Ken Tout, In de schaduw van Arnhem. De heroïsche verhalen over de Slag om Arnhem, Rotterdam 2010, 256 p. Met noten en bibliografie.

De vlag dekt helaas de lading niet. Het boek bevat geen verhalen over de slag om Arnhem en beschrijft geen gebeurtenissen in de schaduw van Arnhem. De auteur vertelt voornamelijk verhalen betreffende strijd in oktober en november 1944. Het Britse Tweede Leger breidde de smalle opmarsroute naar het noorden uit naar het westen en de Maas. Het Canadese Eerste Leger moest zorgen voor een vrije toegang over de Westerschelde en de Schelde naar de haven van Antwerpen. Vereist daarvoor was de zuivering van Zeeuws-Vlaanderen, het westen van Noord-Brabant, Zuid- en Noord-Beveland en Walcheren. Opmerkelijk is dat Tout een van de weinige Britse auteurs is die op de hoogte is van het doel van operatie Market Garden: vorming van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers bij Zwolle, Deventer en Zutphen (p. 45). 

Onjuist is het gebruik van Engelsen voor Britten. Gebruikte mythen zijn slag om Arnhem; Arnhem en de Rijnbrug bij die stad bestempelen als een ‘brug te ver’; epische strijd om Arnhem; verovering en verdediging van de Rijnbrug terwijl Britse troepen die brug niet konden bereiken; het op 24 september afblazen van de verovering van de Rijnbrug; Kampfgruppe Schleifenham als noodhulp voor veldmaarschalk Model; evacuatie van de bevolking van Arnhem die ‘openlijk partij had gekozen voor de Britse en Poolse soldaten’ (p. 59); de op 21 september bij Driel gelande 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade op 17 september al laten deelnemen aan de strijd in Arnhem; Poolse pantserdivisies voor de 1st Polish Armoured Division; staken van de luchtlandingen bij Arnhem op 26 september 1944; het op 17 september laten veroveren van de Waalbruggen door de Amerikaanse 82ste Luchtlandingsdivisie; en 9de en 10de Duitse pantserdivisies voor de 9de en 10de SS-panterdivisies.

Hen Bollen, Paul Vroemen, Canadezen in actie. Nederland Najaar ’44 – Voorjaar ’46, z.p. z.j.

Met bijlagen, lijst van afkortingen, bibliografie, bronnen en registers.

De auteurs geven een goed beeld van de strijd van het Eerste Canadese Leger: in Noord-Brabant, Zeeland, ten zuiden van de Maas tot Oss en Elst; tijdens operatie Veritable en in april 1945 in Oost-Nederland. 

Helaas spreken de auteurs veel over bevrijden en bevrijding. Geallieerde legers waren echter geen bevrijdingslegers. Hun taak was vernietiging van de Duitse troepen en de volledige overwinning op Hitler-Duitsland. In Oost-Nederland hadden de Canadezen twee taken: flankbescherming bieden aan het Britse Tweede Leger en veiligstelling van een bevoorradings- en verbindingsroute van het zuiden naar het noorden en noordoosten. Sommigen zien die zuivering als bevrijding, anderen beschouwen de geallieerden als bezetters, veroveraars of overwinnaars. 

Het doel van operatie Market Garden was geen opmarsrichting over Arnhem naar het Ruhrgebied en dan naar Berlijn. Het strategische doel was vorming van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer. De operatie duurde niet van 17 tot 26 september 1944, maar was 21 september al volledig mislukt. De operatie strandde niet bij Arnhem, maar ten zuiden van Elst in de Over-Betuwe op een Duitse blokkade. Een slag om Arnhem was onmogelijk omdat lichtbewapende luchtlandingstroepen geen slag konden leveren met een zwaarbewapende tegenstander en Arnhem geen doel was. De Amerikaanse 82ste luchtlandingsdivisie had niet alle doelen bereikt. Ze kon de Waalbruggen pas drie dagen te laat veroveren in samenwerking met Britse troepen.  Nijmegen was gezuiverd; niet bevrijd. 

De Duitsers bliezen op 2 december 1944 de Rijndijk op in Elden, niet ten westen van Arnhem. Het gat in de spoordijk was niet veroorzaakt door Duitsers, maar door Britten die een trein met vliegtuigbommen hadden beschoten. De 49ste (West Riding) infanteriedivisie was geen Engelse, maar een Britse divisie. Operatie Wallstreet beoogde een Rijnoversteek bij Randwijk, niet bij Driel. Een tweede slag om Arnhem is onzin. Britten en Canadezen hadden tot taak de stad te zuiveren. Er was ook geen slag om Otterlo. Er was daar een felle strijd tussen Canadezen en Duitsers, maar die strijd was geen slag en het doel was niet Otterlo. 

De schrijvers nemen ten slotte kritiekloos de geschiedvervalsing van een capitulatie in Wageningen over. Montgomery accepteerde op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide de onvoorwaardelijke capitulatie van alle Duitse troepen die tegenover zijn legergroep stonden. Deze troepen bevonden zich in Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken. Het ‘Instrument of Surrender’ (capitulatiedocument) trad 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking. Op dat tijdstip was Nederland vrij. De artikelen 3 en 4 van het capitulatiedocument schreven voor dat nadere bevelen ter implementatie van het het document zouden volgen. Dat deden Britten in Noordwest-Duitsland en de Canadese generaals Simonds en Foulkes respectievelijk bij Oldenburg en in Wageningen. Daarom heetten die bevelen Orders tot German Commanders on Surrender (Bevelen aan gecapituleerde Duitse bevelhebbers). Deze titel is toch voor iedereen duidelijk! Het document met die bevelen was dus geen capitulatiedocument en de bijeenkomst in Wageningen geen conferentie, zoals de auteurs beweren. Generaal Blaskowitz ondertekende in Wageningen op 5 mei 1945 de bevelen binnen een half uur om 16.30 uur. Foulkes had hem desgevraagd vierentwintig uur uitstel gegeven voor het verstrekken van de vaak gedetailleerde informatie. Daarom moest Blaskowitz op 6 mei terugkomen voor het verstrekken van die gedetailleerde gegevens. Montgomery had prins Bernhard duidelijk te verstaan gegeven dat de Duitsers zich aan zijn legergroep hadden overgegeven. Die legergroep moest dan ook de Duitsers ontwapenen. Prins Bernhard had echter de Binnenlandse Strijdkrachten niet in de hand. Met alle gevolgen van dien. Door dit uitstel kon de Britse 49ste (West Riding) Infantry Division ook pas een dag later op 7 mei oprukken naar Utrecht voor ontwapening van Duitse troepen.

Canadese visie op bruggenhoofdoperatie Market Garden

Zoals Britse en Amerikaanse auteurs vrijwel uitsluitend schrijven over Britse respectievelijk Amerikaanse troepen, zo besteden Canadese auteurs vrijwel uitsluitend aandacht aan het Eerste Canadese Leger. Dat betekent voor Nederland aandacht voor de ‘slag om de Westerschelde’ en zuivering van het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd en Oost- en Noord-Nederland. 

Canadese auteurs besteden voornamelijk aandacht aan de besluiten van Eisenhower van 10 en 22 september 1944. Montgomery kreeg toestemming voor respectievelijk bruggenhoofdoperaties Market Garden en Gatwick. Hij mocht dus met het Britse Tweede Leger oprukken naar de Rijn om aan de andere zijde een bruggenhoofd te vestigen. Na de verovering van Antwerpen op 4 september had echter prioriteit gegeven moeten worden aan een vrije toegang tot de haven van Antwerpen. Zuivering van Zeeland en de Westerschelde was nodig. Montgomery rekende op het Eerste Canadese Leger, maar dat was op zijn bevel bezig met verovering van Kanaalhavens. De Duitsers konden intussen de verdediging van Zeeland versterken. Het Eerste Canadese Leger was daarvan het slachtoffer. 

Uiteraard besteden Canadese auteurs uitvoerig aandacht aan de gevechtshandelingen van het Eerste Canadese Leger na de Rijnoversteek op en na 23 maart 1945. Brits-Canadese troepen staken de Rijn over bij Wesel en Emmerik. Het Eerste Canadese Leger moest het oosten en noorden van Nederland zuiveren ter bescherming van de linkerflank van het Britse Tweede Leger. Het moest bovendien een verbindings- en bevoorradingsroute vanuit het zuiden over Nijmegen en Arnhem naar het noorden en noordoosten veiligstellen. 

Canadese auteurs besteden uiteraard ook aandacht aan de Canadese bijdrage aan voedselhulp voor de hongerende bevolking in West-Nederland. Korpsbevelhebber generaal Foulkes kreeg van legerbevelhebber generaal Crerar opdracht in zijn sector de onvoorwaardelijke capitulatie van de Duitse troepen in Nederland 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide te implementeren. Generaal Blaskowitz moest bevelen tekenen over het verstrekken van allerlei militaire informatie (Orders to German Commanders on Surrender; Bevelen aan gecapituleerde Duitse bevelhebbers). De Duitse troepen in Nederland moesten zich onder gezag van het 1ste Canadese Legerkorps verzamelen in concentratiegebieden voor ontwapening en terugtocht naar Duitsland.

Graham A. Thomas, Attack on the Scheldt. The Struggle for Antwerp 1944, Barnsley 2017, 212 p.

De auteur geeft een goed beeld van de zuivering van Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Beveland en Walcheren in oktober en november 1944. De titel is niet juist gekozen. Er was immers geen aanval op de Schelde en de strijd ging niet om Antwerpen. Zuivering van een groot deel van Zeeland was vereist voor een veilige toegang over de (Wester)Schelde naar de haven van Antwerpen. De auteur gebruikt terecht primaire Duitse en geallieerde bronnen waaronder Canadese. Merkwaardig is wel het gebruik van verouderde en achterhaalde literatuur uit 1957 (Thompson) en  1980 (Rawling). 

Onjuist is het gebruik van (North; south-west) Holland voor Nederland en een wapenstilstand op 6 mei 1945. De Duitse strijdkrachten capituleerden op 7 mei 1945 in Reims. Operatie Market Garden duurde niet van 17 tot 25 september. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was al 19 september mislukt en grondoperatie Garden 21 september. De auteur verwart het doel van operatie Market Garden met de Britse opmarsrichting: Rijnoversteek bij en aanval op Arnhem, Duitsland in en de oorlog nog in 1944 beëindigen. Het doel van operatie Market Garden was echter vestiging van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer met sterke uitlopers over de IJssel. 

Onjuistheden zijn ook het gebruik van de 10de Canadese infanteriebrigade voor de 7de infanteriebrigade; Johnson voor Johnston; en Highlanders (LI) of Canada voor de Britse Highland Light Infantry van de 157ste brigade van de 52ste (Lowland) Infanteriedivisie. Onjuist is ook de bewering dat de oversteek door het Sloe geen operatienaam had. De operatie heette Mallard. 

Voor Nederland bevat het boek weinig nieuwe informatie. 

Charles P. Stacey, (Vol. III). The Victory Campaign. The Operations in North-West Europe 1944-1945, Ottawa 1966, (1960). 770 p.

Official History of the Canadian Army in the Second World War, Ottawa: The Minister of National Defence. 

Stacey (1906-1989) spreekt over de mislukking bij Arnhem (310). Eisenhower wilde prioriteit geven aan een vrije toegang tot de haven van Antwerpen, maar stemde 10 september 1944 in met bruggenhoofdoperatie Market Garden. Vrije toegang tot de haven van Antwerpen had bij Montgomery een lage prioriteit. Stacey is een van de weinige auteurs die weet dat het doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden vestiging was van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tusen Arnhem en het IJsselmeer met uitlopers over de IJssel was (312-313). Luchtlandingsdivisies zouden van Eindhoven tot Arnhem een loper leggen voor de opmars van de grondtroepen. Eventueel zou later de opmars worden voortgezet om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied, de Noordduitse laagvlakte en Berlijn. De bedoeling was nog in 1944 de oorlog te beëindigen. Amerikaanse hulp was nodig maar bruggenhoofdoperatie Market Garden bleef een compromis. Het Eerste Amerikaanse Leger zou ten zuiden van het Ruhrgebied optrekken. 

De  opmars van de Britse grondtroepen verliep trager dan verwacht. Britten en Amerikanen veroverden 20 september de Waalbruggen (314). Duitsers blokkeerden 21 september ten zuiden van Elst de opmars van Britse tanks. Operatie Market Garden was mislukt. Canadese genietroepen waren in de nacht naar 26 september 1944 betrokken bij de evacuatie van Britten uit Oosterbeek (316). De conferentie van Versailles gaf 22 september prioriteit aan een vrije toegang tot de haven van Antwerpen. De aanwezigen stemden echter in met bruggenhoofdoperatie Gatwick gericht op vestiging van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen (317). Eisenhower dwong Montgomery begin oktober prioriteit te geven aan de zuivering van Zeeland. 

Na de strijd om de Schelde nam het Eerste Canadese Leger 9 november een groot deel van de frontlinie van het Britse Tweede Leger over. De Canadese frontlinie strekte zich uit van Walcheren langs de Maas tot Middelaar en Cuijk. Daarin opgenomen was het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd (428). Eind november stuurde het 2nd Canadian Corps nieuwe troepen naar het Over-Betuwse bruggenhoofd (430). Duitsers pleegden aanvallen op de Waalbruggen en zetten 2 december de Betuwe onder water. 

Gebruikte mythen zijn Corridor naar Arnhem (313, 315; liep maar tot de Waal); de Rijnbruggen bij Arnhem als de doelen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie (313); de vondst door Duitsers van de bevelen voor operatie Market Garden in een neergestort zweefvliegtuig bij Vught (314); de duur van operatie Market Garden van 17 tot 26 september 1944 (314). 

Andere onjuistheden zijn het gebruik van Holland voor Nederland; de aanwezigheid van veldmaarschalk Model in de westelijke buitenwijken van Arnhem (314);  overtocht van Polen in de nachten naar 24 en 25 september (314); Nijmeegse bruggenhoofd voor Over-Betuwse bruggenhoofd (428, 430, 433). 

De officiële geschiedenis van het Canadese Leger in de Tweede Wereldoorlog bevat bijlagen, kaarten (in kleur en zwart-wit), illustraties, noten en een index.

Terry Copp, Cinderella Army. The Canadians in Northwest Europe 1944-1945, Toronto 2007, 2006, 407 p.

Copp (1938) benadrukt dat Eisenhower op 10 september 1944 instemde met brugenhoofdoperatie Market Garden zonder het probleem van de vrije toegang tot Antwerpen op te lossen. Admiraal Ramsay drong juist aan op een snelle vrije toegang tot de haven van Antwerpen (42). De Neder-Rijn was voor Montgomery echter belangrijker dan de Schelde. Het Britse XXX Corps mocht oprukken naar gebied ten noorden van Arnhem. Luchtlandingstroepen zouden bruggen over waterwegen veroveren (42-43). Daarna konden de grondtroepen om de Siegfriedlinie heen Duitsland intrekken (de opmarsrichting). Ze konden ook oprukken naar het IJsselmeer en de Duitse troepen en hun V2-raketlanceerbases in het westen van Nederland afsluiten (42, 123, doelen van operatie Market Garden)).

Het Canadese Leger zou Rotterdam en Amsterdam kunnen innemen. Het Eerste Amerikaanse Leger zou over Bon en Keulen oprukken naar het Ruhrgebied. De basis hiervoor is Montgomery’s Directive M525 van 14 september 1944. Dit bevel bevatte echter niet het doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden. Eisenhower wilde zuivering van de Schelde nadat de Britten de Rijn waren overgestoken (43). Montgomery liet die zuivering over aan het Eerste Canadese Leger (121). Hij hoopte 21 september nog op een oversteek van de Neder-Rijn ten western van Driel. De volgende dag kreeg tijdens de conferentie van Versailles de Brits-Amerikaanse bruggenhoofdoperatie Gatwick gericht op de vestiging van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen de instemming van Eisenhower. De Rijn en het Ruhrgebied waren nog steeds belangrijker dan de Schelde. 

Uieteraard besteedt Copp ook aandacht aan de Canadese veldtocht door Oost-Nederland in april 1945. Doelen waren bescherming van de linkerflank van het Britse Tweede Leger en veiligstelling van een bevoorradinsgroute van het zuiden naar het noorden en noordoosten (261-283). 

Arnhem als doel van operatie Market Garden (41-42) is een mythe. Het strategische doel was een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tot het IJsselmeer met het front naar het oosten en diepe uitlopers over de IJssel. 

Andere onjuistheden zijn het gebruik van Holland voor Nederland, het XXX Corps (42-43) voor het Britse Tweede Leger en de inhoud van Directive M525 (42, 121) als doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden.

Mark Zuehlke, Terrible Victory. First Canadian Army and The Scheldt Estuary Campaign: September 13 – November 6, 1944, Toronto 2007. 548 p.

Eisenhower en Montgomery waren na de inname van Antwerpen op 4 september 1944 gefixeerd op de Rijn en het Ruhr- en Saargebied (49). Montgomery beoogde met bruggenhoofdoperatie Market Garden vestiging van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn. Zuivering van de Schelde zou het volgende doel zijn. Admiraal Ramsay wilde de hoogste prioriteit voor zuivering van de Schelde. De Duitsers zagen wel het belang van de Schelde voor Antwerpen. Montgomery rekende op het Eerste Canadese Leger dat echter eerst Kanaalhavens moest innemen (58-59, 61-62, 79). 

Zuehlke weet dat luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn 19 september is mislukt en grondoperatie Garden twee dagen later (78). Toch handhaaft hij de mythe operatie Market Garden duurde van 17 tot 26 september (78-79). Zo spreekt hij over een bruggenhoofd over de Neder-Rijn (77) als doel van operatie Market Garden, maar gebruikt hij ook de mythen Arnhem en de Rijn als doelen (58, 77). Ook gebruikt hij Holland voor Nederland. 

Richard Brooks, Walcheren 1944, Storming Hitler’s island fortress, Botley, Oxford 2011, 96 p.

De auteur biedt op overzichtelijke wijze heldere en gedetailleerde informatie over de bevelhebbers en strijdkrachten die in Walcheren tegenover elkaar stonden. Hij geeft een duidelijk beeld van de strijd om Walcheren (operaties Infatuate I en II); de gevolgen van de strijd en mogelijkheden om het strijdtoneel nu te bezoeken. 

Canadese infanterietroepen hadden 3 november tijdens gevechten in de modder het westen van Zeeuws/Vlaanderen gezuiverd en eind oktober 1944 Zuid/Beveland. Een groot deel van Walcheren stond onder zeewater. Britse Lancasters en Mosquito´s hadden de dijk van Westkapelle, de Nolledijk bij Vlissingen en de dijken bij Ritthem en Veere gebombardeerd. 

Woensdag 1 november begon het laatste hoofdstuk van de slag om de Schelde. Britse commando´s van de marine gevolgd door infanterietroepen van de Britse 52ste (Lowland) Infanteriedivisie staken bij Breskens de Westerschelde over naar Vlissingen. Zij zuiverden na felle straatgevechten stad en omgeving en vestigden daar een bruggenhoofd. Britse, Belgische en Noorse commando´s staken van Oostende over naar Westkapelle. Zij zuiverden het dorp en trokken over Domburg in de richting van Vrouwenpolder en door Zoutelande naar Vlissingen. In de nacht van 2 naar 3 november staken Britse infanterietroepen het Sloe over. Het 5e bataljon Highland Light Infantry trok in de richting van Middelburg. Het kon daar hulp bieden aan Britten die met Buffaloes over Koudekerke naar Middelburg waren getrokken. Generaal Daser had zich met zijn troepen 7 november aan hen overgegeven, maar zij konden nauwelijks tweeduizend man bewaken. De volgende dag gaven zich ook de troepen in en bij Vrouwenpolder over.  Zondag 26 november was vrije toegang tot de haven van Antwerpen mogelijk. 

De zuivering van Walcheren had voor velen een bittere nasmaak. De geallieerden waren niet veel verder dan na de mislukte operatie Market Garden. De weigering van Montgomery begin september prioriteit te geven aan de zuivering van de Schelde had grote gevolgen. De bevolking in het westen van Nederland leed onder de hongerwinter. De geallieerden langs de Maas beleefden een troosteloze winter. 

Gebruikte mythen zijn operatie Market Garden als synoniem voor 'slag om Arnhem'; 'slag om Arnhem' en duur van deze slag van 17 tot 26 september 1944. Luchtlandingsoperatie Market was al 19 september 1944 ten noorden van de Neder-Rijn mislukt en grondoperatie Garden twee dagen later bij een Duitse blokkade ten zuiden van Elst. 

Het boek bevat illustraties (foto’s en kaarten) in zwart-wit en kleur; gebruikte literatuur, lijst van afkortingen en index.