Bert Kerkhoffs, Driemaal Arnhem, 1982 (2de druk). 224 p.

'Driemaal Arnhem' slaat op de strijd van 10 tot 15 mei 1940, 17 tot 21 september 1944 en 12 tot 14 april 1945. Van operatie Market Garden en de strijd bij en in Arnhem en Oosterbeek heeft de auteur niet veel begrepen. Hij heeft wel de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. Hij steunt  te veel op ‘Een brug te ver’ van Cornelius Ryan (1974) en de film A Bridge Too Far (1977). Het boek bevat geen nieuwe inzichten maar een gemythologiseerd verhaal. Het is dan ook beslist geen aanrader. De journalist van De Nieuwe Krant weet wel veel over Arnhem, gebouwen, verwoesting, evacuatie en plundering van de stad. Het boek bevat wel veel fotomateriaal en is daardoor een interessant fotoboek.

Documentaire: David Manson, Operatie Market Garden (2001) https://youtu.be/G2obwt4n1G0

Deze documentaire bevat de traditionele, gemythologiseerde en reeds lang achterhaalde beperkte Britse visie op operatie Market Garden. Deze operatie vond niet plaats in Holland, het westelijke deel van Nederland, maar juist in het oostelijke deel: in Noord-Brabant en Gelderland. De operatie duurde niet van 17 tot 25 september. Luchtlandingsoperatie Market mislukte 19 september in en bij Arnhem; grondoperatie Garden 21 september ten zuiden van Elst. De verdediging van gebied rond Hartenstein van 19 tot 25 september vormde de nasleep van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Vrijdag 22 september stemde generaal Eisenhower in Versailles al in met de Brits-Amerikaanse vervolgoperatie Gatwick. Die was gericht op de vorming van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen. 

Mythen zijn de vermelde doelen van operatie Market Garden. Deze zijn verward met de door Montgomery gewenste aanvalsrichting: de Neder-Rijn oversteken; om de Siegriedlinie heen afbuigen naar het oosten; het Ruhrgebied aanvallen en oprukken door de Noordduitse laagvlakte naar Berlijn. Het einddoel was de oorlog te beëindigen in december 1944. Ook de bevrijding van Nederland was geen doel van operatie Market Garden. Het strategische doel van operatie Market Garden was vestiging van een bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet met diepe uitlopers over de IJssel. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en V2-raketlanceerbases in het westen van Nederland. 

Het einddoel van de Britse luchtlandingsdivisie was niet de verovering van Arnhem of de Rijnbrug bij Arnhem. De opmarsroute liep dan ook niet naar de Neder-Rijn, Arnhem of de Rijnbrug. De beschermde opmarsroute, de Clubroute of Corridor liep maar tot de Waal. Het Britse doel was de vorming van een bruggenhoofd aan weerszijden van de Neder-Rijn tusen de Westerbouwing en Westervoort. Dit bruggenhoofd moest beschikken over ten minste één oeververbinding. Een mythe is ook dat drie Britse parachutistenbataljons over drie evenwijdige routes moesten oprukken naar de Rijnbrug. Alleen het 2de bataljon moest naar de brug. De andere bataljons hadden taken bij de vorming van het beoogde bruggenhoofd. Een mythe is bovendien de vondst op 17 september door Duitsers van het complete operatieplan in een neergestort zweefvliegtuig bij Vught. Duitsers vonden in een bij Dongen neergestort zweefvliegtuig de dagorder voor de 101ste luchtlandingsdivisie. De troepen van Frost bezetten niet het noordelijke einde van de brug, maar gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug. Juist is dat de andere luchtlandingstroepen geen slag leverden, maar vooral straatgevechten. Niet de Rijnbrug was een brug te ver. Operatie Market Garden was voor Montgomery een brug te ver. De vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe was een brug te ver voor het Britse Tweede Leger. De vorming van een bruggenhoofd aan weerszijden van de Neder-Rijn was een brug te ver voor de Britse luchtlandingsdivisie.

Bert Kerkhoffs, Arnhem 1944. Slag van de TEGENslag, Wezep (1994), 134 p.

Kerkhoffs was een Arnhemse journalist van De Gelderlander. Zijn goed geschreven verhaal is voornamelijk  gebaseerd op literatuur en eigen ervaringen. De centrale vraag is waarom de geallieerden in september 1944 niet zijn doorgestoten. Veel zaken gingen fout bij de geallieerden. Als oorzaken daarvoor noemt de auteur onder meer onenigheid bij leiders, onder wie Hackett en Hicks; de ijdelheid van Montgomery; spanningen tussen geallieerden, landingen te ver ‘van de brug’ en uitgevoerd in drie dagen; troepen trokken te gezapig op naar Arnhem; geallieerden maakten geen gebruik van telefoonverbindingen en weigerden samenwerking met het Nederlands verzet; en de snelle Duitse reactie. 

Van operatie Market Garden en de strijd bij en in Arnhem en Oosterbeek heeft de auteur niet veel begrepen. Hij heeft wel de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. Hij steunt  te veel op ‘Een brug te ver’ van Cornelius Ryan (1974), de film A Bridge Too Far (1977) en uitlatingen van prins Bernhard. Het boek bevat geen nieuwe inzichten en is dan ook geen aanrader. 

Enkele van de vele onjuistheden is het gebruik van Engelsen en Engeland in plaats van Britten en het Verenigd Koninkrijk; en spreken over het geallieerde bevrijdingsleger; (veld)slag om Arnhem; slag om Arnhem van 17 tot 26 september 1944; de Rijnbrug als einddoel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie en van operatie Market Garden; de Rijnbrug en Arnhem als een brug te ver; verovering en bezet houden van de brug - in plaats van de noordelijke brugoprit - door Britten onder Frost; evacuatie door de strijd in Arnhem; de landingen van Hacket en Mc. Anelly op de Renkumse in plaats van de Ginkelse Heide; de vondst van het operatieplan van Market Garden in een neergestort vliegtuig bij Vught; het vertrek van de Britten uit het gebied rond Hartenstein op 28 september; de Eilandweg voor de Griftdijk ten zuiden van Elst; het op 21 september in Duitse handen vallen van het Drielse veer; het vastlopen van de Irish Guards ten zuiden van Elst niet beschouwen als het einde van operatie Market Garden; Montgomery wist niet dat Eisenhower 1 september 1944 het bevel over de grondstrijdkrachten zou overnemen; de door Montgomery gewenste aanvalsrichting aanzien voor de doelen van operatie Market Garden; de haven van Antwerpen was 10 september 1944 beschikbaar maar nog niet mijnenvrij; generaal Urquhart was 17 september 1944 op Hartenstein; generaal Lathbury hield zich evenals Urquhart 36 uur schuil  in het huis aan de Zwarteweg 14; Hartenstein was een bruggenhoofd; bij de evacuatie van de Britten in de nacht naar 26 september waren geen boten beschikbaar; veldmaarschalk Model verbleef in hotel Hartenstein. 

Het boek bevat geraadpleegde literatuur en veel zwart-wit fotomateriaal over Arnhem in de jaren dertig en veertig.

Th. Peelen en A. L. J. van Vliet, Zwevend naar de dood. Arnhem 1944, Velp 1976. 360 p.

Peelen (1924) woonde in september 1944 in Oosterbeek en werd na de oorlog beroepsonderofficier. Zijn manuscript was in 1969 klaar. Het kon in 1976 worden uitgegeven met steun van majoor Van Vliet (1935) van de sectie krijgsgeschiedenis van de Koninklijke Landmacht. Beide militairen zijn geen historici. De titel dekt de inhoud niet. De inhoud is onsamenhangend en geeft geen duidelijk beeld van de situatie in de sector Oosterbeek-Arnhem tijdens de strijd in september 1944. Opgenomen zijn onder meer ooggetuigenverslagen van inwoners van Oosterbeek; hoofdstukken over Britse militairen,  Nederlanders in Britse dienst en Nederlandse commando’s; de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade onder generaal-majoor Sosabowski; het SS-Wach Bataillon III Nordwest uit Amersfoort, ontsnappingsoperaties Pegasus I en II en evacuatie.  De geboden informatie is pover. 

Van Vliet benadrukt in de inleiding het politiek-strategische belang van de strijd ten noorden van de Neder-Rijn in september 1944. Hij werkt deze bewering niet uit. Van die strijd en de mislukking binnen twee dagen heeft hij weinig begrepen. Arnhem verdient geen plaats in het rijtje Waterloo, Duinkerken, Stalingrad en Normandië. Ook van operatie Market Garden heeft hij weinig begrepen. Juist is dat de grondtroepen moesten oprukken naar Nunspeet aan het IJsselmeer. De Veluwe zou dienen als basis voor een operatie over de IJssel. De Britten zouden daarna oprukken door de Noordduitse laagvlakte, het Ruhrgebied omsingelen en de oorlog in 1944 beëindigen (16, 18, 319).  Dat waren echter gedachten van Montgomery. Doel van operatie Market Garden was de vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe met diepe uitlopers over de IJssel. De auteurs noemen als doel van de Britse luchtlandingstroepen slechts de Rijnbrug (19, 47). Hun einddoel was vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. Onduidelijk is Van Vliet over het mislukken van operatie Market Garden (17-20). Hij probeert uitvoerig aan te tonen dat niet alleen operatie Arnhem, maar ook operatie Market Garden is mislukt. Het had hem duidelijk moeten zijn dat operatie Market bij Arnhem 19 september was mislukt en operatie Garden twee dagen later ten zuiden van Elst. De auteurs vertalen Battle of Arnhem als Slag om Arnhem in plaats van strijd bij Arnhem (10-11). 

Het boek bevat nog meer mythen dan ‘slag om Arnhem’: operatie Market Garden was een van de belangrijkste militaire operaties in de Tweede Wereldoorlog (22); operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn duurde van 17 tot 26 september 1944; de Rijnbrug of Arnhem als ‘een brug te ver’ (17);  Duitsers vonden de ‘complete operatiebevelen’ voor Market Garden in een neergestort zweefvliegtuig bij Vught (20, 215); bruggenhoofd Hartenstein (48, 225); 24 september gaven generaals in Nijmegen Market Garden op en stuurden niet meer troepen naar het noorden (225, er waren geen troepen beschikbaar); Poolse parachutisten dekten in de nacht naar 26 september de Britse evacuatie over de Neder-Rijn (226, wezen Britten de weg). 

Andere onjuistheden zijn het gebruik van Engeland en Engelsen voor het Verenigd Koninkrijk en Britten en Holland voor Nederland; de verplaatsing van het bataljon-Krafft op 16 september naar Oosterbeek (236, week eerder); Skalda voor Skalka (121-122); de verdediging van de Westerbouwing bestond uit éên peloton (214, drie pelotons); de Polen bestempelen als de sttiefkinderen van Market Garden (210, arriveerden pas na mislukking van operatie Market Garden); het 1ste bataljon van de Poolse parachutistenbrigade landde bij Grave ‘door verkeerde instructies’ (214; vanwege de gevaarlijke situatie bij Driel); het SS-bataljon Knaust (215, van de Wehrmacht); het 4de bataljon Dorset had posities ingenomen ten westen van Driel (225, in Homoet); Sosabowski had 21 september een bataljon in Groot-Brittannië achtergelaten (228, was door omstandigheden teruggekeerd); in hotel ‘De Leeren Doedel’ was 18 en 19 september 1944 het stafkwartier van generaal Hackett gevestigd (337, onmogelijk); de 21 op de algemene begraafplaats in Heteren begraven geallieerde militairen zijn gesneuveld tijdens de slag om Arnhem (340, de meesten na mislukking van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn). 

Het boek bevat geen biliografie, wel foto’s, bijlagen en een register. Gebruik is gemaakt van boeken van o. a. Bauer, Tieke, Sosabowski en Warrack.

Leo Heaps, ‘De Gans is gevlogen’, Bussum 1976. 226 p.

Heaps schreef eerder: Escape from Arnhem, Totonto 1945;  The Evaders. The story of the most amazing mass escape of World War II, New York 1976. 252 p.; en The Grey Goose of Arnhem, London 1976. De Nederlandse vertaling is van de hand van Innes de Vries-Williams en Joanna de Vries. Helaas hebben de vertaalsters Battle of Arnhem vertaald naar ‘slag om Arnhem’ en Battle at the Bridge naar slag of ‘gevecht om de brug’ (33). De juiste vertaling is strijd bij Arnhem en strijd of gevecht bij de brug. Bij de brug verdedigden lichtgewapende Britten in gebouwen naast de brugoprit zich tegen zwaar bewapende Duitse aanvallers met pantservoertuigen en tanks. 

De Canadese luitenant Leo Heaps  (1923-1995) vertelt goed leesbaar het interessante relaas over vluchtpogingen van bijna driehonderd Britten ten noorden van de Neder-Rijn. Die hadden zich na de strijd bij Arnhem en in Oosterbeek in september 1944 in bezet gebied verscholen in velden en bossen op de Veluwe. Ze kregen met hulp van geheime agenten en de Nederlandse illegaliteit in Ede en omgeving onderdak bij burgers. Heaps beschrijft zijn eigen ontsnapping naar Wamel en ook de massale ontsnapping van luchtlandingstroepen naar de Over-Betuwe. Hij beschrijft ook andere ontsnappingen naar gebied ten zuiden van de grote rivieren, bijvoorbeeld bij Lage Zwaluwe. Operatie Pegasus I in oktober 1944 was een succes, operatie Pegasus II een maand later een mislukking. 

Andere mythen zijn: doelen van operatie Market Garden waren bevrijding van Nederland, gevolgd door verovering van het Ruhrgebied en Berlijn en beëindiging van de oorlog in 1944 (18-19); de duur van de strijd bij Arnhem van 17 tot 26 september 1944; het trekken van geallieerden over de Rijnbrug op 13 of 14 april 1945; de landing op 17 september (18 september) van parachutisten op de Ginkelse Heide met als doel de Rijnbrug en vervolgens het Ruhrgebied; Duitse verovering van de Rijnbrug op 19 september (21 september); aankomst van Britse verkenners op 20 september in Driel (22 september); de noordelijke frontlinie van het Over-Betuwse bruggenhoofd liep in oktober en november 1944 niet tot Arnhem maar tot de spoorbrug bij Elden (135). 

Onjuist zijn de beschreven ontmoeting met generaal Urquhart in de Zwarteweg (41-42); de voorbereiding van operatie Market Garden op 16 september 1944; een tocht van Heaps over de Wolfhezerweg naar hotel Wolfheze op de volgende dag (30) en de Canadese 23rd Field Company, CRE beschikte 25 september over veertien boten (tweeëntwintig).

Maurice Tugwell, Arnheim Der letzte deutsche Sieg im Zweiten Weltkrieg, Herford 1976, 112 p.

Generaal Sir John Hackett (1910-1997) schrijft in zijn voorwoord dat het accent in het boek ligt op luchtlandingstroepen. Onjuistheden zijn: het doel van operatie Market Garden was nog in 1944 te oorlog te beëindigen; de grondtroepen moesten oprukken naar Arnhem; gebruik van de mythe ‘slag om Arnhem’ en Holland voor Nederland; de Rijnbrug ten zuiden van Arnhem was het hoofddoel van de luchtlandingstroepen ten noorden van de Neder-Rijn en een brigade moest die brug innemen. De generaal erkent wel dat de operatie 19 september was mislukt. 

Kolonel Tugwell (overl. 2010) was historicus en niet als zoveel auteurs ‘geschiedenisjournalist’. Hij beperkte zich in het bondige, goed leesbare boekje tot operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Doelen van operatie Market Garden waren de vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe (terecht) gevolgd door een opmars om de Westwall heen naar het Ruhrgebied en Berlijn om de oorlog in 1944 te beëindigen (opvattingen van Montgomery). Het einddoel van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was inderdaad de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort. Van groot belang daarvoor was de verovering van de verkeersbrug ten zuiden van Arnhem. Tugwell wees daarbij op het probleem van lichtbewapende luchtlandingstroepen tegenover pantsertroepen. Na mislukking van de operatie vormden de luchtlandingstroepen 19 september 1944 een egelstelling rond Hartenstein. 

Mythen zijn aanduiding van die egelstelling als bruggenhoofd; ‘slag om Arnhem’ van 17 tot 26 september 1944; de vondst van de orders voor operatie Market in een neergestort zweefvliegtuig bij Vught; operatie Market Garden was strategisch gezien een totale mislukking en in tactisch opzicht voor 90% een succes (97-98). Onjuist is het gebruik van Holland en Engeland voor Nederland en het Verenigd Koninkrijk. 

Het boekje bevat enkele aanhangsels, geraadpleegde literatuur en een plattegrond van de omgeving van de Rijnbrug.

Janusz Piekalkiewicz, Arnhem 1944. Een fotoreportage, Amsterdam-Antwerpen 1977 (vert. H. J. Lek). 112 p.

De Poolse auteur (1925-1988) volgt operatie Market Garden, althans de strijd in de sector Oosterbeek-Arnhem, gedetailleerd van dag tot dag. De beknopte beschrijving is aangevuld met overwegend bekende foto’s, kaarten, documenten, facsimile’s en dagelijkse berichten van de strijdende partijen. De Britse ‘dappere nederlaag’ wijt de auteur vooral aan ‘de mateloze eerzucht van militaire leiders’. Die sloegen waarschuwingen van inlichtingendiensten en Nederlandse verzetsgroepen in de wind.  

Opmerkelijk is het onjuiste gebruik van Holland voor Nederland en van Engelsen voor Britten en Engeland voor Groot-Brittannië of Verenigd Koninkrijk. Opmerkelijk is ook het terecht aanwijzen van de Duitse divisiearts Skalka als initiatiefnemer voor een wapenstilstand om gewonden te vervoeren van Hartenstein naar het ziekenhuis. 

De auteur blijft helaas grotendeels steken in de Britse visie op operatie Market Garden. Hij draagt daardoor bij aan mythevorming en verspreiding van het bekende gemythologiseerde verhaal van deze operatie. Hoofddoel van de operatie was niet de Rijnbrug bij Arnhem, maar vestiging van een sterk bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn op de Veluwe. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn mislukte 19 september en grondoperatie Garden 21 september ten zuiden van Elst. Montgomery presenteerde 22 september vervolgoperatie Gatwick gericht op een Rijnoversteek en vorming van bruggenhoofden bij Wesel en Keulen. 

Piekalkiewicz gebruikt de volgende mythen: ‘slag om Arnhem’; operatie Market Garden als synoniem voor ‘slag om Arnhem’; de duur van operatie Market Garden of ‘slag om Arnhem’ van 17  tot 26 september 1944; de opmars van drie Britse bataljons naar de Rijnbrug op 17 september; begin van de ‘slag om Arnhem’ met de opmars van de grondtroepen; de geallieerde opmarsroute als ‘weg naar Arnhem’ of de Neder-Rijn; en Hell’s Highway liep tot het IJsselmeer. Hell’s Highway was echter de bijnaam voor de geallieerde opmarsroute tussen Son en Uden. De door luchtlandingstroepen gezuiverde opmarsroute liep slechts tot de Waal. Alleen het 2de parachutistenbataljon onder Frost moest naar de Rijnbrug bij Arnhem. De andere twee hadden andere taken. Die moesten zorgen voor flankdekking en hun bijdrage aan de opbouw van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort. Dat bruggenhoofd was het hoofd- of einddoel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie.

Gebruikte mythen zijn ook de vondst door Duitsers van de ‘volledige operationele order’ in een bij Vught neergestort zweefvliegtuig; Jan van Hoof als redder van de Waalbrug; en vorming een Brits ‘bruggenhoofd’ bij Hartenstein. 

Andere onjuistheden zijn luchtlandingen op de Ginkelse heide op 17 september; terugtrekking op Hartenstein op 18 september; mislukking van de strijd op 19 september aanduiden als een keerpunt; en de bewering dat het Drielse veer 20 september was afgedreven naar de spoorbrug (tegen de stroom in –JB). 

Merkwaardig is de grote waardering voor dit werk bij sommige Arnhemmers.

A. Korthals Altes, K. Margry, G. Thuring en R. Voskuil, September 1944. Operation Market Garden,

September 1944. Operation Market Garden, Houten 1994 (4de druk; oorspr. 1984), 116 p. bevat een Nederlandse en een Engelse tekst over het verloop van operatie Market Garden. Deze tekst biedt een beknopt overzicht van gebeurtenissen van dag tot dag met veel foto’s. Doel is het bieden van een relaas van veertien dagen triomf en tragedie. De ene keer is een tekst bijschrift bij een foto,  een andere keer  is een foto illustratie bij een tekst. De auteurs geven soms (te) gedetailleerde informatie. Hoofdonderwerpen zijn de luchtlandingen ten noorden van Eindhoven, ten zuiden van Nijmegen en ten westen van Wolfheze; de opmars van het Britse Tweede Leger en evacuatie. Onjuist is die evacuaties te beschouwen als een gevolg van operatie Market Garden. Reden in Arnhem en omgeving was Duitse vrees voor een nieuw geallieerd offensief (operatie Gatwick). Redenen in de Over-Betuwe waren de wederzijdse artilleriebeschietingen in dit frontgebied en vrees bij geallieerden voor overstroming na een geforceerde dijkdoorbraak. 

De auteurs vragen zich af wat het doel van operatie Market Garden was. Was dat alleen maar oprukken naar het IJsselmeer met het doel de Duitse troepen en lanceerbases van raketten in het westen van Nederland af te sluiten? Zij zien abusievelijk Arnhem als het einddoel. Het werkelijke strategische doel van operatie Market Garden was echter de vestiging van een bruggenhoofd op de Veluwe met diepe uitlopers over de IJssel. Operatie Market Garden was geen bevrijdingsoperatie die Zuid-Nederland de bevrijding bracht. ‘Bevrijding’ van bijvoorbeeld van Noord-Brabant en Limburg was een noodzakelijke uitbreiding van de geallieerde Corridor voor een eventueel Rijnlandoffensief. De Canadezen moesten in april en mei niet de rest van Nederland bevrijden. Zij moesten flankdekking bieden aan het Britse Tweede leger en een verbindings- en bevoorradingsroute veiligstellen van Eindhoven over Arnhem naar het noorden en noordoosten. De dagorder voor de 101st US Airborne Division was niet gevonden in een neergestort zweefvliegtuig bij Vught, maar bij Dongen. 

Thuring schreef het gedeelte over Nijmegen. Hij gebruikt daarbij een drietal mythen en enkele onjuistheden. De Irish Guards gingen 21 september niet op weg naar Arnhem, maar naar het noorden om alsnog het beoogde bruggenhoofd te vestigen. Wanneer dat niet mogelijk was, moesten ze het doel proberen te bereiken ten noorden van de Neder-Rijn in de omgeving van Driel. De vliegstrip Keent bij Grave was 26 september en daarna niet gebruikt voor de al 21 september volledig mislukte operatie Market Garden. Deze vliegstrip was uitsluitend in gebruik voor operatie Gatwick. Doel van die operatie was vorming van bruggenhoofden bij Wesel en Keulen. Niet de Betuwe was een manneneiland, maar slechts het gebied tussen Oosterhout, Ressen en Lent. Onjuist is het Over-Betuwse bruggenhoofd Nijmegen Saillant te noemen. Er was wel een uitstulping in de noordelijke frontlijn, maar deze lag ten noorden van de Waal in de Over-Betuwe en begrensde het Over-Betuwse bruggenhoofd. De door Thuring gebruikte naam Overbetuwe voor de Over-Betuwe is onjuist. Overbetuwe is een sinds 2001 bestaande gemeentenaam. 

Het door Voskuil geschreven gedeelte over Arnhem is inhoudelijk het zwakste deel in het boek. Hij spreekt zeer hinderlijk over Engelsen waar Britten zijn bedoeld en zelfs over ‘Engelse bevrijders’. Hij gebruikt de mythen: ‘slag om Arnhem’, duur van deze ‘slag’ van 17 tot 26 september 1944 terwijl de operatie 19 september al was mislukt; en opmars van de drie parachutistenbataljons op 17 september langs drie verschillende wegen naar  Arnhem.  Het 10de en 156ste bataljon van de 4de Parachutisten Brigade moesten niet naar Arnhem, maar naar gebieden ten noorden van de stad. Arnhem vermelden als doel van de bataljons wekt verwarring. De 1ste Britse Luchtlandingsdivisie wilde van zuid naar noord het vereiste bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort vormen. Dat bruggenhoofd was het einddoel van deze divisie. Het 2de parachutistenbataljon moest (een van de) drie bruggen veroveren. Het 3de parachutistenbataljon moest de linkerflank dekken van het 2de bataljon. Het 1ste bataljon moest de linkerflank dekken van het 3de bataljon. Gezamenlijk moesten deze bataljons en de 4de Parachutistenbrigade zorgen voor de opbouw van het bruggenhoofd. 

Onjuistheden in de tekst van Voskuil zijn de verovering door Duitsers van het Drielse veer; een Corridor naar Driel; Britse verovering van Elst op 23 september; een Pools bruggenhoofd bij Driel en een oversteek van Polen op 24 september. De veerman had 20 september ’s avonds de gierkabel van de pont gekapt opdat Duitsers de pont niet zouden kunnen gebruiken. De Corridor of opmarsroute van de grondtroepen liep over Eindhoven naar Nunspeet en zou door luchtlandingstroepen beschermd zijn tot de Waal en door Arnhem. De Corridor liep dus maar tot de Waal. Elst viel na drie dagen strijd 25 september in Britse handen. Polen konden ten zuiden van de Neder-Rijn geen bruggenhoofd vormen. Een bruggenhoofd is aan de vijandelijke zijde van een hindernis, bijvoorbeeld een rivier, overmeesterd gebied vanwaar het offensief kan worden voortgezet. De Britten wisten wel het Over-Betuwse bruggenhoofd ten noorden van de Waal vooral naar het westen uit te breiden. Zondag 24 september stak uitsluitend een Brits bataljon de Neder-Rijn over. 

Onjuist is de conclusie van Korthals Altes dat ‘Arnhem’ metterdaad in Brabant (werd) beslist. Het grondleger zou te traag zijn opgerukt en Duitsers wisten de opmarsroute tussen St. Oedenrode en Uden van 22 op 23 en van 24 tot 26 september te blokkeren. Zoals vermeld was operatie Market 19 september ten noorden van de Neder-Rijn mislukt en operatie Garden twee dagen later ten zuiden van Elst. 

Het boek bevat informatie over het sinds 1978 in Oosterbeek gevestigde Airborne Museum ‘Hartenstein’  en het Bevrijdingsmuseum 1944 in Groesbeek. Ook een verantwoording van de afbeeldingen is opgenomen. Het boek geeft inzicht in de gebrekkige kennis bij deze musea over operatie Market Garden.

De Gelderlander, Eindpunt Arnhem. 1944 Operatie Market Garden 1984 , 8 september 1984. 43 p.

Dagblad De Gelderlander publiceerde 8 mei 1984 een bijlage gewijd  aan Operatie Market Garden. Journalisten vertellen het verhaal van deze operatie en laten ooggetuigen aan het woord. Medewerking verleenden het Airborne Museum in Oosterbeek, het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek en de gemeentelijke archieven van Arnhem en Nijmegen. Het verhaal bevat tal van mythen en andere onjuistheden. 

Het strategische operatiedoel was vestiging van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn. Dit bruggenhoofd met het front naar het oosten moest diepe uitlopers hebben over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen. Het zou moeten kunnen dienen als uitvalsbasis voor een opmars naar Duitsland. Het voornaamste doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was veiligstelling van de drie bruggen over de Neder-Rijn bij Arnhem. Het einddoel was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort als opstelplaats voor het Britse Tweede Leger. 

De auteurs hebben over het doel van operatie Market Garden hun fantasie de vrije loop gelaten. Operatie Market Garden was de beslissende slag om de Siegfriedlinie heen tegen nazi-Duitsland, de genadestoot, ‘de gemiste hoofdprijs’. Doelen waren een snelle opmars naar het hart van Duitsland en Berlijn, het IJsselmeer en bevrijding van Nederland en een snelle afloop van de oorlog. Toch was Arnhem het doel, het eindpunt van de operatie. De grondtroepen (Garden) moesten naar Arnhem, de kaart geeft Arnhem als doel aan (foto) en Arnhem was een brug te ver. De doelen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie waren drie bruggen over de Neder-Rijn bij Arnhem.  

Meer gebruikte mythen zijn Market Garden was een bevrijdingsoperatie; slag om Arnhem; duur van de slag van 17 tot 26 september 1944; de vondst in een neergestort zweefvliegtuig bij bij Vught van de volledige operatieplannen; een slag bij het Sint Elisabeths Gasthuis. 

Andere onjuistheden zijn dat het Drielse veer 21 september nog onder Duits vuur lag; het gebruik van Engelsen voor Britten en bestempeling van het divisiegebied bij Hartenstein als een bruggenhoofd.

De auteurs hebben van het doel en verloop van operatie Market Garden weinig begrepen.

Het divisiegebied was te klein, had geen oeververbinding en was niet geschikt voor het voortzetten van de opmars. Luchtlandingsoperatie Market was ten noorden van de Neder-Rijn al 19 september mislukt en grondoperatie Garden 21 september ten zuiden van Elst. Arnhem was geen brug te ver. Voor de Britse luchtlandingstroepen was het te vormen bruggenhoofd een brug te ver; voor de grondtroepen (Garden) het te vormen bruggenhoofd op de Veluwe en voor de geallieerden  operatie Market Garden.

Geoffrey Powell, De verloren slag. De bruggen naar Arnhem 1944, Arnhem 1989.

Oorspronkelijke titel: The Devil’s Birthday: the Bridges to Arnhem, 1944, Londen 1984. Vertaling: Adriaan Groeneweg. Generaal Sir John Hackett schrijft in zijn voorwoord dat in het Verenigd Koninkrijk met Slag om Arnhem gemakshalve de strijd bij Arnhem en Oosterbeek wordt aangeduid.  De doelen van operatie Market Garden heeft hij niet begrepen. Doelen waren immers niet bevrijding van Nederland en beëindiging van de oorlog in 1944. Eisenhower had terecht niet alle wensen van Montgomery gehonoreerd. Majoor Powell was commandant van de C-compagnie van het 156ste bataljon van Hacketts 4th Parachute brigade. Hij is de eerste Britse auteur die schrijft over operatie Market Garden met inbegrip van de strijd van de 101st en 82nd U.S. Airborne Divisions.  

Powells relaas is helder, bondig, ter zake kundig, niet gedetailleerd of diepgaand en beschouwend over het gebruik van luchtlandingsdivisies. De titel is veelzeggend. De auteur gebruikt de mythen dat slag om Arnhem een synoniem is van operatie Market Garden en duurde van 17 tot 26 september 1944. Operatie Market Garden was een totale mislukking evenals de strijd bij Arnhem en in Oosterbeek. De doelen van deze operatie verwart hij met ideeën van Montgomery over oprukken tot het IJsselmeer; de Duitse troepen in het westen van Nederland afsluiten; bruggenhoofden vestigen bij Zutphen en Deventer; oprukken om de Westwall heen naar het Ruhrgebied en Berlijn en de oorlog beëindigen in 1944. Ook het afsnijden van het Duitse 15de leger was geen doel van operatie Market Garden (229). 

Mythen zijn ook de verkeersbrug als het hoofddoel van de Britten ten noorden van de Neder-Rijn en een ‘brug te ver’. Die brug zag de auteur abusievelijk als de toegang naar Duitsland. Onder meer uit de ondertitel blijkt het gebruik van de mythe dat verovering van Arnhem ook een doel van operatie Market Garden was. Een mythe is ook de 1ste Parachutistenbrigade langs verschillende routes naar de Rijnbrug te laten trekken (61). Die taak had alleen het 2de bataljon. Andere mythen zijn de vondst van de plannen van Market in een bij Vught neergestort zweefvliegtuig (94, het verhaal moest nog bewezen worden); Montgomery kreeg onvoldoende steun en voorraden van Eisenhower (136); de verdedigingszone bij Hartenstein was een ‘nauw bruggenhoofd’. 

De auteur wist dat het einddoel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort was (kaart naast p. 60, 171). Hij wist ook dat het Drielse veer 20 september na het kappen van de kabel was weggedreven. Toch vermeldt hij dat Duitsers het Drielse veer 21 september in handen hadden. Hij bedoelt wellicht de locatie van het veer. Powell bevestigt dat lichtbewapende luchtlandingstroepen zonder ondersteuningswapens (artillerie, vliegtuigen en pantservoertuigen) ongeschikt zijn voor een aanval of zware gevechten (92, 121). Hoewel hij wel over een slag ten noorden van de Neder-Rijn schrijft, toont hij aan dat het leveren van een slag door de Britten onmogelijk was. Maandag 18 september waren er drie op zichzelf staande gevechten: naast de noordzijde van de verkeersbrug, bij het Sint Elisabeths Gasthuis en ten noorden van Oosterbeek. De volgende dag was de operatie mislukt. 

Andere onjuistheden zijn het door de vertaler gebruiken van Holland en Engeland voor Nederland en het Verenigd Koninkrijk; het 5de bataljon Duke of Cornwall’s Light Infantry de  route van verkenners van het Household Regiment laten volgen (186); Elst laten aanvallen uit het oosten (198); kritiekloos Essame volgen in zijn beoordeling van Sosabowski (199); twee Amerikaanse luchtlandingsdivisies plaatsen in het rivierengebied (218, 221); Warrack zien als initiatiefnemer tot een wapenstilstand voor gewondenvervoer (206). 

Het boek bevat een lijst van geraadpleegde bronnen en literatuur en een register.

De verloren slag of operatie Market Garden is een van de betere Britse werken over deze operatie.

George F. Cholewczinsky, De Polen van Driel. De 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade van generaal-majoor Stanislaw Sosabowski tijdens de slag om Arnhem-1944, Naarden 1990, 152 p.

Oorspr. titel: Poles Apart, 1989. Vert. Geert H. Maassen jr.

De auteur, een Pools-Amerikaanse bibliothecaris, geeft een helder beeld van de belevenissen van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade en haar bevelhebber Stanislaw Sosabowski. Aandacht is besteed aan de voor- en naoorlogse geschiedenis van Polen; de kinder- en jeugdjaren en vaderlandslievendheid van Sosabowski; zijn strijd aan het front in de Eerste Wereldoorlog; zijn militaire carrière;  in 1939 als kolonel van het 21ste Regiment Infanterie (Kinderen van Warschau) betrokken bij de verdediging van Warschau; ontsnapt uit krijgesgevangenschap; in opdracht van de Poolse ondergrondse naar Hongarije, Roemenie en Parijs; in 1940 uitgeweken naar het Verenigd Koninkrijk; in Leven in Schotland commandant van een Poolse parachutisteneenheid die in 1941 van de Poolse premier in ballingschap Sikorski de naam 1ste Poolse Parachutistenbrigade krijgt;  de pogingen van de Brit Browning deze brigade in te voegen bij de Britse luchtlandingstroepen; Sosabowski houdt vast aan de onafhankelijkheid van de brigade onder Pools bevel; in 1944 komt de brigade onder generaal-majoor Sosdabowski toch onder Brits bevel. 

De auteur steunt bij zijn beschrijving van de Polen in Driel sterk op publicaties van Marek Swiecicki en Sosabowski. De Polen liggen van 21 tot 26 september 1944 in Driel onder zware artillerie-, mortier- en Nebelwerferbeschietingen. In Driel arriveren 22 september Britse verkenners en het 5de bataljon Duke of Cornwall's Light Infantry. Twee nachten proberen Polen over te steken naar het Britse divisiegebied rond Hartenstein. De auteur beschrijft ook de moeilijke situatie van overgestoken Polen in de Britse perimeter en de verlate aankomst van het 1ste bataljon. Tijdens de conferentie van Valburg op 24 september pleit Sosabowski voor een andere oversteekplaats dan bij het Drielse veer. Hij adviseert de oversteek van een divisie ten westen van Heveadorp. De auteur kiest de zijde van Sosabowski. Voor een massale oversteek zijn echter geen troepen beschikbaar. Generaal Horrocks is woedend maar is niet bevoegd tot een commandowisseling bij de Poolse parachutistenbrigade. 

Terecht is ook aandacht besteed aan de naoorlogse periode in Polen. Stalin bezette Oost-Polen en zette in het naar het westen opgeschoven Polen een marionettenregering in het zadel. De Poolse regering in ballingschap in Londen kwam steeds meer buiten spel te staan. Onder zware Britse politieke druk moest die regering in oktober 1944 opperbevelhebber Sosnkowski ontslaan en bijna drie maanden later Sosabowski ontheffen van zijn commando over de parachutistenbrigade. De auteur beschouwt dit politieke conflict abusievelijk als een ‘persoonlijk conflict’ (123). 

Gebruikte mythen zijn slag om Arnhem; operatie Market Garden van 17 tot 26 september 1944;  de Rijnbrug bij Arnhem als enige doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie (5); Arnhem, Rijnbrug bij Arnhem, Ruhrgebied, Berlijn en snel einde van de oorlog als doelen van operatie Market Garden (40-41); en de Britse 1ste Parachutistenbrigade moest naar de bruggen. 

Andere onjuistheden zijn het gebruik van Engelsen voor Britten en Holland voor Nederland.

Uitstekend, goed leesbaar en fraai verzorgd boek. Het bevat een verantwoording, bronnen en literatuur, verantwoording van zwart-wit foto’s en kaarten, register, gebruikte termen en een uitgebreide inhoudsopgave.

George Taylor, Infantry Colonel, Worcester 1990, 203 p.

Foreword David Wilcocks (inlichtingenofficier) 

Bataljonscommandant Taylor beschrijft de geschiedenis van het 5th Battalion The Duke of Cornwall’s Light Infantry (5 DCLI) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De hoofdstukken 6 en 7 (p. 95-137) gaan over operatie Market Garden. Taylor weet dat het strategische doel van de operatie de vorming van een bruggenhoofd over de Neder-Rijn is (96). Dit moest de Duitse troepen in het westen van Nederland en hun lanceerbases voor V2-raketten afsnijden. Luchtlandingstroepen moesten zorgen voor een loper voor de grondtroepen van het Britse Tweede Leger tot de Waal en door Arnhem. Apeldoorn was het doel van het 5 DCLI dat in de nacht naar 21 september vertrok uit de omgeving van Hechtel. Het bataljon behoorde tot de 241de infanteriebrigade van de 43ste infanteriedivisie.  Na de inname van Oosterhout door het 7de bataljon Somerset Light Infantry rukte 5 DCLI 22 september op topsnelheid over Valburg op naar Driel. Het nam twee DUKW’s met voorraden en munitie voor de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie in Oosterbeek mee. De voorhoede van het bataljon bereikte Driel binnen een half uur. De achterhoede raakte slaags met Duitse tanks bij Elst waarvoor de Britten een hinderlaag legden. Het bataljon slaagde er echter niet in de Britten aan de overzijde van de rivier te bevoorraden. De DUKW’s gleden van de weg in een sloot. Van 24 tot 27 september 1944 moest het bataljon de westzijde van de spoorlijn Arnhem-Elst bewaken. Daarna was het in Oosterhout reserve, aanvankelijk voor de 50ste infanteriedivisie en van 3 tot 7 oktober voor de 101st U.S. Airborne Division. Het steunde het 1ste bataljon van het 506de parachutistenregiment in de strijd in Opheusden van 5 tot 15 oktober 1944. 

Dit boek is tot meer eer en glorie van de auteur en zijn bataljon. Ook Taylor gebruikt Holland voor Nederland.

Stephen Badsey, Arnhem 1944. Operation ‘Market Garden’, Oxford 2004 (1ste druk 1993)

Badsey noemt zich ‘militair historicus’. Hij geeft een beknopt overwegend feitelijk en oppervlakkig relaas over operatie Market Garden. De nadruk ligt meer op de illustraties (foto’s, kaarten, lijsten en tekeningen) dan op de tekst en de bijschriften bij illustraties. De auteur is geen criticus van veldmaarschalk Montgomery. Zijn boek is voornamelijk gebaseerd op Urquhart, Hibbert, Ryan, Kershaw (It never snows in September, 1990) en Powell. Het bevat veel mythen en andere onjuistheden. 

De doelen van operatie Market Garden zijn onvolledig en gedeeltelijk onjuist weergegeven. Juist waren Nunspeet aan het IJsselmeer en vestiging van bruggenhoofden over de IJssel. Geen doelen waren bevrijding van Nederland, verovering van Arnhem, de Rijnbrug en het Ruhrgebied. De Rijnbrug was dan ook geen ‘brug te ver’ (25). Verovering van de verkeersbrug ten zuiden van Arnhem was immers het voornaamste doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie die het 2de bataljon ermee belastte. De auteur laat abusievelijk de 1ste Parachutistenbrigade over drie verschillende routes oprukken naar de verkeersbrug.

Het strategische doel van operatie Market Garden was de vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe met diepe uitlopers over de IJssel. Dat was dus geen doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie (27, 29). Het einddoel van die divisie was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort.  

Badsey levert helaas een grote bijdrage aan de mythevorming rond de strijd bij en in Arnhem en Oosterbeek. De Battle of Arnhem (de strijd bij Arnhem), vertaald als ‘slag om Arnhem’, ziet hij als een synoniem van operatie Market Garden. Hij  beweert zelfs dat Amerikanen ‘slag om Nijmegen’ een synoniem noemen van operatie Market Garden (6, 89). Andere door hem gebruikte mythen zijn de duur van operatie Market Garden van 16 tot 26 september 1944;  het door Eisenhower niet nakomen van zijn belofte over steun en voorraden aan Montgomery (16); en de vondst door Duitsers bij Vught in een neergestort zweefvliegtuig van het complete plan voor Market Garden (41). De auteur weet niet dat Market ten noorden van de Neder-Rijn 19 september al was mislukt en Garden twee dagen later ten zuiden van Elst.  

Andere onjuistheden zijn het gebruik van Holland en Engeland voor respectievelijk Nederland en het Verenigd Koninkrijk; de landingsterreinen plaatsen ten westen van Arnhem en niet ten westen en ten noorden van Wolfheze; de evacuatie van Arnhem laten gelasten op 20 in plaats van 23 september (60); niet dertien maar tien boten laten terugkeren na de eerste golf van de Waaloversteek (60); Bruhns en Worrowski voor kapitein Hans Bruhn en Wossowski (67); Kampfgruppe Knaust stak niet om 12.00 maar om 16.15 uur de Rijnbrug over; de aanval van de Irish Guards de Betuwe in startte niet om 12.00 maar om 13.30 uur; volledig onbegrip van van het 22 september 1944 in Versailles goedgekeurde plan Gatwick (72, 74, 86); SS-Obersturmbannführer Harzer aanduiden als Obersturmbahnführer (23, 71); de 214de brigade moest 23 september niet naar Driel maar Elst veroveren (73) en de 129ste brigade moest niet Elst veroveren maar de Irish Guards ontzetten; het 1ste bataljon van de Poolse parachutistenbrigade landde 23 september niet bij Keent maar bij Overasselt (76); Britten en Duitsers vochten 24 september niet in Arnhem (76) maar in Oosterbeek; de foto’s op p. 76 en 80 zijn niet 23 september genomen in Driel maar 24 september in Valburg; Kampfgruppe Knaust kreeg 24 september niet ’s morgens maar ‘s middags een compagnie met vijftien en niet dertig Tiger tanks (79, 81); Bemmel werd niet 24 maar 25 september veroverd (79); op de foto op p. 82 van 26 september staat niet Harmel ver buiten zijn gezagsgebied; de Canadese geniesoldaten hadden geen eenentwintig maar tweeëntwintig boten met buitenboordmotor (83); de foto op p. 84 is niet in Uden genomen maar in Oosterhout achter de Oosterhoutsedijk; Hell’s Highway liep niet tot Driel (85) maar tussen Son en Uden; onbekendheid met het Over-Betuwse bruggenhoofd; de 363 Volksgrenadier Division leverde 5 oktober niet de laatste aanval maar een vertraagde flankdekkingsaanval voor de hoofdaanval op Elst (88). Badsey begrijpt niets van het ontslag van generaal-majoor Sosabowski (89); de opmerking van Montgomery dat Market Garden voor 90% was geslaagd (89); de (niet bestaande) relatie tussen ‘slag om Arnhem’ en Ardennenoffensief (90) en de onvoorwaardelijke capitulatie van Duitsland 8 mei in Berlijn. De geallieerden erkenden president Dönitz en zijn regering niet. Duitsland kon dus niet capituleren. Uitsluitend een militaire capitulatie was mogelijk. Die vond 7 mei 1945 in Reims plaats tegenover de geallieerden. De volgende dag was de ratificatie van de capitulatie in Reims in Berlijn voor het Rode Leger als tegemoetkoming aan een wantrouwende Stalin.

Het boek bevat een beknopt chronologisch overzicht en een index. Uiteraard niet aanbevolen.

Martin Middlebrook, Arnhem. Ooggetuigenverslagen van de Slag om Arnhem, 17-26 september 1944, Baarn 2004 (1ste uitg. 1994).

Oorspronkelijke titel: Arnhem 1944, The Airborne Battle, 17-26 September. Penguin Books. Vert. Jan Bruin.

R.P.G.A. Voskuil (Vereniging Vrienden Airborne Museum, Oosterbeek) gebruikt in zijn voorwoord de mythen ‘slag om Arnhem van 17 tot 26 september 1944’; en bevrijding van Nederland als doel van operatie Market Garden.

‘Arnhem’ bevat een korte schets van de strategische achtergrond en het tactische verloop van de strijd ten noorden van de Neder-Rijn. De nadruk is gelegd op persoonlijke verhalen van soldaten die in de historische context zijn geplaatst en gedetailleerd beschreven acties. Onjuist is het gebruik van ‘Slag om Arnhem’ voor de plaatsen (geen gemeenten) Arnhem, Oosterbeek, Wolfheze, Renkum en Driel. Onjuist is ook het gebruik van ‘slag’ als bekend is dat lichtbewapende luchtlandingstroepen geen slag kunnen leveren met een tegenstander met pantservoertuigen, zware wapens en munitie (177, 192). Onjuist is voorts de ‘slag’ te laten voortduren nadat operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn 19 september mislukt was (271). Onjuist zijn bovendien Arnhem als doel van operatie Market Garden (17) met als  mogelijke vervolgacties een geallieerde opmars om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied; een doorstoot naar het IJsselmeer om de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland te isoleren en bevrijding van Nederland (427). 

Het strategische doel van operatie Market Garden was vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe met diepe uitlopers over de IJssel. Tactische doelen waren afsluiting van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. De voornaamste doelen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie (i.c. het 2de parachutistenbataljon) waren verovering van (een van de) drie bruggen. Het einddoel was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. Dinsdag 19 september mislukte operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. De Britten trokken zich terug in een verdedigingssector rond Hartenstein. 

Gebruikte mythen zijn de verkeers- of Rijnbrug was het hoofddoel van de Britten (57, 123); ‘slag in de stad’ (167); de bruggen waren het doel van de 1ste Parachutistenbrigade (26, 123, 424); ‘slag om de Rijnbrug’ (276)’; verovering van Arnhem (137); de strijd op 19 september voorbij het Sint Elisabeths Gasthuis en Onderlangs ‘bleek’ ‘het keerpunt’ in de ‘slag om Arnhem’ (192); de spoordijk tussen Arnhem en Oosterbeek markeerde 19 september het einde van een ‘wanhopige fase in de Slag om Arnhem’ (211); de strijd van het 10de bataljon bij het waterpompstation op 19 september was ‘de laatste echt aanvallende Britse actie in de Slag om Arnhem’ (257, 271); het einde van het verzet bij de brug in de nacht naar 21 september ‘betekende het keerpunt in de Slag om Arnhem’ (310). 

Juist is de informatie over het verlies van de veerpont bij Driel (325). De veerman had 20 september ’s avonds de gierkabel gekapt opdat Duitsers het veer niet konden gebruiken. De pont was stroomafwaarts naar de noordelijke oever gedreven. De Britse militair historicus  Middlebrook (1932) laat 24 september Warrack en niet de Duitser Skalka het initiatief nemen voor een wapenstilstand voor evacuatie van Britse gewonden (363). 

Onjuistheden zijn Jozef en niet Sepp Krafft (121); het eenzijdig op het verslag van luitenant Dyrda gebaseerde verhaal over de conferentie van Valburg (394:396); Dyrda en Sosabowski wisten niet dat er geen troepen beschikbaar waren voor een oversteek van de rivier stroomafwaarts; Grafton was geen majoor maar kapitein (400); de  Amerikaanse 82ste en 101ste luchtlandingsdivisies bleven in het Over-Betuwse bruggenhoofd tot respectievelijk 13 en 27 november; niet tot respectievelijk 5 en 23 november (416); operatie Pegasus I was niet 25 oktober (418) maar in de nacht naar 23 oktober; luitenant-kolonel Dobie was niet de nacht ervoor de rivier overgezwommen (418), maar al 17 oktober met en boot overgestoken; operatie Pegasus II was niet 18 maar 19 november mislukt (418); geallieerden vormden ongeveer acht kilometer ten zuiden van de Neder-Rijn een verdedigingslinie zonder dat Duitsers dat vacuüm opvulden waardoor een groot gebied zes maanden niemandsland was (430); de kwestie van kritiek op de Polen, het ontslag van Sosabowski en hem tot zondebok verklaren (428-429). Sosabowski en de Polen waren slachtoffers van een internationaal machtspolitiek spel om de Poolse regering in ballingschap te isoleren. 

De auteur volgt grotendeels de bekende Britse visie op operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn.

Het boek bevat een aantal bijlagen waaronder een overzicht van monumenten; noten; een lijst van foto’s en kaarten; bibliografie en register. 

Arnhemse Courant, Gelders Dagblad, 50 jaar na de Slag om Arnhem, 10 september 1994, 16 p. (herdenkingsbijlage)

De hoofdredactie beweert zonder motivering dat na vijftig jaar in 1994 de slachtoffers voor de laatste keer worden herdacht. Vanaf 1995 is het tijd voor gedenken.  Juist is aandacht te besteden aan de Duitse divisiearts Egon Skalka als initiatiefnemer tot het staakt-het-vuren voor gewondenvervoer. De redactie ziet de evacuatie van Arnhem als een operatie tijdens de slag om Arnhem en vraagt zich af waarom die evacuatie nodig was. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was 19 september al mislukt en grondoperatie Garden 21 september ten zuiden van Elst. De gedwongen evacuatie was van 23 tot en met 25 september 1944. Generaal Model vreesde 23 september een nieuwe aanval na de luchtlandingen bij Overasselt en de aanval op Elst en artillerie bij Nijmegen kon Arnhem bereiken. Hij besefte dus dat operatie Market Garden al was mislukt en wilde ten noorden van de Neder-Rijn een verdedigingszone. De strijd in de Over-Betuwe vond dan ook niet plaats tijdens maar na operatie Market Garden, tijdens de voorbereidingen van operatie Gatwick. Die operatie was gericht op vestiging van bruggenhoofden  over de Rijn bij Wesel en Keulen. 

De krant biedt het traditionele gemytholigiseerde verhaal met tal van onjuistheden. Nog steeds is de redactie niet op de hoogte van het doel van operatie Market Garden. Dat was vestiging van een sterk bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn. Wat beweert de Arnhemse Courant? Het operatiedoel was beëindiging van de Tweede Wereldoorlog, behoud van de democratie; verovering van het Ruhrgebied en Berlijn en bevrijding van Nederland. Bovendien zou generaal Patton, die zich bij de Moezel bevond (!), het Ruhrgebied uit het zuiden aanvallen. Bedoeld is het Amerikaanse Eerste Leger onder generaal Hodges. Andere mythen zijn Market Garden was een bevrijdingsopertatie; slag om Arnhem; duur van deze slag van 17 tot 26 september 1944; een tweede slag om Arnhem in april 1945; bij die slag werd Arnhem niet bevrijd; slag om Arnhem is het gevecht om de Rijnbrug; Arnhem als doel van operatie Market Garden; doel van de 1ste Britse luchtlandingsdivisie was veroveren en bezetten van die brug;  Arnhem was een brug te ver; de Rijnbrug was een brug te ver; de film A Bridge Too Far (1977) is een ‘historisch document’; het ‘onsterfelijke boek’ van Cornelius Ryan; generaal Eisenhower kwam zijn belofte niet na over steun en bevoorrading aan Montgomery; Polen vochten niet tijdens maar na de mislukking van operatie Market Garden. 

Andere onjuistheden zijn: het gebruik van Engelsen voor Britten, David Frost voor John Dutton Frost en Kate ter Horst als Engel van Arnhem in plaats van Engel van Oosterbeek; landingen van parachutisten met zweefvliegtuigen op 17 september op de Ginkelse Heide; 140 vliegtuigen met Polen op 18 september laten uitwijken; generaal Urquhart vestigde 18 september zijn hoofdkwartier in Hartenstein (zat op een zolder in de wijk Lombok); de troepen moesten naar de brug (alleen het 2de bataljon); het Drielse veer was 21 september nog in Duitse handen (de gierkabel was 20 september ’s avonds gekapt); Duitse verdedigingslinies in Arnhem (waren versperringslinies); het bevel tot terugtrekking van de Britten uit Oosterbeek was niet gegeven (operatie Berlin). 

Gelders Dagblad (Arnhemse Courant), Extra editie Slag om Arnhem, zondag 18 september 1994. 

Ruim een week later kwam het Gelders Dagblad met een extra editie over de zogenaamde slag om Arnhem. Die bevatte opnieuw het bekende gemythologiseerde verhaal aangevuld met voornamelijk herinneringen van lezers in brieven. De bekende mythen waren ‘slag om Arnhem’; Arnhem als doel van de 1ste Britse luchtlandingsdivisie; slag om de Rijnbrug; Market Garden als bevrijdingsoperatie; het bruggenhoofd van Frost; Polen tijdens de slag om Arnhem; en evacuatie tijdens de slag om Arnhem. De schrijvers hadden onvoldoende kennis van de aard van de strijd en de doelen. De bruggen waren het voornaamste doelwit. Het einddoel was echter de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort als opstelplaats voor het grondleger. De gebeurtenissen op dinsdag 19 september zien de auteurs als de ommekeer. Toch laten zij de strijd voortduren tot 26 september. In werkelijkheid was 19 september luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn mislukt. 

De krant besteedde ook aandacht aan Nederland van de ‘slag om Arnhem’ tot de bevrijding. Onjuistheden zijn dat 29 september Elst opnieuw werd; bevrijd; het Duitse tegenoffensief  enkele dagen duurde (in werkelijkheid van 1 tot 7 oktober 1944); bevrijding van Opheusden en Dodewaard plaatsvond op 22 oktober 1944 (was 18 april 1945); Duitsers 2 december 1944 de dijken van de Betuwe doorstaken (alleen de Rijndijk bij Elden); de geallieerden vervolgens de Betuwe moesten ontruimen (naar het zuiden van de Over-Betuwe moesten terugtrekken); en bevrijding van het zuidoostelijke deel van de Over-Betuwe op 4 april 1945 (was 2 april 1945). Er is wel aandacht voor het Ardennenoffensief, maar niet voor de zuivering van het bruggenhoofd Venlo, West-Brabant en Zeeland in de laatste maanden van 1944.  Een geschiedvervalsing is de gang van zaken op 5 en 6 mei 1945 in Wageningen. De krant beweert dat generaal Blaskowitz 5 mei 1945 uitstel van capitulatie vroeg. Hij tekende de capitulatie de volgende dag in de aula van de landbouwhogeschool in aanwezigheid van prins Bernhard. Op 8 mei volgde de onvoorwaardelijke capitulatie van het Duitse leger. Inwerkelijkheid hadden ook de Duitse troepen in Nederland 4 mei gecapituleerd op de Lüneburger Heide. Die capitulatie trad 5 mei om 08.00 uur in werking. Nederland was op dat moment vrij. In Wageningen vond die dag slechts een implementatie van de capitulatie op de Lüneburger Heide plaats. Blaskowitz tekende die dag de hem voorgelegde bevelen binnen een half uur. De capitulatie van alle Duitse strijdkrachten vond 7 mei plaats in Reims en trad de volgende dag om 23.01 uur in werking. Dat betekende het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa.

De Gelderlander, Market Garden 44-94. Het verhaal van toen en nu, 10 september 1994 (redactionele bijlage).

Journalisten volgend de strijd van dag tot dag met fragmenten uit dagboeken en getuigenissen. Medewerking verleenden musea en gemeentelijke archieven. Een lijst van geraadpleegde literatuur is opgenomen. 

Desondanks hebben de auteurs geen kennis van de doelen van operatie Market Garden en de 1ste Britse luchtlandingsdivisie ten noorden van de Neder-Rijn. Als doelen van operatie market Garden noemen ze om de Siegfriedlinie heen trekken naar het Ruhrgebied en Berlijn. Het werkelijke doel was vestiging van een bruggenhoofd op de Veluwe met het front naar het oosten. Het doel van de Britten ten noorden van de Neder-Rijn was verovering van drie bruggen bij Arnhem.  In werkelijkheid was dat het voornaamste doel. Het einddoel was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort als opstelplaats voor het Britse Tweede Leger. Andere gebruikte mythen zijn Arnhem was een brug te ver; Corridor tot de Rijn (liep slechts tot de Waal); de vondst door Duitsers van het volledige operatieplan in een neergestort  zweefvliegtuig bij Vught (dagorder in een vliegtuig bij Dongen); Kate ter Horst als Engel van Arnhem (Engel van Oosterbeek). 

Andere onjuistheden zijn het verlies van jeeps van de verkenners; het gebruik van Engelsen en Engeland voor Britten en het Verenigd Koninkrijk; het bruggenhoofd van Frost; het 21 september 1944 nog onder vuur nemen van het Drielse veer (daarvan was 20 september de gierkabel gekapt); opmars van de Irish Guards op 21 september naar Arnhem; de opmars op 22 september van Amerikanen tot Elst; de strijd van Polen in de slag om Arnhem (de Polen landden 21 september en de strijd bij Arnhem was 19 september al mislukt); evacuatie tijdens de slag om Arnhem; het laatste gevecht van operatie Market Garden was 5 oktober om Opheusden (Market Garden was 21 september al mislukt). 

Onjuist is de bewering dat de redenen voor de evacuatie nooit duidelijk zullen worden. Generaalveldmaarschalk Model verwachtte na het mislukken van operatie Market Garden een nieuw offensief. Duitsers hadden voorbereidingen voor de 22 september gepresenteerde operatie Gatwick waargenomen bij Nijmegen. Doel daarvan was de vestiging van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen. Andere redenen waren de luchtlandingen bij Overasselt op 23 september en de die dag begonnen aanval op Elst. Bovendien kon artillerie bij Nijmegen Arnhem bereiken. 

De Gelderlander, Extra katern Market Garden, 19 september 1994.

Het extra katern Market Garden bevat de onjuist weergegeven doelen van operatie Market Garden en de mythen slag om Arnhem; Corridor naar de Rijn, Hell’s Highway (tussen Einhoven en Uden) als een synoniem voor Corridor naar de Rijn; het verhaal van kapitein Burriss en de aankomst in Nijmegen van het Britse grondleger met dagen fatale vertraging. In werkelijkheid begon generaal Gavin 19 september drie dagen te laat aan de verovering van de Waalbruggen. 

Peter Harclerode, Arnhem. A Tragedy of Errors, London 2000 (1994). 192 p.

Voorwoord door General Sir John Hackett.

De auteur vertelt vlot leesbaar het verhaal van operatie Market Garden. Het laatste hoofdstuk is gewijd aan de totale mislukking van deze operatie en gemaakte fouten. Hij volgt niet de Britse visie op een gemythologiseerde operatie Market Garden of ‘Slag om Arnhem’. Hackett beschouwde ‘slag om Arnhem’ vrijwel onmiddellijk als een mythe. Doel van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was terecht de vorming van een bruggenhoofd ten noorden van de rivier. Vandaar dat de drie parachutistenbataljons en de 4de parachutistenbrigade over verschillende routes naar het oosten optrokken. Verovering van de drie bruggen over de Neder-Rijn was de eerste aanzet tot dat te vormen bruggenhoofd. Een deel van het 2de bataljon nam 17 september defensieve posities in naast de noordelijke oprit van de verkeersbrug. De overgebleven mannen van deze groep moesten donderdagmorgen hun verzet staken. Dinsdag 19 september was de operatie ten noorden van de Neder-Rijn volledig mislukt. De troepen moesten zich terugtrekken rond huize Hartenstein. Daar verdedigden ze zich  nog een week tegen oprukkende Duitse troepen. Voor een deel van hen volgt evacuatie naar de Betuwe en de terugtocht naar Nijmegen. Harclerode merkt op dat de mislukking van de strijd bij Arnhem vaak beschouwd wordt als een ‘glorious defeat’ (11; prachtige nederlaag). 

De opmars van de grondtroepen was vertraagd in de twee Amerikaanse zones op weg naar een te vormen bruggenhoofd op de Veluwe. De 101ste luchtlandingsdivisie verdedigde met moeite en hulp van grondtroepen de Corridor tussen Eindhoven en Uden tegen Duitse aanvallen. De 82ste luchtlandingsdivisie had verzuimd tijdig de Waalbruggen te veroveren en verdedigde het gebied tussen Grave, Groesbeek en Nijmegen. Grondtroepen moesten dus hulp bieden. Onmiddellijk doorrijden naar de Veluwe was onmogelijk door gebrek aan brandstof en munitie en de veelheid van taken. Zij moesten de Amerikanen ondersteunen, wachten op infanterie en rekening houden met de wegen en de bodemgesteldheid in de Over-Betuwe. 

Enkele onjuistheden zijn dat de Corridor niet tot Arnhem liep maar tot de Waal; het gebruik van de mythe dat Duitsers in een bij Vught neergestort zweefvliegtuig het complete plan voor operatie Market Garden vonden; het irritante en onjuiste gebruik van de benaming Holland voor Nederland; de van Cornelius Ryan overgenomen mededeling dat het Drielse veer (tegen de stroom in –JB) was afgedreven naar de spoorbrug; dat Welsh Guards 21 september oprukten ten oosten in plaats van ten westen van de Irish Guards; van Robert J. Kershaw (It never snows in September) overgenomen gegevens over Duitse troepen op die dag tussen Ressen en Oosterhout; en een op diezelfde dag door Duitsers op Britse verkenners veroverde pantserwagen met radioset. 

Juiste conclusies zijn dat de grondtroepen niet te laat waren en dat operatie Market Garden niet slechts gedeeltelijk maar volledig is mislukt. De op oorlogsdagboeken en literatuur gebaseerde tekst wordt afgewisseld met illustraties (kaarten en foto’s) en is aangevuld met bijlagen, bibliografie en index. 

Patrick Delaforce, The Polar Bears from Normandy to the Relief of Holland with the 49th Division, Stroud 2001. 234 p.

Eerste druk in 1995. Delaforce vertelt het verhaal van de 49th (West Riding) Infantry Division (Polar Bears) gedurende de Tweede Wereldoorlog, vooral aan de hand van ooggetuigenverslagen. De divisie bestond uit de 146ste, 147ste en 148ste infanteriebrigade en was in april en mei 1940 betrokken bij de veldtocht in Noorwegen. Daar ging de 148ste brigade vrijwel ten onder. De 146ste en 147ste infanteriebrigade moesten in mei IJsland verdedigen respectievelijk tot augustus en april 1942. Ze namen het insigne van een ijsbeer op een ijsschots aan en dankten daaraan de bijnaam Polar Bears.

De divisie landde in juni 1944 als onderdeel van het XXX Corps op de kust van Normandië. Ze was versterkt met de 70ste infanteriebrigade. Die werd echter weldra ontbonden en 8 augustus vervangen door de 56th (Sphinx) Infantry Brigade. De Polar Bears dienden onder het Britse 1ste Legerkorps, het 2de Canadese Legerkorps en het 1ste Canadese Legerkorps. Ze beschermden de linkerflank van het Britse Tweede Leger en vormden dus de linkerflank van Montgomery’s 21ste Legergroep.

De Polar Bears waren betrokken bij de verovering van Le Havre (10 tot 12 september 1944), Oosterhout (26 tot 30 oktober 1944) en Arnhem (12 tot 14 april 1945). Ze streden eind september en in oktober ten noorden van Antwerpen en waren betrokken bij de zuivering van Turnhout (24 september), Roosendaal (30 oktober) en  Willemstad (7 november).

Bij de hergroepering van de troepen binnen Montgomery’s legergroep namen de Canadezen 9 november het Britse front over tot Middelaar. De Polar Bears streden sinds 14 november onder bevel van het XII Corps vanuit Budel tegen het Duitse bruggenhoofd Venlo. 

Eind november stuurde het 2de Canadese Legerkorps de divisie onder generaal-majoor G.H.A. MacMillan naar het Over-Betuwse bruggenhoofd (the island).  Duitsers bliezen 2 december 1944 een deel van de Rijndijk bij Elden op. De 49ste divisie moest zich naar het zuidelijke deel van het bruggenhoofd terugtrekken. De Polar Bears verdedigden dat bruggenhoofd van 30 november 1944 tot april 1945. Ze voerden daar een water- of ijs- en sneeuwoorlog; leverden strijd om Hemmen en Zetten van 18 tot 21 januari en voerden in februari afleidingsacties uit voor het Rijnlandoffensief. Tijdens operatie Destroyer zorgden ze onder bevel van het 1ste Canadese Legerkorps voor uitbreiding en zuivering van het Over-Betuwse bruggenhoofd. Donderdag 12 april staken de Polar Bears het Pannerdensch kanaal over, gevolgd door de oversteek van de IJssel. Zaterdag 14 april was Arnhem gezuiverd en bevrijd. De dagen erna zuiverden de Polar Bears een deel van de linker IJsseloever en de Veluwezoom ten westen van Arnhem tot de Grebbelinie.

Na de capitulatie van ook de Duitse troepen in Nederland op 4 mei 1945 op de Lünebuger Heide tegenover veldmaarschalk Montgomery en de implementatie daarvan in Wageningen trokken ze 7 mei West-Nederland in. Ze ontwapenden onder meer het Nederlandse SS-Freiwilligen Grenadier Regiment 84 onder Michael Lippert in Doorn. Ze trokken ook door Amersfoort, Utrecht, Hilversum, Baarn en Amsterdam. Ze vervulden in april en mei 1945 ook een belangrijke rol bij de voedselvoorziening voor de hongerige bevolking van West-Nederland.  De divisie telde na de oorlog 11.000 slachtoffers, onder wie 1642 gesneuvelden en 7750 gewonden. Helaas gebruikt de auteur Holland voor Nederland.

Het boek bevat zwart-wit illustraties (foto’s en kaarten), een bibliografie, aanhangsel en index.

Tim Saunders, The Island. Nijmegen to Arnhem (Battleground Europe. Operation Market Garden), Barnsley 2012. (1st published 2002). 192 p.

Majoor Saunders beweert na archiefonderzoek en hulp van veteranen een aantal mythen te hebben opgeruimd. Hij zegt niet welke. Hij beweert ook dat het Island (Over-Betuwe) weinig is bestudeerd. Kennelijk kan hij geen Nederlandstalige historische literatuur lezen. Saunders beperkt overigens zijn relaas over gebeurtenissen in het Over-Betuwse bruggenhoofd van eind september tot circa 6 oktober 1944.  Hij vindt deze gebeurtenissen belangrijk voor een beter begrip van operatie Market Garden. Die operatie was echter 21 september 1944 mislukt. Vervolgoperatie Gatwick was gericht op vorming van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen.  Vorming en uitbreiding van het Over-Betuwse bruggenhoofd was voor die operatie van strategisch belang. Niet voor Market Garden. Het Duitse tegenoffensief van 1 tot 6 oktober was gericht op herovering van Elst en de Waalbrug en vernietiging van het geallieerde bruggenhoofd. Duitse aanvallen bij Driel, Randwijk en Opheusden waren flankdekkingsaanvallen voor de hoofdaanval op Elst. Saunders heeft die relaties niet begrepen. Hij beschouwt zelfs afleidingsmanoeuvres ter beveiliging van de zuidelijke linkerflank als de hoofdaanval. Hij beweert abusievelijk dat die hoofdaanval gericht was op Bemmel (146). 

Saunders blijkt ook een vertegenwoordiger van de beperkte Britse visie op operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Doelen van operatie Market Garden waren Arnhem; het IJsselmeer (niet de Zuiderzee); het afsnijden van de Duitse troepen in het westen van Nederland;  oprukken naar het Ruhrgebied en Berlijn en beëindiging van de oorlog in 1944. De vorming van bruggenhoofden over de IJssel beschouwt hij verkeerdelijk als vervolgacties op de verovering van Arnhem (14). Doelen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie waren volgens hem de bruggen bij Arnhem (de spoorbrug lag in Driel). Het einddoel van de Britten was echter de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort. Dat einddoel is Saunders niet bekend. Hij beweert dat de afwerpgebieden in Arnhem lagen (12) en gebruikt de volgende mythen: heroïsche Slag om de Rijnbrug (10); weg naar Arnhem (10, 21) of de Rijn; Arnhem als doel van de Britse luchtlandingstroepen en het grondleger (10, 15, 17); operatie Market Garden duurde van 17 tot 25 september 1944; de gevechten in het Over-Betuwse bruggenhoofd waren gericht op het openen van een weg naar Arnhem; het 4de bataljon van het Dorset Regiment stak 24 september 1944 tijdens operatie Market Garden de Neder-Rijn over (10; Market Garden was 21 september al mislukt -JB); de 1ste parachutistenbrigade moest naar de Rijnbrug (20); de ‘slag op het eiland’ was bedoeld om de Rijn bij Arnhem te bereiken (20); de Polen hadden op de noordelijke oever boten achtergelaten (77). Een aantal van deze mythen is kritiekloos overgenomen van onder meer Essame en Powell. 

Andere onjuistheden zijn het gebruik van Holland voor Nederland en de Betuwe voor de Over-Betuwe; het niet vermelden van de opdracht aan de Amerikaanse 82ste Luchtlandingsdivisie ook bruggen over het Maas-Waalkanaal te veroveren; het doel van de Waaloversteek was niet openen van de weg naar Arnhem (82), maar veroveren van de noordzijden van de bruggen en vorming van een bruggenhoofd (23); de Polen landden niet rond Elst maar bij Driel (25); Worrowski was Wossowski (43); de Westerbouwing werd niet verdedigd door één peloton maar drie pelotons; niet beseffen dat operatie Market Garden 21 september was mislukt (34); de race naar Driel van het 5de bataljon van de Duke of Corwall’s Light Infantry was mislukt (71); de Over-Betuwe was in oktober nog geen niemandsland (74); het verslag van de Pool Dyrda gebruiken als enige bron voor de conferentie van Valburg (78-81); de 43ste divisie beschikte niet over genietroepen om alsnog de Neder-Rijn over te steken (die lagen sinds 21 september ten zuiden van Nijmegen; infanterietroepen waren echter niet beschikbaar -JB). Het 206 en 533 Field Regiment (95) moet zijn het 260ste en het 553ste Field Regiment en het aantal Canadese boten bedroeg niet veertien maar tweeëntwintig. 

Het boek bevat twee rondreizen door de Over-Betuwe, een overzicht van het XXX Corps en een index. De bibliografie ontbreekt. 

(vervolg p. 3)

Frank Steer, Arnhem. The Bridge (Battleground Europe. Market Garden), Barnsley (first published 2003) 2014, 144 p.

De titel duidt al aan dat de auteur niet weet wat het hoofddoel van de Britse 1ste Luchtlandingsdivisie ten noorden van de Neder-Rijn was. Zijn doel is bezoekers te informeren over de strijd in Oosterbeek en Arnhem. Uiteraard besteedt hij eerst aandacht aan ontstaan en ontwikkeling van luchtlandingstroepen, het 1st British Airborne Corps en het 1ste Geallieerde Luchtlandingsleger (FAAA). Hij geeft een goed beeld van de opmars van het 2de bataljon naar de Rijnbrug en de strijd van vier andere bataljons in de omgeving van het Sint Elisabeths Gasthuis en ruim zevenhonderd Britten aan weerszijden van de noordelijke brugoprit. Duidelijk blijkt dat er geen sprake was van een ‘slag om Arnhem’. Lichtbewapende luchtlandingstroepen probeerden vergeefs de door zwaargewapende Duitse troepen opgetrokken blokkades te doorbreken. Daarbij was vooral sprake van man-tegen-man-, huis-aan-huis- en straatgevechten. Onjuist is het gebruik van Holland voor Nederland en dat de drie bataljons van de 1ste Parachutisten Brigade naar de Rijnbrug moesten. Zij hoefden ook geen ‘perimeter’ ten noorden van de brug te vormen. Onjuist is ook te spreken over strijd aan weerszijden van het noordelijke deel van de brug. Bedoeld is de noordelijke brugtoegang. De brugoverspanning en de zuidelijke brugtoegang hadden de Britten niet veroverd. 

Onjuistheden zijn ook dat Eisenhower met zijn toestemming voor operatie Market Garden afweek van zijn strategie van een breed front. Hij zou akkoord zijn gegaan met de door Montgomery bepleite strategie van een smal front. De belangrijkste reden hiervoor zouden de op 8 september vanuit Nederland naar Londen afgeschoten V2-raketten zijn. Montgomery had de door hem gewenste aanvalsrichting al gekozen voor operatie Comet Garden.  Hij wilde bij Arnhem de Neder-Rijn oversteken, om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied trekken en vervolgens door de Noordduitse laagvlakte naar Berlijn. De auteur ziet deze aanvalsrichting aan voor het doel van operatie Market Garden. Tot dat doel behoorde zelfs een aanval op Antwerpen vanuit het noorden evenals het bereiken van de lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Uiteraard vermeldt hij ook de opmerking van generaal Browning over ‘een brug te ver’, zonder aan te geven wat een brug te ver was. Uiteraard was Arnhem geen doel van operatie Market Garden. Bovendien liep de beschermde opmarsroute of corridor niet tot Arnhem, maar tot de Waal. 

Opmerkelijk is overigens dat het plan voor operatie Market Garden juist is weergegeven op de kaart op pagina 32. Het operatiedoel was immers een bruggenhoofd te vestigen tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel. Dit bruggenhoofd zou eventueel als uitvalsbasis kunnen dienen voor de opmars naar het oosten. Tactische doelen waren het afsluiten van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Het doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort. Dat moest dienen als opstelplaats voor het Britse 2de Leger. Uiteraard moest dit bruggenhoofd beschikken over ten minste één oeververbinding. Operatie Market Garden was voor Montgomery een brug te ver. Vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe was voor de Britse grondtroepen een brug te ver. Vorming van een bruggenhoofd aan weerszijden van de Neder-Rijn was voor de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie een brug te ver. 

De evacuatie van de burgerbevolking van Arnhem en omgeving was geen Duitse wraak voor steun aan de Britten. De Duitsers vreesden een nieuw offensief uit het Over-Betuwse bruggenhoofd en de Britse zware artillerie bij Nijmegen kon Arnhem bereiken. De Britse 49ste West Riding Infanteriedivisie die met steun van Canadese pantsertroepen Arnhem en omgeving in april 1945 zuiverde, kwam niet uit Duitsland. Deze divisie had sinds eind november 1944 het Over-Betuwse bruggenhoofd verdedigd en begin april dit bruggenhoofd uitgebreid. Canadezen hadden het noordelijke deel van de Over-Betuwe gezuiverd. Daarna was de Britse divisie het Pannerdensch kanaal en vervolgens de IJssel overgestoken voor zuivering van de Veluwezoom.