5. okt, 2015

Woensdag 7 oktober herdenking gesneuvelde Wiltshires in Arnhemse wijk Schuytgraaf

Woensdag 7 oktober 2015 wordt in de Arnhemse wijk Schuytgraaf om 10.30 uur een herdenkingsbijeenkomst met kranslegging gehouden bij het Wiltshiremonument. Dit staat bij De Buitenplaats aan de Marasingel. Het herinnert aan de strijd van het 4de en het 5de bataljon van het Britse Wiltshire Regiment in het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd (The Island). Deze bataljons streden niet tijdens de ‘slag om Arnhem’ (de Gelderlander, 3 oktober 2015).  Arnhemmers denken te snel dat alle strijd in het najaar van 1944 plaatsvond tijdens of in verband met die ‘slag’. Luchtlandingsoperatie Market was 19 september al mislukt ten noorden van de Neder-Rijn. De luchtlandingstroepen moesten zich terugtrekken naar defensieve posities in gebied rond Hartenstein in Oosterbeek. Grondoperatie Garden (Irish Guards) was 21 september ’s middags gestuit op een Duits afweerscherm ten zuiden van Elst.  Operatie Market Garden was die dag dus volledig mislukt. Voor het Britse Tweede Leger was het operatiedoel - vestigen van een sterk bruggenhoofd op de Veluwe – een brug te ver. Voor de Britse veldmaarschalk Montgomery was operatie Market Garden een brug te ver. 

Beide bataljons van het Wiltshire Regiment streden van 22 tot en met 24 september ten zuiden van Elst om de Irish Guards te ontzetten. Van het 4de bataljon sneuvelden daar twee officieren en twaalf manschappen en van het 5de bataljon zes manschappen. 

De westelijke en noordelijke verdedigingslinies van het Over-Betuwse bruggenhoofd liepen respectievelijk van Dodewaard naar Opheusden en vandaar tot de spoorbrug bij Elden. De oostelijke verdedigingslinie liep 26 september van de Neder-Rijn tot de Waal: van de spoorbrug bij Elden langs de westzijde van de spoordijk Arnhem-Elst en vervolgens ten zuiden van de Linge westelijk van Haalderen naar de Waal. De troepen achter deze frontlinies moesten van 1 tot 6 oktober het Over-Betuwse bruggenhoofd verdedigen tegen een zwaar Duits offensief. Doelen daarvan waren de verovering van Elst en vervolgens vernietiging van het geallieerde bruggenhoofd. 

Een flankaanval was gericht op de Elster buurschap De Laar over voornamelijk de Laarstraat en de spoorwegovergang. Het 5de bataljon van het Wiltshire Regiment verdedigde van 27 september tot 4 oktober het westelijke deel van dit buurschap sten westen van de spoordijk en tussen de Achterstraat, de Grote Molenstraat en de Linge (nu Schuytgraaf). Cruciaal was de verdediging van de spoorwegovergang. Het 5de bataljon werd 4 oktober afgelost door het 4de bataljon. De 101st U.S. Airborne Division nam 5 oktober de ‘stevige’ en ‘agressieve’ verdediging van het westelijke deel van het Over-Betuwse bruggenhoofd over van de Britten. 

Het 5de bataljon van het Wiltshire Regiment had in De Laar in totaal vijfenzeventig slachtoffers, onder wie zevenentwintig gesneuvelden, zesendertig gewonden en twaalf vermisten. Het 4de bataljon had tweeënzeventig slachtoffers, onder wie negentien gesneuvelden, tweeënvijftig gewonden en één vermiste. De namen van de gesneuvelde Wiltshires ten zuiden van Elst en in De Laar staan op de Roll of Honour op het monument. Vermeld zijn ook de namen van enkelen die kort na de strijd aan hun verwondingen zijn overleden. 

De vermelding Battle for the Island (slag om het eiland; foto) op het Wiltshiremonument is een mythe; net als slag om Arnhem. Ten noorden van de Neder-Rijn konden lichtbewapende luchtlandingstroepen geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander en Arnhem was geen doel. De Wiltshires verdedigden uitsluitend het gebied tussen Achterstraat, Grote Molenstraat, Linge en de spoordijk. Juist is wel Battle for the level crossing.

Afleidings- en flankaanvallen vonden plaats bij de noordelijke en westelijke verdedigingslinies: voornamelijk bij Driel en Randwijk en tussen Opheusden en Dodewaard. 

Het Over-Betuwse bruggenhoofd was van groot strategisch belang voor de 22 september goedgekeurde Brits-Amerikaanse operatie Gatwick. Deze vervolgoperatie op operatie Market Garden had als startdatum 10 oktober. Doelen waren de vestiging van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen. Vanuit het Over-Betuwse bruggenhoofd waren voortgezette aanvallen mogelijk in de vorm van afleidings- en flankaanvallen; aanvallen om troepen te binden en een opmars in de richting Emmerich aan de noordzijde van de Rijn.