30. dec, 2014

De strijd om het Hürtgenwoud

De reizende tentoonstelling Routes of Liberation: European Legacies of the Second World War gaat naar de Noord-Eifel. Ten zuidoosten van Aken vonden tussen 14 september en 16 december 1944 verschillende Amerikaanse offensieven plaats. Deze zijn bekend geworden als de strijd om het Hürtgenwald. Sommige historici beschouwen die strijd abusievelijk in de nasleep van de 21 september mislukte operatie Market Garden of de al 19 september mislukte strijd bij Arnhem. Velen noemen deze strijd nog steeds ‘slag om Arnhem’, een hardnekkige en wijdverbreide mythe. Arnhem was immers geen doel en lichtbewapende luchtlandingstroepen kunnen geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander. Veldmaarschalk Montgomery was in die tijd betrokken bij de zuivering van het bruggenhoofd Venlo en Zeeland. Hij moest zorgen voor een vrije toegang tot de haven van Antwerpen. Er zijn ook historici die de bittere strijd om het Hürtgenwoud als opmaat zien voor het Ardennenoffensief van 16 december 1944 tot 25 januari 1945. Generalfeldmarschall Walter Model (1891-1945) bereidde echter al sinds medio september dat Duitse tegenoffensief voor en had sterke troepen samengetrokken in en bij het Hürtgenwoud. Model ligt overigens sinds 1955 begraven op het soldatenkerkhof Hürtgenwald-Vossenack. Er zijn ook historici die de strijd om het Hürtgenwald pas laten eindigen in februari 1945. Ze wijzen op de verovering door de 82nd U.S. Airborne Division van het centraal op een heuvel gelegen Schmidt en de Kall Trail, een kronkelend bospad met een lengte van 8,5 km. Deze verovering vond echter plaats bij het begin van het Rijnlandoffensief op 8 en 9 februari 1945. 

De zuivering van het ontoegankelijke Hürtgenwoud moet gezien worden tegen de achtergrond van de Amerikaanse opmars naar de Rijn. Vooral na de val van Aken op 21 oktober 1944. Het Eerste Amerikaanse Leger onder generaal Hodges moest door de Siegfriedlinie (Westwall) over Düren oprukken naar Keulen. Het moest onderweg naar het Roerdal en de stuwdammen van de Roer. Dat leger behoorde tot de Amerikaanse Centrale Groep van Legers onder generaal Omar Bradley. Betrokken bij de strijd in het Hürtgenwald waren vooral vijf infanteriedivisies van het V en VII Corps. De strijd viel uiteen in gevechten van 5 tot 16 oktober, 2 tot 10 november en 16 november tot 15 december. Tijdens operatie Queen in de laatste periode kregen de grondstrijdkrachten steun van meer dan 4.500 jagers en zware bommenwerpers. Hürtgen viel 29 november in Amerikaanse handen. Aan Amerikaanse zijde vielen door de strijd ruim 23.000 en onder meer door ziekte en uitputting nog eens 8.000 slachtoffers. Aan Duitse zijde vielen 10-15.000 slachtoffers exclusief krijgsgevangenen.

De reizende tentoonstelling komt dus meer dan een maand te laat in de Eifel. Opmerkelijk is dat deze tentoonstelling geen melding maakt van de ondertekening door Generaloberst Alfred Jodl van de formele onvoorwaardelijke capitulatie van de Duitse troepen op alle fronten aan de geallieerden op 7 mei 1945 in Reims. Wel opgenomen is de geschiedvervalsing van de ‘officiële Duitse capitulatie’ 8 mei 1945 in Berlijn. Generaal Keitel  ratificeerde daar voor het Rode Leger slechts de militaire capitulatie in Reims als een tegemoetkoming aan een  wantrouwende Stalin. Duitsland kon niet capituleren, omdat de geallieerden president Dönitz en de Duitse regering niet erkenden. Voorts gebruikt de tentoonstelling nog steeds de mythe van Kate ter Horst uit Oosterbeek als ‘Engel van Arnhem’. De ‘Engel van Oosterbeek’ of 'Florence Nightingale van Oosterbeek’ had echter geen tijd en reden om naar Arnhem te gaan. Begrijpelijk is natuurlijk wel dat sommige veteranen het verschil tussen Oosterbeek en Arnhem niet zagen.