Peter White, With the Jocks. A Soldier’s Struggle for Europe 1944-45, Stroud 2009 (1ste druk 2001), 553 p. Met index.

The Jocks, het 4th Bn King’s Own Scottish Borderers van de 52nd (Lowland) Infantry Division, streden in West-Europa van oktober 1944 tot mei 1945. Ze maakten deel uit van de Brits-Canadese Noordelijke Groep van Legers van veldmaarschalk Montgomery. Luitenant Peter White was commandant van het 10de peloton van de B-compagnie. Zijn boek is uitsluitend gebaseerd op een door hem bijgehouden dagboek en bevat dus een persoonlijk verhaal. Dat is zeer uitvoerig en gedetailleerd, hoewel de auteur op het zeer lage niveau van een peloton bevelen krijgt en niet veel weet. Hij beschrijft waarheen het peloton gaat zonder te weten waarom. Kenmerkend is de onwetendheid en gebrek aan informatie. De Schotten doen in november 1944 mee aan de overtocht van Breskens naar Vlissingen, nemen deel aan de verdediging van de Maas in Noord-Brabant en Limburg en trekken door het Rijnland naar de Rijn bij Wesel (operatie Veritable). Na de Rijnoversteek voert hun tocht naar Dortmund en Bremen. Opmerkelijk is ook dat deze soldaten niets weten over de capitulaties van de Duitse troepen. Montgomery accepteerde 4 mei 1945 op de Lüneburger heide de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken. Deze capitulatie trad 5 mei om 08.00 uur in werking. De betreffende gebieden, waaronder Nederland, waren op dat tijdstip vrij.  Op 7 mei capituleerden in Reims alle Duitse strijdkrachten op alle fronten. Dat hoorde de auteur wel. Deze capitulatie trad 8 mei om 23.01 uur in werking. Sindsdien vieren de westerse geallieerden op 8 mei Victory in Europe-Day (VE-Day). 

Onjuist is het gebruik van Holland voor Nederland. 

Ken Ford, Operation Market Garden (2). The Britsh 1st Airborne Division at Arnhem (Campaign 301), Oxford-New York 2016, 96 p.

De auteur heeft wel de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt.

Met beknopte bibliografie en index. 

Ook dit boek bevat de al lang achterhaalde traditionele, beperkte en gemythologiseerde Britse visie op operatie Market Garden. Daarin zijn de doelen van luchtlandingsoperatie Comet  en bruggenhoofdoperatie Market Garden – een bruggenhoofd vormen tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel met als tactisch doel afsluiting van de Duitse troepen in het westen van Nederland – verward met de opmarsrichting: om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied en door de Noordduitse laagvlakte naar Berlijn. Ook de doelen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie zijn onjuist weergegeven. Hoofddoel was niet de verkeersbrug bij Arnhem, maar de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort met ten minste één oeververbinding. Ford concentreert de aandacht op de verkeersbrug. Daar moesten de bataljons van de 1ste Parachutistenbrigade heen via drie evenwijdige routes die bedoeld waren voor de opbouw van het beoogde bruggenhoofd. Ruim zevenhonderd Britten weten ‘het noordelijke deel of einde’ van de brug te bereiken; op de brug te komen;  die in bezit te nemen en door strijd om en rond de brug te verdedigen. In werkelijkheid vestigden ze defensieve posities in gebouwen aan  weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug. De verkeersbrug was dan ook geen ‘brug te ver’.  Operatie Market Garden was voor Montgomery een ‘brug te ver’. Vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe - niet Arnhem - was voor het Britse Tweede Leger een ‘brug te ver’. Vorming van een bruggenhoofd langs de Neder-Rijn was voor de 1ste Britse luchtlandingsdivisie een ‘brug te ver’. Overigens duurde operatie Market Garden niet van 17 tot 26 september 1944. Luchtlandingsoperatie Market was 19 september al ten noorden van de Neder-Rijn mislukt en grondoperatie Garden 21 september ten zuiden van Elst. 

Onjuistheden zijn voorts: het gebruik van Holland voor Nederland; uitvoering van operatie Market Garden in plaats van slechts Market ten noorden van de Neder-Rijn; Arnhem zien als (hoofd)doel van operatie Market Garden; luchtlandingen laten plaatsvinden in Arnhem; het te verdedigen gebied rond Hartenstein in Oosterbeek (perimeter) was geen bruggenhoofd; het veer bij Driel was niet gezonken; het 1ste bataljon Polen was niet in Driel geland, maar bij Overasselt; de race van het 5de bataljon The Duke of Cornwall’s Light Infantry naar Driel was mislukt; het aantal Britse en Canadese boten bij de evacuatie van Britten en Polen naar de Betuwe is zwaar overdreven.

Ten slotte: de evacuatie van Arnhem had niets te maken met operatie Market Garden. Die vloeide voort uit Duitse vrees voor een nieuw geallieerd offensief  naar het noorden vanuit het Over-Betuwse bruggenhoofd 

Het boek is overbodig, achterhaald en voegt niets toe aan de bestaande literatuur. Triest dat dergelijke boeken nog verschijnen.

Britse visie op MG-4 2013 - Hans Sakkers & Karel Noorlander, Koudekerke in de Tweede Wereldoorlog. Het leven op een eiland in oorlogslandschap, Middelburg 2013. 204 p.

De auteurs schetsen aan de hand van veel documentatie, waaronder acht dagboeken, een beeld van een Zeeuws dorp in oorlogstijd; een voor dat dorp belangrijk deel van de lokale geschiedenis. Het kreeg te maken met Duitse bezetting; inkwartiering; de bouw van bunkers en een tankgracht behorend bij het Landfront Vlissingen; bombardementen en beschietingen; inundatie; leven in een waterlandschap en evacuatie. 

De tekst is goed leesbaar. Hinderlijk zijn wel het gebruik van ‘vanaf’ voor ‘sinds; waaronder’ voor ‘onder wie’ en van ‘aantal’ als meervoud. 

Volledig onjuist is de verstrekte informatie over bruggenhoofdoperatie Market Garden in september 1944 (p. 66-67) en capitulatie van Duitse troepen in mei 1945 (p. 185, 187).

Operatie Market Garden was geen speerpuntaanval op Duitsland. Het doel van deze bruggenhoofdoperatie binnen de breedfrontstrategie van Eisenhower was vestiging van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen Arnhem en Nunspeet. Doelen waren dus niet Arnhem, bevrijding van Nederland en een snelle beëindiging van de oorlog. 

De auteurs spreken over een Duitse wapenstilstand op 4 mei 1945 en een Duitse capitulatie op de volgende dag. De Duitse troepen in Nederland capituleerden echter met troepen in Noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein en Denemarken op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide. Deze capitulatie trad 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking, ook in Nederland. Vandaar dat Nederland 5 mei Bevrijdingsdag viert. De Duitse bevelhebber in Nederland tekende die dag in Wageningen geallieerde bevelen ter implementatie van de capitulatie op de Lüneburger Heide (Orders to German Commanders on Surrender). 

De auteurs beweren dat de algehele capitulatie van de Duitse strijdkrachten op 9 mei 1945 het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende. De Duitse strijdkrachten capituleerden echter op 7 mei 1945 in Reims. Deze onvoorwaardelijke capitulatie trad op 8 mei 1945 in werking en betekende het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Die dag is dan ook Victory in Europe Day (VE-Day). Ratificatie door de chef van het Oberkommando der Wehrmacht en de opperbevelhebbers van de Duitse land, zee- en luchtstrijdkrachten van deze capitulatie vond diezelfde dag in Berlijn-Karlshorst plaats ten overstaan van het Rode Leger en de strijdkrachten van de westerse geallieerden. Stalin maakte het einde van de Russische Grote Vaderlandse Oorlog 9 mei 1945 ’s morgens bekend. 

Het boek bevat zwartwitfoto’s, een verantwoording van de foto’s en overzicht van gebruikte bronnen en literatuur.  

Steven J. Zaloga, Operation Market-Garden 1944 (1) The American Airborne Missions, Oxford 2014. 96 p.

Zaloga voegt vrijwel niets toe aan de bestaande literatuur over bruggenhoofdoperatie Market Garden. Hij gebruikt nog steeds de mythe dat het doel van deze operatie de verovering was van de Rijnbrug bij Arnhem. Het werkelijke doel was de vestiging van een bruggenhoofd op de Veluwe als uitvalsbasis voor een snelle opmars naar het Ruhrgebied. De Polen landden niet 20 maar 21 september 1944 bij Driel. Zaloga blijft steken in verouderde opvattingen. Het boek is toegankelijk en fraai vormgegeven, maar achterhaald en dus overbodig.

P. Tirion e.a., Airborne Doeboek 70 1944-2014, Gemeenten Arnhem, Ede, Overbetuwe en Renkum, 2014.

Het in kleuren uitgevoerde boekje ziet er fraai uit. Wel wat druk met teksten en foto’s door elkaar. De inhoudsopgave is gelukkig duidelijk. Goed, het gaat ook om de inhoud. Niet duidelijk is welke bedoelingen de auteurs met het boekje hebben. Al gauw blijkt dat het boekje reclame maakt voor de mythe’slag om Arnhem’. Zonder uit te leggen wat een slag is en of Arnhem werkelijk een doel was. Uitgelegd is ook niet waarom lichtbewapende luchtlandingstroepen geen slag kunnen leveren met een zwaarbewapende tegenstander. Onduidelijk blijft ook wat Ede, Oosterbeek, Driel en Renkum met die ‘slag om Arnhem’ te maken hadden. Gesproken wordt vaak over ‘slag om Arnhem’ en operatie Market Garden. De zogenaamde 'slag om Arnhem' was een onderdeel van operatie Market Garden. Onjuist is die zogenaamde slag 26 september te laten eindigen. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn mislukte 19 september en de grondoperatie Garden 21 september ten zuiden van Elst. De Poolse Parachutisten Brigade arriveerde dan ook na mislukking van bruggenhoofdoperatie Market Garden. Wat ‘een brug te ver’ betekent, weten de kinderen ook niet na lezing van de pagina’s 29-30. Gesteld wordt dat de Rijnbrug een ‘brug te ver’ was zonder aan te geven voor wie (4). Overigens was die brug geen ‘brug te ver’, maar bruggenhoofdoperatie Market Garden voor Montgomery. Kate ter Horst was de Engel van Oosterbeek, niet de Engel van Arnhem (16). 

Andere onjuistheden zijn: het gebruik van Engeland voor Verenigd Koninkrijk; de Liberation Route toont alle belangrijke plekken uit de Tweede Wereldoorlog (1); in de vier gemeenten werd het belangrijkste deel van operatie Market Garden uitgevoerd (3); operatie Market Garden een ‘dapper’ of ‘gevaarlijk plan’ noemen; Europa bevrijden en snel een einde aan de oorlog maken waren doelen van operatie Market Garden; luchtlandingstroepen landden tussen  Eindhoven en Arnhem (ook ten westen en noorden van Wolfheze (3); ze trokken naar de rest van Nederland en Duitsland (3); alle Britten moesten naar de brug (4); de opmars kreeg na Nijmegen vaart (4); de Britten moesten de brug gaan verdedigen (8); de 4de Parachutistenbrigade moest ook naar Arnhem (8); de genoemde redenen voor de evacuatie (25); Robbert Elliot Urquhart voor Robert Elliott Urquhart (33-34). De geallieerde legers waren geen bevrijdingslegers en het is beter te spreken over geallieerd dan bevrijd gebied.

Na lezing van het boekje weten de kinderen niet wat de doelen van bruggenhoofdoperatie Market Garden en de Britten ten noorden van de Neder-Rijn waren. Zo moeilijk is dat toch niet. Het strategische doel van operatie Market Garden was de vorming van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn. Dat bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet met het front naar het oosten moest diepe uitlopers hebben over de IJssel bij Zwolle, Deventer, Zutphen en Doesburg. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Het voornaamste doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was de verovering van (een van de) bruggen bij Arnhem over de Neder-Rijn. Het einddoel was de vestiging van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort als opstelplaats voor het Britse Tweede Leger.

Ze weten ook niet dat de ‘slag om Arnhem’ een mythisch onderdeel van operatie Market Garden was.

Ze hebben wel tal van mythen en andere onjuistheden geleerd. Dat is erg triest. Aanbevelingen zijn niet te snel mensen helden te noemen of te verwijzen naar de gemythologiseerde verouderde en achterhaalde film A Bridge Too Far uit 1977 (14).

Chris Brown, Arnhem. Negen dagen strijd, Amersfoort 2015. 244 p.

Oorspronkelijke titel: Arnhem. Nine days of battle, The History Press 2014. Vert. Jan van den Berg.

De goed leesbare tekst is voornamelijk gebaseerd op dagboeken met alle nadelen van dien. Het boek bevat veel illustraties, maar helaas geen index. Het verhaal over negen dagen strijd volgt op informatie over de plannen en de structuur van de Britse 1ste Luchtlandingsdivisie.

Helaas bevat het boek veel onjuistheden. De titel suggereert dat de Britten negen dagen in of om Arnhem hebben gestreden. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn mislukte echter al op 19 september. De Britse troepen moesten zich terugtrekken naar gebied rond hotel Hartenstein in Oosterbeek. Daar verdedigden ze zich nog een week.

De auteur weet niet wat het doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden is. Hij vermeldt Arnhem en dan om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied en vervolgens naar Berlijn. Montgomery hoopte in december 1944 te oorlog te kunnen beëindigen. Bevrijding van Nederland was geen doel van operatie Market Garden. De auteur verwart dus de door Montgomery gekozen opmarsrichting met een operatiedoel. Het strategische doel van operatie Market Garden was vorming van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet aan het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel. Tactische doelen waren het afsluiten van de Duitsers en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. De auteur weet ook niet wat het hoofddoel van de 1st British Airborne Division was. Dat was niet ‘de weg naar Arnhem en een aantal spoorbruggen innemen en een bruggenhoofd vormen aan de overkant van de Nederrijn dat heel Arnhem zou omvatten’. Onjuist is ook dat alle troepen naar de brug moesten, zelfs de 4de Parachutisten Brigade.

Het werkelijke einddoel van de 1ste Britse luchtlandingsdivisie was vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort met inbegrip van ten minste één oeververbinding. Daarom rukten de parachutistenataljons op over drie evenwijdige routes. De troepen van Frost veroverden en bezetten niet de noordelijke helft van de Rijnbrug, maar betrokken defensieve posities in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug.

Het 30ste legerkorps bereikte niet 24 maar 22 september de Neder-Rijn. De auteur verwart de rivier de Roer met het Ruhrgebied en kent het doel van luchtlandingsoperatie Comet niet. Mythen zijn dat generaal Kussin in een Britse hinderlaag viel en dat Duitsers in een neergestort zweefvliegtuig in Noord-Brabant de bevelen voor Market hadden gevonden. Britse verkenners arriveerden niet 20 maar 22 september in Driel. Het Drielse veer was niet 21 september uit zijn positie verdreven, maar 20 september weggedreven nadat de veerman de gierkabel had doorgekapt. Op 24 september vermeldt de auteur niet de evacuatie van gewonden. Hij beweert wel dat op 19 september de slag ‘nog lang niet voorbij’ was, terwijl op die dag luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was mislukt. Hij beweert ook dat operatie Market Garden geen volledige mislukking was, omdat de luchtlandingstroepen veel doelen wel hadden bereikt. Die doelen waren echter middelen voor grondoperatie Garden. Het operatiedoel was niet bereikt, waardoor de operatie een totale mislukking was. Het bezoedelen van de reputatie van generaal Sosabowski ziet de auteur als een persoonlijke en militaire kwestie, niet als een politiek conflict. De evacuatie van Arnhem en omgeving had niets te maken met operatie Market Garden. Die vloeide voort uit de Duitse vrees voor een nieuw geallieerd offensief (bruggenhoofdoperatie Gatwick gericht op de vorming van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen).

Boek is achterhaald en verouderd.

William F. Buckingham, Arnhem 1944, The History Press, 2015, 256 p.

De Brit Buckingham is militair historicus en onder meer auteur van D-Day: The First 72 Hours. Arnhem 1944 bevat een bibliografie, lijst van afkortingen, noten, lijst van illustraties en een index. De auteur stelt dat hij in dit boek de Britse, Amerikaanse en Duitse perspectieven op bruggenhoofdoperatie Market Garden combineert. Helaas is hem dat niet gelukt. Hij beperkt zich tot Duitse en Amerikaanse troepen en hun activiteiten. Overigens lag SS-Wach Bataillon Nordwest niet in Ede maar in Amersfoort. De Waalbruggen waren inderdaad hoofddoelen van de 82nd Airborne Division, maar verovering ervan had de laagste prioriteit (112-113).  Commandant van het 1ste bataljon van het 508ste regiment was niet majoor J. E. Adams (was kapitein), maar luitenant-kolonel Shields Warren (114). Niet het 2de bataljon onder kolonel Vandervoort, maar het bataljon van Warren moest  18 september het voor de tweede vlucht beoogde landingsterrein zuiveren (155-156). Het ontstekingsmechanisme voor de explosieven onder de Waalbrug werd niet vernietigd in het postkantoor in Nijmegen (115). Uiteraard bevond dit mechanisme zich in een bunker aan de noordzijde van de Waal. Duitsers die waren doorgedrongen in de uiterwaarden bij Driel werden niet bestreden door 4th Dorset, maar door het 7th Battalion The Hampshire Regiment (228-229). 

Opmerkelijk en triest is dat veel Britse auteurs van boeken over bruggenhoofdoperatie Market Garden niet weten wat het doel van deze operatie was. Ook Buckingham verwart het operatiedoel met de door Montgomery te volgen opmarsrichting. Montgomery wilde bij Arnhem de Neder-Rijn oversteken. Vanuit een bruggenhoofd ten noorden van die rivier wilde hij om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied en vervolgens door de Duitse laagvlakte naar Berlijn. Hij hoopte in december 1944 de oorlog te kunnen beëindigen.

Het strategische operatiedoel van Market Garden was echter vestiging van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen Arnhem en het IJsselmeer. Dit bruggenhoofd moest beschikken over diepe uitlopers over de IJssel. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. De auteur weet dat Eisenhower op 10 september 1944 Montgomery toestond een bruggenhoofd te vestigen ten noorden van de Neder-Rijn (71). Zuivering van de toegang tot de haven van Antwerpen had evenwel de hoogste prioriteit.

Arnhem en de Rijnbrug waren geen operatiedoelen en dus ook geen doelen van het Britse Tweede Leger. De auteur heeft weinig begrepen van de doelen van de Guards Armoured Division (165-169) en de Britse luchtlandingstroepen. De Rijnbruggen waren niet het hoofddoel van de 1ste Britse luchtlandingsdivisie ten noorden van de Neder-Rijn. Het hoofddoel was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. Uiteraard moest dit bruggenhoofd over ten minste één oeververbinding beschikken. De verkeersbrug ten zuiden van Arnhem was dan ook geen ‘brug te ver’ (73, 75), zoals Cornelius Ryan beweerde. Bovendien wisten Britten niet (het noordelijke deel van) de Rijnbrug te veroveren, maar de noordelijke toegangsweg naar de brug onder vuur te houden. De auteur laat de 1ste Parachutistenbrigade over drie evenwijdige routes naar de Rijnbrug trekken. Zelfs de 4de Parachutistenbrigade moest volgens hem naar de brug. Het doel was echter vorming van het bruggenhoofd van zuid naar noord. Het 1ste bataljon onder luitenant-kolonel Dobie was geen reserve, maar moest wachten op het vertrek van de verkenners. Het bataljon onder Krafft vertrok niet naar Wolfheze door de bombardementen bij Arnhem, maar door de vestiging in Oosterbeek van veldmaarschalk Model. Krafft moest ruimte maken. Doetinchem ligt niet ten westen maar ten oosten van Arnhem (123). De Poolse parachutisten landden niet ten westen, maar ten zuidoosten van Driel (209). 

Operatie Market Garden duurde geen negen dagen, van 17 tot 26 september 1944. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was 19 september al mislukt. Overigens vermeldt de kaart op pagina 81 H. Rhine in plaats van Lower Rhine. Grondoperatie Garden mislukte twee dagen later ten zuiden van Elst. De onmiddellijk op 22 september gestarte Brits-Amerikaanse vervolgoperatie Gatwick was gericht op de vorming van bruggenhoofden bij Wesel en Keulen. 

Onjuist is het gebruik van Holland voor Nederland; de bewering dat troepen van het Britse 2de Leger van 24 tot 26 september bij Driel twee dagen verkwistten (er waren geen troepen beschikbaar); de bewering dat de Poolse 1ste Onafhankelijke Parachutistenbrigade was vernietigd en spreken over een corridor ten zuiden van Arnhem. De beschermde geallieerde opmarsroute of corridor liep maar tot de Waal. De landing van een Britse luchtlandingsbrigade in Elst ging door een tekort aan vliegtuigen immers niet door. 

Een uitvoerige beschrijving van de voorgeschiedenis van de Britse 1ste luchtlandingsdivisie is niet noodzakelijk voor het aangeven van de belangrijkste oorzaken voor de mislukking. Die divisie trad niet op als één complete operationele formatie en stond onder bevel van een onbekwame generaal voor luchtlandingstroepen. De auteur constateert terecht dat generaal Urquhart geen enkel juist besluit nam tot zijn beslissing op 19 september tot terugtrekking (131). Juist is ook zijn uitgebreide kritiek op generaal Browning die medeverantwoordelijk was voor de mislukking van operatie Market Garden. De kwestie van het ontslag van de Poolse generaal Sosabowski heeft Buckingham niet begrepen. Hij beschouwt dit ontslag nog steeds als een persoonlijke en militaire zaak (211, 229-230). In werkelijkheid was het echter een politieke kwestie. 

Het boek voegt weinig toe aan wat reeds bekend is over bruggenhoofdoperatie Market Garden. Het bevat gebruikte bronnen en literatuur, lijst van afkortingen, notenapparaat, lijst van illustraties en een algemene en militaire index. Niet aanbevolen.

Noodhospitaal De Tafelberg. Anje van Maanen, Dagboek. Oosterbeek 17-25 september 1944, z.p. 2015. 96. p.

Een zeventienjarig meisje beschrijft haar ervaringen tijdens de strijd bij de Pietersbergweg in Oosterbeek in september 1944. Ze schrijft onder meer over luchtlandingen, Engelse en Duitse militairen in Oosterbeek, oorlogsgeweld, noodhospitaal De Tafelberg en de vlucht over Apeldoorn naar Groningen.

Onjuist is het gebruik van Engelsen voor Britten; Hollands voor Nederlands en informatie over de verkeersbrug bij Arnhem. Britten hadden die brug maandag in handen (24), maar waren die dinsdag weer kwijt (31). Britten hadden zondagavond defensieve posities ingenomen in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug. Die moesten zij 21 september verlaten. De samenstellers gebruiken de mythe 'slag om Arnhem'.

Bram de Graaf, Het verraad van Benschop. Verzet en vergelding in een boerendorp, februari 1945, Amsterdam 2015. 268 p.

Ruim veertien dagen na Dolle Dinsdag 5 september 1944, poseren 20 september in Benschop zestig mannen en een vrouw voor een fotograaf.  Leden van de plaatselijke verzetsgroep en onderduikers willen voor later een herinnering. Een half jaar later, 13 februari 1945, vallen Duitsers van de versterkte Feldgendarmerie uit Utrecht  het dorp binnen geleid door een vermomde man. Bij een schietpartij vallen aan beide zijden slachtoffers: twee verzetslieden en drie Duitse soldaten. Een groot aantal mannen wordt weggevoerd. Zeven van hen worden 17 februari 1945 gefusilleerd. 

De auteur is journalist en historicus. Als journalist schrijft hij een goed leesbaar verhaal. Als historicus heeft hij een zo getrouw mogelijke reconstructie gemaakt van de gebeurtenissen. Hij deed dat voornamelijk aan de hand van verhalen van ooggetuigen, familieleden van de slachtoffers en andere betrokkenen. Bovendien geeft hij een korte, duidelijke beschrijving van de geschiedenis van de overwegend boerengemeenschap in Benschop (2000 inwoners) en omgeving in de Lopikerwaard. Hij besteedt ook aandacht aan relevante onderwerpen uit de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Van belang is ook de ontwikkeling van de verzetsgroep tot gevechtsgroep en de aanwezigheid van tweehonderd onderduikers. Ze waren overmoedig, onvoorzichtig en zelfs roekeloos. 

Onjuist is het gebruik van hun voor hen (19); vanaf voor sinds (32), Engeland voor Verenigd Koninkrijk en Engelsen voor Britten. 

Gebruikte mythen zijn ‘slag om Arnhem’ van 17 tot 26 september 1944 (109); Amerikanen streden bij Kleef (46); operatie Market Garden was een bevrijdingsoperatie (94); Britten veroverden de Rijnbrug bij Arnhem (94); Arnhem was een ‘brug te ver’ (109); grondtroepen moesten de luchtlandingstroepen versterken (109); Canadezen richtten zich op de bevrijding van het oosten van Nederland (213). 

In werkelijkheid was Arnhem geen doel van operatie Market Garden en konden lichtbewapende luchtlandingstroepen geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn mislukte 19 september en grondoperatie Garden 21 september ten zuiden van Elst. Donderdag 21 september was dus operatie Market Garden volledig mislukt. Bij Kleve streden alleen Britten en Canadezen. Het doel van operatie Market Garden was vorming van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet. Britten namen in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke brugoprit defensieve posities in. Arnhem kon geen brug te ver zijn omdat de stad geen doel was. Voor de luchtlandingstroepen was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort een brug te ver. Voor de grondtroepen was de vestiging van een bruggenhoofd op de Veluwe een brug te ver. Operatie Market Garden was voor Montgomery een brug te ver. Luchtlandingstroepen moesten tot de Waal een tapijt leggen voor het grondleger. De Canadezen in het oosten van Nederland hadden twee taken: veiligstellen van een bevoorradings- en verbindingsroute naar het nooroosten en flankdekking bieden aan het Britse Tweede Leger. 

Historisch niet geheel juist is de mededeling dat vrijdag 4 mei 1945 ‘de Duitsers in Noordwest-Europa, waaronder Nederland’ capituleerden (214). De Duitsers konden niet capituleren, omdat de geallieerden de Duitse regering niet erkenden. Uitsluitend militairen konden capituleren. De Duitse troepen in Noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein, Helgoland, Denemarken en Nederland capituleerden 4 mei 1945 op de Timeloberg op Lüneburger Heide. Een capitulatie op 5 of 6 mei 1945 in Wageningen is een bekende hardnekkige geschiedvervalsing.

Tony Sheldon, De verschrikking van de nacht. Ooggetuigen van de Slag om Arnhem, Utrecht 2015, 352 p.

De Britse journalist-historicus Sheldon vertelt uitvoerig en gedetailleerd het verhaal van circa zestig ooggetuigen van de strijd in Arnhem en Oosterbeek in september 1944; dus niet alleen van de ‘slag om Arnhem’. De in de historische context geplaatste verhalen geven een indringend verslag van strijd, hoop, vrees en wilskracht van dag tot dag. Deze ‘burgergeschiedenis’ dient ter nagedachtenis aan de burgerslachtoffers van die strijd. Een nadeel van deze werkwijze is het niet altijd kunnen controleren van de verhalen op historische juistheid. Dat kan echter wel betreffende de verblijfsduur van Model in Oosterbeek. Ooggetuigen hadden tijdens interviews bovendien ook kennis van ontwikkelingen elders en daarna. Opmerkelijk is de ruime aandacht voor de medische situatie van burgers en militairen. Opmerkelijk is ook het veelvuldig gebruik van de mythe ‘slag om Arnhem’ of ‘slag om de stad’. Arnhem was geen doel van de luchtlandingstroepen. Tot een slag waren lichtbewapende luchtlandingstroepen zonder ondersteuning van zware wapens (b.v. tanks) niet in staat. Ze waren geen partij voor een tegenstander met steun van artillerie, vliegtuigen, (pantser)voertuigen en zware wapens (129). Veel meer dan straat-, huis- aan-huis- en man-tegen-mangevechten konden ze niet leveren. Bovendien liepen de meesten in een lange enkele rij aan weerszijden van een straat (57). Het boek wekt ook niet de indruk van een slag, wel van gevechten. 

Problemen zitten voornamelijk in de weergave van de historische context. De auteur weet dat operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn dinsdag 19 september 1944 was mislukt (98-99, 110). Toch laat hij die zogenaamde ‘slag’ voortduren tot 26 september (47), zelfs in Oosterbeek. Hij spreekt in dat verband ook abusievelijk over ‘slag om Oosterbeek’ (110) of ‘slag in Oosterbeek’. Hij bedoelt de uitputtingsslag rond Hartenstein. Onjuist is de zogenaamde ‘slag’ te laten beginnen met het springen van parachutisten op 17 september bij Arnhem (45).  Ze sprongen ruim tien kilometer van Arnhem zonder dat een schot was gelost. Onjuist is ook het gebied van Wolfheze tot en met Arnhem te beschouwen als ‘slagveld’ (93, 126). Sheldon blijkt een vertegenwoordiger van de Britse visie op operatie Market Garden, vooral door het raadplegen van werken van Bauer, Bollen, Hibbert, Middlebrook en Ryan. 

Gebruikte mythen zijn ook ‘slag om Arnhem’ als een synoniem voor Market Garden (284); landing van de Poolse Parachutistenbrigade bij Arnhem (17; bij Driel); de ‘slag om Arnhem’ was anders dan vele andere slagen (8; kon immers geen slag zijn); doelen van operatie Market Garden waren Nederland bevrijden, Duitsland binnentrekken en de oorlog in december 1944 beëindigen (9, 11; het strategische doel was vestiging van een bruggenhoofd op de Veluwe met diepe uitlopers over de IJssel); verovering van de verkeersbrug bij Arnhem was het uiteindelijke doel van de Britse 1ste Luchtlandingsdivisie (57; vestiging van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort); Kate ter Horst, de ‘Engel van Oosterbeek’, aanduiden als ‘Engel van Arnhem’ (31, 303); het 156ste bataljon van de 4de Parachutistenbrigade naar Arnhem laten oprukken (112, naar hoge gronden ten noorden van de stad); de gedwongen evacuatie van Arnhem van 23 tot 25 september met als doel ‘systematische plundering’ van de stad (229, 259); het geallieerd oppercommando overwoog 24 september terugtrekking van de Britten rond Hartenstein; generaal-majoor Sosabowski had gelijk met zijn pleidooi voor een massale Rijnoversteek (268). Operatie Market Garden was geen bevrijdingsoperatie en geallieerde legers waren geen bevrijdingslegers. Nederlanders beschouwden geallieerden wel als bevrijders (46-47, 54, 58). De verplichte evacuatie van de bevolking van Arnhem vloeide voort uit Duitse vrees voor een geallieerde aanval uit de Over-Betuwe. Zaterdag 23 september waren er luchtlandingen bij Overasselt, begon de zware strijd om Elst en kon zware artillerie bij Nijmegen Arnhem bereiken. Bovendien waren sinds 22 september voorbereidingen voor vervolgoperatie Gatwick gericht op bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen al begonnen. Britse generaals overwogen zondag 24 september een massale oversteek over de Rijn tussen Driel en Heteren. Helaas waren er geen troepen beschikbaar. De 69ste brigade streed bij Bemmel, de 129ste ten zuiden van Elst om de Irish Guards te ontzetten en de 214de voerde strijd om Elst. Daarom moest besloten worden tot evacuatie van de Britten uit Oosterbeek. Sosabowski had in Valburg dan ook geen gelijk met zijn pleidooi voor een massale Rijnoversteek. Hij had wel gelijk met zijn kritiek op een oversteekplaats bij het Drielse veer. Generaal Horrocks was niet bevoegd een commandowisseling bij de Poolse brigade door te voeren en Browning was niet aanwezig in St. Oedenrode. 

Andere onjuistheden zijn het gebruik van Holland voor Nederland (316); Engeland voor Verenigd Koninkrijk; airbornes en airbornesoldaten voor luchtlandingstroepen; vanaf voor sinds (15, 52; 263); het Duitse leger voor de Wehrmacht of Heer (15, 22); veldmaarschalk Model 2 en niet 15 september 1944 in Oosterbeek laten arriveren (26); de bruggen over de Neder-Rijn als doel van de Britse divisie of de 1ste parachutistenbrigade (46, 50; van het 2de parachutistenbataljon); Jozef  Krafft voor Sepp Krafft (50); Kussin als territoriaal commandant in plaats van commandant van Feldkommandantur 642 in Arnhem (50); het 2de parachutistenbataljon beschikte over zware wapens (54); brachten met zich mee (78) voor meebrengen of met zich brengen; naar het oosten waar het westen is bedoeld (125); pantservoertuigen 20 september over de Rijnbrug laten rijden (129, 151); een derde van de vliegtuigen met Polen was teruggeroepen door verwarring op Britse vliegvelden (189; 41 van de 114 toestellen keerden terug door een communicatiestoornis); Geoffrey Powell als Arnhem-veteraan (241; de 156ste brigade streed ten noorden van Oosterbeek ten westen van de Dreijenseweg); niet Warrack maar Skalka nam het initiatief voor een wapenstilstand voor gewondenvervoer (242); de evacuatie op 24 september betekende het begin van het eind van de ‘slag om Arnhem’ (263; operatie Market was al 19 september en Garden 21 september volledig mislukt); Amerikaanse Long Tom houwitsers (269) waren Britse batterijen zwaar veldgeschut (parachutisten konden dat geschut niet meenemen); de zuivering van Arnhem van 12 tot 14 april door Canadese troepen (316, de Britse 49th (West Riding) Infantry Division (324) met hulp van Canadese troepen die vanuit de Over-Betuwe het Pannerdensch kanaal waren overgestoken en vervolgens de IJssel; de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland was niet 5 mei in Wageningen (316, 324), maar 4 mei  op de Lüneburger Heide en trad 5 mei om 08.00 uur in werking; de geallieerden trokken zich van Driel niet terug op een betere verdedigingslinie (316), maar verdedigden ook Driel op de noordelijke frontlinie van het Over-Betuwse bruggenhoofd tussen Opheusden en de spoorbrug bij Elden; Duitsers bliezen niet later de Rijndijk bij Elden op waardoor de Betuwe niemandsland werd (316; de noordelijke frontlinie verschoof naar het zuiden na de inundatie als gevolg van de dijkdoorbraak op 2 december die volgde op de evacuatie van de burgerbevolking uit de Over-Betuwe (niet de Betuwe); het oversteken van de Rijn en binnentrekken van Duitsland door Amerikaanse troepen tijdens de eerste weken van maart 1945 (324; de geallieerden staken na het Rijnlandoffensief in Duitsland 22 maart en daarna de Rijn over); het Duitse tegenoffensief in de eerste week van oktober 1944 was niet ten zuiden van Arnhem (297), maar gericht tegen het hele Over-Betuwse bruggenhoofd van Haalderen over Elst tot Opheusden. Hoofddoelen waren eerst Elst en dan de Waalbrug. 

Het boek bevat zwart-witfotos’s; noten, bibliografie, bronnen en literatuur.

 

Florian Marwick Huiskamp, Zonder vrees en zonder verwijt. Poolse militairen in West-Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog, z.p. 2015, 274 p.

Het boek bevat ook een samenvatting, bijlagen, bronnen en literatuur, foto- en kaartenverantwoording, personen- en zakenregister. 

De auteur beweert dat hij zijn promotieonderzoek ‘succesvol’ heeft afgerond. Van werkelijk wetenschappelijk historisch onderzoek is echter geen sprake. Het boek bevat veel achterhaalde, onjuiste en niet relevante informatie. De auteur heeft de literatuur over dit onderwerp niet bijgehouden en verstrekt weinig nieuwe informatie en inzichten. Zijn boek is dan ook volledig overbodig. Onjuist is ook de bewering dat de geschiedschrijving over de Poolse betrokkenheid bij het geallieerde optreden ‘beperkt’, ‘fragmentarisch’ (12) en ‘onderbelicht’ is.  Het bekende verhaal over de 1ste Poolse Pantserdivisie weet de auteur nauwelijks uit te breiden. 

Ver onder de maat is zijn informatie over de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade Groep onder bevel van generaal Stanislaw Sosabowski. Bovendien neemt de auteur het verouderde en gemythologiseerde verhaal over operatie Market Garden over. Vooral van vrienden van het Airborne Museum ‘Hartenstein’ in Oosterbeek,  Dyrda, de auteurs Bauer, Ryan, Middlebrook, Clark en Kershaw en journalist Geertjan Lassche. Het Poolse militaire optreden in West-Europa blijft merkwaardigerwijs beperkt tot activiteiten van de 1ste Poolse Pantserdivisie. De 1ste Onafhankelijke Poolse Parachutisten Brigade Groep zou een bijdrage geleverd hebben aan de bevrijding van Nederland. De bevrijding van West-Europa, vooral van Nederland (15), ziet de auteur zelfs als het doel van de geallieerden. Het geallieerde doel was echter vernietiging van de Duitse strijdkrachten in Europa, eerst ten westen en daarna ten oosten van de Rijn. Zij streden voor de overwinning in Europa. De aanduiding West-Europa is overigens pas na 1945 tijdens de Koude Oorlog ontstaan. 

Gebruikte mythen zijn: operatie Market Garden was ‘één van de meest fameuze militaire acties in West-Europa (14); slag om Arnhem; doelen van operatie Market Garden waren bevrijding van Nederland en beëindiging van de oorlog (112); de Rijnbrug bij Arnhem was het einddoel van operatie Market Garden (98); operatie Market Garden duurde van 17 tot 28 september 1944 (104); Pools optreden tijdens de slag om Arnhem (13); operatie Market Garden is vrijwel mislukt (126); de Britse perimeter rond Oosterbeek (105). 

Het strategische doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was vestiging van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen Arnhem en Nunspeet. Het moest diepe uitlopers hebben over de IJssel bij Zwolle, Deventer, Zutphen en eventueel Doesburg. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in West-Nederland. 

De 1ste Britse Luchtlandingsdivisie of deeloperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn had twee doelen.  Het voornaamste doel was de verovering van (een van de) drie bruggen over de Neder-Rijn: de spoorbrug in Driel en de schip- en de verkeersbrug ten zuiden van Arnhem. Het einddoel was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort als opstelplaats voor het XXX Corps met inbegrip van de oeververbindingen. Dit bruggenhoofd bleek ‘een brug te ver’ voor de troepen van generaal-majoor Urquhart. Hij wilde het bruggenhoofd van zuid naar noord opbouwen. Vandaar dat er voor de troepen vier verschillende routes naar het oosten waren. 

Een 'slag om Arnhem' was onmogelijk en onnodig. Lichtbewapende luchtlandingstroepen zonder ondersteuning van vliegtuigen, artillerie en zware wapens kunnen immers geen slag leveren met een zwaar bewapende tegenstander met pantservoertuigen, gemechaniseerde kanonnen en tanks. Zij moeten zich beperken tot straat-, man-tegen-man- en huis-aan-huisgevechten.  Om Arnhem hoefde bovendien geen slag geleverd te worden. Arnhem was immers geen doel van operatie Market Garden. Velen beweren dat Arnhem, de Rijnbrug of de Neder-Rijn 'een brug te ver' bleek zonder aan te geven waaruit dat bleek. Stad, brug en rivier waren geen 'brug te ver' voor de Britse luchtlandingstroepen en geen doel en dus ook geen ‘brug te ver’ voor grondtroepen. Operatie Market Garden was 'een brug te ver' voor de geallieerden, vooral voor Montgomery. 

De strijd bij Arnhem-Oosterbeek duurde niet evenals operatie Market Garden van 17 tot 28 september 1944. De strijd ten noorden van de Neder-Rijn is immers geen synoniem voor operatie Market Garden. Luchtlandingsoperatie Market mislukte al dinsdag 19 september 1944 ten noorden van de Neder-Rijn. De luchtlandingstroepen moesten zich terugtrekken naar verdedigingsgebied (perimeter) rond Huize Hartenstein in Oosterbeek. Grondoperatie Garden mislukte donderdag 21 september ’s middags ten zuiden van Elst in de Over-Betuwe. De 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade Groep onder generaal-majoor Sosabowski landde die dag omstreeks 17.20 uur tussen Driel en Elst; dus na het volledig mislukken van bruggenhoofdoperatie Market Garden. De volgende dag kreeg Montgomery tijdens de geallieerde conferentie van Versailles toestemming voor de uitvoering van bruggenhoofdoperatie Gatwic gericht op het vormen van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen. 

Onjuist weergegeven zijn de verhouding tussen de twee nationale bevelhebbers Montgomery en Crerar (83) en het besluit over de door Montgomery bepleite strategie van een smal front (97-98). Operatie Market Garden maakte deel uit van het geallieerde brede front. 

Andere onjuistheden en mythen zijn bijvoorbeeld het gebruik van ‘vanaf’ voor ‘sinds’; Stalin’s voor Stalins (33); Poolse 1ste Zelfstandige Parachutisten Brigade voor 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade; slagvelden bij de Ginkelse Heide en Driel (15); het algemene beeld dat Polen in september 1939 alleen stond (41); operatie Market Garden is niet hetzelfde als luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn (100); de Britse perimeter lag niet rond, maar in Oosterbeek (105); de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade Group landde 21 september 1944 om ongeveer 17.20 uur tussen Driel en Elst. Van de 114 vliegtuigen keerden er niet 61 maar 41 terug (105); niet door luchtafweer of weersomstandigheden maar door een communicatiestoornis. De Polen streden dus niet tijdens de slag om Arnhem. Het Drielse veer was niet door Duitsers buiten werking gesteld (105), maar door de veerman; de Duitse troepen vielen de Polen in Driel niet vanuit het oosten aan (105), maar vanuit het zuiden uit Elst; de Poolse parachutisten moesten de Britten bij Hartenstein niet ontzetten, maar versterken (106); inname van de Rijnbrug door de Polen was geen doel van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn (106); de Poolse landing zorgde niet voor paniek bij de Duitsers (106); bevelhebber Bittrich liet onmiddellijk reservetroepen inzetten; de Polen konden een bedreiging vormen voor de Duitse aanval op de Britten rond Hartenstein (106) en voor de Duitse verbindingsroute over de verkeersbrug de Over-Betuwe in; Duitsers sloten 21 september ’s middags geen Britten in Arnhem met ‘intensieve gevechten’ in (106); Duitse reserves werden niet naar Driel (106), maar naar Elden gestuurd; de Polen voerden geen vier dagen zware strijd rond Driel (107), maar één dag in en bij Driel met Britse steun; de Duitse reservetroepen gaven niet na vier dagen de strijd op (107), maar streden door tot 7 oktober; de eerste oversteek van de Polen was niet 23 (107), maar 22 september; de Polen hadden niet 24 (107), maar 22 september contact met Britse grondtroepen; Valburg ligt niet bij Nijmegen, maar ten zuiden van Driel (107); de hoeveelheid naoorlogse gebouwen bewijst niets over de Poolse verdediging van ‘gevechtsposities’ (107); tijdens de conferentie van Valburg waren uiteraard niet alle ondercommandanten van operatie Market Garden aanwezig (108; was onmogelijk en onnodig), maar Horrocks, Browning, de commandant van de 43ste divisie en drie brigadecommandanten; de conferentie ging niet over de hachelijke situatie waarin de FAAA zich bevond (107), maar over evacuatie van de Britten uit Oosterbeek; die evacuatie was niet in de nacht naar 25 september (111), maar een nacht later; niet het 1ste (111),  maar het 3de Poolse bataljon stak de Neder-Rijn over; niet de Polen zorgden voor de Britse evacuatie (112), maar Canadese en Britse geniesoldaten; na de terugtrekking van de Britse en Poolse luchtlandingstroepen bleef geen niemandsland achter (112), maar verdedigden geallieerde grondtroepen het Over-Betuwse bruggenhoofd tot april 1945. 

Van de conferentie van Valburg (107-108, 193) op 24 september heeft de auteur mede door het gebruik van slechts één verslag niets begrepen. De Poolse generaal Sosabowski was goed op de hoogte van de situatie tussen Driel en Oosterbeek. Van de militaire situatie in de Over-Betuwe wist hij niets. De Britse generaals waren goed op de hoogte van de militaire ontwikkelingen in de Over-Betuwe, maar wisten weinig van de situatie tussen Driel en Oosterbeek. Sosabowski had gelijk met zijn advies ten westen van de Westerbouwing een oversteekplaats te kiezen. Zijn advies de Neder-Rijn massaal over te steken was irreëel. Er waren namelijk geen troepen beschikbaar, zeker geen Amerikaanse (106). Met de weersomstandigheden of andere zaken had dit niets te maken (109-110 veel onzin en fantasie); Sosabowski wist niet (109) dat Britse en Canadese genietroepen met boten en brugslagmateriaal ten zuiden van Nijmegen lagen; landing van Polen was niet mislukt (110); Sosabowski kon en wilde 24 september de 21 september mislukte operatie Market Garden niet redden (110); Sosabowski moest niet akkoord gaan met evacuatie van Britse troepen (111); 24 september staken geen Polen maar Britse Dorsets de Neder-Rijn over (111); niet alleen Polen waren de Neder-Rijn overgestoken, ook Dorsets (112); operatie Pheasant (de zuivering van West- en Midden-Brabant) had te maken met de zuivering van Zeeland en de Westerschelde (113); geallieerde acties in West-Brabant en Drenthe waren geen bevrijdings- maar zuiverings- en flankdekkingsoperaties; het Eerste Canadese Leger was geen bevrijdingsleger (119). De Kriegsmarine capituleerde niet 8 mei 1945 tegenover de 1ste Poolse Pantserdivisie (118), maar bij de capitulatie van Duitse troepen op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide tegenover Montgomery (149). Deze capitulatie trad ook in Nederland 5 mei om 08.00 uur in werking. Op grond van overgavebevelen ter implementatie van de capitulatie moest de Kriegsmarine naar concentratiegebieden voor ontwapening en krijgsgevangenschap. De Duitse marine droeg 8 mei de wapens over aan de 1ste Poolse Pantserdivisie. Cora Baltussen was geen Rode Kruisverpleegkundige (123), maar EHBO-ster. 

De auteur spreekt over de kwestie Sosabowski (16, 121), maar bedoelt het voortijdige ontslag van Sosabowski. Hij beschouwt dit ontslag als een persoonlijke en militaire zaak en niet als een politieke kwestie. Hij plaatst dit ontslag dan ook tegen de onjuiste achtergrond van verschillen tussen Rijnlandse en  Angelsaksische cultuur (121-126); een leiderschapscontroverse rond Sosabowski (126-131) en de verhouding tussen hoge militairen en premier Churchill (131-133). Juist is wel de aandacht voor de conferentie van Moskou in oktober 1944 (133-144, 185). Het ontslag van Sosabowski was namelijk een politieke kwestie. De auteur heeft echter niet het verband gezien tussen het in de steek laten door de geallieerden van de opstandelingen in Warschau; het ontslag van de Poolse opperbevelhebber Sosnkowski op 3 oktober 1944; de conferentie van Moskou, het optreden van een Sovjetgezinde regering in Polen; het ontslag van Sosabowski; het onttrekken van de Poolse Parachutisten Brigade aan het Poolse Opperbevel; de Britse pogingen om de Poolse regering in ballingschap in Londen te dwingen de Curzonlijn te erkennen en samen te werken met Stalin en de Poolse communistische marionettenregering en bij weigering vervolgens te isoleren. Het ging niet om het effect van ‘de kwestie Sosabowski’ op de positie van de Poolse regering in ballingschap (16, 121). Belangrijker was het effect van de zeer verzwakte positie van die regering op het ontslag van Sosnkowski en Sosabowski. 

De auteur spreekt over Pools militair eerherstel, collectief eerherstel voor Poolse veteranen en eerherstel voor de Nederlandse nakomelingen van deze oud-militairen (13-16, 167, 186-187). Er was echter geen sprake van militair maar van politiek eerherstel. Dat eerherstel betrof uitsluitend de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade en generaal-majoor S. Sosabowski. 

De auteur heeft bij vrijwel alle onderdelen de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. Zijn proefschrift is niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, maar heeft het niveau van een gemiddelde VWO-scriptie. Promotores en beoordelingscommissie moeten zich schamen voor goedkeuring ervan. Dat is een schande voor de Groningse universiteit.

Computergame Assault on Arnhem handhaaft mythen over strijd bij en in Arnhem 1944

Het Schotse softwarebedrijf Hexwar bracht 25 februari 2016 een computerspel op de markt dat tal van mythen bevat, vooral die uit de Britse visie op bruggenhoofdoperatie Market Garden. Assault on Arnhem (Aanval op Arnhem) suggereert dat Arnhem een van de doelen was van operatie Market Garden of de Britse 1ste Luchtlandingsdivisie. Omroep Gelderland en dagblad De Gelderlander vertalen de titel van het spel onmiddellijk met de mythe ‘slag om Arnhem’. Die zogenaamde slag zou je met het strategiespel kunnen naspelen. Beweerd wordt voorts dat  het onderwerp operatie Market Garden is. Het spel speelt zich echter af bij de Maasbrug in Grave, de Waalbruggen bij Nijmegen en de Rijnbrug bij Arnhem. Het is dus onmogelijk operatie Market Garden na te spelen. Operatie Market Garden wordt kennelijk gezien als een synoniem van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Het spel kan gespeeld worden door maximaal vier spelers. Zij besturen eenheden die vechten om een van de bruggen bij Arnhem. Je kunt in het spel zowel geallieerde als Duitse troepen spelen. Het doel is om binnen een bepaalde tijd de Rijnbrug bij Arnhem, de huidige John Frostbrug, veroverd of juist verdedigd te hebben. Het einddoel van de Britse 1ste Luchtlandingsdivisie was echter de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. Dat was echter voor hen een brug te ver, niet de Rijnbrug. Het historisch onjuiste spel is te koop op www.hexwar.com en kost variërend per medium 4,99 tot 9,99 dollar; voor een historisch gezien waardeloos spel.

John Buckley & Peter Preston-Hough (ed.), Operation Market Garden. The Campaign for the Low Countries, Autumn 1944: Seventy Years On (Wolverhampton Military Studies 20), Solihul 2016, 300 p.

Het fraai uitgevoerde boek bevat een lijst van illustraties (drie zwart-wit foto’s en tien kaarten in kleur), noten, een bibliografie en een index. De essaybundel is het resultaat van een internationale conferentie gehouden in de Universiteit van Wolverhampton in september 2014. Na 70 jaar  leek een nieuwe evaluatie wenselijk van het belang, de invloed en de resultaten van operatie Market Garden. 

De titel is verwarrend en onjuist. Er was geen veldtocht om de Lage Landen. De zuivering van de toegang tot de haven van Antwerpen of de ‘slag om de Schelde’ en het bruggenhoofd Venlo hadden niets met bruggenhoofdoperatie Market Garden te maken. Merkwaardig is wel de aandacht voor de 1ste Poolse Pantserdivisie en niet voor de 1st Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade.

Sommige Britse historici proberen zich voorzichtig enigszins te verwijderen van de gemythologiseerde documentairefilm Theirs is the Glory (1946); Cornelius Ryans A Bridge Too Far (1974) en de op dat boek gebaseerde speelfilm A Bridge Too Far (1977). Ze zien echter slechts enkele van de vele mythen en blijven zich toch nog te veel baseren op verouderde boeken en films. 

Onjuistheden zijn het gebruik van Holland voor Nederland en het doel, het karakter en de duur van bruggenhoofdoperatie Market Garden. Het doel van operatie Market Garden was niet Arnhem,  bevrijding van Nederland; om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied en door de Noordduitse laagvlakte naar Berlijn. De opmarsroute om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied en Berlijn was geen doel maar de door Montgomery gewenste aanvalsrichting. Het strategische doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was vestiging van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer. Dit bruggenhoofd moest beschikken over diepe uitlopers over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen. Tactische doelen waren het afsluiten van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Operatie Market Garden was geen bevrijdingsoperatie, maar een bruggenhoofdoperatie gericht op de vorming van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn. Operatie Market Garden duurde niet van 17 tot 25 september 1944, maar slechts van 17 tot 21 september. De grondoperatie – en die was het belangrijkste – mislukte niet in Arnhem, maar 21 september ten zuiden van Elst. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was 19 september al mislukt. De strijd in en bij Arnhem duurde van 17 tot 21 september. Het plan van de 1ste Britse luchtlandingsdivisie was niet dat de 1ste Parachute Brigade naar de Rijnbrug zou trekken (142, 176) en de andere troepen drie bruggen zouden veroveren en een perimeter zouden vormen. Doel van deze divisie was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort waarin ten minste één oeververbinding was opgenomen.

De Rijnbrug was geen brug te ver. Voor de grondtroepen was de vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe een brug te ver. Voor de Britten in de sector Oosterbeek-Arnhem was de vorming van een bruggenhoofd aan weerszijden van de Neder-Rijn een brug te ver. Voor Montgomery was operatie Market Garden een brug te ver.

Teruggetrokken en gevluchte Britten verdedigden zich nog tijdens de nasleep van 19 tot 25 september rond Hartenstein in Oosterbeek. Deze zogenoemde perimeter was geen bruggenhoofd. Het gebied was te klein, beschikte niet over een oeververbinding en de hoogte de Westerbouwing en was niet geschikt voor een voortgezette aanval. Onjuist is ook het leggen van een relatie tussen operatie Market Garden en de evacuatie van Arnhem en de hongerwinter in het westen van Nederland. De hongerwinter was een gevolg van de Duitse reactie op de spoorwegstaking. De gedwongen evacuatie van 23 tot 25 september vond zijn oorzaak in Duitse vrees voor een nieuw geallieerd offensief (bruggenhoofdoperatie Gatwick gericht op vorming van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen) en geallieerde zware artillerie bij Nijmegen die Arnhem kon bereiken. Deze vrees was gevoed door luchtlandingen bij Overasselt en de aanval op Elst en Bemmel op 23 september. Overigens was niet Reinhold maar Euling de verdediger van Nijmegen en hebben historici de rol van Korps Feldt en de 406. Ersatz Landesschützen Infanterie Division wel degelijk onderkend. De blokkades van de Corridor van 22 tot 23 september en van 24 tot 26 september vormden geen bedreiging voor operatie Market Garden. Die operatie was immers 21 september al mislukt. De dijkdoorbraak bij Elden was niet in de nacht naar 5 december (212), maar 2 december 1944 om 17.00 uur. 

Factoren die onder meer aan de orde komen zijn de niet aanwezige relatie tussen luchtlandingsoperatie Market en grondoperatie Garden; de kwantiteit en kwaliteit van de mankracht van de Britse troepen; operatie Market Garden was een week te laat waardoor de Duitse weerstand was toegenomen;  er was geen luchtdekking voor operatie Market Garden; te beperkte informatie over de 50th Northumbrian en 53rd Welsh Divisions in het Over-Betuwse bruggenhoofd (The Island); de aanval van Graebner en de vraag wie het bevel tot zijn terugkeer gaf; dit deed uiteraard Bittrich die hem naar het zuiden had gestuurd, onder bevel had geplaatst van de 10de SS-Pantserdivisie en weer had teruggeroepen; de rol van geestelijken tijdens luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn; medische ondersteuning van operatie Market Garden; het niet kunnen opblazen van de Nijmeegse Waalbrug; de in het Verenigd Koninkrijk onbekende vervolgoperatie Gatwick op operatie Market Garden niet van 27 september, maar van 22 september tot medio november 1944; het Britse XXX Armored Corps moet zijn Armoured Corps (171); de Brit Warrack (niet zijn Duitse collega Skalka?) nam het initiatief voor een tijdelijke wapenstilstand. 

Het boek bevat weinig nieuws voor de ingewijde lezer. Het is wel aan te bevelen voor de geïnteresseerde lezer.

David Truesdale, Steel Wall at Arnhem. The Destruction of 4 Parachute Brigade, 19 September 1944, Solihull 2016. 338 p.

Het boek bevat vijftien bijlagen, waaronder een lijst van gesneuvelden van 4th Parachute Brigade, bibliografie en index.

De titel is merkwaardig. Met de stalen muur is bedoeld de Duitse Sperrlinie op en langs de Dreijenseweg in Oosterbeek, niet in Arnhem. De auteur denkt dat alles in Arnhem ligt. Veel Britten, zeker van het 10de en 156ste bataljon van deze brigade, zijn juist gesneuveld in Oosterbeek. Deze Sperrlinie of was geen verdedigingslinie, maar een afweerscherm. Duitse troepen moesten de Britten tegenhouden en vernietigen. Ze hoefden Arnhem niet te verdedigen. Het gebruik van Holland voor Nederland is onjuist. Het argument dat veteranen Holland gebruikten, is onzin. Veteranen dachten ook dat Oosterbeek een deel van Arnhem was en dat Kate ter Horst, de engel van Oosterbeek, de engel van Arnhem was. Veel veteranen herinneren zich weinig of niets van de gebeurtenissen. De Ginkelse Heide ligt niet in Arnhem, maar in de gemeente Ede. Van de 4de brigade ging uitsluitend het 11de bataljon in de westelijke buitenwijken van Arnhem ten onder.  

De 4de Parachutisten Brigade van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie landde 18 september 1944 op de Ginkelse Heide. Haar doelen waren niet de vorming van een perimeter om Arnhem (70), maar het innemen van nadien te verdedigen gebied ten noorden van Arnhem. Ze moest bij de Apeldoornseweg contact maken met het 1ste bataljon van de 1ste Parachutisten Brigade. Het 10de en 156ste  bataljon zouden deze doelen niet bereiken en 19 september ophouden te bestaan. Die dag mislukte luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Toch handhaaft de auteur de mythe dat de strijd in Arnhem tot 26 september duurde. Hij bedoelt de defensieve nasleep van de operatie in Oosterbeek van 19 tot 26 september. Het 11de bataljon kreeg 18 september bevel de bataljons te versterken die probeerden bij de troepen van Frost te komen.  Die bevonden zich niet, zoals de auteur herhaaldelijk stelt, op het door hen ingenomen noordelijke einde van de brug. Zij hadden defensieve posities ingenomen in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug. De auteur verwart bovendien de Britse opmarsroute en het doel van operatie Market Garden (p. 64).  Operatiedoelen waren niet de oorlog omstreekst kerstmis 1944 te beëindigen of de Duitse grens te bereiken. Doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was vestiging van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel. Doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was niet de vorming van een perimeter ten noorden van Arnhem. Een mythe is dat de Britten negen dagen een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn verdedigden (230). Hun doel was de vorming een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort met ten minste één oeververbinding. Een mythe is ook dat de 1ste Poolse Parachutisten Brigade (niet: 1 Pol. Airborne Bde, 65)  de zuidelijke toegangswegen van de spoor- en de verkeersbrug moest innemen. Deze brigade moest het oostelijke deel van het te vormen bruggenhoofd verdedigen. Mythen zijn ook dat de Duitsers de (niet door Britten veroverde) brug moesten heroveren (84); de Britse verdedigers van de brug (sic) zich moesten overgeven (206) en de Rijnbrug bij Arnhem was een brug te ver (70).

Operatie Market Garden was voor Montgomery een brug te ver. Vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe was voor het Britse Tweede Leger een brug te ver. Vestiging van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort was voor de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie een brug te ver.

Een mythe is ook dat het 1ste en 3de bataljon van de 1ste Parachutisten Brigade naar de Rijnbrug moesten (96). Die hadden eigen taken bij de opbouw van het te vestigen bruggenhoofd. Een mythe is voorts dat het 10de en het 156ste bataljon ook naar de brug moesten (138). De spoorbrug hoefde niet voorzien te worden van explosieven (98). Die waren maanden eerder al aangebracht. Einekel moet Einenkel zijn (103) en kolonel Lea (184) luitenant-kolonel. Amerikanen stelden 20 september na de Waaloversteek niet het noordelijke deel van de Waalbrug veilig (132), maar de noordelijke toegangsweg tot de brug. De auteur noemt het niet oprukken van Nijmegen naar Arnhem van Britse tanks een gemiste kans (189). Hij wekt ten onrechte de indruk dat er maar weinig Duitse troepen waren bij Elst. De auteur gebruikt ook de bekende mythen dat de perimeter bij Hartenstein een bruggenhoofd was en er geen boten en brugslagmateriaal beschikbaar waren (222). Totale nonsens is zijn bewering dat de strijd bij en in Arnhem geen mislukking was (230). Het enige dat het 2de bataljon kon bereiken, waren defensieve posities in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug. Er was dus geen sprake van vestiging van een perimeter of een bruggenhoofd en geen verovering van (een deel van) een brug. 

Het boek levert reeds lang achterhaalde informatie met veel mythen. Niet aanbevolen dus!