26. nov, 2014

Regio Arnhem-Nijmegen niet ‘Normandië van Nederland’.

Steeds meer niet of onvoldoende ter zake kundige lieden gingen dit jaar opeens Gelderland het ‘Normandië van Nederland’ noemen.  Ton Heerts van het vfonds (het Nationaal Fonds voor vrede, vrijheid en veteranenzorg) beet de spits af. Weldra volgden onder anderen de Gelderse commissaris van de koning, gedeputeerde J.-J. van Dijk en Wim Dijkstra, voorzitter van de Stichting Vrijheidsmuseum. Ze doelden met die uitlating op het in 2014 ook in Gelderland toegenomen herdenkings- en bevrijdingstoerisme, vooral tijdens de herdenking van operatie Market Garden. Nieuwe websites zijn gestart en toeristische activiteiten op touw gezet. Voorbeelden zijn fiets-, wandel- en autoroutes, vaartochten en rond- of frontvluchten. Commercialisering van herdenkings-, slagveld-- en bevrijdingstoerisme moet toeristen trekken. Pas in november was het Vrijheidsmuseum definitief van de baan. Gedeputeerde Van Dijk benadrukte daarbij ‘de actualiteit van thema’s als vrede en vrijheid’. (De Gelderlander, 26 november 2014) ‘We moeten daarom blijven zoeken naar goede vormen om het brede verhaal van de Tweede Wereldoorlog te vertellen.’  Het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek zag prompt zijn kans. Terwijl het al grote moeite heeft de juiste informatie over operatie Market Garden in de sector Nijmegen-Groesbeek te geven. Het wil  al bestaande plannen uitvoeren voor een vernieuwde en uitgebreide vorm van het Bevrijdingsmuseum. Daarin zou plaats moeten zijn voor een Vrijheidsmuseum dat het ‘overall verhaal’ vertelt van de Tweede Wereldoorlog. De een wil dus het ‘hele verhaal’, een ander het ‘brede verhaal’ en weer een ander het ‘overall verhaal’ van de Tweede Wereldoorlog vertellen. In werkelijkheid gaat het echter meer om vormen van herdenken en vieren dan om de juiste historische informatie achter die vormen. Toeristen vormen immers een economische factor. Dat accentueren gaat ten koste van het zo noodzakelijke historisch juiste ‘verhaal’.

In Normandië waren dit jaar tal van officiële ceremonies en evenementen, waaronder herdenkingsevenementen en op informatie gerichte educatieve exposities in musea. Er werd gesproken over ‘de slag om Normandië’ (een mythe); er waren spektakels, activiteiten, veel vuurwerk en militaire voertuigen, waaronder jeeps, tanks en vrachtwagens. Men vierde immers de herdenking van 70 jaar D-day en de ‘slag om Normandië’. Goede historische inhoudelijke informatie verstrekte de website http://www.le70e-normandie.fr/.

Het verhaal over de Tweede Wereldoorlog zal in de regio Arnhem-Nijmegen moeilijk te verkrijgen zijn. Arnhem denkt uitsluitend aan het levend houden van de mythen ‘slag om Arnhem’; ‘slag om de Rijnbrug’; een ‘brug te ver’ en Arnhem als einddoel van operatie Market Garden en de brug als een icoon. Niemand daar kan echter uitleggen welke straatgevechten uitgroeiden tot een slag en welke gericht waren op verovering van Arnhem. Het Airbornemuseum ‘Hartenstein’ in Oosterbeek volgt de beperkte Engelse versie van de Britse visie op de slag om Arnhem; evenals omroep Gelderland en andere regionale media. Het museum richt zich voornamelijk op de coördinatie van ontwikkelingen rond de ‘slag om Arnhem’. De Stichting Airborne Feelings accentueert het slagveldtoerisme op basis van de mythe van een slagveld tussen Ede en Arnhem. Wageningen en de Stichting Wageningen45 koesteren tegen beter weten in twee geschiedvervalsingen: een capitulatie in die stad en een rol daarbij voor prins Bernhard. Nijmegen volgt de mythen van een ‘slag om Nijmegen’, bevrijding van Nijmegen door het 504de Parachutistenregiment en als doel van de Waaloversteek. Van andere organisaties die gericht zijn op herdenkings- en bevrijdingstoerisme valt niet veel meer te verwachten. De Stichting Liberation Route Europe beweert dat de inhoud van haar websites beoordeeld is door internationaal erkende historici. De vraag is of dat ook deskundige historici zijn. LRE geeft desondanks veel onjuiste informatie, neemt bestaande mythen over en doet zelf aan mythevorming. Het multimediaproject ‘Weg naar de bevrijding’ is niet veel beter. Ook de website van het Nationaal Comité 4 en 5 mei biedt geen soelaas. Het grote risico van amateuristische beeldvorming en geschiedschrijving bij herdenkings- en bevrijdingstoerisme blijft aantasting van de historiciteit, vooral door uitgekraamde mythen en mythevorming. Toeristen herdenken en vieren misschien wel wat, maar beschikken niet over de juiste historische achtergrondinformatie of het zogenoemde en geroemde ‘verhaal’. De regio Arnhem-Nijmegen verdient dus de aanduiding ‘Normandië van Nederland’ niet. Bovendien heeft Zeeland betere argumenten om zich het ‘Normandië van Nederland’ te noemen.

.