7. nov, 2014

Airborne Museum 'Hartenstein' en enkele mythen

Het Airborne Museum ‘Hartenstein’ in Oosterbeek (foto) is voornamelijk gewijd aan de ‘Slag om Arnhem’. Het wil het ‘hele verhaal’ vertellen over de luchtlandingen; negen dagen militaire gevechten; Hartenstein als Brits hoofdkwartier tijdens de slag en de verkeersbrug over de Neder-Rijn als belangrijkste doel en epicentrum van die slag. (www.airbornemuseum.nl) Het informatiecentrum ‘Slag om Arnhem’ beweert nadrukkelijk dat de Rijnbrug het einddoel van operatie Market Garden was en een ‘brug te ver’ bleek; overigens zonder aan te geven waaruit en voor wie dat bleek.

Tot eind januari 2015 biedt het museum een speciale presentatie over de Poolse generaal-majoor Sodabowski, bevelhebber van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade Groep. Aandacht is er voor ‘zijn belangrijke rol en inzet tijdens de Slag om Arnhem’ en de brigade ‘die in september 1944 deelnam aan de Slag om Arnhem en Driel bevrijdde. Meer inhoudelijke informatie biedt de website van het museum niet, ook niet over de ‘Slag om Arnhem’.

‘Slag om Arnhem’, ‘slag om de Rijnbrug’ en de verkeersbrug bij Arnhem was ‘een brug  te ver’ zijn wijdverbreide hardnekkige mythen. Ook Airborne Museum ‘Hartenstein’ verspreidt die kritiekloos en volgt daarmee de Britse visie op operatie Market Garden. Arnhem en de Neder-Rijn waren immers geen doelen van operatie Market Garden; noch van de luchtlandingstroepen ten noorden van de Neder-Rijn (Market) noch van de oprukkende grondstrijdkrachten (Garden). De beschermde opmarsroute of Corridor liep maar tot de Waal. Een ‘Corridor naar de Rijn’ is een geschiedvervalsing. De verkeers- of Rijnbrug bij Arnhem was ook geen doel van operatie Market Garden. Deze brug was wel een belangrijk doel van de luchtlandingstroepen ten noorden van de Neder-Rijn. Eenheden van het 2de parachutistenbataljon onder luitenant-kolonel John Frost wisten 17 september gebouwen bij deze brug te bereiken. Ze namen daar defensieve posities in. Voor hen was de brug geen ‘brug te ver’. De andere bataljons hadden andere taken. Hun einddoel was de vorming van een bruggenhoofd voor het Britse Tweede Leger tussen de Westerbouwing en Westervoort. Tot een slag om een stad of brug waren zij niet in staat. Lichtbewapende parachutisten en zweefvliegtuiginfanteristen zonder lucht- en artilleriesteun en antitankwapens kunnen geen slag leveren met een tegenstander die beschikt over (pantser)voertuigen en zware wapens. De luchtlandingstroepen moesten zich later beperken tot pogingen Duitse afweerschermen te doorbreken en straatgevechten op korte afstand. Velen gebruiken de mythe van de ‘slag om Arnhem’ zonder  aan te geven welke strijd een slag was met het doel Arnhem te veroveren. Een ‘verwoestende slag om Arnhem’ die 25 september stokte, is onzin, zelfs geschiedvervalsing. Troepen die 18 en 19 september optrokken over de Utrechtseweg en Onderlangs probeerden door te dringen tot de omgeving van de Rijnbrug. De terugtrekking van de overlevenden van deze troepen op 19 september betekende binnen twee dagen de mislukking van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. De strijd duurde dus geen negen maar slechts twee dagen. Hartenstein bleef ook Brits – niet Engels - hoofdkwartier tijdens de nasleep van de mislukte operatie Market Garden. Montgomery presenteerde 22 september operatie Gatwick gericht op een Rijnoversteek en vorming van een bruggenhoofd bij Wesel. De Rijnbrug bij Arnhem aanduiden als epicentrum van de gevechten is een mythe. De Britse troepen konden niets anders dan zich verdedigen tegen een overmacht met zware wapens.

Generaal-majoor Sosabowski en zijn parachutistenbrigade namen geen deel aan de uitvoering van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Zij landden pas na de totale mislukking van operatie Market Garden op 21 september. De Polen waren ook niet de bevrijders van Driel. Dat was ook niet het Schotse 2nd Battalion The Seaforth Highlanders van de 152ste infanteriebrigade van de 51st Scottish (Highland) Infantry Division. Dat bataljon vestigde zich wel 30 november 1944 in Driel, maar moest zich al 3 december terugtrekken naar Elst. De reden was het door de Duitsers opblazen van de Rijndijk bij Elden en de daaropvolgende onderwaterzetting van de Betuwe. Driel kwam een paar dagen later weer in Duitse handen. De bevrijders van Driel waren 3 april 1945 het Canadese Perth Regiment van het 11de infanteriebataljon van de 5th Canadian Armoured Division; met tanksteun van het 3rd Recce Regiment.