12. dec, 2014

De mythe van Berlijn als het geallieerde einddoel

Veel Britse auteurs en in hun spoor Stichting Liberation Route Europe beweren dat Berlijn het einddoel van de geallieerde opmars in 1944/1945 was. Dit is een wijdverbreide mythe. Berlijn was sinds september 1944 de droom van zowel de Britse veldmaarschalk Montgomery als de Amerikaanse generaal Patton. In de zomermaanden van 1944 had de verovering van Berlijn voor de geallieerden vooral symbolische betekenis als beloning voor het winnen van de oorlog. De Britten wilden Berlijn om politieke motieven. De stad had volgens hen ook een strategische betekenis. Verovering ervan zou de Duitsers de genadeslag geven en het einde van de oorlog.betekenen. Opperbevelhebber Eisenhower zag geen militair, maar een geografisch doel. Berlijn was verwoest en verlaten en diende geen enkel militair belang of nut. Ministeries waren ontruimd en Duitse strijdkrachten waren de stad ontvlucht. Het Rode Leger bevond zich al in de buurt. Berlijn lag immers in de Russische bezettingszone. Prioriteit voor de geallieerden hadden in maart 1945 het Ruhrgebied, Denemarken en het zuiden van Duitsland. De verenigde chefs van  staven die verantwoordelijk waren voor de te volgen strategie hadden Eisenhower geen bevelen gegeven voor de inname van Berlijn. Op de conferentie in Jalta in februari 1945 waren de grenzen van de bezettingszones bepaald. Woensdag 28 maart 1945 stelde Eisenhower de aanvalsrichtingen vast. Er was geen ‘weg naar Berlijn’. De hoofdaanval zou in het centrum van de geallieerde opmars over het bekende brede front plaatsvinden. De Centrale Groep van legers onder generaal Bradley kreeg als aanvalsrichting van Frankfurt over Kassel, Erfurt, Leipzig en Dresden naar de Elbe en de Mulde bij Chemnitz en vervolgens in de  richting van Salzburg. De Noordelijke Groep van legers onder Montgomery moest over Hannover-Bremen-Hamburg-Kiel-Lübeck en het zuiden van Denemarken  naar de Elbe. Montgomery moest de linkerflank van Bradley beschermen. De Zuidelijke Groep van legers onder generaal Devers  moest over Neurenberg en Regensburg naar Linz en het westelijke deel van Oostenrijk innemen. Devers moest de rechterflank van Bradley beschermen.