dr. Jan Brouwer: Brits-Nederlandse visie op bruggenhoofdoperatie Market Garden (inleiding)

Jacob Groenewoudplantsoen in Arnhem. Hier spreekt men nog over Slag om Arnhem (Battle for Arnhem).

Deze pagina bevat recensies van boeken over bruggenhoofdoperatie Market Garden, 17 tot 21 september 1944. Accent is gelegd op de uitvoering van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn van 17 tot 19 september 1944. Een belangrijke reden daarvoor is het in de literatuur weergegeven sterk gekleurde en gemythologiseerde relaas over de strijd in Arnhem en Oosterbeek. Vooral de Britse visie op operatie Market Garden is eenzijdig en beperkt. Daarin gaat het voornamelijk om de mythen ‘Slag om Arnhem’, ‘Slag om de Rijnbrug’ en de zogenaamde ‘brug te ver’. Ook eer, roem en heroïek van de in en bij Arnhem strijdende Britse militairen is in die visie van groot belang.

'Slag om Arnhem' omvat niet meer dan gevechten op en bij Bovenover en Onderlangs en aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de verkeersbrug. Die strijd noemen velen een slag en wel om de hele stad. Triest, zo'n geschiedvervalsing.

Sommige auteurs, onder wie Middlebrook,  noemen het gebied ten noorden van de Neder-Rijn ‘Arnhem’ alsof dat een streek was en niet een stad. Vertalers van Engelstalige boeken naar het Nederlands gebruiken vaak Holland voor Nederland en Engeland en Engelsen voor Groot-Brittannië of Verenigd Koninkrijk en Britten. Zij vertalen Battle at Arnhem en Battle of Arnhem niet als strijd bij en in Arnhem maar abusievelijk als Slag om Arnhem (Battle for Arnhem). Ook in het enigszins excentrisch gelegen Jacob Groenewoudplantsoen in Arnhem is the Battle at Arnhem vertaald als de Slag om Arnhem (Battle for Arnhem).

Weinig auteurs weten dat lichtbewapende luchtlandingstroepen zonder ondersteuning van vliegtuigen, artillerie en zware wapens geen slag kunnen leveren met een zwaar bewapende tegenstander met pantservoertuigen, gemechaniseerde kanonnen en tanks. Zij moeten zich beperken tot straat-, man tegen man- en huis- aan-huisgevechten.  Om Arnhem hoefde bovendien geen slag geleverd te worden. Arnhem was immers geen doel van operatie Market Garden. Velen beweren dat Arnhem, de Rijnbrug of de Neder-Rijn 'een brug te ver' bleek zonder aan te geven waaruit dat dan bleek. Stad, brug en rivier waren geen 'brug te ver' voor de Britse luchtlandingstroepen en geen doel van de grondtroepen en dus voor die troepen ook geen ‘brug te ver’. Bruggenhoofdoperatie Market Garden was wel 'een brug te ver' voor de geallieerden, vooral voor Montgomery.

Veel auteurs weten niet wat de doelen van operatie Market Garden waren. Zij kennen kennelijk het verschil niet tussen aanvals- of opmarsrichting en operatiedoelen. Zij verwarren in ieder geval de operatiedoelen met de door Montgomery gewenste opmarsrichting. De Britse veldmaarschalk wilde om de Siegfriedlinie heen Duitsland in naar het Ruhrgebied en vervolgens door de Noordduitse laagvlakte naar Berlijn. Hij dacht de oorlog in december 1944 te kunnen beëindigen. Dit was echter een te optimistische gedachte. Voorlopig lag het accent voor de geallieerden op het zoeken naar een geschikt bruggenhoofd over de Rijn. Montgomery mocht van opperbevelhebber Eisenhower zoeken tussen Arnhem en Wesel. De Amerikanen moesten zuidelijker de Rijn oversteken.

Het strategische doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was dan ook de vorming van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen Arnhem en Nunspeet. Dat bruggenhoofd moest diepe uitlopers of bruggenhoofden hebben over de IJssel bij Zwolle, Deventer, Zutphen en eventueel Doesburg. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in West-Nederland. Bevrijding van Nederland was uiteraard geen doel, al beweren velen dat wel. Market Garden was dan ook geen bevrijdings-, maar een bruggenhoofdoperatie. 

Veel auteurs weten ook niet wat de doelen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie of deeloperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn waren.  Het voornaamste doel was de verovering van de toegangswegen naar (een van de) drie bruggen over de Neder-Rijn: de spoorbrug in Driel  en de schip- en de verkeersbrug ten zuiden van Arnhem. Arnhem noch de brug kon voor de Britten dan ook verloren gaan. Ze verloren wel de beheersing van de noordelijke brugoprit of toegangsweg naar de verkeersbrug. Circa zevenhonderd Britten hadden 17 van 21 september defensieve posities ingenomen in gebouwen aan weerszijden van deze noordelijke toegangsweg naar de brug. Ten opzichte van die toegangsweg liggen het Jocob Groenwoudplantsoen en het 30 maart 2017 te openen herdenkingspaviljoen Airborne at the bridge aan de Rijnkade helaas wel excentrisch. 

Het einddoel van de Britse luchtlandingstroepen was echter - en dat zien veel auteurs niet - de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort als opstelplaats voor het XXX Corps. Dit bruggenhoofd bleek ‘een brug te ver’ voor de troepen van generaal Urquhart. Hij wilde het bruggenhoofd van zuid naar noord opbouwen. Daarom was gekozen  voor vier verschillende marsroutes van de landings- en afwerpterreinen bij Wolfheze en de Ginkelse heide naar het oosten. Brigadier Hackett had moeten beseffen dat een brug behouden zonder bruggenhoofd belangrijker is dan een bruggenhoofd zonder brug. 

Vrijwel alle auteurs laten de strijd bij Arnhem-Oosterbeek net als bruggenhoofdoperatie Market Garden duren van 17 tot 26 september 1944. Luchtlandingsoperatie Market mislukte echter al op dinsdag 19 september 1944 ten noorden van de Neder-Rijn. De naar het gebied rond Hartenstein in Oosterbeek teruggedreven Britten namen daar gedurende de nasleep van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn tot 25 september slechts defensieve posities in. Grondoperatie Garden mislukte op donderdag 21 september ’s middags ten zuiden van Elst in de Over-Betuwe. De Irish Guards werden daar niet tegengehouden door Kampfgruppe Knaust, maar door een Duits afweerscherm opgebouwd door troepen van de 10. SS-Panzer Division Frundsberg. 

De 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade Groep onder generaal-majoor Sosabowski landde die dag omstreeks 17.20 uur ten zuidoosten van Driel; dus na het mislukken van operatie Market Garden, De volgende dag, 22 september 1944, kreeg Montgomery tijdens de geallieerde conferentie van Versailles toestemming voor de uitvoering van vervolgoperatie Gatwick. Deze Brits-Amerikaanse operatie was gericht op het vormen van bruggenhoofden bij Wesel en Keulen.

Een veel voorkomende mythe bij de auteurs is de door luchtlandingstroepen beschermde geallieerde opmarsroute, de Corridor, Hell's Highway of Clubroute, te laten lopen tot de Neder-Rijn (Corridor naar de Rijn, Rijnbrug of Arnhem). Deze route liep echter maar tot de Waal. Door het 14 september schrappen van de landing van een Britse luchtlandingsbrigade in Elst was de route door de Over-Betuwe onbeschermd. De reden van de schrapping was een tekort aan vliegtuigen. Het schrappen van de landing van een brigade in Elst, het niet opereren als één formatie door de goed getrainde 1ste luchtlandingsdivisie zonder gevechtservaring en een onbekwame generaal zijn de belangrijkste oorzaken voor het mislukken van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. 

Te onderscheiden zijn vier visies op operatie Market Garden: een Brits-Nederlandse, een Duitse, een Amerikaanse en een Canadese visie. 

Brits-Nederlandse visie op bruggenhoofdoperatie Market Garden: mythologie en geschiedvervalsing

Onjuiste weergave van plan Operatie Market Garden. Meer de aanvalsrichting weergegeven dan het operatiedoel.

De eenzijdige en beperkte Brits-Nederlandse visie op bruggenhoofdoperatie Market Garden heeft grote invloed gehad op de historiografie over deze operatie. Britse auteurs, onder wie militairen, (geschiedenis)journalisten, amateur-historici, niet-historici en historici, en niet te vergeten de vertalers van hun werken hebben de strijd van luchtlandingstroepen in de sector Oosterbeek-Arnhem in september 1944 sterk gekleurd en gemythologiseerd. Velen beschouwden abusievelijk het gebied ten noorden van de Neder-Rijn als Arnhem. Door kritiekloos van elkaar over te schrijven, hebben zij een belangrijke bijdrage geleverd aan een hardnekkige geschiedvervalsing. Ook Chris G. Matser (1904-1973), waarnemend burgemeester van Arnhem van 1945 tot 1946 en burgemeester van die stad van 1946 tot 1969, heeft zijn bijdrage daaraan geleverd. Hij verheerlijkte als niet-historicus en niet deskundige al in de jaren vijftig en zestig de 'gedenkwaardige roemrijke slag om Arnhem' en ‘de heroïsche strijd om de Rijnbrug’. Er was helemaal geen 'slag om Arnhem' en Britten streden niet om de Rijnbrug! Ze probeerden hun defensieve posities te handhaven aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug.  

Gebruikelijk in deze visie is ‘slag om Arnhem’ te gebruiken als synoniem voor operatie Market Garden. Hoofddoel van die operatie is in deze visie dan ook Arnhem, vooral de verkeersbrug over de Neder-Rijn, gevolgd door de opmars van het Britse Tweede Leger naar het Ruhrgebied. Kennelijk weten de auteurs binnen deze visie niet het verschil tussen aanvals- of opmarsrichting en operatiedoel. Gebruikelijk naast ‘slag om Arnhem’ zijn ook de historische onjuistheden (mythen) ‘slag om de Rijnbrug’, Corridor naar de Rijn, ‘sprong naar de Rijn’, de ‘bruggen naar Arnhem’ of ‘weg naar Arnhem’. De ‘slag om Arnhem’ duurde in het gemythologiseerde verhaal van 17 tot 26 september 1944 met ‘keerpunten’ op 19 (Market) en 21 september (Garden). De Britse luchtlandingstroepen trokken over verschillende routes naar de brug. Die troepen moesten zich 19 september terugtrekken naar Hartenstein. Twee dagen later eindigde 'het heroïsche Britse verzet' bij de brug. Veel auteurs beweren dat de troepen van Frost de brug bereikten. Ze spreken over de verovering door de troepen van Frost van het noordelijke deel of noordelijke einde van de brug. Die troepen namen echter in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug defensieve posities in. Die brug bleek ‘een brug te ver’, zonder aan te geven waaruit dat bleek en voor wie. De Britten verdedigden eveneens 'op heroïsche wijze' hun ‘bruggenhoofd’ rond Hartenstein. Op initiatief van de arts Warrack mocht 24 september een aantal gewonden uit deze verdedigingszone (perimeter) naar het ziekenhuis. In de nacht naar 26 september verzorgden Britse genietroepen de evacuatie van overlevenden van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie naar de zuidelijke rivieroever. De poging van Montgomery over Arnhem door te stoten naar het Ruhrgebied en vervolgens naar Berlijn was gedeeltelijk geslaagd. Berlijn was de droom van Montgomery. Hij had in 1944 de oorlog willen beëindigen. Ten zuiden van de Waal waren de doelen wel bereikt. De Poolse generaal-majoor Sosabowski en zijn 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade kregen de schuld voor het mislukken van bruggenhoofdoperatie Market Garden. In deze Britse visie is geen oog voor de werkelijke rol van andere nationaliteiten, zoals Polen, Canadezen en Amerikanen. De evacuatie van overlevenden van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie wordt uitsluitend bezien vanuit Brits oogpunt en dus uitgevoerd door Britse genietroepen. Het beslissende aandeel van Canadese genietroepen willen Britten niet zien. De - nooit plaatsgevonden - ‘slag om de Rijnbrug’ mislukte 21 september door het vastlopen ten zuiden van Elst van grondoperatie Garden. Het grondleger, vooral het XXX legerkorps, kwam daarom niet tijdig in Arnhem. De Britten vochten voor de ‘bevrijding’ van de gemeenten Arnhem, Ede, Renkum en plaatsen in de Over-Betuwe. 

Deze visie of dit gemythologiseerde verhaal wordt kritiekloos gevolgd door Britse auteurs als Chester Wilmot, Christopher Hibbert,  G. G. Norton, Martin Middlebrook en Bob Carruthers; de Iers-Amerikaanse journalist Cornelius Ryan; Airborne Museum ‘Hartenstein’; Stichting Airborne Feelings, september 1944 en Omroep Gelderland. Het Airborne Museum en Omroep Gelderland spreken zelfs over Engelsen en Engeland in plaats van over Britten en het Verenigd Koninkrijk. 

Het strategische doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was in werkelijkheid de vestiging van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer met het front naar het oosten. Dit bruggenhoofd moest beschikken over diepe uitlopers over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Op de Veluwe moest Montgomery wachten op het bevel van opperbevelhebber Eisenhower om verder te trekken. Een belangrijk doel van de  1ste Britse Luchtlandingsdivisie was verovering van (een van) de drie bruggen over de Neder-Rijn. Bevrijding van plaatsen en/of gebieden behoorde niet tot de doelen. Het einddoel was vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort als opstelruimte voor het Britse Tweede Leger, vooral het XXX Corps. Arnhem, de Rijnbrug en de Neder-Rijn waren geen doelen van operatie Market Garden. ‘Slag om Arnhem’ en Market Garden zijn dan ook geen synoniemen en de grondtroepen waren niet op weg naar Arnhem en de Rijnbrug. Die brug was dan ook geen ‘brug te ver’. De luchtlandingstroepen trokken over vier verschillende routes naar het oosten om van zuid naar noord het vereiste bruggenhoofd te vormen. De eerste avond en nacht weken ze van hun plan af om de Britten bij de noordelijke toegangsweg tot de brug te helpen. De luchtlandingsdivisie was binnen een dag al uit elkaar gevallen in onafhankelijk van elkaar opererende troepen zonder verbindingen. Ze waren gestuit op een Duits afweerscherm tussen Oosterbeek en Arnhem. Sommige auteurs zagen dat scherm als een verdedigingslinie. De Duitse troepen hoefden echter niets te verdedigen. Hun opdracht was de Britten te stoppen, terug te dringen en te vernietigen. Operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn mislukte al 19 september en Garden 21 september ‘s middags. De laatste Britten in hun defensieve posities aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug hadden 21 september ’s morgens hun verzet moeten opgeven. De 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade landde 21 september ’s middags na de mislukking van operatie Market Garden. Doel van die dag noordwaarts opgerukte grondtroepen was het alsnog vestigen van een bruggenhoofd op de Veluwe of als dat onmogelijk was ten westen van Oosterbeek. Operatie Market Garden had het strategische doel – een bruggenhoofd over de Neder-Rijn - niet bereikt en was dus volledig mislukt. De teruggetrokken Britten slaagden er niet in tijdens de nasleep van operatie Market Garden van 19 tot 25 september bij Hartenstein een bruggenhoofd te vestigen. Op initiatief van de Britse arts Warrack of was het toch de  Duitse arts Skalka - dat is niet helemaal duidelijk - mochten 24 september gewonden uit dit gebied naar het ziekenhuis. In de nacht naar 26 september verzorgden Canadese en Britse genietroepen de evacuatie van overlevenden naar de Over-Betuwe.

 

1945 tot 1975

Bruggenhoofdoperatie Market Garden: het juiste operatiedoel

Het plan van Montgomery voor operatie Market Garden. Het strategische doel is vorming van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel.

Veel auteurs met de Brits-Nederlandse visie op operatie Market Garden weten het verschil niet tussen aanvalsrichting en operatiedoel. Ze beweren zonder blikken of blozen dat Arnhem een doel van deze operatie was. Montgomery wilde vervolgens naar het oosten afbuigen om de Siegfriedlinie heen. Het volgende doel was een noordelijke omsingeling (Amerikanen zouden de zuidelijke omsingeling realiseren) van het Ruhrgebied. Daarna wilde Montgomery door de Noordduitse laagvlakte naar Berlijn om nog in december 1944 een einde aan de oorlog te maken. Een aanvalsrichting kan nimmer het doel van een operatie zijn! Kennelijk lezen deze auteurs liever A Bridge Too Far van de journalist Cornelius Ryan (1974) dan de memoires van veldmaarschalk Montgomery.  

Het werkelijke strategische doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was de vorming van een krachtig bruggenhoofd tussen Arnhem en het Nunspeet aan het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen. Het front moest uiteraard naar het oosten zijn gericht. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland.

Veel auteurs beweren ook dat de Amerikaanse opperbevelhebber Eisenhower op 10 september 1944 op het vliegveld van Brussel instemde met de door Montgomery bepleite strategie van een smal front, een potloodstoot Duitsland in.  Eisenhower hield echter militair-strategisch gezien terecht vast aan zijn strategie van een breed front: gezamenlijk oprukken naar de Rijn; gezamenlijk deze rivier oversteken en gezamenlijk over een breed front verder Duitsland intrekken naar de Elbe. Eisenhower stemde op 10 september bij Brussel uitsluitend in met het door Montgomery vestigen van een bruggenhoofd over de Neder-Rijn. Hij sprak daarom over Market Garden als een bruggenhoofdoperatie! Market Garden was dan ook geen bevrijdingsoperatie, zoals velen ten zuiden van de Waal beweren.

Richard McMillan, Bloedende Betuwe, Amsterdam-Brussel 1945. 50 p.

Oorlogscorrespondent Richard McMillan was voor United Press in een jeep met het Britse Tweede Leger naar Nijmegen getrokken. Hij verbleef in Berg en Dal en had de neiging het gebied ten noorden van de Neder-Rijn Arnhem te noemen. De Britse journalist sprak dan ook over de luchtlandingsoperatie of strijd bij Arnhem. Hij beweerde dat operatie Market Garden twee doelen had: het Britse Tweede Leger moest de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V-raketten in het westen van Nederland afsluiten en vervolgens oprukken naar het Ruhrgebied. Doel van operatie Market Garden was echter vestiging van een bruggenhoofd ten noorden van Arnhem. Meer niet. 

McMillan heeft slechts een beperkte blik op operatie Market Garden. Hij schrijft over zoeklichten bij de Waalbrug en voor infanterieaanvallen; Duitse aanvallen op de Waalbrug in de vorm van artilleriebeschietingen; luchtaanvallen; zwemmers met torpedo’s; duikbommenwerpers en soldaten met een bom op een brancard.  Drijvende versperringen in de rivier moesten de bruggen beschermen. Het Duitse afweerscherm tussen Oosterhout en Ressen stopte 21 september 1944 de opmars van de Irish Guards. De infanterie kwam pas de volgende dag nadat de strijd in Arnhem was afgelopen. Informatie over de strijd bij de Rijnbrug kreeg men in Nijmegen 24 september van drie Britten die bij de brug gestreden hadden. Ze waren krijgsgevangen genomen, in Emmerik ontsnapt en met een bootje over de Waal naar Nijmegen gevaren. Ryan spreekt over vier personen, onder kapitein Eric Mackay. 

In de Over-Betuwe woedde na het opblazen van de Rijndijk bij Elden op 2 december 1944 een wateroorlog. Canadezen en Britten gebruikten allerlei amfibievoertuigen. Het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd, niet ‘het eiland van Nijmegen’, was de ‘zonderlingste gevechtszone’.  McMillan weet deze zone, de Bloedende Betuwe, uitstekend te beschrijven. Jammer is dat de vertaler Holland en Hollandse abusievelijk gebruikt voor Nederland en Nederlandse.

Marek Swiecicki, Roode duivels in Arnhem, Amsterdam-Brussel 1945. 112 p.

R. E. Urquhart schreef 17 november 1944 de introductie. ‘Dit boekje geeft een overzichtelijke beschrijving van de zeer dappere rol, die in den slag bij Arnhem gespeeld werd door de 1e Poolsche Parachutisten Brigade Groep. De naam van deze Brigade zal, in verband met deze actie, altijd verbonden zijn met dien van de 1e Britsche Luchtlandingsdivisie.’ 

Ryszard Kara-Malaszkiewicz, stafchef van de 1ste Poolse Parachutisten Brigade, schreef het voorwoord. Hij had goed begrepen dat het doel van de Britse luchtlandingsdivisie de vestiging was van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn. 

De vertaler vertaalt Battle of Arnhem naar ‘slag bij Arnhem’ zonder te vermelden welke slag hij bedoelt. Hij gebruikt ook en beter ‘strijd rond Arnhem’. Lichtbewapende luchtlandingstroepen kunnen immers geen slag leveren tegen een zwaarbewapende tegenstander. De vertaler gebruikt abusievelijk Holland voor Nederland en Engelsen voor Britten.  

De Poolse oorlogscorrespondent voor het Poolse ministerie van Informatie Marek Swiecicki  (1915-1994) sloot 24 oktober 1944 de tekst van dit boek af. Hij was verbonden aan de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade Groep onder bevel van generaal-majoor Stanislaw Sosabowski. Swiecicki landde 18 september 1944 ten noorden van de Neder-Rijn. Negen zweefvliegtuigen brachten de 3de Poolse tankbatterij en zware uitrusting voor de genie. Aan boord van het tiende toestel bevonden zich Swiecicki, kapitein Ludwik B. Zwolanski (1916-), verbindingsofficier bij de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie; artillerieofficier luitenant Alfons Mackowiak; drie soldaten en een jeep met aanhanger. Swiecicki was professioneel ooggetuige van de strijd van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie bij Hartenstein en de 21 september bij Driel gelande Poolse brigade. Collega’s van hem waren Roy W. R. Oliver (31), hoofd Public Relations Service; Alan Wood van de Daily Express en de BBC correspondenten  Stanley Maxted (1897-1963) en Guy Byam (1919-1945).

Swiecicki spreekt met gevangengenomen landgenoten die door Duitsers gedwongen waren bij de Wehrmacht te dienen. Hij ziet 19 september Britse soldaten terugkeren naar het park rond huize Hartenstein. De auteur beschrijft het leven in het verdedigingszone door de bril van een correspondent. Driemaal ging hij in de richting van de Neder-Rijn om de enkele malen uitgestelde landing van de Poolse Parachutistenbrigade te kunnen gadeslaan. De soldaten lagen onder vuur van sluipschutters en mortier- en artilleriebeschietingen en waren verheugd over de steun van de eigen artillerie. Zwolanski zwom naar de overkant voor contact met generaal Sosabowski. Tweemaal staken Polen over om de Britten te versterken.  Swiecicki heeft grote bewondering voor de strijd van de Rode Duivels (naar de rode baretten). Die wachtten vergeefs op de komst van het Britse Tweede leger. Samen met hen maakte hij de terugtocht over de rivier naar Nijmegen.

De titel is niet juist, omdat de auteur uitsluitend schrijft over de Rode Duivels in de verdedigingszone bij Hartenstein in Oosterbeek. Operatie Market Garden liet Holland letterlijk en figuurlijk links liggen. Onjuistheden in het voorwoord zijn de vernieling van het Drielse veer door Duitsers; de vestiging van een Pools bruggenhoofd bij Driel; de constatering dat operatie Market Garden hetzelfde is als de opmars naar Arnhem (operatie Garden) en dus het accentueren van ‘Arnhem’. De stafchef beweert abusievelijk dat deze operatie ‘voor meer dan 80% succes had.’ Dankzij het standhouden ten noorden van de Neder-Rijn kon het Britse Tweede Leger de stoot geven tot ‘de uiteindelijke verdrijving’ van de Duitsers uit Nederland. Tussen operatie Market Garden en de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide die op 5 mei om 08.00 uur in werking trad, bestond echter geen enkel causaal verband. Het boekje bevat acht zwart-wit foto’s.

Documentaire: Theirs is the Glory (1946)

Regie: Brian Desmond Hurst. script: Terence Young. Duur 83’. https://youtu.be/fiFeYxlPYy4

Velen zijn erg positief, ja zelfs enthousiast over deze film. Regisseur Hurst sprak over een op documenten berustende reconstructie van de gebeurtenissen en een van de beste oorlogsfilms. Het Airborne museum ‘Hartenstein’ laat de film wel eens zien. Men spreekt ook wel over een documentaire en een oorlogsfilm bestaande uit re-enacts. 

De film blijft beperkt tot activiteiten van de Britse 1st Airborne Division tijdens luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn.  Deze operatie was een onderdeel van operatie Market Garden. De film biedt realistische scènes, vooral van landingen van zweefvliegtuigen en parachutisten en verdediging van posities bij de noordelijke toegangsweg naar de Rijnbrug in Arnhem en in de perimeter rond Hartenstein. De vernielde Rijnbrug is weergegeven met een tekening op een glasplaat die voor een lens is gehouden. Doel is het heroïseren van de zogenaamde Men of Arnhem. Moed en heroïsme van omsingelde Britse militairen dienen kennelijk ter verbloeming van de snelle nederlaag ten noorden van de Neder-Rijn.  Doel van de film is, zoals de titel aangeeft, eer en roem voor de strijdende Britse militairen; niet het bieden van het juiste historische verhaal. 

Mythen

Helaas bevat de film een aantal historische onjuistheden (mythen). De Rijnbrug en Arnhem waren doelen van operatie Market Garden, na twee dagen gevolgd door de opmars van het Britse Tweede Leger naar het Ruhrgebied. De door luchtlandingstroepen beschermde geallieerde opmarsroute (Corridor) liep tot Arnhem, de Neder-Rijn of de Rijnbrug. Alle Britse luchtlandingstroepen moesten naar de verkeersbrug, zelfs de bataljons die geland waren op de Ginkelse Heide. De strijd in en bij Arnhem (Battle of Arnhem) duurde van 17 tot 25 september 1944 en eindigde met de evacuatie van een deel van de troepen uit Oosterbeek over de Neder-Rijn (in de film een Britse afgraving). Onjuist is het gebruik van Holland voor Nederland. 

Werkelijkheid

Het strategische doel van operatie Market Garden was het vestigen van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. De geallieerde opmarsroute of Corridor liep tot de Waal nadat de landing van een Britse luchtlandingsbrigade in Elst door een tekort aan vliegtuigen was geschrapt. De route door de Over-Betuwe was dus onbeschermd. De grondtroepen liepen daar 21 september om circa 13.30 uur vast ten zuiden van Elst. Operatie Market Garden was dus 21 september al mislukt en voor Montgomery een brug te ver gebleken. 

Het einddoel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort. Daarin moest ten minste een van de drie oeververbindingen bij Arnhem opgenomen zijn, bij voorkeur de verkeersbrug. De bij Wolfheze gelande troepen moesten 17 september dan ook over drie vrijwel evenwijdige marsroutes naar het oosten oprukken. Deze opmars over een breed front beoogde het bevorderen van de snelheid en het van zuid naar noord opbouwen van het beoogde bruggenhoofd. 

Luchtlandingsoperatie Market mislukte al 19 september 1944 ten noorden van de Neder-Rijn. Het operatieplan was al de eerste nacht in duigen gevallen. Britse troepen probeerden vervolgens hun collega’s bij de noordelijke toegangsweg naar de brug te versterken. Troepen van de op 18 september gelande 4de Parachutistenbrigade trokken volgens plan naar gebied ten noorden van Arnhem. De Britten stuitten echter op een Duits afweerscherm en moesten 19 september terugtrekken naar gebied rond Hartenstein in Oosterbeek (perimeter). Lichtbewapende luchtlandingstroepen konden geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander noch om Arnhem noch om de Rijnbrug. De Britten bij de noordelijke toegangsweg naar de brug verdedigden zich tot de ochtend van 21 september.  De strijd in en bij Arnhem was die morgen afgelopen en duurde dus van 17 tot 19 en wat de noordelijke brugoprit betreft tot 21 september. De verdedigers van de perimeter in Oosterbeek werden na een week geëvacueerd naar de andere rivieroever. Daarmee kwam een einde aan de nasleep van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn of van Market Garden. Men of Arnhem is onjuist: een deel van de troepen bleef in Oosterbeek; een ander deel werd gestuit ten westen van de Dreijenseweg in Oosterbeek en de vier bataljons die de Britten bij de brugoprit moesten versterken, kwamen niet verder dan de westelijke wijken van Arnhem. 

De website www.tweedewereldoorlog.nl is een verzamelplaats voor achtergrondinformatie, lesmateriaal, bronnen, literatuur en digitale tentoonstellingen over de Tweede Wereldoorlog. Diverse organisaties, musea en herinneringscentra leveren op deze website informatie en bronnenmateriaal aan. De site is een initiatief van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Chester Wilmot, The Struggle for Europe, London 1952 (6e druk).

Reginald William Winchester Wilmot (1911-1954) was een Australische oorlogscorrespondent voor de BBC en de Australian Broadcasting Corporation. Hij kwam om bij een vliegtuigongeluk boven de Middellandse Zee. 

Wilmot kende de doelen van het plan voor operatie Market Garden, maar geeft deze niet duidelijk weer. Hij maakt ook niet duidelijk wat Montgomery wilde en wat hij uiteindelijk mocht. Het Britse Tweede Leger moest oprukken tot het IJsselmeer. De Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland zouden zijn afgesloten. Het leger zou om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied trekken (487-488). Dat was inderdaad het plan van Montgomery. Opperbevelhebber Eisenhower keurde dat echter niet goed. Het Britse Tweede Leger moest ten noorden van de Neder-Rijn een bruggenhoofd vestigen met diepe uitlopers over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen (524). De auteur en veldmaarschalk Montgomery zijn weinig kritisch over elkaar.  

The Struggle for Europe bevat een goed leesbaar relaas in twee hoofdstukken over het verloop van operatie Market Garden in de verschillende sectoren (Market) en de opmars van de grondtroepen (Garden). Wilmot legt het accent op de strijd van de luchtlandingstroepen tussen Wolfheze en Arnhem. De doelen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie geeft hij onvolledig weer. Hij vermeldt wel dat de Rijnbrug bij Arnhem het voornaamste doel was, maar verzuimt het einddoel te vermelden: vorming van een geschikt bruggenhoofd voor het Britse Tweede Leger tussen de Westerbouwing en Westervoort. Het Duitse tegenoffensief tussen eind september en begin oktober in de Over-Betuwe en ten zuiden van Nijmegen komt er zeer bekaaid af. 

Mythen zijn: Eisenhower gaf Montgomery te weinig steun en voorraden; Arnhem was het doel van operatie Market Garden;  ‘het plan voor Arnhem’ (499); ‘The Road to Arnhem’ (498-522); ‘Battle at Arnhem’; de orders voor luchtlandingsoperatie Market (was een dagorder voor 101st U.S. Airborne Division) waren gevonden in een neerstort zweefvliegtuig bij Vught (moet Dongen zijn); bij de luchtlandingen 17 september ten westen van Wolfheze ontbraken de jeeps voor de verkenners (verkenners vielen die dag in een Duitse hinderlaag); het SS-bataljon-Krafft was 16 september in Oosterbeek aangekomen (was er al op 9 september); de duur van de strijd bij Arnhem van 17 tot 25 september 1944 (is tot 19 september); de Waaloversteek was 20 september noodzakelijk voor het ‘koste wat het kost’ openen van de weg naar Arnhem (511); die middag reden twintig tanks over de Rijnbrug de Over-Betuwe in (513; een dag te vroeg). 

Andere onjuistheden zijn: het gebruik van Holland, Southern Holland, Engeland, Zuiderzee voor respectievelijk Nederland, zuidelijk Nederland, Groot-Brittannië en (sinds 1932) IJsselmeer; naar de Rijnbrug moesten op 17 september 1944 verkenners en lichtbewapende parachutistenbataljons van de 1ste Parachutistenbrigade en op 18 september de 4de Parachutistenbrigade; deze 4de Parachutistenbrigade moest ook Duitsers ten noorden van Oosterbeek verdrijven om het divisiegebied rond Hartenstein te versterken (510); 19 september begon de Britse terugtocht naar Oosterbeek (mislukte de operatie ten noorden van de Neder-Rijn); de Guards Armoured Division moest 21 september naar de Rijnbrug (naar de Veluwe) oprukken of wanneer dat onmogelijk was afbuigen naar de omgeving van Driel om ten westen van Oosterbeek alsnog een bruggenhoofd te vestigen; het 7th Bn The Somerset Light Infantry was te traag in Oosterhout; zondag 24 september moest de opmarsroute openblijven voor de aanvoer van boten en brugslagmateriaal (genietroepen met boten en brugslagmateriaal stonden sinds 21 september ten zuiden van Nijmegen); de Irish Guards trokken 22 september de Betuwe in (527; een dag eerder). 

Wilmot wist dat de conferentie in Versailles 22 september instemde met een nieuw plan van Montgomery. Hij wist niet dat die instemming betrekking had op vervolgoperatie Gatwick van operatie Market Garden in combinatie met een snelle zuivering van Zeeland voor een vrije toegang tot de haven van Antwerpen (533, 535). Doelen van de Brits-Amerikaanse operatie Gatwick waren de vestiging van bruggenhoofden ten oosten van de Rijn bij Wesel en Keulen.

Generaal-majoor R. E. Urquhart, De slag om Arnhem, Leiden 1964 (9de druk). 240 p.

Ten Geleide door Chris G. Matser, burgemeester van Arnhem van (wnd. 1945/1946) 1945 tot 1969. Voor de bevolking van Arnhem was 1944 een gedenkwaardig jaar ‘om de veldslag die (…) de geschiedenis is ingegaan als de SLAG OM ARNHEM’. Matser herinnert aan de ‘heroïsche strijd om de Rijnbrug’. Hij vindt dat de ‘negen dagen durende slag om Arnhem’ voor de stad ‘een grootse gedenkwaardigheid zal blijven’ met als symbool het Airborne monument. Matser beschouwt Urquharts ‘relaas van de Slag om Arnhem’ als een ‘intiem monument’. Urquhart gebruikt de mythen ‘’veldslag’ en ‘slag om Arnhem’ niet.

Matser heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de mythevorming over operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Hij gebruikt de mythen ‘slag om Arnhem’, ‘veldslag’, ‘strijd om de Rijnbrug’ en ‘negen dagen durende slag’. 

De oorspronkelijke Engelstalige titel in 1958 was Arnhem. De kennelijk inhoudelijk niet deskundige vertalers J. F. en H. L. J. Kliphuis hebben daarvan zonder toelichting ‘de slag om Arnhem’ gemaakt. Deze mythe en die van ‘slagveld’ gebruiken ze ook in de tekst. Ze gebruiken bovendien Holland, Engeland, Engelsen en Engelse Tweede Leger voor respectievelijk Nederland, Groot-Brittannië of Verenigd Koninkrijk, Britten en Britse Tweede Leger. Veel auteurs hebben deze mythen en onjuiste vertalingen overgenomen. Dit boek is dan ook een van de eerste met de mythen ‘slag om Arnhem’, ‘negen dagen durende slag’ en ‘strijd om de Rijnbrug’. De vertalers verzuimen aan te geven welke strijd zij als een slag beschouwen en bovendien om Arnhem. 

Urquhart (1901-1988) geeft het strategische doel van operatie Market Garden helder aan: een bruggenhoofd vormen ten noorden van de Neder-Rijn. Dat bruggenhoofd zou als uitvalsbasis kunnen dienen voor een aanval naar het Ruhrgebied om de Siegfriedlinie heen. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Eisenhower beschouwde operatie Market Garden als ‘een uitbreiding van zijn brede-frontstrategie’. Urquhart geeft bovendien een correct beeld van de doelen, het divisieplan en de keuze van de landingsterreinen. Het voornaamste doel was de verovering van (een van) de drie bruggen. Het einddoel was vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. Het derde bataljon zou de linkerflank van het 2de bataljon dekken en de verdedigingsmacht bij de brug uit het noordoosten afschermen. Het 1ste bataljon moest naar hooggelegen gronden ten noorden van Arnhem en daar een buitenlinie bezetten. 

 ‘Arnhem’ bevat een goed leesbaar relaas van het verloop van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Urquhart beschrijft de opmars van het 3de bataljon tot de omgeving van het Rijnpaviljoen; zijn ‘onderduiken’ in de wijk Lombok; de gevechten bij de brug; de gezonden versterkingen; zijn terugkeer naar Oosterbeek; de verwarde straatgevechten in de westelijke buitenwijken van Arnhem; en de oostelijke opmars van twee bataljons van de 4de Parachutistenbrigade volgens het oorspronkelijke plan.

Urquhart besefte achteraf dat hij beter bij het Sint Elisabeths Gasthuis de operaties van vier bataljons had kunnen coördineren. Hij besefte ook dat de troepen onder Hackett moesten afzien van het bezetten van de noordelijke sector van het oorspronkelijke bruggenhoofd. Die moesten terug en proberen langs de Utrechtseweg naar het oosten op te rukken. Ook die operatie zou mislukken. Dinsdagmiddag 19 september begon de Britse terugtocht naar het divisiegebied in Oosterbeek. (Operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was volledig mislukt –JB). De Duitse vernietigings- en vernielingstactiek bij de noordelijke toegangsweg naar de Rijnbrug begon vruchten af te werpen. De Britse verdedigers kwamen steeds meer in het nauw. De uitputtingsstrategie tegen de troepen bij Hartenstein was begonnen, onder meer met sluipschutters en gemechaniseerde kanonnen. Luchtsteun voor de vrijwel omsingelde Britten bleef uit. Ze kregen wel artilleriesteun van Britten ten zuiden van de Waal en hulp van de bij Driel gelande Poolse Parachutistenbrigade. Evacuatie was echter onafwendbaar. 

Urquhart gebruikt vier mythen. Het plan voor operatie Market was door Duitsers gevonden  in een neergestort zweefvliegtuig bij Vught. Een dagorder aan de 101st U.S. Airborne Division was evenwel gevonden in een bij Dongen neergestort zweefvliegtuig. De tweede en derde mythe zijn het divisiegebied rond Hartenstein een bruggenhoofd noemen dat absoluut noodzakelijk was voor een aanvalsstoot naar de Noord-Duitse laagvlakte. Het beperkte divisiegebied was echter geen bruggenhoofd en had geen militaire waarde. Het was zelfs niet noodzakelijk voor een geallieerde aanval door de Noord-Duitse laagvlakte. Het was weliswaar verdedigd gebied aan de vijandelijke zijde van de Neder-Rijn, maar niet geschikt voor voortzetting van een aanval. Het had dan ruimer moeten zijn en in ieder geval de Westerbouwing moeten omvatten en een goede en veilige oeververbinding. De vierde mythe is die van de Rijnbrug als ‘een brug te ver’. Die brug was immers geen doel van de grondtroepen (operatie Garden). 

Andere onjuistheden zijn de verwisseling van de 9de en de 10de SS-Pantserdivisie voor herstel en reorganisatie in Duitsland; donderdagmorgen al Duitse tanks over de Rijnbrug laten trekken; en Duitsers brachten 21 september de veerpont bij Driel tot zinken. Dat deed de veerman zelf op 20 september ’s avonds. 

Het boek bevat kaarten, zwart-wit foto’s; informatieve aanhangsels en een lijst van afbeeldingen. Een vermelding van bronnen en literatuur ontbreekt.

Stanislaw Sosabowski, Ik vocht voor de vrijheid, Leiden 1960. (Freely I served, 1960)

Vert. J. F. Kliphuis. Jhr. dr. C. G. C. Quarles van Ufford, oud-commissaris der koningin in Gelderland en voorzitter van het Airborne Comité, spreekt in het voorwoord over een ‘ruige vechtgeneraal en vurig patriot’. Diens weergave van de ‘slag om Arnhem’ vormt een waardevolle aanvulling van het verhaal van generaal Urquhart. Aan bod komen gebeurtenissen bij Driel en beleid van de hoogste legerleiding voor zover dat het verloop van de slag heeft beïnvloed. Het verhaal is spannend geschreven en levert een boeiende visie op de ‘slag om Arnhem’. 

Quarles van Ufford wist kennelijk niet dat Sosabowski niet betrokken was bij de ‘slag om Arnhem’. Zijn brigade vocht in de sector Driel-Oosterbeek van  21 en 26 september 1944. De strijd bij Arnhem was 19 september al mislukt en operatie Market Garden 21 september ‘s middags. Sosabowski kon dus geen visie geven op de ‘slag om Arnhem’, wel op onvolkomenheden van operatie Market Garden. De mythe 'slag om Arnhem' is echter niet hetzelfde als operatie Market Garden. 

De Pool Stanislaw Sosabowski (1892-1967) beschrijft zijn moeilijke jeugdjaren in Stanislawow na het overlijden van zijn vader in 1905. Hij verdiende voor zijn moeder, broertje en zusje geld met het geven van lessen aan minder begaafde medeleerlingen. Hij was lid van de Eerste Poolse Ondergrondse Beweging en kwam al snel in actieve dienst. Hij vocht in de Eerste Wereldoorlog tegen de Russen en klom op tot luitenant. In het Poolse leger voerde hij in 1939 het bevel over een infanteriebrigade. Hij streed in Warschau tegen Nazi-Duitsland tot de capitulatie. Via Hongarije en Frankrijk arriveerde hij in het Verenigd Koninkrijk. In Schotland (Leven) mocht hij de 1ste Onafhankelijke Poolse Parachutisten Brigade opleidden voor de bevrijding van Polen. In 1942 bevestigden de Britse chef-staf en generaal Sikorski dat deze brigade onder Pools commando zou blijven en uitsluitend in Polen zou worden ingezet. De Britse generaal Browning wilde echter aansluiting van de Poolse brigade bij de Britse luchtlandingstroepen. Uiteindelijk kreeg Browning zijn zin. De Poolse regering in ballingschap in Londen en Sosabowski zouden het slachtoffer worden van een internationaal politiek machtsspel. Daarin was geen plaats voor een onafhankelijk en democratisch Polen. Sosabowski verloor dan ook zijn strijd voor de onafhankelijkheid van zijn brigade. De Poolse parachutistenbrigade kwam in 1944 onder operationeel bevel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie.  De brigade landde 21 september 1944 op de zuidelijke oever van de Neder-Rijn bij Driel met het doel de Britten rond Hartenstein te versterken. Twee dagen na de mislukte operatie bij Arnhem en een paar uren na de mislukking van operatie Market Garden. Sosabowski vond het onbegrijpelijk dat de geallieerden niet oprukten over Oosterhout, Valburg en Elst naar Driel (211, 225). Ze hadden moeten proberen ten westen van Oosterbeek alsnog de rivier over te steken om daar een bruggenhoofd te vestigen. Sosabowski wist niet dat daarvoor geen troepen beschikbaar waren, zelfs geen brigade. Sosabowski wist wel dat het doel van de Britten ten noorden van de Neder-Rijn de vorming van een bruggenhoofd was tussen de Westerbouwing en Westervoort (kaart p. 165). Hij wist ook dat een ‘slag om Arnhem’ onmogelijk was voor lichtbewapende luchtlandingstroepen. Het verschil tussen tankslagen en infanterieslagen vindt hij immers vrijwel even groot als het verschil tussen gewone infanteristen en  paratroepers. De vertaler en de schrijver van het voorwoord hebben dit niet begrepen. 

Mythen zijn: doelen van operatie Market Garden waren de verovering van het Ruhrgebied (163) en beëindiging van de oorlog in 1944 (218); Arnhem was het doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie; de ‘slag om Arnhem’ van 17 tot 26 september 1944; en aanduiding van gebied ten noorden van de Neder-Rijn als Arnhem, Driel als gelegen bij Arnhem en de verdedigingssector (perimeter) rond Hartenstein als bruggenhoofd (189). 

Andere onjuistheden zijn de vertaling van Nederland naar Holland en Verenigd Koninkrijk en Britten naar Engeland en Engelsen; en de spoorbrug over de Maas (tegenover pag. 112) als bijschrift bij een foto van de vernielde spoorbrug over de Neder-Rijn bij Elden. Het probleem van de verdwenen veerboot lost Sosabowski ook niet op. Hij vernam van Cora Baltussen dat de veerboot vernield en het veer in Duitse handen was (187, 236). De veerman had op woensdag 20 september ’s avonds echter de gierkabel gekapt. De toestemming van Eisenhower op 22 september voor meer steun aan Montgomery’s legergroep betrof niet operatie Market Garden, maar vervolgoperatie Gatwick (219). Operatie Market Garden was immers 21 september al mislukt. Doelen van de Brits-Amerikaanse operatie Gatwick waren vestiging van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen.

Christopher Hibbert, Arnhem 17-26 september 1944, Leiden 1963, 263 p.

Oorspronkelijke titel: The Battle of Arnhem (de strijd bij Arnhem). Vert. P. R. A. van Iddekinge.

De titel wekt de indruk dat de strijd van 17 tot 26 september 1944 in Arnhem heeft plaatsgevonden. Operatie Market was echter ten noorden van de Neder-Rijn 19 september al mislukt. Operatie Market Garden mislukte twee dagen later. De oorspronkelijke titel The Battle of Arnhem of de strijd bij Arnhem is dan ook beter. Juist is de strijd in Oosterbeek en Arnhem. Helaas gebruikt de vertaler de mythe ‘slag om Arnhem’ zonder aan te geven welke slag om de stad hij bedoelt. Hij gebruikt ook Engelsen en Hollanders voor Britten en Nederlanders. 

‘Arnhem’ heeft een duidelijke indeling: het plan, de operatie en nabeschouwing. Voormalig artillerieofficier en historicus Hibbert (1924-2008) steunt sterk op ‘Arnhem’ van Urquhart. Het plan voor operatie Market Garden kreeg terecht een plaats binnen de strategie van het brede front waaraan Eisenhower vasthield. Wel kreeg het enige prioriteit. Eisenhower wees op de noodzaak van verovering van de Kanaalhavens en die van Antwerpen. Het 1ste Amerikaanse Leger dat aanvankelijk Montgomery zou steunen, moest generaal Patton helpen. 

Hibbert vermeldt het juiste doel van operatie Market Garden: vorming van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn op de Veluwe met het front naar het oosten en diepe uitlopers over de IJssel. Dit bruggenhoofd zou als springplank kunnen dienen voor een opmars om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied. Het kon bovendien de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland afsluiten. Succes of mislukking van de operatie hing af van de snelheid van de uitvoering en concentratie van logistieke ondersteuning. De operatie betekende uitstel van zuivering van de Scheldemonding en begon te laat. Hibbert geeft een goede, heldere beschrijving van de voorbereidingen voor de operatie en inlichtingenrapporten, onder meer van Brian Urquhart. Helder is hij ook over het plan van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie ter uitvoering van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn.  Dat divisieplan voorzag in de verovering van (een van de) drie bruggen over de Neder-Rijn op de eerste dag en voltooiing van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort op de derde dag. Arnhem was geen doel. De auteur geeft ook duidelijk aan op welke wijze de divisie probeerde de doelen te bereiken. Beknopt is aandacht besteed aan de Duitse verdediging ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens. 

Centraal staan de opmars van de Britse troepen over de verschillende routes en de strijd bij het Sint Elisabeths Gasthuis, de Rijnbrug en ten noorden van Oosterbeek. De auteur volgt de gebeurtenissen van dag tot dag. Hij vermeldt het achterhouden door Harzer van een dertigtal onklaar gemaakte pantserwagens (62). De nadruk ligt op straatgevechten, niet op een slag, zeker geen ‘slag om Arnhem’. De troepen vielen snel uiteen en streden zonder onderling verband. De auteur besefte wel dat de strijd dinsdag 19 september was verloren, maar vermeldt niet dat de operatie die dag al was mislukt. Hij schrijft wel dat 22 september operatie Market Garden een verloren zaak was en de strijd in Oosterbeek en Arnhem was verloren. 

De auteur draagt voorts uitvoerig bij aan mythevorming over operatie Market Garden. Montgomery kreeg veel minder steun en voorraden van Eisenhower dan was afgesproken; de 1ste Parachutisten Brigade moest de bruggen over de Neder-Rijn veroveren (alleen het 2de bataljon –JB); Eisenhower koos met zijn steun voor operatie Market Garden voor Montgomery’s strategie van een  smal front; het te vormen bruggenhoofd of de Rijnbrug was een ‘brug te ver’; bruggenhoofd Hartenstein; Corridor naar Arnhem in plaats van naar de Waal; en de strijd bij Arnhem duurde van 17 tot 26 september 1944. Hij gebruikt ook de mythe van Vught: het plan voor operatie Market was door Duitsers gevonden  in een neergestort zweefvliegtuig bij Vught. Een dagorder aan de 101st U.S. Airborne Division was evenwel gevonden in een bij Dongen neergestort zweefvliegtuig. Een mythe is ook het bevel van 20 september aan de Garde Pantserdivisie de volgende morgen naar de brug bij Arnhem door te stoten, ’maar ze waren al te laat’ (169). De Irish Guards moesten proberen alsnog het oorspronkelijke doel te bereiken. Dat was vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe tussen Arnhem en Nunspeet. Wanneer dat over Arnhem niet mogelijk bleek, moesten de Guards proberen ten westen van Driel de Neder-Rijn over te steken en alsnog een bruggenhoofd aan de andere zijde van de Neder-Rijn te vestigen. 

Andere onjuistheden zijn: bruggenhoofd Nijmegen in plaats van het Over-Betuwse bruggenhoofd; Panzerabteilung 503 voor Schwere Heeres Panzer Abteilung 506; Bruhns voor kapitein Hans Bruhn; 171 Artillerie Regiment voor 191 Artillerie Regiment uit Zutphen; Warrack beschouwen als initiatiefnemer voor gewondenvervoer naar het ziekenhuis en niet de Duitse divisiearts Skalka; onderwerp van de bijeenkomst in Versailles op 22 september 1944 was niet steun aan operatie Market Garden, maar aan de Brits-Amerikaanse operatie Gatwick gericht op vestiging van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen. 

Het boek bevat lijsten van geraadpleegde bronnen en afbeeldingen en een register.

C. Bauer, De slag bij Arnhem. De mythe van het verraad weerlegd, Amsterdam (1963). 264 p.

Naar gegevens van Th. A. Boeree (1879-1968). Boeree had het schrijven van dit werk niet moeten overlaten aan een journalist of die juiste gegevens moeten verstrekken. De tekst is voorts sterk gebaseerd op Urquhart, Wilmot en Hibbert. De auteur weet dat de titel ‘slag bij Arnhem’ onjuist is. Hij weet immers dat lichtbewapende luchtlandingstroepen geen volwaardige tegenstanders zijn voor een zwaarbewapende tegenstander met pantserwagens en dus geen slag kunnen leveren. Hij weet ook dat Britten en Duitsers vooral straat- en huis-aan-huisgevechten leverden. Onjuist en hinderlijk is het gebruik van Engeland, Engelsen en Engelse voor Groot-Brittannië (of Verenigd Koninkrijk), Britten en Britse.

‘De slag bij Arnhem’ bevat het relaas van de voorbereidingen van het plan voor operatie Market Garden; de noodzaak van een vrije toegang tot de haven van Antwerpen voor de logistiek; de inhoud van het plan voor operatie Market Garden en het verloop van de strijd van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Het doel van operatie Market Garden is zeer onduidelijk weergegeven. Bevrijding van Nederland was geen doel en Berlijn geen einddoel van operatie Market Garden. Het ‘directe doel’ was binnen vier tot vijf dagen vorming van een bruggenhoofd over de Neder-Rijn tot het IJsselmeer bij Nunspeet als uitgangspunt voor een offensief om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied (21).  Voor dat offensief naar het oosten moest Montgomery wel wachten op een bevel van opperbevelhebber Eisenhower. Een tactisch doel was inderdaad de afsluiting van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland.  Arnhem was geen doel van operatie Market Garden.

Een van de doelen van de auteur is afrekenen met een aantal mythen dat om de gevechten bij Arnhem is geweven. Het achterhouden door Harzer van een dertigtal onklaar gemaakte pantserwagens was door Hibbert al duidelijk gemaakt. De mythe van het verraad door Christiaan A. Lindemans (1912-1946 alias King Kong) wordt te uitvoerig en met veel herhalingen weerlegd. Bauer gaf aan met meer mythen rond operatie Market Garden te zullen afrekenen. De mythen van een ‘slag’ en de duur van die ‘slag’ van 17 tot 26 september) laat hij echter ongemoeid. Operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was 19 september al mislukt. Hij noemt zelfs niet welke 'slag bij Arnhem' hij bedoelt. Bovendien levert de auteur een belangrijke bijdrage aan mythevorming: de Canadese troepen waren te langzaam bij de verovering van Kanaalhavens; het Britse Tweede Leger moest de luchtlandingstroepen bij Nijmegen en Arnhem te hulp komen (de luchtlandingstroepen moesten juist voor de grondtroepen een loper uitleggen); de Rijnbrug bij Arnhem was einddoel van operatie Market Garden (130), doel van de ‘gehele operatie’ ten noorden van de Neder-Rijn (102, 117), einddoel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie (43, 47-48, 213), doel van de 1ste Parachutistenbrigade (48; alleen van het 2de parachutistenbataljon) en van de Guards Armoured Division (225). Andere mythen zijn: Slag om de Rijnbrug (182) en een ‘brug te ver’ (50); De auteur laat 17 september 1944 drie bataljons oprukken naar Arnhem zonder aan te geven wat hun doel was. Alleen het 2de bataljon moest naar de bruggen. Het 3de bataljon moest de linkerflank dekken en een ander deel van het te vormen bruggenhoofd realiseren. Het 1ste bataljon moest de linkerflank van het 3de bataljon dekken; hoge gronden ten noorden van Arnhem bezetten en de toegangswegen uit Ede, Apeldoorn en Zutphen afsluiten. Dat bataljon moest niet, zoals de auteur vermeldt, een bruggenhoofd opbouwen rond de stad. Het einddoel van de divisie was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. De 4de parachutistenbrigade moest de noordelijke en oostelijke stadsdelen bezetten en bij de Apeldoornseweg contact maken met het 1ste bataljon. 

Naast al deze mythen bevat het boek tal van onjuistheden: Krafft arriveerde niet in de nacht naar 4 september 1944 in Oosterbeek, maar op 9 september; de Westerbouwing werd niet door één peloton verdedigd, maar door drie pelotons; Worrowski moet zijn Wossowski; Krafft was aan de vooravond van 17 september niet bij Von Tettau (60) maar bij Grabmann in Schaarsbergen; het Britse Tweede Leger bestond niet uit Engelse en Canadese troepen, maar uit Britse troepen; Bruhns is Hans Bruhn; de gevechten in Oosterbeek en de Betuwe zijn ‘nieuwe aspecten’ van de slag bij Arnhem (luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn omvatte evenwel de sectoren Oosterbeek-Arnhem en Driel-Oosterbeek); Kauer en Köhnken waren onderbevelhebbers van Krafft en verdedigden binnen het Sperrverband Harzer gebied ten noorden van de Neder-Rijn aan weerszijden van de spoorlijn; de Betuwe was inderdaad geen voorbeeld van een ‘typisch Hollands landschap’, maar van het Gelders rivierenlandschap; het Drielse veer was 21 september in Duitse handen (240); Duitsers vernielden de veerpont bij Driel (22) (de veerman kapte op 20 september ’s avonds de gierkabel); Corridor door de Betuwe naar Driel (240) (de Corridor liep slechts tot de Waal); de opmarsroute of Hells’s Highway liep niet tot  Nunspeet, maar tussen Son en Uden; de opmarsroute werd van 22 op 23 en van 24 tot 26 september afgesneden; dus na de mislukking van operatie Market Garden; Polen zouden boten hebben achtergelaten op de noordelijke oever (244); Bittrich stuurde 24 september geen 45 maar 15 Tiger tanks naar Elst (246); het besluit tot evacuatie van de Britten viel maandag 25 september (252; 23 september in beginsel; 24 september ’s morgens); vernielde wagons met munitie (252) waren wagons met vliegtuigbommen; de 43ste divisie moest niet voorafgaande aan de evacuatie van Britten over de rivier de corridor door de Betuwe versterken (252) maar het Over-Betuwse bruggenhoofd uitbreiden en versterken voor nieuwe offensieven. 

‘De slag bij Arnhem’ bevat lijsten van geraadpleegde bronnen en illustraties. Het boek blijft door het grote aantal mythen en andere onjuistheden ver beneden de maat. 

Graeme Warrack, Tocht door het duister. Ontsnapping na de slag om Arnhem, Amsterdam 1984 (1ste druk 1964)

Oorspr. titel: Travel by Dark, 1963. Vert. J. F. Kliphuis. In zijn Woord vooraf haalt A. Korthals Altes de doelen van operatie Market Garden door elkaar. Het strategische doel vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe beschouwt hij als een tactisch doel. Daarnaast onderscheidt hij abusievelijk als strategische doelen bevrijding van Nederland en om de Westwall heen naar het Ruhrgebied. Operatie Market Garden was echter geen bevrijdingsoperatie en een operatiedoel is geen opmarsrichting. Hij gebruikt de mythen ‘slag om Arnhem van 17 tot 26 september 1944’; en grondtroepen konden stelling rond Hartenstein niet tijdig bereiken. 

Divisiearts Warrack beschrijft voornamelijk de medische situatie in de Britse verdedigingssector rond Hartenstein. Na de evacuatie van de overgebleven troepen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie gingen geneeskundige troepen met de gewonden mee in krijgsgevangenschap. Ze richtten de koning Willem III kazerne in Apeldoorn in als hospitaal. Het boek bevat het relaas van zijn ontsnapping uit Apeldoorn in oktober 1944; zijn verblijf als vluchteling op de Veluwe; de mislukte massaontsnapping Pegasus II in de nacht naar 19 november; zijn verblijf bij onderduikadressen op de Veluwe tijdens de winter en vlucht naar de vrijheid in februari 1945. Nederlanders, Nederlandse verzetslieden en geheime agenten hielpen militairen ontsnappen naar de vrijheid en zich te onttrekken aan krijgsgevangenschap. 

Mythen zijn: operatiedoelen van Market Garden waren verovering van het Ruhrgebied en Berlijn en beëindiging van de oorlog in 1944 (de gewenste opmarsrichting); ‘slag om Arnhem’ van 17 tot 26 september 1944; slagveld rond Oosterbeek en Arnhem; de Rijnbrug als het doel van de Britten ten noorden van de Neder-Rijn; en de opmars van de 1ste Parachutistenbrigade naar de brug (uitsluitend het 2de parachutistenbataljon). 

Opmerkelijk is dat Warrack zichzelf ziet als initiatiefnemer voor een wapenstilstand voor gewondenvervoer en niet de Duitser Skalka. Onjuistheden bij de vertaling zijn Holland, Hollanders, Engeland en Engelsen voor Nederland, Nederlanders, Verenigd Koninkrijk en Britten.

Het boek bevat een lijst van gebruikte literatuur.

L. F. Ellis & A. E. Warhurst, Victory in the West, Volume II. The Defeat of Germany (History of the Second World War. United Kingdom Military Series), Uckfield 2004, (1968). 460 p.

Dit in 1968 gepubliceerde boek is belangrijk en invloedrijk. Het bevat immers officiële geschiedschrijving van het Verenigd Koninkrijk. Dit tweede deel behandelt de geallieerde opmars in de periode september 1944 tot en met mei 1945.  Opmerkelijk is de constatering van Ellis dat Eisenhower vaak over ‘Antwerpen’ sprak in plaats van ‘het gebruik van de Antwerpse haven’.  Opmerkelijk is ook dat het doel van operatie Market Garden op grond van de juiste bron helder is verwoord. Volgens Montgomery’s Directive M525  van 14 september 1944 moest het Britse Tweede Leger ten noorden van Arnhem een bruggenhoofd over de Neder-Rijn vormen. Dat bruggenhoofd met het front naar het oosten moest beschikken over diepe uitlopers of bruggenhoofden over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen (21, 27, 29, 50-51, 56, 59, 349). Minder duidelijk zijn de doelen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie. Het voornaamste doel was de verovering van (een van) de drie bruggen over de Neder-Rijn bij Arnhem (35). Het einddoel was de vorming van een bruggenhoofd tiussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. De auteurs spreken abusievelijk over het ‘Arnhemse bruggenhoofd’ zonder nadere toelichting (30, 35). Sommigen verstaan daaronder het onder vuur houden van de noordelijke toegangsweg naar de verkeersbrug door de troepen van Frost. De auteurs kunnen ook niet verklaren waarom de drie bataljons van de 1ste Parachutistenbrigade over drie routes naar het oosten oprukten. Ze schrijven dat de bataljons de bruggen moesten veroveren (46). Verovering van de bruggen was echter uitsluitend de taak van het 2de parachutistenbataljon. De andere twee parachutistenbataljons en de volgende dag de 4de Parachutistenbrigade moesten van zuid naar noord het bruggenhoofd vormen en verdedigen.

Mythen zijn de aanduiding van operatie Market Garden als operatie Arnhem; de duur van deze operatie van 17 tot 26 september; en de vondst door Duitsers van de operatieorders (dagorder) in een bij Vught (moet zijn Dongen) neergestort zweefvliegtuig (46, 51). De auteurs hadden operatie Market Garden dan ook wel operatie Son kunnen noemen. Arnhem was immers ook geen operatiedoel. 

Andere onjuistheden zijn het gebruik van (Northern, Western) Holland voor (Noord-, West-) Nederland; de aanduiding naar Arnhem waar het IJsselmeer bedoeld is (30, 59); afwerp- en landingsterreinen buiten Arnhem (35) voor ten westen en ten noorden van Wolfheze; opmars van de Irish Guards naar Arnhem (40, nee naar noorden om alsnog bruggenhoofd te vestigen); verovering door Duitsers van het Drielse veer in de nacht naar 21 september (41, kabel van veer 20 september door veerman gekapt); de overdracht van boten door Polen aan Britten vertraagden 24 september de oversteek (43); het 1ste bataljon van de Polen landde 23 september in Nijmegen (43; bij Overasselt); generaal Horrocks besloot 25 september tot evacuatie van de Britten uit Oosterbeek (44; was al eerder besloten, in beginsel 22 september); de troepen van Frost hadden bij de Rijnbrug een bruggenhoofd gevormd (47; defensieve posities in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke brugtoerit); de 4de Parachutistenbrigade moest oprukken naar Arnhem (48; gebied ten noorden van Arnhem); het Britse Tweede Leger veroverde 20 september de Waalbrug (t.o. 55; in samenwerking met Amerikanen); het Nijmeegse bruggenhoofd (73, 80, 84, 237, 240, 314) voor ‘the island’ of het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd; goedkeuring van operatie Gatwick op 27 september 1944 (in Versailles op 22 september (80); Duitse capitulatie (333; Duitsland kon niet capituleren, wel de Duitse strijdkrachten); de Duitse troepen in Nederland gaven zich 5 mei formeel over ter uitvoering van de capitulatie op de Lüneburger Heide op 4 mei (420, generaal Blaskowitz ondertekende op 5 mei overgavebevelen (Orders to German Commanders on Surrender) ter implementatie van het op 4 mei getekende Instrument of Surrender). Dit Instrument of Surrender van 4 mei 1945 trad 5 mei om 08.00 uur in werking. Op dat tijdstip was Nederland vrij.

De auteurs erkennen dat de Britse grondtroepen te traag waren en dat de Duitse reactie effectief was (36). Ze benadrukken dat de Amerikanen de bruggen bij Son en Nijmegen niet tijdig veroverd hadden. De Britse grondtroepen waren wel op tijd in Nijmegen.

The Defeat of Germany bevat kaarten, foto’s, tien bijlagen en een index.

Anthony Farrar-Hockley, Arnhem. Een brug te ver, Antwerpen-Utrecht 1989 (1ste dr. 1969). 159 p.

(Bibliotheek van de Tweede Wereldoorlog), met getekende kaarten en veel zwart-wit foto’s). De oorspronkelijk Engelstalige uitgave in 1969 was getiteld Airborne Carpet, Operation Market-Garden. Alsof operatie Market Garden een luchtlandingsoperatie was. Farrar-Hockley (1924-2006) legde als voormalig commandant van een parachutistenbrigade en militair historicus het accent op de luchtlandingstroepen en de luchtlandingsoperatie. Hij beschouwde inderdaad operatie Market Garden als een luchtlandingsoperatie. Alleen deeloperatie Market was echter een luchtlandingsoperatie. Grondoperatie Garden komt er in zijn boek bekaaid en met een aantal onjuistheden af. Als militair historicus was hij een vertegenwoordiger van de eenzijdige en beperkte Britse visie op operatie Market Garden. Hij vertelt levendig, soms gedetailleerd, over voornamelijk de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie, Britten, het Britse leger, het Britse front en Britse troepen en voertuigen. Hij noemt Montgomery een ‘groot man’ en wekt de indruk dat de geallieerde strijd ging om Noordwest-Europa, het opmarsgebied van Montgomery’s legergroep.

De Nederlandse titels ‘Arnhem. Parachutisten vallen uit de hemel’ (1972) en ‘Arnhem. Een brug te ver’ dekken de inhoud niet. Het doel van operatie Market Garden was niet Arnhem maar de vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe. De auteur draagt bij aan mythevorming over Market Garden en vertelt het intussen bekende gemythologiseerde verhaal van deze operatie. Mythen zijn ‘slag om Arnhem’; operatie Market Garden als synoniem voor ‘slag om Arnhem’; de duur van operatie Market Garden of ‘slag om Arnhem’ van 17  tot 26 september 1944; de ‘slag om Arnhem’ begon met de opmars van de grondtroepen, de geallieerde opmarsroute is de ‘weg naar Arnhem’; en deze opmarsroute of Hell’s Highway liep tot Arnhem. Hell’s Highway was de bijnaam voor de geallieerde opmarsroute tussen Son en Uden. De door luchtlandingstroepen gezuiverde opmarsroute liep slechts tot de Waal. Mythen zijn ook Arnhem of de Rijnbrug als ‘een brug te ver’; de vondst door Duitsers van het plan voor operatie Market in een bij Vught neergestort zweefvliegtuig; het doorsnijden van kabels op of bij de Waalbrug door Jan van Hoof; een Brits bruggenhoofd rond Hartenstein.

Onjuistheden zijn ook de zuivering van de Scheldemond als onderdeel van operatie Market Garden; het zenden van het SS-bataljon onder Krafft naar veldmaarschalk Model in Oosterbeek; de Rijnbrug als doel van het 3de parachutistenbataljon; het door dit bataljon leggen van een hinderlaag voor generaal Kussin; de aanwezigheid van Frost op de Rijnbrug en van generaal Urquhart op 17 september in Arnhem; de totale vernietiging van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie op 20 september (bedoeld zijn de Britse overlevenden bij de Rijnbrug); het 21 september door Duitsers ontzetten van Arnhem (bedoeld is de noordelijke toegangsweg naar de Rijnbrug); de Duitse chef-arts was niet Schwarz maar Skalka; gewondenvervoer van Hartenstein naar het Sint Elisabeths Gasthuis was niet 23 maar 24 september; niet het 5de maar het 4de bataljon Dorset maakte 24 september een tragische Rijnoversteek.

Onjuistheden zijn ook het stuiten door Amerikanen in het centrum van Nijmegen op troepen van de 10de SS-pantserdivisie (bedoeld zijn verkenners van de 9de SS-pantserdivisie); het vernielen van het ontstekingsmechanisme voor explosieven onder de Waalbrug in het postkantoor in Nijmegen;  het doorsnijden van kabels door Jan van Hoof; en het bruggenhoofd Nijmegen (bedoeld is het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd).

Gemeente Arnhem, Arnhem. September 1944 – April 1945. De Slag om Arnhem ...

Gemeente Arnhem, Arnhem. September 1944 – April 1945. De Slag om Arnhem – The Battle of Arnhem – La Bataille d’Arnhem, Hengelo (1969).

Tekst: J. C. de Joode en K. J. Douma, Arnhem. De schrijvers spraken al gauw over ’Slag om Arnhem’. Ook burgemeester Chris G. Matser bevorderde de mythevorming rond de strijd in Oosterbeek en Arnhem. Doel van de luchtlandingstroepen was Arnhem, vooral de Rijn- of verkeersbrug ten zuiden van de stad. De Airbornes rukten dus op naar Arnhem en streden om de stad. Allemaal onzin, maar Arnhem kreeg wel bekendheid in de wereld. 

Aandacht is ook besteed aan de aanvankelijk ‘vrijwillige’ en van 23 tot 25 september gedwongen evacuatie van de bevolking. De auteurs wekken de indruk dat deze evacuatie iets te maken had met de strijd in Oosterbeek en bij Arnhem. Ze beseften niet dat de Duitse legerleiding bevreesd was voor een nieuw geallieerd offensief uit de Over-Betuwe na de strijd om Elst. Duitsers gingen in de verlaten stad over tot vandalisme, plundering en georganiseerde roof. 

Dat nieuwe geallieerde offensief kwam in april 1945. Douma schrijft over twee 'Engelse ‘Lincoln-gevechtsbataljons’ die sinds eind maart in de Over-Betuwe waren geconcentreerd. In werkelijkheid bevond de Britse 49th (West Riding) Infantry Division (Polar Bears) zich sinds eind november in het Over-Betuwse bruggenhoofd. Bevelhebber was generaal-majoor Stuart B. Rawlins. De divisie bestond uit de 146th, de 147th en de 56th Infantry Brigades. De 146ste brigade bestond uit het 4th Bn The Lincolnshire Regiment, 1st/4th Bn The King’s Own Yorkshire Light Infantry en Hallamshire Bn The York and Lancaster Regiment. De 147ste brigade bestond uit het 1st/5th Bn The West Yorkshire Regiment, 1st/6th Bn The Duke of Wellington Regiment, 1st/7th Bn The Duke of Wellington Regiment, 11th Bn The Royal Scots Fusiliers en 1st Bn The Leicestershire Regiment. De 56ste brigade bestond uit 2nd Bn The Essex Regiment, 2nd Bn The Gloucestershire Regiment en 2nd Bn The South Wales Borderers. Deze Britten staken met steun van Canadese tanks en artillerie uit de Over-Betuwe het Pannerdensch kanaal en vervolgens de IJssel over. Zij rukten op naar de Veluwe. Zaterdag 14 april 1945 was Arnhem gezuiverd en bevrijd. De bevolking keerde terug in een verwoeste stad. Maar: ‘De geschiedenis (was) een groots epos rijker.’ 

Onjuist is R. B. Urquhart voor Robert Elliott Urquhart (1901-1988); grote groepen Engelsen en Canadezen 17 september 1944 langs de Rijn de stad binnen laten trekken; en het gebruik van Engelsen voor Britten. De 1ste Britse Luchtlandingsdivisie bestond immers, zoals ook de naam aangeeft, niet alleen uit Engelsen, maar ook uit Schotten (bijvoorbeeld Urquhart), Noord-Ieren en Welshmen.

Gemeente Nijmegen, Nijmegen september ’44, Nijmegen 1969, 52 p.

(Tekst:  Peter Sliepenbeek). Het boekje bevat een relaas over gevechsthandelingen van de 82nd U.S. Airborne Division  tijdens operatie Market Garden.

Gebruikte mythen zijn Arnhem en de Rijn als doel van operatie Market Garden in plaats van vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe (12-13, 42, 47); het ontstekingsmechanisme voor het laten springen van de Waalbrug bevond zich in de Belvedère (16) en/of in het postkantoor (29); Jan van Hoof als redder van de Waalbrug (30). 

Andere onjuistheden zijn: het gebruik van Engeland en Engelsen voor Groot-Brittannië of het Verenigd Koninkrijk en Britten; de duur van operatie Market Garden van 17 tot 30 september (18)  of 26 september (47);  het neerlaten van luchtlandingstroepen tussen Eindhoven en Arnhem en van Polen tussen Oosterbeek en Arnhem (12); bevrijding van Nijmegen (30, 41); de Waaloversteek begon om 16.00 uur (37); Duitse verovering van de Rijnbrug op 20 september (41); bruggenhoofd Nijmegen (44; bedoeld is het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd); Amerikanen beschermden 22 september het Over-Betuwse bruggenhoofd (44); bruggenhoofd Driel (45); de Irish Guards konden 23 september niet proberen Elst te veroveren of Oosterbeek te bereiken (45, die zaten nog vast ten zuiden van Elst); onduidelijk is waarom 23 september niet meer troepen Driel probeerden te bereiken (45, er waren geen troepen beschikbaar); Dempsey had niet het plan om Arnhem te veroveren opgegeven, maar om op de Veluwe alsnog een bruggenhoofd te vestigen (47). Hiervoor waren ook geen troepen beschikbaar.  

G. G. Norton, The Red Devils. The Story of the British Airborne Forces (Famous Regiments), London 1971.

In zijn voorwoord vermeldt luitenant-generaal Sir Brian Horrocks twee hoofdredenen voor het niet bereiken van het IJsselmeer. De Duitsers wisten zich tussen 10 en 17 september te herstellen en de geallieerde opmarsroute drie keer te blokkeren. 

Majoor G. G. Norton was oprichter en conservator van het Airborne Forces Museum in Aldershot. Hij wijdt in dit boek twee hoofdstukken aan operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn: Arnhem en de nasleep van Arnhem. De strijd bij Arnhem ‘was a magnificent disaster’ (109), aldus Norton. 

Het doel van operatie Market Garden is hem niet geheel duidelijk. Hij weet dat opperbevelhebber Eisenhower niet akkoord ging met de door Montgomery bepleite opmars naar het Ruhrgebied. De Britse veldmaarschalk mocht wel een bruggenhoofd vestigen ten noorden van de Neder-Rijn dat als uitvalsbasis kon dienen voor een opmars om de Siegfriedlinie heen. Desondanks beweert Norton dat beëindiging van de oorlog in 1944 was mislukt. Alsof dat een doel van operatie Market Garden was. Operatiedoel is wat anders dan opmarsrichting.

Ook de doelen van 1ste Britse Luchtlandingsdivisie ten noorden van de Neder-Rijn kent Norton niet. Hij is een van de grondleggers van de Britse visie op operatie Market Garden. Het accent ligt dus op de luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Hij vertelt het bekende gemythologiseerde verhaal. De Battle of Arnhem (Strijd bij Arnhem) duurde van 17 tot 25 september 1944. Hoofddoel van de operatie was verovering van Arnhem, in het bijzonder de Rijn- of verkeersbrug. Hij schrijft dan ook over ‘slag om de brug’ en dat de hele 1ste Parachutisten Brigade naar de brug moest. Zelfs de 4de Parachutisten Brigade moest naar Arnhem. De brug moest dan ook worden gehouden door de hele 1ste Britse Luchtlandingsdivisie. Die zou worden ontzet door het XXX Corps. Nadat 21 september de strijd om de brug was verloren, was ook de operatie mislukt. De troepen van Frost wisten echter de brug niet te bereiken. Ze vestigden defensieve posities in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug. De brug konden ze dan ook niet houden. 

Onjuist is ook het gebruik van Holland voor Nederland en de vermelding dat Britse troepen in april naar Nederland trokken. Het Britse Tweede Leger moest naar Noord-Duitsland. Het Eerste Canadese Leger trok Nederland binnen. Het moest zorgen voor bescherming van de Britse linkerflank en veiligstelling van een verbindings- en bevoorradingsroute van Antwerpen over Eindhoven, Nijmegen en Arnhem naar het noorden en noordoosten.

Cornelius Ryan, Een Brug te ver. Operatie ‘Market-Garden’ september 1944, Bussum 1974. 512 p.

Vert. Unieboek, Bussum.

De Iers-Amerikaans journalist Cornelius Ryan (1920-1974) schreef ook ‘De Langste Dag. Normandië 1944’  en ‘De laatste slag. Berlijn 1945’. Hij schreef deze werken na jaren van onderzoek op dezelfde wijze. Hij doet boeiend en goed leesbaar uitvoerig verslag van de strijd aangevuld met herinneringen en verslagen van ooggetuigen, militairen en burgers. Jammer is het hoge gehalte popularisering van de geschiedenis en het grote aantal mythen. Richard Attenborough bracht in 1977 het Britse gemythologiseerde verhaal over operatie Market Garden met zijn film 'A Bridge Too Far' bij het grote publiek. Sindsdien is het helaas in het publieke bewustzijn gebleven.

Jammer is ook dat ‘Een Brug te ver’ een zeer belangrijke bijdrage levert aan de mythevorming over operatie Market Garden. Velen geloven sindsdien zijn gemythologiseerde verhal. Ryan steunt voor het verloop van die operatie te veel op Wilmot, Hibbert en Urquhart. Met Norton is hij een van de grondleggers van de Britse visie op operatie Market Garden. Het plan voor operatie Market Garden heeft Ryan niet begrepen. Market Garden is geen synoniem voor Arnhem. Het doel van operatie Market Garden was niet gericht op de bevrijding van Nederland (82). Market Garden was toch geen bevrijdingsoperatie.  De bedoeling was ook niet de Neder-Rijn over te steken en vervolgens om de Siegfriedlinie heen op te rukken naar het Ruhrgebied en Berlijn om de oorlog nog in 1944 te beëindigen. Een operatiedoel is totaal iets anders dan een opmarsrichting van de legergroep van Montgomery. De Britse veldmaarschalk Montgomery mocht van de Amerikaanse opperbevelhebber Eisenhower niet verder gaan dan vestiging van een sterk bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn op de Veluwe met diepe uitlopers over de IJssel. Dat was het strategische doel van bruggenhoofoperatie Market Garden. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Ryan beweert abusievelijk dat het ‘meest strategische doel van Market Garden’ Arnhem en de verkeersbrug was. Hij spreekt daarom steeds over (de corridor) naar en tot Arnhem en de aanval op het hoofddoel Arnhem. Arnhem zag hij als de springplank naar een snel einde van de oorlog. De verkeersbrug achtte hij van beslissende betekenis. Op de kaart (84-85) is de corridor tot de Waal slechts gedeeltelijk weergegeven en Arnhem ten onrechte als hoofddoel en springplank naar het Ruhrgebied. Arnhem of de Neder-Rijn was geen doel van de operatie en de Rijnbrug niet de spil waar de operatie om draaide. De Rijnbrug ten zuiden van Arnhem bleek volgens de auteur een ‘brug te ver’ zonder te vermelden waaruit dat bleek. De brug was namelijk geen ‘brug te ver’, omdat die brug geen doel van de grondtroepen van deeloperatie Garden was. Die verkeersbrug was het voornaamste tactische doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie binnen de luchtlandingsoperatie Market. Het einddoel van deze divisie was vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. Ryan kende kennelijk niet de officiële orders die generaal Urquhart ontving. 

Het is dan ook onjuist de 1ste Parachutistenbrigade naar de verkeersbrug te sturen met de opdracht die vast te houden tot de komst van het XXX Corps (96-97). Uitsluitend het 2de parachutistenbataljon moest naar de brug. De andere parachutistenbataljons moesten het bruggenhoofd verder opbouwen van zuid naar noord. Het 1ste bataljon onder luitenant-kolonel Dobie moest langs de noordelijke route optrekken; de linkerflank beschermen van het 3de bataljon; hoge gronden ten noorden van Arnhem bezetten en de toegangswegen uit Ede, Apeldoorn en Zutphen afsluiten. De op 18 september op de Ginkelse Heide gelande 4de Parachutistenbrigade moest langs dezelfde route hooggelegen gronden ten noorden van Arnhem bezetten. Mythen zijn ook de vertaling van Battle at Arnhem naar ‘slag om Arnhem’; dat Britse parachutisten in hun vliegtuigen al wisten dat er een ‘slag om Arnhem’ zou komen (131, 135); de ‘slag om de Rijnbrug’ die in feite een uitputtingsslag was; de vondst van het complete operatieplan in het neergestorte Waco-zweefvliegtuig bij Vught; 204-205; het bij Dongen neergestorte Horsa-zweefvliegtuig bevatte de dagorder voor de 101ste Luchtlandingsdivisie. De terugtocht van de uiteengevallen Britse divisie naar Oosterbeek op 19 september 1944 noemt Ryan in navolging van Urquhart het ‘keerpunt’ in de strijd, terwijl hij aangeeft dat ‘alles is mislukt’ (347). Inderdaad was operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn dinsdag 19 september volledig mislukt. De nasleep van de operatie vond plaats rond Hartenstein in Oosterbeek.

Ryan gebruikt nog de hardnekkige mythen van het grote aantal jeeps van de Britse verkenners dat niet was aangekomen (176); Jan van Hoof als redder van de Waalbrug; de opmars van de Irish Guards op 21 september naar Arnhem; de verdedigingssector rond Hartenstein als bruggenhoofd en springplank naar het Ruhrgebied; het snel krimpende bruggenhoofd rondom Oosterbeek; ‘Arnhem’ als aanduiding voor Oosterbeek en de verdedigingssector rond Hartenstein; de slag om de corridor bezegelde het lot van ‘Arnhem’ (operatie Market Garden was 21 september mislukt; blokkades van de corridor vonden plaats van 22/23 en 24/26 september); evacuatie door blokkades; mislukking van operatie Market Garden op 26 september (al op 21 september). 

Andere onjuistheden zijn: het gebruik door de vertaler van ‘slag om Arnhem’, Holland, Engeland en Engelsen voor respectievelijk de ‘strijd bij Arnhem’, Nederland, Groot-Brittannië of Verenigd Koninkrijk en Britten; plaatsing van SS-troepen ten zuiden van Arnhem (75); bezoek van Rauter op 14 september aan Model;  aanduiding van brigadegeneraal H. Essame als generaal-majoor, kapitein Grafton als majoor; Viktor-Eberhard Gräbner als Paul Gräbner en het 11de bataljon van de 4de Parachutistenbrigade als het 2de bataljon; ruim twintig jeeps van de A-compagnie van de verkenningsafdeling waren niet aangekomen of verloren gegaan; de ontzettingsroute naar Driel beschouwen als deel van de Corridor; genietroepen 23 september laten optrekken over de Corridor terwijl die zich al sinds 21 september ten zuiden van Nijmegen bevonden; Kampfgruppe Knaust was 21 september versterkt met 25 Tiger en 20 Panther-tanks; Kampfgruppe Knaust voerde 23 september aanvallen uit op Britse tanks en infanterietroepen die over de verkeersweg naar Arnhem probeerden op te rukken; volledige omsingeling van Oosterbeek op 23 september; de Irish Guards 21 september Bemmel en Ressen laten passeren en de buitenwijken van Elst laten naderen (389); de colonne tanks voorbij de afslag naar Bemmel tot stilstand laten komen door de vier buiten gevecht gestelde leidende tanks;  plaatsing van het gemotoriseerd kanon links in de buurt van Elst in plaats van rechts bij Ressen; de Westerbouwing laten verdedigen door één peloton Borderers in plaats van drie pelotons van het Border Regiment; ‘het ware verhaal over de veerpont’ van Driel vertellen ter weerlegging van de mythe dat Duitsers de pont tot zinken hadden gebracht zonder te beseffen dat een waarschijnlijk door artillerievuur losgeslagen niet (tegen de stroom in –JB) naar de spoorbrug kan zijn afgedreven (de veerman had 20 september de gierkabel gekapt waarna de pont stroomafwaarts was afgedreven en aan de noordelijke oever tussen Heveadorp en kasteel Doorwerth onopgemerkt was blijven liggen –JB); Canadese en Britse genisten gebruikten bij de evacuatie van overlevenden van de Britse luchtlandingsdivisie respectievelijk veertien lichters met buitenboordmotoren en enkele kleinere vaartuigen (463; 22 resp. 16 boten –JB); woensdag 27 september bevalen de Duitsers ‘uit pure wraakzucht’ de totale evacuatie van Arnhem (470; 23 september uit vrees voor een geallieerd offensief –JB); Arnhem werd 14 april 1945 bevrijd door Canadese troepen (470; nee, Britse 49th (West Riding) Infantry Division). 

Opmerkelijk is dat Ryan de Britse en de Duitse divisiearts, respectievelijk Warrack en Skalka, zondag 24 september tot dezelfde conclusie laat komen: een wapenstilstand is noodzakelijk voor vervoer van Britse gewonden naar hospitalen in Arnhem. 

‘Een Brug te Ver’ bevat een bibliografie, lijsten van geallieerde legeronderdelen, kaarten en verantwoording van de afbeeldingen. 

Het boek is verouderd en inhoudelijk achterhaald.

C. B. Mackenzie, It was like this! Zó was het! Oosterbeek, 17 september 1944, Oosterbeek 1975.

(vert. W. van der Heide). 'Een kort, zakelijk verslag van de strijd bij Arnhem en Oosterbeek’. 

Het goed leesbare boekje bevat twee korte zakelijke verslagen van de strijd bij Arnhem, Oosterbeek en Driel in september 1944. Charles Mackenzie, stafchef van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie, schreef het verslag van de strijd van deze divisie bij Oosterbeek en Arnhem. Stanislaw Sosabowski, bevelhebber van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade Groep, schreef over de strijd van deze brigade in de sector Driel-Oosterbeek. De feitelijk vrijwel juiste verslagen zijn aangevuld met veel zwart-wit foto’s. Beide auteurs geven een helder verslag van de plannen en de uitvoering daarvan. Tekst en foto’s geven een goed beeld van de ontwikkelingen. Jammer is dat de vertaler spreekt over Engelse in plaats van Britse begraafplaats in Oosterbeek en over Holland in plaats van Nederland. Jammer is ook dat hij Battle of Arnhem in het verslag van Sosabowski vertaalt door slag om Arnhem. Strijd bij Arnhem, Oosterbeek en Driel is juist en niet vatbaar voor enig misverstand. 

De verslagen in het Engels en Nederlands bevatten slechts enkele onjuistheden. De strijd duurde wel van 17 tot 25 september 1944, maar de operatie was 19 september al mislukt. De naar Hartenstein teruggetrokken troepen moesten zich nog wel zes dagen verdedigen. De Britten konden daar geen bruggenhoofd vormen; de Polen konden uiteraard geen bruggenhoofd vormen ten zuiden van de rivier en Duitsers hebben de veerpont niet laten zinken. 

Vervolg: Britse visie op MG-2