divisie moesten zich terugtrekken rond Hartenstein.

Doelen van de Amerikaanse 82ste Luchtlandingsdivisie waren de verovering van de Maasbrug, een of meer bruggen over het Maas-Waalkanaal en de heuvels bij Groesbeek. De laagste prioriteit had verovering van de spoorbrug en de verkeersbrug ten noorden van Nijmegen. Die veroverden Amerikanen en Britten pas 20 september na de Waaloversteek. Operatie Garden mislukte 21 september ten zuiden van Elst. Daar liepen grondtroepen om 13.45 uur vast op de Duitse Sperrlinie tussen Oosterhout en Ressen. Ze waren dus niet gestopt door Duitse tanks die pas om 16.15 uur over de Rijnbrug reden. Operatie Market Garden werd niet 25 maar 22 september al gestopt. De operatie was volledig mislukt. Montgomery presenteerde vrijdag 22 september operatie Gatwick gericht op de vorming van bruggenhoofden bij Wesel en Keulen.

In hoofdstuk 5 over de ‘slag om de Schelde’ spreekt de redactie over Zeeland en het naburige Zeeuws-Vlaanderen. Dat laatste gebied is echter een onderdeel van Zeeland. De bevrijding van Goes was niet 30 oktober, maar zondag 29 oktober 1944. Die dag nam de Black Watch of Canada van de 5de brigade van de 2nd Canadian Infantry Division Goes in. Onjuist is dat half september Zeeland door het besluit tot uitvoering van operatie Market Garden moest wachten. Het Eerste Canadese Leger moest ‘alle energie’ steken in operaties gericht op het vrije gebruik van de haven van Antwerpen. Het moest echter ook Boulogne en Calais innemen. Operatie Aintree werd uitgevoerd bij de zuivering van het bruggenhoofd Venlo tijdens de hernieuwde slag om Overloon op 12 oktober 1944. Polen noemen een offensief niet naar de paardenrenbaan bij Liverpool. De strooibiljetten met de waarschuwing van luchtbombardementen met gevaar voor overstroming werden 2 oktober afgeworpen boven de eilanden Walcheren en Zuid-Beveland; niet slechts boven Westkapelle.

De redactie spreekt in hoofdstuk 6 over Brabant abusievelijk over het bruggenhoofd Nijmegen. Een bruggenhoofd is echter overmeesterd gebied aan de andere zijde van een hindernis, vaak een rivier, met de bedoeling de aanval voort te zetten. Het Britse Tweede Leger had van 22 tot 25 september ten noorden van de Waal in de Over-Betuwe een ‘stevig en agressief’ bruggenhoofd gevestigd. Niet de Betuwe was bevrijd, maar een deel van de Over-Betuwe. Dit Over-Betuwse bruggenhoofd kreeg begin oktober te maken met een overigens mislukt fel Duits tegenoffensief. Dit was gericht op de verovering van Elst en vervolgens van de Waalbrug bij Nijmegen. De aanval bij Opheusden was een flankdekkings- en afleidingsaanval voor de hoofdaanval op Elst.

De redactie van het zogenaamde 'grote bevrijdingsverhaal' beweert nog steeds dat operatie Market Garden pas 26 september is mislukt. Ze noemt de geallieerde 'Corridor' van Eindhoven naar Nijmegen 'bevrijd gebied' en spreekt over nieuwe 'bevrijdingsoffensieven'. Montgomery besluit niet zelf tot uitbreiding van de Corridor. Hij moet dat doen op bevel van Eisenhower.

Hoofdstuk 9 gaat vooral over het Rijnlandoffensief en vorming van bruggenhoofden aan de andere zijde van de rivier.  De tekst is voornamelijk feitelijk van aard. Het accent ligt op de Brits-Canadese operatie Veritable en op Montgomery. Onjuist is nog steeds te spreken over Engelse in plaats van Britse troepen en tanks. Onjuist is ook de bewering dat de Betuwe stevig in geallieerde handen is. In werkelijkheid omvat het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd slechts een deel van de Over-Betuwe. Onjuist is voorts te spreken over het Duitse leger. Het Duitse leger bestond niet. Tot de Duitse strijdkrachten (Wehrmacht) behoorden land-, lucht- en zeemacht. Onjuist is ten slotte, zeker na 28 maart 1945, de bewering dat na de omsingeling van het Ruhrgebied Berlijn het einddoel is. 

Opperbevelhebber Eisenhower besloot immers die dag de hoofdaanval naar de Elbe te laten uitvoeren door de Centrale Groep van Legers onder generaal Bradley. De hoofdaanvalsrichting was de as Erfurth-Leipzig-Dresden. Het Derde Amerikaanse leger onder Patton voerde de zuidelijke aanval uit over Regensburg naar Linz. Montgomery’s legergroep moest de linkerflank van Bradleys legergroep beschermen. Het 1ste Canadese Leger kreeg tot taak de linkerflank van het Britse Tweede Leger te beschermen. Het moest voorts in het oosten van Nederland een bevoorradingsroute van Eindhoven over Nijmegen en Arnhem naar het noorden en noordoosten veiligstellen.

Hoofdstuk 10 gaat over de bevrijding van Oost- en Noord-Nederland. Uiteraard had de bevrijding de zuivering van die gebieden moeten zijn voor flankbescherming en de bevoorradingsroute. De redactie spreekt ook nog steeds over Engelsen in plaats van Britten. Ze beweert bovendien nog steeds dat Berlijn het einddoel van de geallieerden was, eerst van Montgomery en eind maart 1945 van Amerikanen. Het Rode Leger zou bij de Oder en de Neisse staan, maar bevond zich in werkelijkheid al in Seelow, veertig kilometer van Berlijn. Britten zouden meedoen aan de omsingeling van het Ruhrgebied. Deze omsingeling was echter louter een Amerikaanse zaak van het Negende en het Eerste Leger. De Canadezen hoefden de Betuwe niet te zuiveren. Noodzakelijk was de verdrijving in het westelijke deel van de Over-Betuwe van Duitsers uit hun posities langs de Rijndijk tussen Randwijk en Elden en in het oostelijke deel uit de bruggenhoofden Elden, Huissen, Angeren en Doornenburg. Dit deden Briten en Canadezen tussen 2 en 4 april 1945. Daarna stak de Britse 49ste (West Riding) Infanteriedivisie met hulp van Canadese troepen het Pannerdensch kanaal en vervolgens de IJssel over. Ze zuiverden Arnhem niet 16 april, maar van 12 tot 14 april en Ede, Wageningen, Apeldoorn en Barneveld niet 16 maar 17 april. 

Pas in hoofdstuk 11 komt het besef dat de geallieerden oprukten over een breed front van de Noordzee tot de Zwitserse grens. Overigens krijgen de Centrale Legergroep onder generaal Bradley en de Zuidelijke Legergroep onder generaal Devers nog steeds beperkte aandacht. In dit hoofdstuk komt ook het besef dat Berlijn niet het einddoel van de geallieerden was. Berlijn was slechts een wens van Churchill en een droom van Montgomery. De Britse veldmaarschalk kreeg 28 maart een flinke tik op zijn neus. Hij mocht nog slechts de linkerflank van de Centrale Legergroep beschermen. Van de posities van het Rode Leger heeft de redactie geen goed beeld. Zij schrijft dat die nog steeds aan de Oder en de Neisse staan. Het Rode Leger was echter eind maart Berlijn al dicht genaderd.  De redactie gebruikt nog steeds Engelse voor Britse troepen en denkt ook nog dat de Canadezen Oost- en Noord-Nederland moesten bevrijden. De taak van de Canadezen was echter die gebieden te zuiveren. Zij moesten zorgen voor flankdekking van het Britse Tweede Leger en veiligstelling van een bevoorradings- en verbindingsroute van het zuiden over Nijmegen naar het noorden en noordoosten. 

In slothoofdstuk 12 wordt nog steeds verkeerdelijk gesproken over een Amerikaans-Britse race naar Berlijn. Een absoluut dieptepunt is echter de vermelde onzin over de capitulatie van Duitse troepen op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide en gebeurtenissen in Wageningen de volgende dag.

Wat beweert de redactie van weg naar de bevrijding? Zaterdag 5 mei 1945 kondigen koningin Wilhelmina en prins Bernhard op de radio de bevrijding aan. Op straat lopen nog gewapende Duitse soldaten. De redactie schrijft ‘De capitulatie is daar, al moet de overeenkomst nog getekend worden’. Wat dat ook moge betekenen. Leden van de Binnenlandse Strijdkrachten willen Duitsers ontwapenen hoewel ze dat niet mogen. Generaal Blaskowitz ondertekende in Wageningen de onvoorwaardelijke overgave van de Duitse troepen in Nederland. De geluidsband biedt het verslag van de capitulatie op 4 mei op de Lüneburger Heide. Heel geraffineerd. De band wekt immers de indruk dat het over Wageningen gaat. De Duitse troepen in Nederland vielen onder de ‘algehele Duitse capitulatie’ op de Lüneburger Heide. Zaterdag 5 mei om 08.00 uur capituleerden die echter niet. Foulkes eist de komst Blaskowitz naar Wageningen om in een apart capitulatiedocument te regelen dat de Duitse troepen hun wapens neerleggen.  Totale onzin. 

Vrijdag 4 mei 1945 ondertekende op de Lüneburger Heide een Duitse delegatie van militairen om 18.30 uur het capitulatiedocument in de tent van veldmaarschalk Montgomery. De Duitse troepen onder bevelhebber Nordwest Ernst Busch gaven zich onvoorwaardelijk over. Tot die troepen behoorden ook de Duitse troepen in Nederland. De capitulatie bij Lüneburg trad 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking. Generaal Blaskowitz kreeg daar die dag om 05.35 uur bericht van. Een paar uur later kreeg hij bevel van de Canadese generaal Foulkes om 11.00 uur in hotel De Wereld in Wageningen te verschijnen.  Blaskowitz stuurde zijn stafchef Reichelt. Foulkes eiste de komst van Blaskowitz. In zijn bevelen (Orders on the Surrender) ter implementatie van de capitulatie bij Lüneburg had Foulkes Blaskowitz verantwoordelijk gesteld voor uitvoering van de bevelen. Blaskowitz arriveerde om 16.00 uur. Na voorlezing van de bevelen tekende hij binnen een half uur om 16.30 uur. Hij kreeg desgevraagd vierentwintig uur uitstel van het verstrekken van allerlei militaire informatie. Die gaf hij 6 mei volkomen correct en gedetailleerd in de aula van de landbouwhogeschool. Beide partijen maakten ook afspraken over concentratiegebieden waar Duitse soldaten zich moesten verzamelen voor ontwapening en de terugtocht naar Duitsland. Het uitstel betekende ook uitstel van de opmars van de Brits-Canadese troepen van 6 naar 7 mei. Prins Bernhard had gehoopt dat zijn Binnenlandse Strijdkrachten de Duitsers mochten ontwapenen. Montgomery had dat terecht verboden. De prins had echter zijn strijdkrachten niet in de hand.