Britse visie op MG-3 2003 tot 2013 - Frank Steer, Arnhem. The Bridge (Battleground Europe. Market Garden), Barnsley (first published 2003) 2014, 144 p.

De titel duidt al aan dat de auteur niet weet wat het hoofddoel van de Britse 1ste Luchtlandingsdivisie ten noorden van de Neder-Rijn was. Zijn doel is bezoekers te informeren over de strijd in Oosterbeek en Arnhem. Uiteraard besteedt hij eerst aandacht aan ontstaan en ontwikkeling van luchtlandingstroepen, het 1st British Airborne Corps en het 1ste Geallieerde Luchtlandingsleger (FAAA). Hij geeft een goed beeld van de opmars van het 2de bataljon naar de Rijnbrug en de strijd van vier andere bataljons in de omgeving van het Sint Elisabeths Gasthuis en ruim zevenhonderd Britten aan weerszijden van de noordelijke brugoprit. Duidelijk blijkt dat er geen sprake was van een ‘slag om Arnhem’. Lichtbewapende luchtlandingstroepen probeerden vergeefs de door zwaargewapende Duitse troepen opgetrokken blokkades te doorbreken. Daarbij was vooral sprake van man-tegen-man-, huis-aan-huis- en straatgevechten. Onjuist is het gebruik van Holland voor Nederland en dat de drie bataljons van de 1ste Parachutisten Brigade naar de Rijnbrug moesten. Zij hoefden ook geen ‘perimeter’ ten noorden van de brug te vormen. Onjuist is ook te spreken over strijd aan weerszijden van het noordelijke deel van de brug. Bedoeld is de noordelijke brugtoegang. De brugoverspanning en de zuidelijke brugtoegang hadden de Britten niet veroverd. 

Onjuistheden zijn ook dat Eisenhower met zijn toestemming voor operatie Market Garden afweek van zijn strategie van een breed front. Hij zou akkoord zijn gegaan met de door Montgomery bepleite strategie van een smal front. De belangrijkste reden hiervoor zouden de op 8 september vanuit Nederland naar Londen afgeschoten V2-raketten zijn. Montgomery had de door hem gewenste aanvalsrichting al gekozen voor operatie Comet Garden.  Hij wilde bij Arnhem de Neder-Rijn oversteken, om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied trekken en vervolgens door de Noordduitse laagvlakte naar Berlijn. De auteur ziet deze aanvalsrichting aan voor het doel van operatie Market Garden. Tot dat doel behoorde zelfs een aanval op Antwerpen vanuit het noorden evenals het bereiken van de lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Uiteraard vermeldt hij ook de opmerking van generaal Browning over ‘een brug te ver’, zonder aan te geven wat een brug te ver was. Uiteraard was Arnhem geen doel van operatie Market Garden. Bovendien liep de beschermde opmarsroute of corridor niet tot Arnhem, maar tot de Waal. 

Opmerkelijk is overigens dat het plan voor operatie Market Garden juist is weergegeven op de kaart op pagina 32. Het operatiedoel was immers een bruggenhoofd te vestigen tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel. Dit bruggenhoofd zou eventueel als uitvalsbasis kunnen dienen voor de opmars naar het oosten. Tactische doelen waren het afsluiten van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Het doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort. Dat moest dienen als opstelplaats voor het Britse 2de Leger. Uiteraard moest dit bruggenhoofd beschikken over ten minste één oeververbinding. Operatie Market Garden was voor Montgomery een brug te ver. Vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe was voor de Britse grondtroepen een brug te ver. Vorming van een bruggenhoofd aan weerszijden van de Neder-Rijn was voor de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie een brug te ver. 

De evacuatie van de burgerbevolking van Arnhem en omgeving was geen Duitse wraak voor steun aan de Britten. De Duitsers vreesden een nieuw offensief uit het Over-Betuwse bruggenhoofd en de Britse zware artillerie bij Nijmegen kon Arnhem bereiken. De Britse 49ste West Riding Infanteriedivisie die met steun van Canadese pantsertroepen Arnhem en omgeving in april 1945 zuiverde, kwam niet uit Duitsland. Deze divisie had sinds eind november 1944 het Over-Betuwse bruggenhoofd verdedigd en begin april dit bruggenhoofd uitgebreid. Canadezen hadden het noordelijke deel van de Over-Betuwe gezuiverd. Daarna was de Britse divisie het Pannerdensch kanaal en vervolgens de IJssel overgestoken voor zuivering van de Veluwezoom.

Lloyd Clark, De slag om Arnhem 17 – 21 september 1944. Een brug te ver, Aartselaar 2005.

176 p. Oorspr. titel: Arnhem, Stroud 2005. Vert. Piet Hein Geurink. Lloyd Clark is hoogleraar aan de beroemde Britse Royal Military Academy Sandhurst. Hij is een van de weinige auteurs die de strijd in en bij Arnhem abusievelijk laat eindigen met het opgeven van het Britse verzet bij de noordelijke brugtoerit op 21 september 1944. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was in werkelijkheid al 19 september 1944 mislukt en grondoperatie Garden 21 september ’s middags. De Britse troepen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug waren 19 september omsingeld. De rest van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie moest zich terugtrekken op gebied rond Hartenstein.  Dinsdag 19 september verkeerde volgens Clark operatie Market Garden in een ‘kritieke fase’ (101); ‘verloren de Britten het initiatief in de slag om Arnhem-Oosterbeek (91) en was ‘een keerpunt in de slag om de brug’ (90). Hij spreekt vaak over slag om Arnhem en slag om de brug, terwijl hij drommels goed weet dat lichtbewapende luchtlandingstroepen geen slag kunnen leveren met zwaarbewapende infanteristen met tanks en pantserwagens (77). Waarom en voor wie de verkeersbrug bij Arnhem ‘een brug te ver’ was, vermeldt Clark niet (15). Troepen onder Frost konden huizen bij de noordelijke brugoprit bereiken. De brug was geen doel van de grondtroepen. De auteur laat operatie Market Garden toch 26 september aflopen (151), terwijl die al 21 september ten zuiden van Elst was mislukt. De operatie was ‘een grootse Britse mislukking’ (7). 

Gebruikte mythen zijn: slag om Arnhem (titel, 161-162); het over de Neder-Rijn zetten van het 30ste legerkorps was het ‘duidelijk geformuleerde doel’ van operatie Market Garden (151, 169); Market Garden als een synoniem voor de strijd bij Arnhem; tijdens operatie Market Garden moesten grondtroepen belegerde luchtlandingstroepen ontzetten (7); doel van operatie Comet was de Neder-Rijn bij Arnhem oversteken (9; een bruggenhoofd op de Veluwe vormen); doel van operatie Market Garden was de Neder-Rijn bij Arnhem oversteken en de bevrijding van Arnhem (9, 19, 151, 162; een bruggenhoofd op de Veluwe vormen met diepe uitlopers over de IJssel); operatie Market Garden was bedoeld om op te rukken naar het IJsselmeer; de Duitse troepen en hun V2-lanceerbases in het westen van Nederland af te sluiten;  op te trekken om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied en Berlijn en de oorlog in 1944 te beëindigen (12-13, 163); doel van operatie Market Garden en de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was de Rijnbrug bij Arnhem (13, 77, 94); weg naar Arnhem als doel van operatie Market Garden (13, 19, 34-36); bruggen in Arnhem (spoorbrug lag in Driel, 148); de 1ste Parachutistenbrigade moest naar de Rijnbrug (21, 37, 41-42 genuanceerder); 4de parachutistenbrigade moesten een perimeter om Arnhem verdedigen (38) en naar Arnhem (80); in een bij Vught neergestort zweefvliegtuig was door Duitsers een kopie van het operatiebevel voor Market Garden gevonden (41, 166); de Irish Guards kregen 21 september bevel door te breken naar de Rijnbrug (123), baanden zich die dag een weg naar Arnhem (124) en moesten Duitsers in hun defensieve stellingen ten zuiden van Arnhem vastzetten (125). (De Irish Guards moesten echter proberen alsnog een bruggenhoofd over de Neder-Rijn te vestigen, hetzij op de Veluwe, hetzij ten westen van Oosterbeek -JB). 

Andere onjuistheden zijn: Zwolanski was niet 17 maar 18 september aangekomen (129); de foto op p. 141 is niet in Uden (naar Badsey) genomen, maar in Oosterhout in de Dijkstraat; de 214de brigade moest 23 september niet naar Driel, maar Elst veroveren en de 129ste brigade moest niet Elst veroveren maar de Irish Guards ontzetten (138, 143; naar Badsey); Kampfgruppe Knaust kreeg 24 (niet 21) september geen zestig maar vijftien Tiger tanks (129, 137); niet het 506de tankbataljon (129) maar Brinkmanns verkenningsafdeling moest 22 september Polen aanvallen; Horrocks was inderdaad van plan 24 september troepen de Neder-Rijn over te zetten, maar die waren niet beschikbaar (147);  Warrack als de initiatiefnemer voor een wapenstilstand om gewonden te vervoeren (148); Britse luchtlandingssoldaten wisten aan gevangenschap te ontkomen en kregen onderdak bij Hollanders (nee, Nederlanders) op de Veluwe (161). Montgomery zat niet met het probleem van een enorme saillant 161), maar wilde juist in de Over-Betuwe een sterk bruggenhoofd handhaven. Horrocks was niet ‘weinig consistent’ in de keuze van zijn aanvalsdoelen (164). Hij wist prcies wat de doelen van het 30ste legerkorps waren.  

De auteur is sterk beïnvloed door Powell, Middlebrook en Badsey. Zijn boek is ruim geïllustreerd met authentieke (vooral bekende) foto’s en overzichtelijke kaarten. Het bevat een bibliografie en een register.

Nick van der Bijl, No. 10 (Inter-Allied) Commando 1942-45. Britain’s Secret Commando, Botley, Oxford 2006, 64. p.

No. 10 (Inter-Allied) Commando bestond uit vrijwilligers die uit bezet Europa naar het Verenigd Koninkrijk waren gevlucht. Onder hen waren Fransen (No. 1 Troop), Nederlanders (No. 2 Troop), Belgen (No. 4 Troop), Noren (No. 5 Troop), Polen (No. 6 Troop) en Joegoslaven (No. 7 Troop). Zij vormden elk een eigen ‘troop’. Ze voerden operaties uit op 19 augustus 1942 in Dieppe; in 1943 en 1944 in Noorwegen, in 1944 in Italië; in 1944 in Nederlands-Indië; in 1943 en 1944 in Frankrijk, o.a. in Normandië; en in  1944 in België en Nederland. Vierendertig commando’s waren betrokken bij operatie Market Garden, onder wie luitenant Knottenbelt ten noorden van de Neder-Rijn. Bij de invasie van Walcheren waren verscheidene troops betrokken: bij de oversteek van Breskens naar Walcheren Fransen en Nederlanders en bij de landing bij Westkapelle Nederlanders, Belgen en Noren. Ten slotte trokken commando’s van de Maas over de Rijn Duitsland in. 

Mythen zijn corridor of luchtlandingstapijt naar de Rijn (41; naar de Waal) en het Ruhrgebied en verder Duitsland in als doelen van operatie Market Garden (41; het operatiedoel was niet een opmarsrichting, maar de vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe met diepe uitlopers over de IJssel). 

Gebruikte onjuistheden zijn Holland voor Nederland en luitenant Heap voor Heaps (43). 

Het boek bevat illustraties (zwart-witfoto’s, tabellen), literatuur en informatie over insignes,  uniformen en wapens in kleur; en een index. Beoordeling: goed.

Robin Neillands, De slag om de Rijn. De bittere strijd om Arnhem, de Schelde en de Ardennen ...

's-Gravenhage 2007, 336 p. De oorspronkelijke titel is The Battle for the Rhine 1944, London 2005. De auteur heeft weinig begrepen van de opmarsstrategie en oorlogshandelingen tussen het einde van de campagne in Normandië in augustus 1944 en het einde van het Ardennenoffensief in januari 1945. De titel ‘De slag om de Rijn’ verwijst naar het ontbreken van onderzoek over die periode en ‘een samenhangende, logische strategie om Arnhem te bereiken’. Juist is dat deze periode ‘door militaire historici enigszins (is) verwaarloosd’ en dat een logische strategie ontbrak om Arnhem te bereiken. Arnhem was immers geen doel van een militaire operatie. Onjuist is het ontbreken van een samenhangende strategie om nazi-Duitsland te verslaan. Die algemene strategie was op 3 mei 1944 vastgesteld door de verenigde chefs van staven. Het strategische doel van de geallieerden was vernietiging van de Duitse strijdkrachten, aanvankelijk ten westen van de Rijn en vervolgens verder in Duitsland. Strategische doelen waren ook het Ruhr- en het Saargebied.  Gekozen was voor de opmarsstrategie van een breed front in twee fasen. Het strategische doel van de eerste fase was vernietiging van de Duitse troepen ten westen van de Rijn; dat van de tweede fase vernietiging van de vijandelijke troepen in Duitsland. De strategie van een breed front bestond uit twee aanvalsrichtingen, één ten noorden en één ten zuiden van de Ardennen. De noordoostelijke route naar het Ruhrgebied was belangrijker dan de zuidelijke naar het Saargebied. Een slag om de Rijn was dan ook niet het doel van de geallieerden tussen september 1944 en januari 1945. Het geallieerde strategische hoofddoel in die periode was de vorming van bruggenhoofden aan de andere zijde van de (Neder-)Rijn. 

De auteur beschrijft de voornaamste oorlogshandelingen en gebeurtenissen en hun relevantie voor de algehele situatie aan geallieerde zijde na de invasie in Normandië. Tot die oorlogshandelingen behoren bruggenhoofdoperatie Market Garden, de vrijmaking van de Westerschelde, de srijd om Aken, de Ruhr en in het Hürtgenwald en het Ardennenoffensief. Aparte hoofdstukken zijn gewijd aan logistiek en bevelvoering, de Siegfriedlinie of Westwall en de Amerikaanse generaals Patton en Patch. De Britse auteur gaat uiteraard uitvoerig in op de Brits-Amerikaanse betrekkingen en een aantal beslissingen en keuzen. Tot die keuzen behoren doorgaan met de opmars of stoppen voor de bevoorrading met de beperkte hoeveelheid transportmiddelen; vasthouden aan een breed front of kiezen voor een smal front; en eerst de Schelde of de Rijn. 

Neillands is tegen mythevorming en gespecialiseerd in het ‘ontmythologiseren van het krijgsverleden’. Hij beschouwt zichzelf als ‘mythebreker’ en ziet media en filmindustrie (A Bridge Too Far 1977; Band of Brothers 2001) als de voornaamste uitkramers van mythen. De kern van het boek vormen  drie hoofdstukken over bruggenhoofdoperatie Market Garden. Die bevatten tal van door Britten uitgekraamde mythen. Slag om Arnhem is gebruikt als synoniem voor operatie Market Garden waarvan volgens de auteur Arnhem het doel was. Vandaar dat hij spreekt over aanvalsrichtingen, loper of weg naar Arnhem, de Rijn of de Neder-Rijn. De loper van luchtlandingstroepen liep echter niet tot Arnhem maar slechts tot de Waal. De ‘slag om de Rijnbrug’ bleek een ‘brug te ver’ en de strijd om de Waalbruggen noemt hij ‘slag om Nijmegen’.  Niet de 10de, maar de 9de SS-Pantserdivisie moest terugkeren naar Duitsland voor herstel (97). De grondtroepen bestonden niet uit het 30ste legerkorps, maar uit het totale Britse Tweede Leger. De auteur verdedigt die Britse grondtroepen, generaal Urquhart en de Irish Guards van de Guards Armoured Division tegen Amerikaanse kritiek. Hij bestrijdt drie mythen: de grondtroepen  waren tijdens hun opmars naar het noorden te langzaam; de Britse 1ste Luchtlandingsdivisie koos er welbewust voor ver van de brug te landen en de Guards Armoured Division slaagde er niet in op 20 september 1944 onmiddellijk naar Arnhem door te stoten. Het 30ste legerkorps had Arnhem tijdig kunnen bereiken als de Amerikanen de Waalbruggen ten noorden van Nijmegen hadden veroverd. De landingsterreinen ten westen van Wolfheze waren gekozen door de Amerikaanse luchtmacht (nee, door generaal-majoor L. Hollinghurst van de RAF –JB)). De Irish Guards konden 20 september inderdaad niet doorstoten naar Arnhem. De 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade landde op 21 september niet ten zuiden van de Rijnbrug, maar bij Driel (128). De zogenaamde ‘slag om Arnhem’ duurde geen negen maar slechts twee dagen (129). Niet de drie parachutistenbataljons van de 1ste Britse Parachutistenbrigade moesten naar de Rijnbrug optrekken, maar alleen het 2de bataljon onder Frost (130). Deze brigade moest ook niet Arnhem veroveren (138). De 4de Parachutistenbrigade (niet regiment) moest niet naar de brug, maar hoogten innemen ten noorden van de spoorlijn Arnhem-Utrecht. Bittrich had 18 september geen bevel gegeven Duitse troepen met het Drielse veer over te zetten naar de zuidelijke rivieroever en vervolgens naar Nijmegen te sturen. De primaire taak van de 4de Parachutistenbrigade was niet in het innemen van het stadscentrum (141). Deze brigade bestond uit drie bataljons, het 10de, het 11de en het 156ste, niet het 101ste en het 15de (142). Van 19 tot 25 september was er geen ‘slag om Oosterbeek’, alleen een uitputtingsslag om het gebied rond Hartenstein (147). De Polen hadden bij Driel geen bruggenhoofd gevormd; verkenners van het Household Cavalry Regiment waren ten zuiden van Elst niet op Duitse tanks gestoten en het 30ste legerkorps had 21 september niet ‘zijn opmars naar Arnhem’ hervat (148). Generaal-majoor Sosabowski had 24 september helemaal geen gelijk met zijn advies van een grote aanval over de rivier door de 43ste divisie. Die troepen waren helemaal niet beschikbaar, zelfs geen brigade (150).  Metz was niet 22 november maar 13 december door generaal Pattons leger ingenomen (262). De conclusies dat ‘een betere strategie’ en ‘een krachtiger leiding’ nodig waren geweest, missen voldoende basis (306).

Het goed leesbare boek bevat vijf duidelijke kaarten, foto’s, een notenapparaat, een bibliografie en een register. Jammer is het gemythologiseerde verhaal over brugenhoofdoperatie Market Garden.

R. W. Thompson, Bernard Law Montgomery (Kopstukken uit de Tweede Wereldoorlog), Antwerpen-Hilversum 2007, 207 p.

Goed geschreven kritisch boek over Montgomery (1887-1976), de ‘meest overschatte generaal van de Tweede Wereldoorlog’ (54, 203). Reginald William Thompson (1904-1977) was tijdens de Tweede Wereldoorlog speciaal correspondent van The Sheffield Telegraph. Hij beschrijft Montgomery als een sombere, onbuigzame, eigenwijze, onvriendelijke, arrogante, ongemanierde, onaangename, excentrieke militair die volkomen overtuigd  is van eigen kunnen en onfeilbaarheid. Monty beschikte over een onbeschaamde manier van optreden, zocht nooit de schuld bij zichzelf en wilde alle eer zelf. Hij heeft als generaal veel geluk gehad, kansen gemist en een aantal blunders gemaakt. Hij beschikte over leiderskwaliteiten, was een merkwaardige man en had een moeilijke jeugd met een jonge moeder met ook een sterke wil. Hij was van 1927 tot 1937 gelukkig getrouwd. 

Na zijn opleiding in Sandhurst begon zijn militaire carrière, vooral als commandant bij de infanterie. Hij klom weldra op tot brigadecommandant, in 1939 tot divisiecommandant en in 1942 tot legerbevelhebber. Luitenant-generaal Montgomery streed in 1942 met het Britse 8ste leger in Noord-Afrika met als korpsbevelhebbers Horrocks en Dempsey. Na de slag bij El Alamein sloot Montgomry de Afrikaanse veldtocht af als viersterrengeneraal en was hij in de adelstand verheven. Via Sicilië stak zijn leger over naar Italië. Zijn tactiek kenmerkte zich door te voorzichtig in een tergend langzaam tempo oprukken. Hij wilde altijd beschikken over een overmacht in alle wapenen en enorme voorraden munitie. Inleidend zware luchtbombardementen en artilleriebeschietingen gingen vooraf aan de opmars van de infanterie met inzet van tanks. Men sprak dan ook wel van een schroothandel. 

Eind december 1943 kreeg Montgomery het bevel over de 21ste legergroep. In Londen begon hij aan een uitvoerige voorbereiding van operatie Overlord, de invasie in Normandië. Als veldmaarschalk leidde hij de Brits-Canadese opmars door Frankrijk en België. Een blunder was niet tijdig te zorgen voor een vrije toegang tot de haven van Antwerpen. Hiervoor had hij ook een deel van het Geallieerde Luchtlandingsleger kunnen inzetten. Hij zeurde in die tijd over strategie (smal front versus breed front); commandostructuur omdat hij commandant van de grondstrijdkrachten ten noorden van de Ardennnen wilde worden en prioriteit voor logistiek. Opperbevelhebber Eisenhower dwong Montgomery pas in oktober prioriteit te geven aan de vrijmaking van de Scheldemonding. 

Montgomery keek in september uitsluitend in de richting van de Rijn. Met een doorstoot naar Arnhem met hulp van het geallieerde luchtlandingsleger wilde hij de weg openleggen naar het Ruhrgebied. Luchtlandingstroepen zouden een tapijt leggen van Eindhoven tot Arnhem (in werkelijkheid tot de Waal). Doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was de ‘vestiging van een noordflank langs het IJsselmeer en de IJssel’ (176). Bedoeld is een sterk bruggenhoofd op de Veluwe met het front naar het oosten en met diepe uitlopers over de IJssel. Deze ‘vermetele operatie’ paste in geen enkel opzicht bij het karakter van Montgomery. Hij hield dan ook geen rekening met de belangrijkste factoren snelheid en ruimte (177-178). Thompson stelt terecht dat niet de Rijnbrug of het door de Britse luchtlandingsdivisie te vormen bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort een ‘brug te ver’ was. De meer dan een week te laat begonnen operatie Market Garden zelf was voor Montgomery een ‘brug te ver’ (177). ‘De nauwe kloof tussen Nijmegen en Arnhem’ was niet te vullen (178). Net als de strijd om de Scheldemonding was deze operatie een verloren kans. Pas een half jaar later zou Montgomery bij Wesel na drie weken vertraging de Rijn oversteken en een bruggenhoofd vormen. Ook daar was hij veel te voorzichtig en verspeelde hij opnieuw kansen. Montgomery had het niveau van een legercommandant en faalde als legergroepcommandant en met bruggenhoofdoperatie Market Garden (182). Hij wist de eer te redden tijdens het Ardennenoffensief. 

Uiteraard genoot Montgomery van de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland, Noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein en Denemarken. De Duitse delegatie bezocht hem 3 en 4 mei 1945 in zijn tactische hoofdkwartier op de Timeloberg aan de rand van de Lüneburger Heide. De delegatieleden en ten slotte Montgomery tekenden het capitulatiedocument 4 mei om 18.30 uur. Onderhandelingen waren natuurlijk onmogelijk over een onvoorwaardelijke capitulatie. Het Instrument of Surrender trad 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking. Het moest die dag nog wel uitgevoerd worden in Orders on the Surrender (overgavebevelen), onder meer in Wageningen. 

Onjuist is luchtlandingstroepen een tapijt te laten leggen over de weg van Eindhoven naar Arnhem (176). De zogenaamde Corridor liep maar tot de Waal. Door een tekort aan vliegtuigen moest de landing van een Britse brigade op 17 september 1944 in Elst worden geschrapt. Daardoor was de Over-Betuwe onbeschermd. Onjuist is ook ‘de Duitse capitulatie op de Lüneburger Heide’’ (196, 200). Een capitulatie van Duitsland of de Duitsers was onmogelijk omdat de geallieerden de regering van president Dönitz niet erkenden. 

Stephen Ashley Hart, Colossal Cracks. Montgomery’s 21st Army Group in Northwest Europe, 1944-45, Mechanicsburg PA 2007. 242 p.

Hart (1968) is docent aan het Department of War Studies van de Royal Military Academy in Sandhurst. Hij heeft de operationele methoden geanalyseerd van de 21ste legergroep van Montgomery tijdens de veldtocht van 1944-1945. Deze methoden bevinden zich op het niveau tussen strategie en tactiek van formaties als legergroepen, legers en legerkorpsen.  Strijd vindt plaats binnen een zeker operatiekader. 

Tijdens de invasie en strijd in Normandië had generaal Montgomery als bevelhebber van de grondstrijdkrachten strategische en operationele verantwoordelijkheden. In de commandostructuur na 1 september 1944 was veldmaarschalk Montgomery legergroepcommandant. Hij had echter geleerd niet alleen operationeel maar ook strategisch te denken. Hij had bovendien oog voor zijn reputatie. 

Zijn benaderingswijze van een aanval noemt Hart Colossal Cracks (Enorm kanongebulder). Die set-piece battle was gebaseerd op voorzichtigheid; overmacht in alle wapens (infanterie, artillerie, tanks, luchtmacht), enorme voorraden munitie en andere benodigdheden, concentratie van vuurkracht, vooral massale artillerie, en luchtbombardementen. Elementen waren een goed plan; goede voorbereiding, goed leiderschap; bekwame officieren; opleiding, concentratie, discipline, kameraadschap, goed materieel, beperken van slachtoffers, hoog moreel, efficiënt gebruik van beperkte mankracht, flankbescherming, gebruik van (te) veel vuurkracht, machines en materieel; strijd van grote formaties, dienen van Britse belangen en invloed ook na 1945, effectieve veldtocht, verband tussen het operationele en het tactische niveau. Er moest een grote reserve zijn aan artillerie, munitie, stormboten en ander oorlogsmaterieel. Peptalks, succes en overwinningen waren ook belangrijk. 

De 21ste Legergroep sloot daarmee aan bij een Brits legerdoctrine. Historici hebben vaak hier geen oog voor gehad. Montgomery kon snel overgaan naar een alternatief, zoals op 22 september naar de Brits-Amerikaanse bruggenhoofdoperatie Gatwick gericht op bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen na de mislukking op 21 september van bruggenhoofdoperatie Market Garden. Hij was voorstander van concentratie van kracht op een smal front, bijvoorbeeld de corridor tussen Eindhoven en de Waal. 

Niet alleen Montgomery, maar ook zijn legerbevelhebbers Dempsey en Crerar gebruikten deze operatiemethoden. Beiden waren competente legercommandanten, al was Dempsey beter dan Crerar. Dempsey had vaak dezelfde opvatting als Montgomery, al gaf hij 10 september de voorkeur aan vestiging van een bruggenhoofd bij Wesel. Dempsey had een belangrijk aandeel in een operatie, hield controle en kon ingrijpen. Montgomery kon op de loyale Dempsey vertrouwen. 

De verhouding tussen Montgomery en Crerar was minder goed. De Canadese generaal kreeg tijdens operatie Market Garden minder dan noodzakelijk was. Montgomery had geen hoge dunk van Crerars bekwaamheden en leger. Die steunde veel op zijn staf en was zwak in zijn operationeel oordeel. Hij was net als Montgomery nationaal bevelhebber die moest letten op de Canadese belangen. 

Het uitstekende boek bevat een lijst van afkortingen, noten, bibliografie en een index.

David Bennett, A Magnificent Disaster. The Failure of Market Garden, the Arnhem Operation. September 1944, Philadelphia-Newbury 2008.

Een van de betere boeken over bruggenhoofdoperatie Market Garden. Het voorwoord van Carlo D’Este bevat onjuistheden die gelukkig niet voorkomen in de tekst van de auteur. Het doel van operatie Market Garden was vorming van een bruggenhoofd over de Neder-Rijn als uitvalsbasis voor een opmars naar het Ruhrgebied. Doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was verovering van de Rijnbrug, de ‘brug te ver’. Operatie Market Garden vond plaats in Holland en de opmarsroute, de zogenaamde Corridor of Hell’s Highway, liep tot Arnhem. Het verhaal van operatie Market Garden was vrijwel niet bekend tot de publicatie in 1974 van Cornelius Ryans ‘A Bridge Too Far’. De film met dezelfde titel van Richard Attenborough bracht dat verhaal in 1977 in het bewustzijn van het grote publiek. Dat was helaas het bekende gemythologiseerde verhaal over operatie Market Garden. 

De in Ottawa (Canada) woonachtige Bennett leverde met A Magnificent Disaster een belangrijke bijdrage aan de historiografie van de geallieerde operatie Market Garden. Hij is een van de weinige auteurs die op de hoogte is van de doelen van operatie Market Garden en de verschillende luchtlandingsdivisies; zelfs van de 1ste Britse luchtlandingsdivisie. Het einddoel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe tot het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel (4, 27). Tactische doelen waren afsluiting van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was verovering van (een van de) drie bruggen bij Arnhem  en vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort (29, 38, 75). Bennett beschouwt terecht operatie Market Garden als een ‘brug te ver’ voor de geallieerden; niet de Rijnbrug bij Arnhem of het door de Britten te vormen bruggenhoofd. Hij gebruikt niet de mythe ‘slag om Arnhem’ en Holland voor Nederland. Hij bekritiseert juist inlichtingendiensten die de invasie van Holland zagen als doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden (27). 

Bennett studeerde geschiedenis in Cambridge. A Magnificent Disaster is helder en boeiend geschreven. Bruggenhoofdoperatie Market Garden krijgt terecht een plaats tegen de achtergrond van het zoeken naar bruggenhoofden over de Rijn (8-9). Geallieerde doelen waren het Saar- en het  Ruhrgebied. Noodzakelijk was vrije toegang tot de haven van Antwerpen voor de aanvoer van voorraden. Montgomery kreeg toestemming van Eisenhower ten noorden van de Neder-Rijn een bruggenhoofd te vormen. Bennett beschrijft de gebeurtenissen vrijwel van dag tot dag, zowel in Noord-Brabant, ten zuiden van Nijmegen als ten noorden van de Neder-Rijn. De Britten konden daar een brug behouden zonder bruggenhoofd, niet een bruggenhoofd zonder brug (97). Brigadier Hackett hield dan ook ten onrechte vast aan uitvoering van het oorspronkelijke plan. Merkwaardig is dat de auteur de Britse terugtocht op 19 september niet ziet als mislukking van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Merkwaardig is ook dat hij het vastlopen van de grondtroepen ten zuiden van Elst op 21 september niet beschouwt als mislukking van operatie Garden (138). Bennett besefte niet dat 23 en 24 september een Rijnoversteek ten westen van Oosterbeek onmogelijk was door gebrek aan beschikbare troepen (162-164). Hij realiseerde zich ook niet dat de op 22 september in Versailles goedgekeurde bruggenhoofdoperatie Gatwick gericht op vorming van bruggenhoofden bij Wesel en Keulen volgde op de mislukking van bruggenhoofdoperatie Market Garden (191-192). Bennett stelt terecht dat Montgomery’s professionalisme hem met het lanceren van operatie Market Garden had verlaten tot het punt van onverantwoordelijkheid (196, 221). De twee flankdekkingskorpsen waren niet gereed en hadden geen bruikbaar bruggenhoofd. Bovendien beschikte Montgomery over onvoldoende voorraden en transportmiddelen om het Britse Tweede Leger en vier luchtlandingsformaties naar het IJsselmeer te brengen. 

Mythen zijn operatie Arnhem als een synoniem voor operatie Market Garden (194-195); de duur van de operatie van 17 tot 26 september 1944; de vondst door Duitsers van het complete operatieplan in een neergestort zweefvliegtuig bij Vught (52); bruggenhoofd Hartenstein (153, 194); Kate ter Horst - Engel van Oosterbeek  - als Engel van Arnhem (177); de Brit Warrack als de initiatiefnemer voor de wapenstilstand voor gewondenvervoer (177), terwijl de Duitse divisiearts Skalka dezelfde gedachte had. Bennett heeft veel invloed ondergaan van onder meer Ryan (1974), Powell (1989) en Middlebrook (1994). 

Andere onjuistheden zijn de schrijfwijze van enkele namen, bijvoorbeeld Henke voor Heinke (65), Vandaleur voor Vandeleur (67) en Worrowski voor Wossowski (176; naar Kershaw en Saunders); 32 Britse en 21 Canadese boten bij de evacuatie (183-184, resp. 16 en 22); de aanduiding Nijmeegse bruggenhoofd voor het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd (191, 195 naar Hibbert en Farrar-Hockley); en capitulatieonderhandelingen in Wageningen (205-206).

Een bruggenhoofd is overmeesterd gebied aan de andere zijde van een hindernis, vaak een rivier, met de bedoeling de aanval voort te zetten. Het Britse Tweede Leger had van 22 tot 25 september ten noorden van de Waal in de Over-Betuwe een ‘stevig en agressief’ bruggenhoofd gevestigd. In Wageningen was geen capitulatie en over onvoorwaardelijke capitulaties kon niet onderhandeld worden. Blaskowitz moest in Wageningen overgavebevelen (Orders to German Commanders on Surrender) tekenen. Die dienden ter implementatie van de capitulatie op de Lüneburger Heide van de Duitse strijdkrachten in Nederland, Noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein en Denemarken op 4 mei 1945. Álle vijandelijkheden ter land, ter zee en in de lucht van de Duitse strijdkrachten in die gebieden stopten zaterdag 5 mei 1945 om 08.00 uur. Die bevelen betroffen onder meer het verzamelen van Duitse troepen in concentratiegebieden voor ontwapening en terugkeer naar Duitsland. 

Het boek bevat kaarten, zwart-wit foto’s, zes bijlagen, noten, afkortingen, een bibliografie en een beknopte index. Een van de bijlagen handelt over de vernedering van generaal-majoor Sosabowski. Britse officieren zagen hem als zondebok voor het mislukken van operatie Market Garden. Dit zegt meer over het niveau van die oficieren dan over het ontslag van Sosabowski. De 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade landde immers op 21 september bij Driel; enkele uren na het mislukken van grondoperatie Garden. Luchtlandingsoperatie Market was ten noorden van de Neder-Rijn op 19 september al mislukt. Bennett stelt terecht dat er geen sprake was van een persoonlijk of militair conflict, maar van een politiek conflict over de onafhankelijkheid van de Poolse parachutistenbrigade (237-239). In werkelijkheid waren Sosabowski en de Poolse regering in ballingschap in Londen slachtoffers van een internationaal politiek machtsspel. Stalin steunde geestverwanten in Polen en dwong Churchill de Poolse regering vleugellam te maken. Die moest 3 oktober 1944 opperbevelhebber generaal Sosnkowski ontslaan en bijna drie maanden later Sosabowski. De Poolse regering in ballingschap had geen opperbevelhebber en geen onder Pools bevel staande parachutistenbrigade meer. 

Don Malarkey & Bob Welch, Easy Company Soldier. The Legendary Battles of a Sergeant from World War II’s ‘Band of Brothers’, New York 2008, 278 p.

Malarkey (1921) is auteur en journalist.  Zijn boek bevat illustraties (zwart-wit foto’s) en een index. Het verhaal is gemakkelijk leesbaar geschreven en geeft een goede indruk van de wijze waarop gewone soldaten de oorlog en het verlies van vrienden ervaren. Sergeant Malarkey was mortierist (80 mm) bij de Easy Company, 2nd Battalion, 506th Regiment, 101st Airborne Division. Hij landde tijdens operatie Overlord in Normandië. Hij verbleef daar vijfendertig dagen en bijna tachtig in Nederland, van 17 september tot 2 oktober in Eindhoven, Veghel en Uden en vervolgens tot 26 november in Randwijk en Driel in het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd (The Island). Daarna verbleef hij negenendertig dagen in Bastogne en ruim drie maanden in Haguenau (Frankrijk), het Ruhrgebied en Oostenrijk. 

Onjuistheden zijn het gebruik van Holland voor Nederland en het doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden. Dat was niet door Arnhem oprukken naar Duitsland en de oorlog in 1944 beëindigen (124). Dat was de door Montgomery gewenste aanvals- en opmarsrichting. Het strategische doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was vestiging van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. De geallieerde opmarsroute liep dan ook niet tot Arnhem, maar tot het IJsselmeer. Het gebied ten westen van de spoordijk Arnhem-Elst (niet Driel-Arnhem) en ten zuiden van de Drielse Rijndijk heette niet Hell’s Corner maar Coffin Corner (136, 244, 252-253).

Ingrid Baraitre, Eisenhower en zijn generaals, Tielt 2008. 384 p.

Baraitre schreef ook over Winston Churchill (2006), Franklin Delano Roosevelt (2011) en Mevrouw Roosevelt (2012). Haar boeken zijn goed en vlot leesbaar en gebaseerd op uitgebreid bronnenmateriaal. Centraal in dit boek staan het ontstaan en de ontwikkeling van het Brits-Amerikaanse geallieerde bondgenootschap in de jaren 1942 tot 1945. Opperbevelhebber Eisenhower moest ook diplomaat en politicus zijn in de omgang met ruziënde generaals of ‘prima donna’s’. Op de achtergrond van de interne strijd tussen Britse en Amerikaanse bevelhebbers speelden president Roosevelt en premier Winston Churchill; de stafchefs George Marshall en Alan Brooke en nationale pers een belangrijke rol. Van belang waren uiteraard ook politiek-militaire en nationale verschillen en belangen; onderlinge cultuurverschillen en rivaliteit, wantrouwen, ambities, oncollegiaal gedrag, compromissen, uiteenlopende nationale, tactische en strategische standpunten en persoonlijke conflicten. Centrale principes waren strategie en commandostructuur. Aan de kwesties van bevoorrading en de strategie van een breed front zijn aparte hoofdstukken gewijd. Korte schetsen van de militaire loopbanen en persoonlijkheden van de hoofdpersonen Eisenhower, Montgomery, Bradley en Patton gaan aan de geallieerde samenwerking vooraf. In Noord-Afrika stond die samenwerking in de kinderschoenen. Het bondgenootschap groeide naar een vorm van samenwerking met een zekere eenheid op Sicilië. De geallieerde strijd in West-Europa begon met een nieuwe commandostructuur. De strategie was die van een breed front. Maandenlang ijverde Montgomery om het bevel over de grondtroepen, de strategie van een smal front en het einddoel Berlijn. Desondanks groeide heel langzaam een collegiaal geallieerd gevoel tussen Britten en Amerikanen. In maart 1945 bestond een redelijk goede verstandhouding tussen de geallieerden.

De schrijfster stelt terecht dat het doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden de vorming van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn was; het einddoel van de geallieerde opmars niet Berlijn maar de overwinning op Nazi-Duitsland was en de onvoorwaardelijke capitulatie van de Duitse troepen op 7 mei 1945 in Reims plaatsvond. Onjuist zijn de termen wapenstilstand en overgave van Duitsland (285).

Het boek bevat illustraties (kaarten en foto’s), bijlagen, een lijst van de hoofdpersonen, een register van persoonsnamen, bibliografie en noten.

Martin Marix Evans e.a., De Slag om Arnhem, Pitkin Publishing 2009, 21 p.

Al uit de geraadpleegde literatuur blijkt dat deze gids verouderde en achterhaalde informatie bevat en dus overbodig is. Het boekje bevat de Britse visie op bruggenhoofdoperatie Market Garden en daardoor een sterk gemythologiseerd verhaal. De bekendste mythen zijn 'slag om Arnhem' en deze slag als een synoniem voor operatie Market Garden.  Lichtbewapende luchtlandingstroepen konden geen slag leveren met een zwaar bewapende tegenstander, zeker niet om een stad die geen doel was. Het doel van operatie Market Garden in deze visie is de door Montgomery gekozen opmarsrichting. In werkelijkheid was het strategische operatiedoel de vestiging van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer. Dit bruggenhoofd moest diepe uitlopers hebben over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen. Het plan is juist weergegeven op de binnenzijde van de voorpagina.

Volgens Evans was bruggenhoofdoperatie Market Garden gericht op de uitschakeling van de verdediging langs de Rijn. Het middel was de bemachtiging van ‘alle bruggenhoofden’ van de Belgische grens tot Arnhem ’langs de Neder-Rijn’. In werkelijkheid waren daar helemaal geen bruggenhoofden. 

Het doel van de 1st British Airborne Division is in deze visie de Rijnbrug bij Arnhem. Het werkelijke doel was de vorming van een bruggenhoofd aan weerszijden van de Neder-Rijn tussen Heveadorp (Westerbouwing) en de spoorbrug bij Westervoort met ten minste één oeververbinding. In deze visie duurt operatie Market Garden negen dagen, van 17 tot 26 september 1944. In werkelijkheid was luchtlandingsoperatie Market reeds 19 september mislukt ten noorden van de Neder-Rijn en grondoperatie Garden 21 september ten zuiden van Elst. De tekst bestaat uit een zeer beknopt feitenrelaas, waarbij 92 SS Pantserdivisie (4) 9 SS Pantserdivisie moet zijn. Deze divisie was niet de Rijnbrug overgetrokken voordat Frost die afsloot, maar met veren het Pannerdensch Kanaal. 

Het boekje bevat kaarten, een diagram en foto's. Helaas is 'vanaf' gebruikt voor 'sinds'.

Aad Spanjaard, De Slag om Arnhem. Langs de sporen van operatie Market Garden 17-26 september 1944 (Historische route), Rijswijk 2010. 180 p.

De Slag om Arnhem bevat het bekende gemythologiseerde verhaal over operatie Market Garden. Het boek sluit voornamelijk aan bij Cornelius Ryans Een Brug Te Ver (1974) en Richard Attenboroughs film met dezelfde titel (1977). De auteur zag de terugtocht van de Britse troepen op 19 september 1944 (98-100) niet als mislukking van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Ook het vastlopen van de Irsh Guards op 21 september 19444 ten zuiden van Elst (118-119) zag hij niet als mislukking van grondoperatie Garden. 

Mythen zijn ‘slag om Arnhem’; slag om Arnhem als een synoniem van operatie Market Garden; duur van deze operatie van 17 tot 26 september 1944; Nunspeet, afsnijding van de Duitse troepen in West-Nederland, het Ruhrgebied, Arnhem en de Rijnbrug als doelen van operatie Market Garden (15, 23); weg naar Arnhem (26, 52); bescherming van de weg naar Arnhem als een doel van de 82ste Amerikaanse Luchtlandingsdivisie (26); Corridor naar Arnhem (13, 15, 25); bezetten van de drie bruggen over de Neder-Rijn bij Arnhem als doelen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie met onduidelijke informatie over het te vormen bruggenhoofd (31); verovering van de verkeersbrug over de Neder-Rijn als het hoofddoel van de 1ste Britse Parachutistenbrigade (54); de vondst door Duitsers van het operatiebevel voor operatie Market in een neergestort zweefvliegtuig bij Vught (64); bruggenhoofd Hartenstein (102, 119); Kate ter Horst, de Engel van Oosterbeek (152), aanduiden als Engel van Arnhem (117);  Jan van Hoof als redder van de Waalbrug (145); het ontstekingsmechanisme voor de Waalbrug zoeken in het Nijmeegse postkantoor (52); een mogelijke massale oversteek over de Neder-Rijn door de 43ste infanteriedivisie (121). 

Andere onjuistheden zijn: het gebruik van Engeland en Engelsen voor Groot-Brittannië en Britten  (7), het onvolledig vermelden van de doelen van luchtlandingsoperatie Comet (12); Josef Sepp Krafft is Sepp Krafft (20); Kraffts bataljon was niet in de nacht naar 4 september naar Oosterbeek overgebracht maar vijf nachten later; kiezen voor de afwerpgebieden voor de Britten ten westen van Arnhem in plaats van ten westen en noorden van Wolfheze (30); ontmanteling van de pontonbrug (61); het onvolledig aangeven van de doelen van de Waaloversteek (79); de Rijnbrug was geen doel van de 4de Parachutistenbrigade (98); het Drielse veer was niet 21 september onklaar gemaakt (114) maar een dag eerder;  de aankomst bij Driel op 22 september van het ‘30ste legerkorps op volle sterkte’ (121); mislukking van operatie Market Garden op 26 september; het verkeerde aantal boten bij de evacuatie (129; 16 Britse en 22 Canadese); de landstreek de Over-Betuwe aanduiden met de naam van de sinds 2001 bestaande gemeente Overbetuwe met een lidwoord (146-147); het Duitse leger (168).

De Slag om Arnhem is een handzaam boekje met een (te) klein lettertype, kleine foto’s en fraaie gekleurde kaarten. Het boekje bevat twee historische routes: van Lommel naar Driel en gebied ten noorden van de Neder-Rijn. Het bevat voorts overzichten van bij operatie Market Garden betrokken geallieerde en Duitse eenheden (Wehrmacht) en een index. Een bibliografie ontbreekt.

Het boekje is beslist geen ‘onmisbaar hulpmiddel’ voor iedereen die geintereseerd is in de ‘Slag om Arnhem’. Niet aanbevolen.

Peter Rostron, The Life and Times of General Sir Miles Dempsey. Monty’s Army Com-mander, Barnsley 2010. 212 p.

Dempsey (1896-1969) streed tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het westfront. Tijdens de Tweede Wereldoorlog klom hij op van luitenant-kolonel tot luitenant-generaal. Hij was korpsbevelhebber onder Montgomery tijdens de Noord-Afrikaanse veldtocht, de landing op Sicilië en de invasie in Italië. In 1944 werd hij bevelhebber van het Britse Tweede Leger. Dit leger landde  op 6 juni 1944 tijdens operatie Overlord in Normandië op Gold Beach. 

Hoofdstuk 12 bevat het relaas over de razendsnelle opmars door Frankrijk naar België. Het Tweede Leger veroverde onderweg lanceerplaatsen voor V2-raketten in Noordwest-Frankrijk bij Saint-Omer en Eperlecques. Het nam op 3 september Brussel en de volgende dag Antwerpen en de haven in.

Montgomery maakte zich druk over commandostructuur, de strategie van een breed of smal front, bevoorrading en hoe hij zo snel mogelijk in Berlijn kon komen. Eisenhower, Montgomery, Dempsey en Horrocks begingen een grote blunder met het niet afsluiten van Zuid-Beveland. Zuivering van Zeeland en de Scheldemonding voor een vrije toegang naar de haven van Antwerpen had het volgende doel moeten zijn. Dempsey had zorgen over de bevoorrading en besprak met Browning luchtlandingsoperatie Comet. Hij was daardoor afgeleid van de noodzaak te verhinderen dat Duitsers mijnen en blokkades in de Schelde zouden leggen (131).

Eisenhower en Montgomery faalden. Montgomery had zijn ogen strak gericht op het Ruhrgebied. Hij veronderstelde dat het Eerste Canadese Leger zou zorgen voor een vrije toegang tot de haven van Antwerpen (132). Troepen van het Duitse 15de Leger konden uit Zeeland ontsnappen en Duitsers konden Zeeland versterken en achter het Albertkanaal een verdedigingslinie opbouwen. Het Britse Tweede Leger had twee taken: een uitbraak van het 15de Leger verhinderen en een bruggenhoofd over de (Neder)-Rijn vormen. Vestiging van bruggenhoofden over het Albertkanaal bij Beeringen en Geel stuitte onverwacht op felle Duitse tegenstand. 

Rostron veronderstelt het verhaal over Arnhem of bruggenhoofdoperatie Market Garden bekend. Hij beperkt zich tot de rol van Dempsey die als bevelhebber van het Tweede Leger verantwoordelijk was voor de grondoperatie en bevelen voor de luchtlandingstroepen. Rostron beschouwt 'operatie Arnhem' ten onrechte als heroïsch, zowel in opzet, uitvoering als individuele acties (133). Bovendien was deze operatie niet hetzelfde als bruggenhoofdoperatie Market Garden.

Dempsey vreesde de komst van Duitse versterkingen naar het Albertkanaal en de regio Arnhem-Nijmegen. Zijn voorkeur ging uit naar een opmars over de Maas in de richting van Wesel en Keulen. Het Albertkanaal zorgde voor bescherming van zijn linkerflank en het Eerste Amerikaanse Leger van zijn rechterflank (133, 135). Het Tweede Leger moest geen drie maar twee rivieren oversteken en kreeg steun van Amerikanen. Zondag 10 september bezocht Dempsey het tactische hoofdkwartier van Montgomery in Brussel. De velmaarschalk had de vorige dag een alarmerend bericht uit Londen ontvangen over V2-raketten die de stad teisterden. Aan het afschieten van die wapens moest zo snel mogelijk een einde worden gemaakt. Montgomery hield vast aan de al op 2 september voor operatie Comet al gemaakte keuze voor een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer (Nunspeet). Dempsey begon geen discussie. Hij kreeg wel meer luchtlandingstroepen (136). In zijn hoofdkwartier in Perk besprak hij met Browning de hoofdlijnen voor bruggenhoofdoperatie Market Garden (137, 139). Deze betroffen nachtelijke landingen dichtbij de doelen van de 101st U.S. Airborne Division ten noorden van Eindhoven; de 82nd U.S. Airborne Division bij Grave en Nijmegen en de Britse 1st Airborne Division bij Wolfheze. Een Britse brigade moest 17 september in Elst landen ter ondersteuning van de opmars van de grondtroepen door de Over-Betuwe. Een tekort aan vliegtuigen; ongeoefendheid van Amerikaanse piloten met nachtvluchten; en vrees voor luchtdoelgeschut leidden tot over drie dagen gespreide dagvluchten en het schrappen van de landing van de brigade in Elst (140). 'Operatie Arnhem' mislukte volgens Dempsey door het schrappen van de landing van een luchtlandingsbrigade in Elst en onbekwaamheid van generaal Urquhart (143). Er was een slecht divisieplan; het hoofdkwartier had al gauw de controle over de bataljons verloren; het mislukken van de verbindingen; en het niet strijden als één formatie. 

Het doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe en afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland (143-144). Het Over-Betuwse bruggenhoofd kon dienen als springplank voor verdere aanvallen. Operatie Market Garden was ‘een brug te ver’, maar ‘a glorious failure’ (146). Het Britse aandeel in de strijd was gedaald tot een bijrol. 

Mythen zijn: operatie Arnhem als een synoniem voor bruggenhoofdoperatie Market Garden; de vondst van het complete operatieplan in een neergestort zweefvliegtuig bij Vught (142; dagorder voor Amerikaanse 101ste luchtlandingsdivisie in vliegtuig bij Dongen) en bruggenhoofd in plaats van verdedigingssector Hartenstein (142-143). 

Andere onjuistheden zijn het gebruik van Holland en Southern Holland voor Nederland en Zuid-Nederland; het door Duitsers opblazen van de verkeersbrug bij Nijmegen (141) en de anduiding bruggenhoofd Nijmegen voor het Over-Betuwse bruggenhoofd (144-146, 148). 

Het boek bevat fraaie zwart-wit foto’s, noten, een bibliografie en een index.

Andrew Holborn, The 56th Infantry Brigade and D-Day. An Independent Infantry Brigade and the Campaign in North West Europe 1944-1945, London-New York 2012 (1ste druk 2010), 248 p.

De 56ste (onafhankelijke) infanteriebrigade bestond in 1944 uit de 2de bataljons van het Essex Regiment, het Gloucester Regiment en The South Wales Borderers. Holborn vertelt het verhaal van de drie bataljons van 1940 tot 1944; de voorbereidingen van de brigade voor de invasie in Normandië; de landing van de brigade op de Normandische kust op 7 juni 1944;  de strijd in Normandië van 8 juni tot 14 september 1944; en de opmars naar het noorden op de linkerflank van Montgomery’s legergroep.

De 56ste infanteriebrigade stak eind september 1944 het kanaal van Antwerpen naar Turnhout over en was weldra verwikkeld in de strijd om Rijkevorsel (25 september tot 7 oktober). De Britten verdedigden vervolgens tien dagen de linie ten noorden van Poppel. Daarna begon de opmars over Wuustwezel, Essen en Roosendaal (30 oktober) naar Willemstad (7 november). Op 15 november trok de brigade naar het oosten om een bijdrage te leveren aan de opruiming van het Duitse bruggenhoofd Venlo.

Veertien dagen later moest de infanteriebrigade naar het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd. De 49ste (West Riding) infanteriedivisie zou in ‘het eiland’ blijven van 30 november 1944 tot begin april 1945. De 56ste brigade was belast met de verdediging van Elst en omgeving. Daar konden de Britten 2 december omstreeks 17.00 uur de explosie horen die de Rijndijk opblies bij de spoorbrug bij Elden. De periode van een wateroorlog onder zware artillerie- en mortierbeschietingen was begonnen. Die zou duren tot maart 1945 met als enige afwisseling ijs en sneeuw (9 december 1944 tot eind januari 1945. (Vaar)patrouilles waren de dagelijkse bezigheden met als afwisseling twee weken rust in Nijmegen. De brigade streed van 18 tot 21 januari 1945 om Hemmen en Zetten (199-202); was de tweede helft van februari in de omgeving van Haalderen en in maart in de sector Zetten-Randwijk. De uitvoering van operatie Destroyer van 2 tot 5 april hield de uitbreiding en zuivering in van het Over-Betuwse bruggenhoofd.

De Britse 49ste infanteriedivisie stak vervolgens het Pannerdensch kanaal over. De 56ste brigade was belast met de verovering en zuivering van Arnhem. Ze stak 12 april bij Westervoort de IJssel over (207-210). De brigade zuiverde vervolgens Velp en Ede en moest posities innemen ten oosten van de Grebelinie. Voor de voedselvoorziening van de hongerende bevolking in West-Nederland was 28 april een strook geneutraliseerd gebied afgesproken.

Zaterdag 5 mei 1945 om 08.00 uur trad de capitulatie van 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide in werking. De 56ste brigade ontwapende de Duitse 346ste Infanterie Divisie en vertrok eind mei naar Duitsland.

Helaas gebruikt de auteur Holland voor Nederland. Operatie Destroyer was niet 2 maar 5 april voltooid. 

Het boek bevat geen illustraties, wel afkortingen, aanhangsels, bibliografie en index.

Tim Saunders, Hell’s Highway. US 101st Airborne & Guards Armoured Division (Battleground Europe), Barnsley 2011, 208 p.

Het boek is rijk geïllustreerd met foto’s en kaarten en bevat een slagorde, lijst van begraafplaatsen (IJsselstijn is IJsselstein) en een index. 

Het plan voor bruggenhoofdoperatie Market Garden is helder weergegeven, ook op de kaart (p. 36-37).

De auteur geeft een uitstekend, goed leesbaar en gedetailleerd beeld van zowel de opmars en strijd van de Britse Guards Armoured Division als de strijd van de Amerikaanse 101st Airborne Division tussen Eindhoven en Uden. 

Enkele onjuistheden zijn het gebruik van Holland voor Noord-Brabant en Nederland; het einddoel van de 1ste Britse luchtlandingsdivisie was niet de Rijnbrug bij Arnhem, maar vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort met ten minste één oeververbinding (p. 12); de geallieerde opmarsroute (Hell’s Highway) liep niet tot Arnhem (8), maar tot de Waal; Eisenhower ontmoette Montgomery niet 7 maar 10 september bij Brussel (35);  de Britse troepen bevonden zich niet bij het noordelijke einde van de Rijnbrug bij Arnhem, maar aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug (42); 213 brigade moet zijn 231 brigade (64) en La Padre La Prade (83). Bruggenhoofdoperatie Market Garden is niet bedreigd respectievelijk mislukt door de blokkades van Hell’s Highway bij Mariaheide van 22 tot 23 september en bij Koevering van 24 tot 26 september. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was al op 19 september mislukt en grondoperatie Garden op 21 september ten zuiden van Elst.

Tim Lynch, Operation Market Garden. The Legend of the Waal Crossing, Stroud 2011. 192 p.

Het plan voor bruggenhoofdoperatie Market Garden is geplaatst tegen de achtergrond van ruziënde bevelhebbers over de te volgen strategie, commandostructuur en logistiek. Bij een aantal aan deze operatie deelnemende troepen heerste een cultuur van elitisme met nationale en personele rivaliteiten, vooral bij parachutisten ten opzichte van grondtroepen. Een mythe is dat de grondtroepen en niet de luchtlandingstroepen altijd fout zijn. Aandacht krijgen anti-Amerikanisme, anglofobie, Brits-Amerikaanse betrekkingen en de publieke opinie in de VS en het VK. Het geallieerde doel was het verslaan - beter overwinnen - van nazi-Duitsland. De geallieerde strategie was oprukken over een breed front van de Noordzee tot de Zwitserse grens. In september 1944 wilde Eisenhower een of meer bruggenhoofden over de Rijn. Desondanks bevat het boek nog de mythen van Arnhem en de bruggen als doelen van bruggenhoofdoperatie Market Garden en ‘slag om Nijmegen’.

Het strategische doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was immers de vorming van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer (Nunspeet) met diepe uitlopers over de IJssel. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. 

De 82ste Amerikaanse Luchtlandingsdivisie had op 17 september 1944 de bruggen moeten veroveren, waaronder de Waalbruggen. Deze divisie faalde in het tijdig bereiken van de doelen. De verovering van de Graafsebrug vond pas 14 uur na de landing plaats. De Amerikaanse parachutisten veroverden pas 20 september met hulp van de Britse Garde Pantserdivisie de Waalbruggen. Deze pantserdivisie, ook een elite-eenheid, was op tijd in Nijmegen. De Waalcrossing was niet nodig geweest als de Amerikanen de eerste dag de Waalbruggen hadden veroverd. De generaals Gavin en Browning blunderden en faalden ten zuiden van Nijmegen. De luchtlandingsdivisie was bovendien de tweede dag al in de verdediging gegaan. Het doel van de Waaloversteek was verovering van de noordzijde van de Waalbruggen en vorming van een bruggenhoofd; niet het bereiken van de Britten bij de Rijnbrug. Na de oversteek ontstond een legende, onder meer van Amerikaans heldendom tegenover Britse onverschilligheid. Gavin, Tucker en Burriss beschuldigden Britten van de Garde Pantserdivisie van lafheid en te grote voorzichtigheid na hun weigering onmiddellijk door te stoten naar Arnhem. De Garde Pantserdivisie had op tijd in Arnhem kunnen zijn als Gavin niet had gefaald. De arrogante Amerikanen hadden geen ervaring met tanks en kenden het terrein in de Over-Betuwe niet. De Britten wisten dat de Over-Betuwe geen gebied was om zonder infanterie in te trekken. Bovendien vocht een groot deel van deze pantserdivisie in de sector van generaal Gavin. Noch Amerikanen noch Britten hadden overigens bevel gekregen naar het noorden op te rukken.

Het boek bevat een bibliografie en een duidelijke index.

Chris Brown, Arnhem 1944 (Battle Story), The History Press, 2011. 160 p.

Het boek bevat een lijst van illustraties, een tijdlijn, slagorden, literatuur en een index. Het bevat vrijwel uitsluitend informatie over de 1st British Airborne Division en de 1st Polish Independent Parachute Brigade. De Britse auteur steunt te veel op de boeken van Robert Kershaw (1990), Lloyd Clark (2005) en Tim Lynch (2011) met alle nadelige gevolgen van dien. Hij is een duidelijke vertegenwoordiger van de beperkte Britse visie op operatie Market Garden. De auteur gebruikt de van dag tot dagbenadering. Hij laat die voorafgaan door een schets van de historische achtergrond en volgen door informatie over de periode na de ‘slag’. Informatie ontbreekt over welke gevechten te beoordelen zijn als slag en gingen om het bezit van Arnhem. De auteur geeft wel informatie over de betrokken ‘legers’ (beter: troepen), bewapening en voertuigen. 

Het boek bevat veel onjuistheden, waaronder het gebruik van Holland voor Nederland en de mythen ‘slag om Arnhem’, ‘slag’ en ’slagveld’. ‘Slag om Arnhem’ is geen synoniem voor, maar een onderdeel van bruggenhoofdoperatie Market Garden. Deze operatie duurde geen negen dagen van 17 tot 26 september 1944, maar was 21 september al mislukt. De landingsterreinen van de Amerikaanse luchtlandingsdivisies zijn op de kaart op pagina 23 onjuist weergegeven. Het landingsterrein van de 82nd Airborne Division bevond zich niet ten oosten van Arnhem maar ten zuidoosten van Nijmegen. Het landingsterrein van de 101st Airborne Division was niet ten zuiden van Den Bosch maar bij St. Oedenrode en Son. 

De auteur weet niet wat het doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden is. Hij vermeldt Arnhem  en dan om de Siefriedlinie heen naar het Ruhrgebied en vervolgens naar Berlijn. Montgomery hoopte in december 1944 te oorlog te kunnen beëindigen. Bevrijding van Nederland was ook geen doel van operatie Market Garden. Market Garden was immers geen bevrijdingsoperatie. De auteur verwart de door Montgomery te volgen opmarsrichting met een operatiedoel.  Het doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was vorming van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen Arnhem en Nunspeet aan het IJsselmeer. Tactische doelen waren het afsluiten van de Duitsers en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. 

De auteur weet ook niet wat het hoofddoel van de 1st British Airborne Division is. Hij beweert dat de Rijnbrug het hoofddoel was en dat die brug ‘een brug te ver’ was. Daarom laat hij ook alle troepen op weg gaan naar de brug. Het werkelijke doel van de Britse divisie was vorming van een bruggenhoofd aan weerszijden van de Neder-Rijn tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort met inbegrip van ten minste één oeververbinding. De verschillende bataljons rukten op over verschillende evenwijdige routes om het bruggenhoofd van zuid naar noord op te bouwen. De auteur is onduidelijk over het 1ste bataljon. Dat mocht pas aan de opmars beginnen als de verkenners waren vertrokken. Luchtlandingsoperatie Market was 19 september ten noorden van de Neder-Rijn al mislukt. Bruggenhoofdoperatie Market Garden was voor Montgomery een brug te ver. Vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe was voor het Britse 2de leger een brug te ver. Vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort was voor de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie een brug te ver.

Onjuist is de bewering van de auteur dat het operatieplan van deze divisie in een neergestort zweefvliegtuig was gevonden. Op 17 september hadden Duitsers wel bij Dongen in een neergestorte zweefvliegtuig de dagorder aan de 101st Airborne Division gevonden. Onjuist is ook dat de Britten de brug bij Arnhem hadden verloren. Ze konden slechts defensieve posities innemen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug en de noordelijke oprit onder vuur nemen. Onjuist is voorts dat generaal Gavin de verovering van de Waalbrug moest overlaten aan de Britse grondtroepen. Onjuist is bovendien dat Duitsers vanuit Nijmegen via het veer bij Pannerden versterkingen naar Arnhem stuurden. De Duitsers stuurden juist versterkingen van Arnhem via dat veer naar Nijmegen om die stad te verdedigen. 

Andere onjuistheden zijn dat de Polen bij Driel een bruggenhoofd moesten vestigen voor het Britse 30ste legerkorps. Zij moesten juist de Neder-Rijn oversteken om de verdediging van de teruggedreven Britten bij Hartenstein te versterken. Het veer bij Driel was niet onklaar gemaakt na de verovering door Duitsers van de Westerbouwing. De veerman had dat al 20 september 's avonds gedaan. Operatie ‘Berlijn’ of de evacuatie van de Britten bij Hartenstein was niet 24 september, maar een dag later. Die evacuatie gebeurde niet alleen door Canadese, maar ook door Britse genietroepen. Het door de auteur geprezen plan van generaal Sosabowski om westelijker Britse troepen over de Neder-Rijn te zetten was onuitvoerbaar. Er waren immers geen troepen beschikbaar. Ten slotte heeft de auteur ten onrechte kritiek op de traagheid van de Britse grondtroepen.

Niet aanbevolen.

Wojciech Markert, Brigadier General Stanislaw Franciszek Sosabowski 1892-1967, Warsaw 2012. 192 p.

Uitstekende biografie van generaal-majoor Stanislaw Sosabowski, bevelhebber van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade. Deze Poolse patriot kwam op voor de Poolse nationale belangen en werd slachtoffer van een politiek machtsspel (10-11).

De bibliografie van werken over de generaal bevat voornamelijk gemythologiseerde verhalen. Zijn kinder- en jeugdjaren waren moeilijk na het al op 41-jarige leeftijd overlijden van zijn vader in 1904. De jonge Stanislaw nam de verantwoordelijkheid voor het financieel ondersteunen van zijn moeder, zusje en broertje. Hij streed tijdens de Eerste Wereldoorlog en maakte een carrière in het leger van de Tweede Poolse Republiek. In 1939 verdedigde hij Warschau tegen Duitse troepen. Hij ontsnapte aan krijgsgevangenschap en trok via Hongarije en Roemenië naar Frankrijk. In 1940 stak hij over naar het Verenigd Koninkrijk. In Leven in Schotland raakte hij betrokken bij de door de Poolse regering in ballingschap opgezette opleiding van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade. Sinds 1943 probeerde de Britse generaal Browning controle over de brigade te krijgen (61). Sosabowski verloor uiteindelijk zijn strijd voor een onafhankelijke brigade onder Pools opperbevel (64). De brigade werd verbonden aan de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie onder generaal Urquhart en daarna aan het geallieerde Luchtlandingsleger.

Sosabowski leverde kritiek op ;uchtlandingsoperatie Comet (65) en raakte betrokken bij bruggenhoofdoperatie Market Garden. Zijn brigade landde 21 september 1944 ten zuidoosten van Driel met de opdracht de Britten bij Hartenstein te versterken. Deze Polen waren dus niet betrokken bij de strijd bij Arnhem. Ze arriveerden enkele uren nadat operatie Market Garden 21 september volledig mislukt was. Het verhaal over de conferentie van Valburg op 24 september is voornamelijk gebaseerd op het verslag van luitenant Dyrda (70-71). Die begreep niet waarom de Britten het voorstel van Sosabowski negeerden om verder stroomafwaarts een divisie over de rivier te zetten.  Het zou de operatie met succes beëindigd kunnen hebben. Sosabowski en Dyrda waren goed op de hoogte van de situatie in de sector Driel-Oosterbeek. Zij wisten echter vrijwel niets van de situatie in het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd. De Britse generaals waren goed op de hoogte van de militaire situatie in dat bruggenhoofd, maar wisten  vrijwel niets van de sector Driel-Oosterbeek. Zij kozen dan ook voor de verkeerde oversteekplaats voor slechts één bataljon. Zij wisten echter dat er geen andere troepen beschikbaar waren voor een oversteek van de rivier. Overigens was de arrogante Horrocks niet bevoegd een andere commandant van de Poolse parachutistenbrigade te benoemen. Sosabowski beschouwen als zondebok voor het mislukken van operatie Market Garden of de strijd bij Arnhem was onjuist. De Polen arriveerden immers pas na het volledig mislukken van operatie Market Garden (72-73). Bovendien was er geen sprake van een persoonlijk of militair conflict, maar van een politiek conflict. Stalin en Churchill probeerden de Poolse regering in ballingschap buiten spel te zetten. Begin oktober 1944 moest die regering onder zware Britse politieke druk opperbevelhebber Sosnkovski ontslaan en bijna drie maanden later Sosabowski als bevelhebber van de parachutistenbrigade. Sosabowski streed immers voor de onafhankelijkheid van de brigade onder Pools opperbevel. Markert geeft helder aan dat de Poolse chefstaf Kopanski en de Poolse president Raczkiewicz voor de zware Britse politieke druk volledig waren bezweken en een negatieve rol speelden (75-78). Naijver speelde bij zijn opvolgers Jachnik en Szerbo-Rawicz als commandant van de brigade.

In de naoorlogse periode trad Sosabowski in juli 1948 toe tot de burgermaatschappij. Hij werkte als pensionhouder, in een meubelstoffeerderij en van 1949 tot 1966 als magazijnbediende in een elektronicawarenhuis (82). Als politiek vluchteling was hij ondanks zijn gezondheidsproblemen en werk actief in zorg voor veteranen en als auteur. Hij schreef onder meer ‘Ik vocht voor de vrijheid’ (1960). Sosabowski  overleed 25 september 1967 op 75-jarige leeftijd aan een hartkwaal. In Nederland kregen hij en zijn brigade in 2006 eerherstel. De Britten weigeren nog steeds hem en zijn soldaten te rehabiliteren (95-96). Zij beschouwen brieven van particuliere generaals niet als een overheidszaak. Van politieke druk willen ze niets weten. Historisch besef ontbreekt blijkbaar. 

Het boek bevat slechts enkele onjuistheden: het gebruik van Engels en Engeland voor Brits en Groot-Britannië of Verenigd Koninkrijk  en de duur van operatie Market Garden van 17 tot 26 september 1944 (17 tot 21 september). Sosabowski en de Poolse Parachutisten Brigade konden dus niet betrokken zijn bij de strijd bij Arnhem. Zij streden uitsluitend in de sector Driel-Oosterbeek en kwamen helemaal niet in Arnhem. 

Het boek bevat enkele aanhangsels, een lijst van zeventien documenten, een bibliografie en een lijst van illustraties. Aanbevolen.

Bob Carruthers, Arnhem 1944. A bridge too far?, Barnsley (UK), 2013. 160 p.

De auteur volgt grotendeels de bekende Britse visie op operatie Market Garden. Arnhem of de Rijnbrug zijn daarin het doel van deze operatie.

In werkelijkheid was het strategische doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden het vestigen van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer net diepe uitlopers over de IJssel. 

Andere onjuistheden zijn : de operatie werd niet uitgevoerd in Holland maar in Nederland; de 9de SS-Panzer Division moest niet naar Eindhoven maar naar de Veluwe; de pontonbrug bij Arnhem was niet vernield; het 1ste parachutistenbataljon volgde niet de spoorlijn Utrecht-Arnhem en de Britten konden geen bruggenhoofd vormen bij Hartenstein, maar een verdedigingssector (Perimeter).

Het boek biedt geen nieuwe informatie. Wie enkele boeken over bruggenhoofdoperatie Market Garden heeft gelezen, hoeft dit boek niet aan te schaffen. Niet beantwoord wordt de vraag of Arnhem een ‘brug te ver’ was. Arnhem was geen doel en kon dus geen brug te ver zijn. Het boek is geïllustreerd met kaarten en foto's.

Vervolg: Britse visie MG-4