Traditionele geschiedvervalsing van ´capitulatie´ in Wageningen

Eric Wijnacker in De Gelderlander, 31 mei 2018. Links: Duitse tolk en chef-staf Paul Reichelt van Generaloberst Blaskowitz. Rechts: George Kitching, brigadier gen. staf 1st Canadian Corps; luitenant-generaal Charles Foulkes en kapitein George Molnar.

Wijnacker (De Gelderlander, 31 mei 2018) komt nog met de verouderde traditionele versie van de geschiedvervalsing van een capitulatie (zelfs ook wapenstilstand genoemd)  op 5 mei 1945 in hotel De Wereld in Wageningen. Luitenant-generaal Charles Foulkes was geen 'opperbevelhebber', maar bevelhebber van het 1st Canadian Corps. Molnar was niet meegenomen naar Wageningen door Foulkes, maar onvoorbereid door generaal-majoor H. W. Foster, bevelhebber van de Canadese 1st Infantry Division. Wijnacker spreekt zelfs nog over onderhandelingen over en 'voorwaarden voor de capitulatie'.

Molnar (1922-2018) was in Hongarije geboren en eind jaren dertig naar Canada vertrokken waar zijn Hongaarse vader na de scheiding met zijn moeder presbyteriaans predikant was.  Molnar was geen tolk, maar kapitein bij de inlichtingendienst van het hoofdkwartier van de 1ste Canadese Infanteriedivisie. Deze divisie was betrokken bij strijd in Italië, o.a. Monte Cassino, en vandaar via Frankrijk en België opgetrokken naar het noorden. Na de Rijnoversteek bij Wesel en de IJsseloversteek bij Gorssel had Foster zijn hoofdkwartier gevestigd bij Apeldoorn.

Vanwege zijn talenkennis (Frans, Duits, Engels en Italiaans) - geleerd van zijn Russische moeder - moest Molnar als tolk-vertaler optreden. Hij vertaalde van het Engels naar het Duits.  Molnar bevestigt dat er geen ruimte was voor commentaar of het stellen van vragen, dus zeker niet voor onderhandelingen of voorwaarden. Hij dacht bij een wapenstilstand of overgave te zijn of - en dat was dichter bij de waarheid - bij marsorders voor onder meer naar concentratiegebieden voor ontwapening en de terugtocht naar Duitsland. 

Veel interessanter dan de gebeurtenissen in Wageningen vond Molnar de volgende dagen van mei. Op bevel van generaal Foulkes moest General der Kavallerie Philipp Kleffel van het XXX Armeekorps in Rotterdam het gezag over zijn gebied en troepen overdragen aan generaal Foster. Molnar was met Foster naar Rotterdam gereden en vertaalde de bevelen in het Duits. Hij mocht het legerkorps begeleiden naar het concentratiegebied voor ontwapening en de terugtocht naar Duitsland.

De jonge Molnar heeft niet begrepen dat Blaskowitz uitvoeringsbevelen ondertekende. Deze Orders to German Commanders on Surrender dienden ter implementatie van de onvoorwaardelijke capitulatie op 4 mei 1945 van de Duitse troepen in Nederland, noordwest-Duitsland en Denemarken op de Lüneburger Heide. De Britse veldmaarschalk Montgomery accepteerde deze capitulatie nadat het Duitse Oberkommando der Wehrmacht met zijn eisen had ingestemd: capitulatie van alle Duitse troepen die tegenover zijn Brits-Canadese legergroep stonden en de Duitse troepen in Denemarken. Het Document van Overgave was op zaterdag 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking getreden. Voor Nederland was de oorlog afgelopen. Nederland was sinds dat tijdstip vrij.

De gemeente Wageningen en Wageningen45 kennen inmiddels deze capitulatie op de Lüneburger Heide en inwerkingtreding ervan op 5 mei 1945, maar weten nog niet hoe ze de Orders to German Commanders on Surrender (Bevelen aan Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven) moeten noemen met het oog op 'de emotionele kanten van het verleden'. 'Capitulatieakte’ door de gemeentearchivaris en 'capitulatievoorwaarden’ door Wageningen45  zijn slechts aan te duiden als onzin, geschiedvervalsing, prietpraat of leugens om de historische onjuistheid Wageningen als 'Stad der Bevrijding' te kunnen handhaven.

dr. Jan Brouwer: Simpele uitvoeringsbevelen zijn geen 'capitulatieakte' en ook geen 'capitulatievoorwaarden'

Orders to German Commanders on Surrender, ondertekend door Foulkes en Blaskowitz op 5 mei 1945 om 16.30 uur.

Herdenking van een gefingeerde 'capitulatie van 1945' is een herdenking voor de vorm zonder enige inhoud.

Wageningen en het Comité Wageningen45 kennen inmiddels de inhoud van het Document van Overgave of Instrument of Surrender van 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide.

1. Veldmaarschalk Montgomery accepteerde de onvoorwaardelijke capitulatie van de Duitse gewapende strijdkrachten in Nederland, noordwest-Duitsland en Denemarken. Deze troepen capituleerden met instemming en op gezag van het Duitse Opperbevel (Oberkommando der Wehrmacht). Het doel van het OKW was (deel)capitulaties sluiten in het westen om de strijd tegen het Rode Leger te kunnen voortzetten.

2. Het Document van Overgave trad op zaterdag 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking. Op dat tijdstip staakten deze Duitse strijdkrachten alle vijandelijkheden. Dat betekende het einde van WOII in Nederland. Nederland was vrij. Geen enkele plaats kan dus Stad der Bevrijding zijn.

3. Het Duitse Opperbevel diende ‘onmiddellijk, zonder tegenspraak, alle verdere bevelen uit te voeren die de geallieerden zouden uitvaardigen.

4. Het niet opvolgen van deze bevelen (…) zal beschouwd worden als verstoring van het Instrument of Surrender en afgehandeld worden door de geallieerden overeenkomstig de geaccepteerde gebruiken en krijgswetten.

Montgomery liet het opstellen van de 'verdere bevelen', uitvoeringsbevelen of bevelen ter implementatie van het Document van Overgave, over aan zijn legerbevelhebbers. De Canadese generaal Crerar gaf zijn twee korpsbevelhebbers bevel die bevelen af te handelen. Foulkes legde in hotel De Wereld in Wageningen de door hem geformuleerde zeventien Orders to German Commanders on Surrender (Bevelen aan Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven; zie afbeelding) ter ondertekening voor aan generaal Blaskowitz. De bevelen waren zo geformuleerd dat Blaskowitz verantwoordelijk was voor de uitvoering ervan. Blaskowitz kon natuurlijk niet anders dan het Duitse Opperbevel gehoorzamen. Hij ondertekende op 5 mei 1945 de door Foulkes voorgelezen bevelen ‘onmiddellijk, zonder tegenspraak’ binnen een half uur om 16.30 uur. De vereiste volledige en gedetailleerde informatieverstrekking  met kaarten was de volgende dag in de aula afgerond. Hiervoor had Blaskowitz desgevraagd 24 uur uitstel gekregen. Dus allemaal niets bijzonders.

De jarenlang aan een flinke dosis geschiedvervalsing gewende en daarvoor verantwoordelijke gemeente Wageningen (uiteraard ook de gemeentearchivaris)  noemt de lijst bevelen nog steeds ‘capitulatieakte’. Het Comité Wageningen45 spreekt over ‘capitulatievoorwaarden’. Liberation Route Europe, De Gelderlander en Omroep Gelderland schrijven deze onzin kritiekloos over. Duidelijke voorbeelden van misbruik maken van geschiedenis (geschiedvervalsing).

Er is immers maar één  ‘Capitulatieakte’: de Act of Military Surrender van alle Duitse strijdkrachten op alle fronten van 7 mei 1945 te Reims. De andere capitulaties aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, ook de Japanse op 2 september 1945,  kenden een Document van Overgave (Instrument of Surrender). De uitvoeringsbevelen abusievelijk aanduiden met ‘capitulatieakte’ is dan ook uitsluitend te beschouwen als een laatste middel om 'Stad der Bevrijding' te kunnen blijven.

De huidige geschiedvervalsing luidt: Wageningen 'mag aan het eind van de oorlog een bijzondere rol in de geschiedenis van ons land spelen. Op 5 mei 1945 vinden in Hotel De Wereld (...) onderhandelingen met de Duitsers in ons land plaats. De zogeheten ´capitulatieakte´ wordt dan getekend. Daarmee wordt (en is nog steeds) Wageningen de Stad der bevrijding.'

https://www.wageningen.nl/Bestuur/Gemeentearchief/Geschiedenis_van_Wageningen/Oorlog en_bevrijding

In hotel De Wereld waren geen onderhandelingen, zeker niet met de Duitsers in ons land. Onderhandelingen worden bovendien niet gevoerd bij een onvoorwaardelijke capitulatie, noch voorafgaande aan die capitulatie op 4 mei noch bij implementatie ervan op 5 mei. Blaskowitz ondertekende 'onmiddellijk, zonder commentaar' de lijst met 'Bevelen aan Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven' (Orders to German Commanders on Surrender). Wageningen speelde dus geen bijzondere rol in mei 1945.

‘Capitulatievoorwaarden’ kunnen uitsluitend gesteld worden voorafgaand aan een capitulatie. Uiteraard niet bij een onvoorwaardelijke capitulatie. En juist die eisten de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

Beide termen zijn dus volledig onjuist voor uitvoeringsbevelen die uitsluitend geformuleerd worden na een capitulatie, zeker als het Instrument of Surrender (Document van Overgave) het uitvaardigen van die bevelen eist.

Wageningen breidt de geschiedvervalsing opnieuw stuntelig en zonder kennis van zaken uit. De lijst met bevelen is een ‘overeenkomst’ tussen generaal Foulkes (namens de geallieerden; nee: First Canadian Army) en Blaskowitz (namens de Duitse strijdkrachten in Nederland; nee: hij is verantwoordelijk en moet de bevelen geven). Wageningen beweert abusievelijk dat er regels in staan waaraan Duitse en geallieerde troepen zich moeten houden.

https://www.wageningen.nl/Bestuur/Gemeentearchief/Capitulatieakte 5 mei_1945

Wageningen heeft er dus weer enkele onwaarheden voor over om bezoekers te trekken in de zogenaamde ´Stad der Bevrijding´. De inhoud van twee onderdelen van de gemeentelijke website: ‘Capitulatieakte 5 mei 1945’ en ‘Oorlog en Bevrijding’ bevatten veel elementen van geschiedvervalsing (leugens, onzin, prietpraat). Overigens waren de inwoners van Wageningen 17 april 1945 niet aanwezig in de stad. Geallieerde troepen zuiverden de stad. Burgers zien dat meestal als bevrijding, maar die waren er niet. 'Oorlog en zuivering' zijn dus juist.  

Omdat Wageningen al meer dan een halve eeuw met een dosis geschiedvervalsing werkt, moet dat kennelijk blijven voortgaan met onder andere de onjuiste benaming ‘capitulatieakte’. Voor handhaving van 'Stad der Bevrijding' en wat de gemeentearchivaris 'de emotionele kanten van het verleden' noemt, mag kennelijk alles, zelfs misbruik maken van de geschiedenis. Een zeer zwakke argumentatie overigens, kennelijk bedoeld om eigen verantwoordelijkheid af te schuiven. Ik ben wel benieuwd naar de argumentatie van burgemeester Van Rumund en wethouder De Brito voor handhaving van Wageningen als Stad der Bevrijding.

Mij gaat het om historisch juiste informatieverstrekking.

dr. Jan Brouwer: Wageningen op de hoogte van capitulatie op 4 mei 1945 op de Lüneburger heide

Origineel Instrument of Surrender (Document van Overgave), 4 mei 1945.
Montgomery wijzigde 5 (de datum van inwerkingtreding) in 4 (datum van ondertekening).

4 mei 1945. Timeloberg. Lüneburger Heide.

De geallieerden erkenden in mei 1945 uiteraard het Duitse staatshoofd Karl Dönitz en diens regering in Flensburg niet. Duitsland of de burgerlijke overheid kon dus geen vrede sluiten of capituleren. Een vrede met Nazi-Duitsland is dan ook nooit getekend en een (Duitse) capitulatie van Duitsland is een mythe of vervalsing. Bovendien wilden de westerse geallieerden geen vredesonderhandelingen of een vredesverdrag in de trant van de Vrede van Versailles in 1919. Sinds de conferentie van Casablanca van 14 tot 24 januari 1943 eisten zij uitsluitend onvoorwaardelijke militaire capitulaties van de Asmogendheden Duitsland, Italië en Japan; in Duitsland met instemming van het Oberkommando der Wehrmacht (OKW). Het alternatief was vernietiging. De Duitse strijdkrachten vielen eind april 1945 uit elkaar, het eerst in Italië.

Reichspräsident Karl Dönitz besefte op 2 mei 1945 dat de Duitse militaire situatie in noordwest-Europa hopeloos was. De Brits-Canadese legergroep van veldmaarschalk Montgomery  was van Lauenburg over de Elbe doorgebroken naar Lübeck. De 6de Britse Luchtlandingsdivisie had de havenstad Wismar ingenomen. Dönitz verplaatste zijn hoofdkwartier van Plön naar Flensburg ten zuiden van de Deense grens. Hij besloot zo veel mogelijk Duitsers te redden van het Rode Leger. Bovendien wilde hij met de westerse geallieerden een wapenstilstand sluiten of een capitulatie op het niveau van een legergroep of lager. Om tactische redenen zonden hij en Generalfeldmarschall Wilhelm Keitel, chef van het OKW, dus een delegatie naar het tactische hoofdkwartier van de Britse veldmaarschalk Bernard Law Montgomery. Dat stond sinds 1 mei op de Timeloberg aan de rand van Wendisch Evern op de Lüneburger heide. De delegatie stond onder leiding van Generaladmiral Hans Georg von Friedeburg (1895 - 23 mei 1945), opperbevelhebber van de Kriegsmarine, en Generalleutnant Eberhard Kinzel (1897 - 24 juni 1945), chefstaf van Generalfeldmarschall Ernst B. W. Busch (1885 - Aldershot, 17 juni 1945). Busch was bevelhebber van legergroep Oberbefehlshaber Nordwest. Hij moest de opmars van de Brits-Canadese Noordelijke Groep van Legers van Montgomery stoppen en een groot deel van de kustlijn langs de Noordzee verdedigen. In Nederland lag als onderdeel van deze legergroep 25. Armee (Festung Holland) onder Generaloberst Johannes Blaskowitz. In noordwest-Duitsland lagen restanten van 1. Fallschimm Armee onder General der Infanterie Erich Straube. De teruggedrongen Armeegruppe onder General der Infanterie Günther Blumentritt omvatte troepen tussen de Weser bij Hameln en de Noord- en Oostzeekust. 

Delegatieleden waren voorts vice-admiraal Gerhard Wagner (1898-1987); Fritz P. Th. W. H. Poleck (1905-1989), Oberst im Generalstab van het OKW, en majoor Hans Jochen Friedel (… -1945), stafofficier van generaal Kinzel. Von Friedeburg en Kinzel boden Montgomery de capitulatie aan van drie legers ten westen van de Elbe in noordwest-Duitsland en de troepen in Denemarken. Ze vroegen toestemming om gevluchte Duitse burgers door de Britse linies naar Sleeswijk-Holstein te laten gaan. De bedoeling was te voorkomen dat deze legers en burgers in handen van het Rode Leger zouden vallen. De Duitsers hadden een panische angst voor de wraak van het Rode Leger voor wat zij in de Sovjet-Unie hadden misdreven. Montgomery kon echter een terugtrekking van Duitse troepen van het Russische front naar zijn sector niet accepteren. Individuele soldaten mocht hij accepteren als krijgsgevangenen en zou hij niet overdragen aan het Rode Leger. Hij kon wel de regionale tactische onvoorwaardelijke capitulatie te velde aanvaarden van de vijandelijke troepen die op de westelijke en noordelijke flanken tegenover zijn legergroep stonden. Montgomery eiste daarom van de Duitse delegatie bij zijn tent de onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse troepen die tegenover zijn legergroep stonden. Die behoorden tot legergroep Oberbefehlshaber Nordwest onder Generalfeldmarschall Ernst Busch. Von Friedeburg en Friedel hielden ruggespraak in Flensburg. Kinzel bleef als verbindingsofficier van Dönitz bij Montgomery's commandopost. Dönitz en Keitel stemden in met de eis van Montgomery. Ze hadden geen andere keuze. Bovendien was Dönitz blij van Nederland en Denemarken af te zijn. De delegatie keerde op 4 mei 1945 om 18.00 uur terug bij Montgomery met de vereiste volmacht. 

Instrument of Surrender (Document van Overgave), 4 mei 1945

Velen in Wageningen, het NIOD in Amsterdam, Liberation Route Europe en journalisten blijken het verschil niet te kennen tussen een capitulatiedocument (Instrument of Surrender; Document van Overgave) en bevelen ter implementatie van dat document. Zij hebben kennelijk nooit de moeite genomen een Document van Overgave te vergelijken met door dat document vereiste (uitvoerings)bevelen ter implementatie van dat document. Een capitulatiedocument heeft meestal als titel Instrument of Surrender (Document van Overgave). Voorbeelden zijn de tactische deelcapitulatie van een legergroep op de Lüneburger Heide op 4 mei 1945 en de capitulatie van Japan aan boord van de USS Missouri in de baai van Tokio op 2 september 1945. Het Document van Overgave van de capitulatie van alle Duitse gewapende strijdkrachten op alle fronten in Reims had als titel Act of Military Surrender (Akte van Militaire Overgave). Een Document van Overgave is een belangrijk historisch document. Het stuk met 'Bevelen aan Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven' (Orders to German Commanders on Surrender) ter implementatie van dat document is dat niet. 

De volledige titel van het Instrument of Surrender van 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide luidt: ‘Document van Overgave van Alle Duitse gewapende strijdkrachten in Holland, in noordwest Duitsland, alle eilanden inbegrepen, en in Denemarken’. (Holland moet natuurlijk Nederland zijn. Veel Duitsers kennen nog steeds de naam van dit buurland niet -JB). Heligoland moet Helgoland zijn.

1. ‘Het Duitse Opperbevel gaat akkoord met de overgave van alle Duitse gewapende strijdkrachten in Holland, in noordwest Duitsland, met inbegrip van de Friese eilanden en Heligoland en alle andere eilanden, in Sleeswijk-Holstein en Denemarken. Alle schepen van de Kriegsmarine in die gebieden zijn daarbij inbegrepen. Deze strijdkrachten moeten hun wapens neerleggen en zich onvoorwaardelijk overgeven.’ 

Het Instrument of Surrender geeft exact aan welke troepen in welke landen en gebieden zich onvoorwaardelijk overgeven: alle gewapende strijdkrachten van legergroep Oberbefehlshaber Nordwest en in Denemarken. Opmerkelijk is de overgave van deze troepen op gezag van het OKW. 

2. Het Instrument of Surrender bevat het tijdstip van inwerkingtreding van het Document van Overgave. ‘Alle vijandelijkheden ter land, ter zee of in de lucht van Duitse strijdkrachten in bovengenoemde gebieden stoppen om 08.00 uur, British Double Summer Time, op zaterdag 5 mei 1945’.

Nederland was dus sinds dat tijdstip vrij en viert daarom op 5 mei Bevrijdingsdag; althans historisch gezien. Wageningen kan dan ook geen 'Stad der Bevrijding' of ‘Bevrijdingsstad’ zijn.

3. ‘Het Duitse Opperbevel dient onmiddellijk, zonder tegenspraak, alle verdere bevelen uit te voeren die worden uitgevaardigd door de Geallieerde Overheden op elk gebied.’ 

4. ‘Het niet opvolgen van deze bevelen of verzuim van overeenkomstig handelen ermee, zal beschouwd worden als verstoring van deze voorwaarden van overgave en afgehandeld worden door de Geallieerde Overheden in overeenstemming met de geaccepteerde wetten en krijgsgebruiken.’ 

De in de artikelen 3 en 4 genoemde bevelen dienen ter implementatie/uitvoering van het Instrument of Surrender. Vanzelfsprekend wordt het OKW (in feite de Duitse bevelhebbers die gecapituleerd hebben) belast met de uitvoering van deze bevelen. Uiteraard zijn over deze bevelen geen onderhandelingen mogelijk; ook niet in Wageningen.

5. Het Document van Overgave kan vervangen worden door een algemeen Document van Overgave. Dat konden de  geallieerden alsnog opleggen aan Duitsland en de Duitse gewapende strijdkrachten. De geallieerden waren de Verenigde Staten (VS), het Verenigd Koninkrijk (VK), Frankrijk en de Unie van Socialistische Sovjet Republieken (USSR).

De onvoorwaardelijke capitulatie van alle Duitse strijdkrachten op alle fronten was op 7 mei 1945 in Reims. In de Act of Military Surrender was uiteraard geen sprake van een Duitse capitulatie of capitulatie van Duitsland. De geallieerden erkenden immers president Dönitz en zijn Flensburgregering niet. 

6. ‘Dit Document van Overgave is geschreven in het Engels en het Duits. De Engelse versie is de authentieke tekst. 

7. ‘De beslissing van de Geallieerde Overheden zal beslissend zijn bij twijfel of een geschil over de betekenis of de interpretatie van de voorwaarden van de overgave.’ 

De vijf delegatieleden ondertekenden op 4 mei 1945 om 18.30 uur het Instrument of Surrender op gezag van het OKW. Veldmaarschalk Montgomery ondertekende namens opperbevelhebber Eisenhower.  

Orders to German Commanders on Surrender, 5 mei 1945 (Bevelen aan Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven). De artikelen 3 en 4 van het Document van Overgave schrijven voor dat het OKW 'zonder tegenspraak' alle verdere geallieerde bevelen moet uitvoeren. Deze bevelen dienden ter implementatie/uitvoering van het op 4 mei 1945 getekende Instrument of Surrender (Document van Overgave). Die worden ter ondertekening voorgelegd aan Duitse bevelhebbers die zich op gezag van het OKW hebben overgegeven.

Veldmaarschalk Montgomery droeg de uitvoering van het Document van Overgave op aan zijn legerbevelhebbers. Dat waren luitenant-generaal Miles Dempsey, bevelhebber van het Britse Tweede Leger, in het Mölleringhuis in Lüneburg-Häcklingen, en de Canadese generaal Henry Crerar, bevelhebber van het Eerste Canadese Leger, in kasteel Twickel in Twente. Crerar wilde zelf geen uitvoering geven aan het Document van Overgave van de Lüneburger Heide van 4 mei 1945. Daarvoor had hij een te grote afkeer van Duitsers. Hij belastte daarom zijn korpsbevelhebbers Foulkes en Simonds met de afhandeling en uitvoering van het Document van Overgave in hun sectoren;  dus niet de geallieerden zoals Liberation Route Europe abusievelijk beweert. Zij moesten de bevelen ter ondertekening en uitvoering voorleggen aan Duitse bevelhebbers die zich op gezag van het OKW op 4 mei 1945 hadden overgegeven. Ook Britse bevelhebbers legden de door het Document van Overgave vereiste bevelen voor aan Duitse bevelhebbers die zich op gezag van het OKW hadden overgegeven. Luitenant-generaal Guy Simonds legde zijn bevelen in Bad Zwischenahn bij Oldenburg voor aan Erich Straube. Luitenant-generaal Charles Foulkes legde de door hem geformuleerde Orders to German Commanders on Surrender in Wageningen ter ondertekening voor aan Generaloberst Johannes Blaskowitz. Wageningen lag aan de toegang van de geneutraliseerde zone en was gebruikt bij overleg over voedseltransporten. Bovendien was de bevolking geëvacueerd en de stad in geallieerde handen. De keuze voor het zwaar beschadigde hotel ‘De Wereld’ of de aula van de landbouwhogeschool lag dan ook voor de hand. De zeventien artikelen bevatten bevelen die zo geformuleerd waren dat Foulkes Blaskowitz voor vrijwel alle af te wikkelen zaken verantwoordelijk stelde. Die bevelen hadden voornamelijk betrekking op de Duitse troepen die in hun verblijfplaats moeten blijven; en het verstrekken van informatie over plaats, sterkte en voorraden van die troepen; mijnenvelden; geplaatste explosieven; militaire installaties; depots; artillerie; verbindingen; voertuigen; wapens en andere militaire zaken.

Generaloberst (generaal) Johannes Blaskowitz

Orders to German Commanders on Surrender. Wageningen 5 mei 1945. Ter implementatie van de capitulatie op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide. p. 1.

Generaloberst Blaskowitz in Hilversum had een verwarrende, moeilijke nacht. Hij veronderstelde dat de capitulatie bij Lüneburg voor Nederland slechts beperkt bleef tot gebied bij Delfzijl. Hij had namelijk geen opdracht tot capitulatie ontvangen van zijn superieur Generalfeldmarschall Busch. Dat hoefde ook niet. De capitulatie van ook de Duitse troepen in Nederland  was immers de vorige avond al getekend op gezag van het OKW. Blaskowitz moest wel vóór 08.00 uur over de capitulatie bij Lüneburg bericht ontvangen. Ook hij en zijn troepen hadden daar immers gecapituleerd. Bovendien vreesden Blaskowitz en meer Duitsers in Nederland uitlevering aan het Rode Leger. Hij had zich voorgenomen voorwaarden te stellen en te dreigen met onderwaterzetting als de Duitse troepen op transport moesten naar Siberië. In de vroege morgen van 5 mei 1945 bleken ook Duitse verbindingen gebreken te vertonen, in dit geval die met Blaskowitz. Het 1st Canadian Corps wist om 05.00 uur dat het OKW in Flensburg Blaskowitz had geïnformeerd over de onvoorwaardelijke capitulatie. Het had Blaskowitz bevolen op 5 mei om 08.00 uur alle vijandelijkheden te staken tegenover de legergroep van Montgomery. De Duitse troepen moesten bij hun wapens en op hun plaatsen blijven. Blaskowitz wilde de waarborg dat zijn troepen niet in Sovjet-Russische krijgsgevangenschap zouden worden afgevoerd. Daarover stond niets in het Instrument of Surrender dat hij ontvangen had. Hij wilde bij capitulatie die voorwaarde stellen. Dat kon natuurlijk niet bij een onvoorwaardelijke capitulatie. Hij zou dan dreigen met opblazen van dijken en sluizen en inundatie van het westen van Nederland. Om 05.35 uur ontving hij een Blitz-telegram over de capitulatie bij Lüneburg. De opperbevelhebber van de Vesting Nederland en zijn troepen moesten die zaterdag om 08.00 uur alle vijandelijkheden staken. Hij begreep dat president Dönitz en het OKW hadden ingestemd met de capitulatie van ook de Duitse troepen in Nederland. Hij had zich dus al overgegeven en moest wel gehoorzamen en 'onmiddellijk' en 'zonder tegenspraak' meewerken aan de uitvoering van de artikelen 3 en 4 van het Document van Overgave. ’s Morgens ontving hij dan ook de eis van Foulkes dat hij als opperbevelhebber van 25. Armee en de Vesting Holland (bedoeld is Nederland) om 11.00 uur in Wageningen moest verschijnen. 

Viersterrengeneraal Blaskowitz voelde er niets voor naar een driesterrengeneraal te gaan. Hij had echter geen keuze. Foulkes wist zaterdagmorgen dat het OKW Blaskowitz had ingelicht over de onvoorwaardelijke capitulatie bij Lüneburg en dat ook de Duitse troepen in Nederland alle vijandelijkheden om 08.00 uur moesten staken. Blaskowitz stuurde ‘s morgens zijn chef-staf Generalleutnant Paul Reichelt en een tolk naar Wageningen. Foulkes opende de bijeenkomst met het voorlezen van het standaard capitulatiedocument van SHAEF, het hoofdkwartier van generaal Eisenhower. Reichelt antwoordde met de informatie die hij van Dönitz had gekregen. Dat was het Document van Overgave (Instrument of Surrender) van de capitulatie op 4 mei op de Lüneburger Heide. Foulkes nam vervolgens dat Instrument of Surrender artikel voor artikel door, waarbij Reichelt knikte of ‘begrepen’ zei. Reichelt moest de implementatie van het Document van Overgave, de Orders to German Commanders on Surrender, meenemen naar Blaskowitz. Die moest om 16.00 uur naar hotel De Wereld in Wageningen komen om die bevelen te ondertekenen. Blaskowitz arriveerde precies op tijd bij hotel ‘De Wereld’. In de gelagzaal waren lange tafels neergezet met aan weerszijden stoelen voor beide delegaties. Langs de wanden stonden stoelen voor persfotografen, oorlogscorrespondenten, cameramensen en officiële toeschouwers. Aanwezig waren de Canadese en de Duitse delegatie en merkwaardigerwijze ook prins Bernhard die daar geen enkele functie had. Zijn vraag of Blaskowitz de NBS wilde erkennen als een wettig leger of geregelde strijdmacht deed niet ter zake. Duidelijk was dat de NBS de Duitse strijdkrachten wilden ontwapenen. Montgomery gaf via Foulkes prins Bernhard die dag in Beekbergen dan ook strikte orders. De NBS mochten in het openbaar geen wapens dragen. Uitsluitend troepen van Montgomery’s legergroep mochten Duitsers ontwapenen. Op de vraag van Foulkes of Blaskowitz het Instrument of Surrender van de Lüneburger Heide erkende, antwoordde deze ‘Jawohl’. Blaskowitz durfde en kon uiteraard niet ingaan tegen een besluit van het OKW en zijn legergroepbevelhebber. Foulkes las hem de zeventien artikelen van de Orders to German Commanders on Surrender voor. Die tekende Blaskowitz zonder commentaar of tegenspraak binnen een half uur om 16.30 uur. De Duitse troepen moesten tot nader order in hun posities en bij hun wapens blijven. Ze zouden bevel krijgen zich te verzamelen in concentratiegebieden voor ontwapening en de aftocht naar Duitsland. Blaskowitz kreeg desgevraagd 24 uur uitstel voor het verstrekken van de verlangde vaak gedetailleerde militair relevante informatie. Uiteraard waren onderhandelingen daarover onmogelijk. Hij was vooral door zijn late komst naar Wageningen niet in staat die zaterdagmiddag alle informatie te geven. De volgende dag, zondag 6 mei 1945,  leverde hij keurig op tijd in de aula van de Landbouwhogeschool de vereiste gedetailleerde uitwerking van de uitvoeringsbevelen en nadere afspraken in bijlagen. Canadezen en Duitsers werkten met kaarten en documenten de details verder uit. Onderweg naar Wageningen had Blaskowitz, zoals afgesproken,  informatie afgegeven aan generaal-majoor Stuart B. Rawlins, bevelhebber van de Britse 49th (West Riding) Infantry Division (Polar Bears). Die bevond zich in boerderij Noda aan de Nude tussen Rhenen en Wageningen. Rawlins moest immers de eveneens met een dag uitgestelde Brits-Canadese opmars naar het westen van Nederland voorbereiden. De Britten zouden op 7 mei het gezag over het gebied tussen het IJsselmeer en de Lek van Duitse troepen overnemen; de Canadezen over Noord- en Zuid-Holland. Zij zouden vervolgens de Duitse troepen ontwapenen. De Britten trokken naar Amersfoort, Baarn, Breukelen, Doorn, Hilversum en Amsterdam. Niet Canadezen maar Britse verkenners reden 7 mei naar Amsterdam. Op de Dam hadden intussen gewapende leden van de NBS een schietpartij uitgelokt met Duitse troepen. Kennelijk had prins Bernhard, zoals verwacht, de NBS niet in de hand. Op 6 mei zei hij 's morgens op vliegbasis Gilze-Rijen nog dat de Duitse troepen in Nederland hadden gecapituleerd en dat het overal veilig was. Op 8 mei 1945 brachten eenheden van het Canadese 1st Corps (Transport) The Seafort Highlanders of Canada (van de 2nd Infantry Brigade van de 1st Canadian Infantry Division) naar Amsterdam om de Duitse troepen daar te ontwapenen.

Geschiedvervalsing over een capitulatie in Wageningen vrijwel ten einde

Veldmaarschalk Montgomery ondertekent op 4 mei 1945 in zijn tent op de Timeloberg op de Lüneburger Heide het Instrument of Surrender. V.l.n.r. majoor Friedel, vice-admiraal Wagner en Von Friedeburg.

Geen capitulatie in Wageningen

Na ruim zeventig jaar leek een einde te zijn gekomen aan de geschiedvervalsing over een capitulatie van de Duitse troepen in Nederland in Wageningen. Deze vervalsing had de volgende beknopte inhoud. Op 5 mei 1945 voerden in hotel De Wereld in Wageningen een Canadese en een Duitse delegatie in aanwezigheid van prins Bernhard ‘onderhandelingen’ of ‘voorbereidende besprekingen’ over de ‘capitulatie van de Duitse troepen in Nederland; ‘Duitse capitulatie’; ‘capitulatie van Duitsland’ of overgave van ‘het Duitse leger’ aan de geallieerden. Andere onjuist gebruikte woorden waren ‘capitulatie’, ‘capitulatieakte’, ‘capitulatiedocument(en)’, capitulatieonderhandelingen en ‘capitulatievoorwaarden’. 

Een ‘Duitse capitulatie’ of ‘capitulatie van Duitsland’ was onmogelijk, omdat de geallieerden de Duitse regering niet erkenden. De verzonnen ‘capitulatie’ vond plaats in de gelagzaal of ‘capitulatiezaal’ in hotel De Wereld. Daar ‘onderhandelden’ Foulkes en Blaskowitz over ‘capitulatievoorwaarden’. De door Foulkes opgestelde Orders to German Commanders on Surrender (Bevelen aan Duitse bevelhebbers die gecapituleerd hebben) waren bestempeld als ‘capitulatiedocument’. Dat werd op 5 of 6 mei 1945 in hotel De Wereld of de aula van de landbouwhogeschool ‘daadwerkelijk getekend’. Blaskowitz had om ‘uitstel van ondertekening’ van het ‘capitulatiedocument’ gevraagd om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Hij ondertekende daarom pas de ‘capitulatie’ op 6 mei 1945. Dat betekende voor Nederland ‘het einde van de Tweede Wereldoorlog’. Wageningen werd ‘stad der Bevrijding’. ‘Daarom viert Nederland nog elk jaar op 5 mei het bevrijdingsfeest’.  

Onder druk van publikaties als deze, heeft de gemeente Wageningen enige afstand genomen van de bekende en beruchte geschiedvervalsing, die ze overigens beschouwt als 'overlevering'. Toch is Wageningen er zelf schuld aan. Een vluchtige blik op de uitvoeringsbevelen was voldoende geweest om te zien dat dit geen capitulatiedocument was, maar bevelen ter implementatie van het Document van Overgave van 4 mei 1945 op de Lüneburger heide. Wageningen is er uiteraard dan ook verantwoordelijk voor. De gemeente probeert een aantal elementen uit de geschiedvervalsing te behouden. Ze heeft een geschiedvervalsing nodig als basis voor het behoud van Wageningen als zogenaamde Stad der Bevrijding en in het verlengde daarvan het trekken van meer dan honderdduizend bezoekers. De schuld daarvoor kan Wageningen niet meer geven aan de 'overlevering'. Die ligt bij de huidige betrokkenen: gemeente (gemeentearchivaris) en het Nationaal Comité Herdenking Capitulaties 1945 Wageningen (Wageningen45).

De geschiedvervalsing

De gemeente Wageningen herdenkt en viert al vele jaren op 5 mei een ‘capitulatie’ in die plaats op ‘5 en/of 6 mei 1945’. De gemeente herdenkt op 1 december prins Bernhard, vooral zijn aanwezigheid bij die ‘capitulatie’ op 5 mei zonder een functie. De herdenkingen en vieringen zijn gebaseerd op een al jaren bestaande amateuristische en dilettantische geschiedvervalsing van een ‘capitulatie’ in Wageningen bestaande uit tal van historische mythen (historische onjuistheden). Wageningen ging voorbij aan de onvoorwaardelijke overgave aan Montgomery van de Duitse troepen in Nederland, noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein en Denemarken op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide; nota bene op gezag van het Oberkommando der Wehrmacht (OKW). Wageningen ging ook voorbij aan de inwerkingtreding van het Document van Overgave van 4 mei 1945 op 5 mei 1945 om 08.00 uur. De Tweede Wereldoorlog was in Nederland afgelopen. Op dat tijdstip was Nederland vrij. Men ging voorts voorbij aan de geallieerde eis van een onvoorwaardelijke capitulatie; dus zonder onderhandelingen en zonder voorwaarden. Het alternatief was vernietiging van Duitsland. Wageningen verdraaide de werkelijke gang van zaken op 5 mei 1945. Blaskowitz ondertekende de lijst met bevelen immers binnen een half uur om 16.30 uur. Hij vroeg 24 uur uitstel voor het geven van de vaak gedetailleerde informatie. De welwillende leek ziet onmiddellijk het verschil tussen een Document van Overgave en bevelen aan Duitse bevelhebbers die gecapituleerd hebben. In Wageningen zag kennelijk zelfs een gemeentelijke archiefambtenaar of medewerker van het cultuurhistorisch Museum De Casteelse Poort dat verschil niet of wilde dat niet zien. De verschillen met een Document van Overgave zijn immers onmiddellijk zichtbaar. Ambtenaren melden trots dat ze het ‘capitulatiedocument’ hadden mogen zien of zelfs aanraken. In werkelijkheid zijn de Orders to German Commanders on Surrender niet meer dan een normaal historisch document. Niets bijzonders. Wageningen keek kennelijk vooral naar het aantal bezoekers en zweeg over historische onjuistheden. 

Historische mythen zijn ook een replica van de ‘capitulatiezaal’ in Museum De Casteelse Poort en  ‘onderhandelingen’ bij die ‘capitulatie’. Geraffineerd onjuist is in het museum de aanduiding van Orders to German Commanders on Surrender als ‘capitulatiedocument’. Een geschiedvervalsing is ook de tekst op de aan de buitenmuur van hotel De Wereld bevestigde plaquette. Foulkes accepteerde op 5 mei 1945 immers niet de ‘onvoorwaardelijke overgave’ van 25 Armee onder Blaskowitz. Wageningen matigde zich ten onrechte titels aan als stad van de ‘capitulatie’; stad der Bevrijding, centrum van het Bevrijdingsvuur en Stad van vrede. Vredesonderhandelingen wezen de geallieerden gedecideerd af. Herdenkingszuil Spoor van de Vrijheid hoort niet thuis in Wageningen. 

De geschiedvervalsing van een ‘capitulatie in Wageningen’ wordt nog steeds in stand gehouden door het NIOD (Amsterdam); dagblad De Gelderlander (editie De Vallei); Omroep Gelderland, Liberation Route Europe (o.a. Luisterplek 52) en het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het NIOD, Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies, gelooft nog steeds in ‘een capitulatie, capitulatieonderhandelingen en bevrijding in Wageningen’. Ook het Nationaal Comité 4 en 5 mei (www.4en5mei.nl ) spreekt kritiekloos over ‘aankondiging’ van ‘de capitulatie van de Duitsers in Wageningen’ op 5 mei 1945. ‘De Duitsers’ konden echter niet capituleren. Omroep Gelderland meldde 8 november 2017 dat in hotel De Wereld op 5 mei 1945 ‘onderhandeld was over de capitulatie van Duitsland’. Onderhandelen over een onvoorwaardelijke capitulatie en daaruit voortvloeiende bevelen was echter onmogelijk; een capitulatie van Duitsland ook. Duitsland kon immers niet capituleren, omdat de geallieerden de Duitse regering niet erkenden. In werkelijkheid ondertekende Blaskowitz op zaterdag 5 mei 1945 binnen een half uur om 16.30 uur de Orders to German Commanders on Surrender. Die bevelen dienden ter implementatie van het Instrument of Surrender (Document van Overgave) van 4 mei 1945 bij Lüneburg. Onderhandelingen waren onmogelijk. De bevelen dienden onmiddellijk te worden opgevolgd. Het vfonds (Nationaal fonds voor vrede, vrijheid en veteranenzorg) is indirect slachtoffer van de Wageningse geschiedvervalsing. Het financierde immers de aankoop van hotel ‘De Wereld’ in Wageningen door de Stichting Nationaal Erfgoed ‘Hotel De Wereld’. Het veronderstelde dat in dit hotel ‘de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland’ 5 mei 1945 was getekend. Dat hotel heeft dan ook een heuse ‘capitulatiezaal’ en is sinds december 2012 een internationaal rijksmonument. Mythen kunnen dus grote invloed hebben. De koper van het gebouw zit wel met een kat in de zak. Het fonds heeft ‘niet voor niets geld gestoken in het behoud van Hotel De Wereld in Wageningen’. De Gelderlander beweerde 1 november 2014 abusievelijk dat in het hotel de capitulatie bij Lüneburg bevestigd was. Ter herinnering aan ondertekening van slechts bevelen ter implementatie van de capitulatie bij Lüneburg hoeft het hotel geen monument te zijn en mag de zaal geen ‘capitulatiezaal’ heten.  

De invloed van een ‘capitulatie’ op 5 en/of 6 mei 1945 in Wageningen op massamedia en instellingen is groot. De Gelderlander meldde 6 mei 2014 dat Foulkes op 5 mei 1945 Wageningen ‘de Duitse capitulatie’ schonk. Het beweerde ook dat op 5 mei 1945 ‘de Duitse troepen’ in Wageningen capituleerden. Minister van defensie J. Hennis-Plasschaert beweerde ‘5 mei Wageningen is voor altijd een kruispunt in onze nationale geschiedenis.’ De Gelderlander hield een oorlogsexcursie van ‘de Greb’ tot hotel de Wereld op 2 mei 2015: ‘historische locaties die voor Nederland het begin en het einde van de Tweede Wereldoorlog markeren’. Zaterdag 5 mei 1945 ‘capituleerden de Duitse troepen in Hotel de Wereld in Wageningen’, de ‘Stad der Bevrijding’. Blaskowitz ‘capituleerde’ in de ‘capitulatiezaal’ van het hotel in aanwezigheid van prins Bernhard. Hotel De Wereld geniet uiteraard nationale bekendheid als ‘Bevrijdingshotel’, beweerde Eric Wijnacker op 9 november 2017 (editie De Vallei van De Gelderlander). Ook de reden is een historische mythe: ‘omdat op 5 mei 1945 de Duitsers daar akkoord gingen met de capitulatie in Nederland’. Een jaar later beweerde hij dat Blaskowitz tegenover Foulkes op 5 mei instemde 'met de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland'. De journalisten A. Winkel en Wijnacker weren kritische opmerkingen over een 'capitulatie' in Wageningen uit editie de Vallei van De Gelderlander. In werkelijkheid ging het OKW in Flensburg akkoord met de onvoorwaardelijke capitulatie van de Duitse troepen in o.a. Nederland op 4 mei 1945 bij Lüneburg. De inwerkingtreding van het Instrument of Surrender op 5 mei 1945 om 08.00 uur betekende het einde van de oorlog in Nederland. Volgens de Liberation Route Europe (LRE) accepteerde Montgomery op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide de ‘officiële overgave van het Duitse leger in Noordwest-Europa’. De volgende dag besloot generaal Foulkes, commandant van het Eerste Canadese leger, een apart gedetailleerd capitulatiedocument op te stellen voor ‘het Duitse leger’ in Nederland. Hij ontbood Blaskowitz 5 mei 1945 in hotel ‘De Wereld’ in Wageningen om de capitulatie te tekenen. Die kreeg desgevraagd vierentwintig uur uitstel van ondertekening om na te gaan of hij aan alle voorwaarden van de capitulatie kon voldoen. Zondag 6 mei keerde Blaskowitz terug om de overgave van alle Duitse troepen in Nederland te tekenen. Nog bonter maakt LRE het in LIBRE Magazine, deel 3, 2017, p. 10. De redactie spreekt over vredes- en capitulatieonderhandelingen, terwijl de geallieerden uitsluitend onvoorwaardelijke capitulaties eisten. Ze spreekt zelfs over capitulatievoorwaarden op de Lüneburger Heide. ‘Over de voorwaarden hiervan werd een dag later in Wageningen verder gesproken. De Duitsers kregen aan het eind van die dag documenten mee en de mededeling dat binnen 24 uur daarna definitief getekend moest zijn. En dat gebeurde’. Allemaal onzin!  

Wageningen: geen capitulatie in Wageningen, wel een 'capitulatieakte'

(https://www.wageningen.nl/Bestuur/Gemeentearchief/Capitulatieakte_5_mei_1945).

De gemeente Wageningen neemt afstand van de jarenlang gebruikte geschiedvervalsing. Ze beweert dat ‘volgens overlevering de Duitse troepen in Nederland zich op 5 mei 1945 in hotel De Wereld in Wageningen aan de geallieerden (hebben) overgegeven. Daarom vieren we nog elk jaar op 5 mei het bevrijdingsfeest.’ De fout wordt dus wel erg snel bij de overlevering gelegd.

Wageningen erkent dat dit ‘geen echte capitulatie’ was. Montgomery accepteerde op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide de onvoorwaardelijke capitulatie van de Duitse troepen in Nederland, noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein en Denemarken. Het Instrument of Surrender (Document van Overgave) trad op zaterdag 5 mei om 08.00 uur in werking. De Tweede Wereldoorlog was in Nederland voorbij. Nederland was vrij, ook Wageningen. Dit is cruciaal. 

Gewend aan een geschiedvervalsing ruilt Wageningen de ene geschiedvervalsing in voor een andere. Vervolgens vervalt de gemeente namelijk in een nieuwe geschiedvervalsing met oude en nieuwe elementen. Na ‘voorbereidende besprekingen’ en 'onderhandelingen' in hotel De Wereld sloten de generaals Foulkes (‘namens de geallieerden’) en Blaskowitz (‘namens de Duitse troepen in Nederland’) een ‘overeenkomst’: ‘de capitulatieakte van 5 mei 1945’. 'Er staat in aan welke regels de Duitse troepen (en de geallieerden) zich in Nederland moeten houden.' Onduidelijk is of die ‘akte’ getekend is op 5 of 6 mei 1945 in hotel De Wereld, de aula of een boerderij aan de Nude. De gemeente houdt zich aan de datum 5 mei 1945 op de ‘akte’, die ze beschouwt als ‘nationaal belangrijk stuk’. Ze schrijft ook en dat is de kern: 'op 5 mei 1945 vinden in Hotel De Wereld in aanwezigheid van Prins Bernhard onderhandelingen met de Duitsers in ons land plaats. De zogeheten capitulatieakte wordt dan getekend. Daarmee wordt (en is nog steeds) Wageningen de Stad der Bevrijding.' Wageningen wil Stad der Bevrijding blijven. Daarvoor ontbreekt echter een basis. Wageningen Stad der Bevrijding kan dan ook uitsluitend op basis van een geschiedvervalsing, hetzij de oude, hetzij een nieuwe met 'onderhandelingen', 'capitulatieakte'  of 'capitulatievoorwaarden'. De gemeente behoudt voorts het trefwoord 'capitulatie' in de Historische Beeldbank Wageningen.

De nieuwe tekst bevat nog steeds veel vervalsingen. 'Voorbereidende besprekingen' en 'onderhandelingen' bleven uiteraard achterwege. Er is maar één ‘capitulatieakte’: de akte van militaire capitulatie (Act of Military Surrender) van 7 mei 1945 te Reims. Ondertekening van die akte betekende de onvoorwaardelijke capitulatie van alle Duitse strijdkrachten op alle fronten. Andere capitulaties kennen een Instrument of Surrender (Document van Overgave). ‘Capitulatieakte’ moet zijn Orders to German Commanders on Surrender (Bevelen aan Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven). Die (uitvoerings)bevelen dienden ter implementatie van het op 4 mei 1945 ondertekende Document van Overgave (Instrument of Surrender) op de Lüneburger Heide. Foulkes stelde deze bevelen niet op ‘namens de geallieerden’, maar voor First Canadian Army (generaal Crerar). Blaskowitz tekende uiteraard voor zichzelf. Hij was immers verantwoordelijk voor het  nauwgezet opvolgen van de bevelen. Foulkes legde op 5 mei 1945 Blaskowitz in hotel De Wereld de lijst met zeventien bevelen ter ondertekening voor. Blaskowitz tekende na voorlezing ervan binnen een half uur om 16.30 uur. Deze bevelen bevatten uiteraard verplichtingen voor Blaskowitz, waaronder het verstrekken van gedetailleerde informatie. In die zogenaamde akte staat beslist niet aan welke regels de Duitse en geallieerde troepen zich moeten houden. De lijst met zeventien bevelen is weliswaar een interessant historisch document voor een gespecialiseerd historicus, maar geen ‘nationaal belangrijk stuk’. Onduidelijkheid over de datum 5 mei en de plaats van ondertekening is er niet. Wageningen is uiteraard geen Stad der Bevrijding. Heel Nederland was immers op 5 mei 1945 om 08.00 uur vrij.

De gemeente Wageningen erkent dus wel de bestaande geschiedvervalsing over een capitulatie in Wageningen, maar erkent nog niet wat er werkelijk op 5 en 6 mei 1945 in Wageningen is gebeurd. Heel simpel: Foulkes legde op 5 mei kort na 16.00 uur Blaskowitz de Orders to German Commanders on Surrender voor. Na voorlezing ervan door Foulkes zette Blaskowitz om 16.30 uur zijn handtekening. Desgevraagd mocht hij de volgende dag in de aula van de landbouwhogeschool de vereiste gedetailleerde informatie verschaffen. Niets bijzonders dus.

Wageningen45: geen capitulatie in Wageningen, wel ‘capitulatievoorwaarden

Het Nationaal Comité Herdenking Capitulaties 1945 Wageningen (Wageningen45) (https://wageningen45.nl/herdenken/historie/) erkent ook dat er in Wageningen in 1945 geen capitulatie van Duitse troepen heeft plaatsgevonden. Het erkent eveneens de onvoorwaardelijke capitulatie van de Duitse troepen (onjuist: het Duitse leger) in Nederland, noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein en Denemarken op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide. Het Document van Overgave (Instrument of Surrender) trad op 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking in genoemde landen en gebieden. Op dat tijdstip staakten de Duitse troepen daar alle vijandelijkheden. Nederland was vrij, ook Wageningen. 

Onjuistheden in de tekst van het Comité zijn ‘het Duitse leger’ en ‘Duitse capitulatie’ of ‘overgave van Duitsland’ op 5 mei 1945. Duitsland beschikte over veel legers en kon niet capituleren, omdat de geallieerden de Duitse burgerregering niet erkenden. Andere overgenomen elementen uit de geschiedvervalsing zijn: 'Hotel De Wereld is hét symbool voor de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (de capitulatie). Daar waren 'onderhandelingen over de capitulatievoorwaarden'. De capitulatie werd op 6 mei 1945 in de aula daadwerkelijk getekend. Wageningen blijft Stad der bevrijding.' ‘De ondertekening van de capitulatievoorwaarden’ door Foulkes en Blaskowitz ‘is de geschiedenisboeken ingegaan als het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Sindsdien vieren we ieder jaar op 5 mei Bevrijdingsdag’, aldus het Comité. Het heeft dus ook een geschiedvervalsing nodig als basis voor de bewering dat Wageningen Stad der Bevrijding is.

‘Capitulatievoorwaarden’ kunnen echter slechts gesteld worden voorafgaand aan een niet onvoorwaardelijke capitulatie. En die was er in de Tweede Wereldoorlog niet. Een vervalsing is dan ook dat op 5 mei 1945 Foulkes in hotel De Wereld in Wageningen aan Blaskowitz ‘capitulatievoorwaarden’ ter ondertekening voorlegde.

Bedoeld zijn Orders to German Commanders on Surrender (Bevelen aan Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven). De lijst met zeventien bevelen diende ter implementatie van het Document van Overgave (Instrument of Surrender) van 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide. Deze (uitvoerings)bevelen bevatten verplichtingen voor Blaskowitz, waaronder het verstrekken van gedetailleerde informatie. 

Museum De Casteelse Poort: handhaaft geschiedvervalsing van een capitulatie in Wageningen

www.casteelsepoort.nl bevat uitsluitend historische mythen (onjuistheden) over de gebeurtenissen op 5 en 6 mei 1945 in Wageningen. Het zogenaamde ‘capitulatieschilderij’ van W. J. van de Kerke (1953) hangt in de ‘bevrijdingszaal’; een replica van de ‘capitulatiezaal’ in hotel De Wereld waarin ook meubilair staat dat 5 mei is gebruikt. Grof bedrog is een kopie op de tafel van de Orders to German Commanders on Surrender naast een map met het onjuiste opschrift Instrument for the Surrender of Twenty-fifth German Army (het zogenaamde capitulatiedocument). In hotel ‘De Wereld’ in Wageningen begon 5 mei 1945 formeel de ‘bevrijding van Nederland’ met het tekenen van de ‘capitulatie van het Duitse leger’. ‘Onderhandelingen over capitulatievoorwaarden’ van de onvoorwaardelijke (sic) overgave vonden plaats in aanwezigheid van prins Bernhard. Die ‘onderhandelingen’ betroffen de ‘voorwaarden voor de terugtrekking van de Duitse troepen’. Ze werden op ‘6 mei afgesloten met het tekenen van de definitieve tekst van de capitulatieakte’ in de aula van de landbouwhogeschool. Het museum spreekt op grond van deze mythen en vervalsingen over Wageningen 'Stad der Bevrijding' en 'Vrede van Wageningen 1945'. Die zogenaamde op 5 mei 1945 getekende vrede is het 'belangrijkste historische feit' van Wageningen. Geschiedvervalsingen zijn ook 'Duitse capitulatie'; ‘capitulatie van het Duitse leger’;  'capitulatieonderhandelingen’; 'vredesverdrag' en ‘monument van blijvend nationaal belang doordat in hotel De Wereld op 5 mei 1945 formeel de bevrijding van ons land begon.’ 

Een museum behoort geen geschiedvervalsing, maar juiste historische informatie te verschaffen. In werkelijkheid hadden ook de Duitse troepen in Nederland op 4 mei 1945 op gezag van het OKW onvoorwaardelijk gecapituleerd op de Lüneburger Heide; uiteraard zonder onderhandelingen. Voorwaarden konden immers niet gesteld worden. 'Het Duitse leger' bestond niet; er waren meer legers bij de Duitse landmacht. Prins Bernhard was alleen 5 mei in Wageningen aanwezig in de hoop dat zijn Binnenlandse Strijdkrachten Duitsers mochten ontwapenen. Uitsluitend Montgomery’s Noordelijke Groep van Legers mocht echter de Duitse troepen ontwapenen. Die hadden zich immers aan die legergroep overgegeven. Foulkes was geen legeraanvoerder, maar bevelhebber van I Canadian Corps

Herdenking van prins Bernhard?

Wageningen herdenkt op 1 december prins Bernhard. Er is een ceremonie op het 5 meiplein bij de plaquette met de bekende geschiedvervalsing aan de muur van hotel ‘De Wereld’. Er is ook een bijeenkomst in de ‘capitulatiezaal’ van het hotel. Deze herdenking is een voorbeeld van een herdenking zonder duidelijke inhoud. Herdenkt men prins Bernhard, zijn overlijden of zijn overlijdensdag? Of gaat de herdenking, zoals Omroep Gelderland 1 december 2014 meldde, om zijn aanwezigheid ‘bij het tekenen van de ‘capitulatie’ in Hotel de Wereld’? De Gelderlander schreef die dag over herdenking van zijn aanwezigheid ‘bij de onderhandelingen over de capitulatie van de Duitse bezetters in hotel De Wereld’. Burgemeester G. van Rumund van Wageningen benadrukte de aanwezigheid van de prins ‘bij het tekenen van de capitulatievoorwaarden in hotel De Wereld’; een ‘historische overeenkomst’. Opmerkelijk is dat de burgemeester voorbijging aan het tekenen van de onvoorwaardelijke capitulatie op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide. Onderhandelen over een capitulatie of tekenen van capitulatievoorwaarden was ook in Duitsland niet aan de orde. Het tekenen van een 'capitulatie' of 'capitulatievoorwaarden' in Wageningen is dan ook een geschiedvervalsing evenals de benaming ‘capitulatiezaal’ in hotel ‘De Wereld’. Men herdenkt daar dus op 5 mei en 1 december een geschiedvervalsing. Opmerkelijk is ook dat tijdens de viering en herdenking in Wageningen slechts weinigen weten wat men viert of herdenkt. Tijdens de herdenking van prins Bernhard mompelden veteranen iets over capitulatie; herdacht de burgemeester (niet bestaande) capitulatievoorwaarden terwijl uitsluitend onvoorwaardelijke capitulaties mogelijk waren; spraken organisatoren over capitulatie; waren de meningen van gasten verdeeld en kwam het publiek voornamelijk als toeschouwer van festiviteiten.

Enkele blunders van prof. dr. L. de Jong

L. de Jong.

Journalist en historicus Lou de Jong (1914-2005) was van 1945 tot 1979 directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD, sinds 1999 NIOD). Hij liet zich voornamelijk leiden door de begrippen goed én fout en pleegde daardoor geen onafhankelijk historisch onderzoek. Dat leidde tot blunders in de vorm van overschatting van de omvang van het georganiseerde verzet en de rol van leden van het koningshuis en onderschatting van de omvang van het ongeorganiseerde verzet, collaboratie en geallieerde roof en plundering. Het leidde ook tot valse beschuldigingen van personen en een gemythologiseerd verhaal of geschiedvervalsing van een capitulatie in Wageningen. 

Willem Aantjes onjuist beschuldigd

De Jong brandde als rechter en beul 6 november 1978 de in 2015 overleden CDA-politicus Aantjes (1923-2015) publiekelijk af. De Nederlandse televisie zond het verslag van de persconferentie rechtstreeks uit. Aantjes was in de oorlog fout geweest als lid van de Waffen-SS, de militaire tak van de Schutzstaffel (SS); kampbewaarder in een Drents kamp; en politicus zonder Nederlandse nationaliteit omdat die in 1944 was vervallen door aanmelding voor Duitse dienst. 

Een onderzoekscommissie verwees de ongenuanceerde beschuldigingen van De Jong naar de prullenbak. Aantjes had zich niet aangemeld bij de Waffen-SS, maar bij de Nederlandse niet-militaire Germaanse SS om zijn Duitse Arbeidsinzet in Nederland te kunnen doen. Na weigering van Duitse indeling bij de Waffen-SS moest hij als gevangene naar strafkamp Port Natal in Drenthe. Aantjes was niet in vreemde krijgs- of staatsdienst getreden en had zijn Nederlandse nationaliteit dus niet verloren. De Germaanse SS was echter wel de Nederlandse tak van de SS. Ze streefde naar opname van Nederland in een Groot-Germaans Rijk onder Adolf Hitler. In feite had Aantjes zich daardoor indirect wel aangemeld voor de Waffen-SS. Zijn grootste fout was dat hij naderhand niet open en duidelijk was over zijn oorlogsverleden. Voor de Raad van State was dat reden niet in te stemmen met de voordracht van de regering hem te benoemen tot staatsraad. Aantjes werd in 1982 voorzitter van de Kampeerraad. NIOD-directeur H. Blom noemde in 2011 de affaire-Aantjes ‘het grootste bedrijfsongeval’ uit de geschiedenis van het instituut. 

Geallieerde roof en plundering vergoelijkt

De Jong besteedt in het ‘Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ nog geen twee pagina’s aan plundering door geallieerde militairen. Hij kon begrip opbrengen voor inbraak, diefstal, plundering en vernieling in geëvacueerde gebieden. Geallieerde militairen haalden uit verlaten huizen immers alles wat ze voor hun stellingen konden gebruiken. De Jong noemt de door Eisenhower en Montgomery genomen maatregelen effectief. In het bevrijde oosten, noorden en westen waren in april 1945 immers geen klachten over vernieling en plundering. Hij concludeert dat aan wangedrag van geallieerde militairen weinig of geen publiciteit is gegeven. 

Het ging de geallieerde militairen echter niet alleen om materiaal voor stellingen. Ze beroofden ook woningen, bedrijven, banken, kantoren en gemeentehuizen. Ze bliezen brandkasten en kluizen op en beroofden die van de inhoud. De instructies van Eisenhower en die van Montgomery van 6 mei 1945 kwamen als mosterd na de maaltijd en hadden geen enkel effect. De geallieerde legertop faalde in het handhaven van de vereiste militaire discipline. De Jong heeft het verschil in omstandigheden niet begrepen. De reden voor minder plundering in de rest van Nederland lag in de wijze van oorlogvoering. In een dynamische bewegingsoorlog hebben militairen weinig of geen gelegenheid tot plundering. In het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd waaruit de burgerbevolking was geëvacueerd, was ruim een half jaar sprake van een defensieve statische positieoorlog met een verstard front. De Jong hield bovendien geen rekening met de geallieerde censuur en durfde het taboe dat rust op plundering door geallieerden niet te doorbreken. Hij had een duidelijke voorkeur voor bewondering en dankbaarheid tegenover de geallieerden. Bevrijden en plunderen zijn echter twee verschillende zaken. Plundering en roof hoeven echter bewondering en dankbaarheid niet aan te tasten.

Capitulatie in Wageningen?

De Jong heeft wellicht een beslissende bijdrage geleverd aan de geschiedvervalsing van een capitulatie in Wageningen in mei 1945; in zowel De Bezetting 5, Amsterdam 1965 (p. 209-212) als ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, 1939-1945’, dl. 10b, Den Haag 1980 (p. 1383-1384; 1411, 1413) en dl. 12, Epiloog. 1ste helft, Leiden, 1988 (p. 68). Deze bijdrage bevat ten minste negen historische mythen (cursief weergegeven):

  1. In hotel ‘De Wereld’ in Wageningen werd op 5 mei 1945 ‘de conferentie gehouden
  2. waarbij de Wehrmacht in ons land’ om 16.30 uur ‘apart capituleerde’ tegenover de Canadese luitenant-generaal Foulkes.
  3. Het document in Wageningen is een capitulatiedocument (Instrument of Surrender).
  4. Foulkes las op 5 mei 1945 in hotel ‘De Wereld’ het capitulatiedocument voor aan Generaloberst Blaskowitz.
  5. Dit document bevatte de capitulatievoorwaarden.
  6. In Wageningen vonden 5 en 6 mei onderhandelingen over de capitulatie plaats.
  7. Blaskowitz kreeg desgevraagd 5 mei vierentwintig uur uitstel van ondertekening van het capitulatiedocument.
  8. Blaskowitz ondertekende 6 mei in de aula van de landbouwhogeschool het capitulatiedocument (in strijd met 1 en 2)
  9. in bijzijn van Foulkes en prins Bernhard

Donderdag 3 mei 1945 om 11.30 uur arriveerde, zoals vermeld, een Duitse militaire delegatie bij het tactische hoofdkwartier van veldmaarschalk Bernard L. Montgomery in zijn tent op de Timeloberg op de Lüneburger Heide. De delegatieleden ondertekenden 4 mei om 18.30 uur de onvoorwaardelijke overgave aan Montgomery als bevelhebber van de Brits-Canadese Noordelijke Groep van Legers. Montgomery ondertekende het Instrument of Surrender (capitulatiedocument) namens de geallieerde opperbevelhebber Eisenhower. 

‘Instrument of Surrender

of All German armed forces in HOLLAND, in northwest GERMANY including all islands, and in DENMARK.

1. The German Command agrees to the surrender of all German armed forces in HOLLAND, in northwest GERMANY including the FRISIAN ISLANDS and HELIGOLAND and all other islands, in SCHLESWIG-HOLSTEIN, and in DENMARK, to the C.-in-C. 21 Army Group. This to include all naval ships in these areas. These forces to lay down their arms and to surrender unconditionally. 

2. All hostilities on land, on sea, or in the air by German forces in the above areas to cease at 0800 hrs. British Double Summer Time on Saturday 5 May 1945. 

3. The German command to carry out at once, and without argument or comment, all further orders that will be issued by the Allied Powers on any subject. 

4. Disobedience of orders, or failure to comply with them, will be regarded as a breach of these surrender terms and will be dealt with by the Allied Powers in accordance with the accepted laws and usages of war. 

5. This instrument of surrender is independent of, without prejudice to, and will be superseded by any general instrument of surrender imposed by or on behalf of the Allied Powers and applicable to Germany and the German armed forces as a whole. 

6. This instrument of surrender is written in English and in German. The English version is the authentic text. 

7. The decision of the Allied Powers will be final if any doubt or dispute arises as to the meaning or interpretation of the surrender terms. 

B. L. Montgomery                                                                  v. Friedeburg

Field-Marshall                                                                       Kinzel.

                                                                                          G. Wagner

4 May 1945                                                                           Friedel

18.30 hrs                                                                              Poleck’

Holland en Heligoland moeten in dit Instrument of Surrender respectievelijk Nederland en Helgoland zijn. De Jong vermeldt de capitulatie van de Duitse troepen in noordwest Europa op 4 mei 1945 tegenover Montgomery op de Lüneburger Heide in ‘De Bezetting’ (209). Kennelijk wist hij niet dat Nederland ook tot noordwest Europa behoort. 

Radio Oranje vermeldde al in de Bevrijdingsuitzending van 5 mei 1945 om 20.15 uur dat Nederland vrij was. De Duitse troepen in Nederland hadden op 4 mei 1945 om 18.30 uur gecapituleerd op de Lüneburger Heide. Radio Oranje wist dat al sinds 4 mei om circa 20.30 uur. Men wist ook dat die capitulatie op 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking was getreden. Dat Nederland op dat tijdstip vrij was, had De Jong dus ook moeten weten.

Een in geschiedenis geïnteresseerde leek ziet onmiddellijk het verschil tussen het 'Instrument of Surrender' (capitulatiedocument) en de Orders to German Commanders on Surrender (Bevelen aan Duitse bevelhebbers die gecapituleerd hebben; een implementatiedocument). Het capitulatiedocument betreft de capitulatie van troepen. De geallieerden eisten in 1945 uitsluitend onvoorwaardelijke militaire capitulaties. Voorwaarden stellen of onderhandelen over voorwaarden was dus uitgesloten (mythen 5 en 6). Ter implementatie van het capitulatiedocument kreeg een bevelhebber die zich had overgegeven een implementatiedocument met overgavebevelen (Orders to German Commanders on Surrender) voorgelegd. Overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van het capitulatiedocument volgden de gecapituleerde Duitse bevelhebbers onmiddellijk ‘zonder discussie of commentaar’ en ‘zonder uitstel’ deze geallieerde bevelen op.

De bij Lüneburg onvoorwaardelijk gecapituleerde Duitse troepen in Nederland, noordwest Duitsland, Denemarken en Sleeswijk-Holstein staakten zaterdag op 5 mei 1945 om 08.00 uur alle vijandelijkheden te land, ter zee en in de lucht. De capitulatie trad op dat tijdstip in werking, ook in Nederland. Nederland was dus 5 mei 1945 om 08.00 uur vrij. Daarom behoort Nederland Bevrijdingsdag 5 mei te vieren; althans historisch gezien. Deze nationale viering van de bevrijding op 5 mei is op dinsdag 7 augustus 1945 door de ministerraad ingesteld. 

Die datum 5 mei is volgens het Nationaal Comité 4 en 5 mei gekozen ‘omdat op die dag de Capitulatie van de Duitsers werd aangekondigd’. Het comité spreekt ook over ‘de Capitulatie in Wageningen op 5 mei’. Het volgt met deze opmerkingen De Jong. Die beweert dat op 5 mei 1945 Blaskowitz namens de Duitse Wehrmacht zich bereid verklaarde tot overgave, waarna hij het capitulatiedocument een dag later ondertekende. 'Nadien gold de 5de mei als de nationale bevrijdingsdag'. (dl. 12, p. 68).

De keuze van bevrijdingsdag 5 mei berust dus op vier mythen: aankondiging van een capitulatie op 5 mei; capitulatie van de Duitsers in plaats van de Duitse troepen in noordwest Europa; en bereidverklaring tot respectievelijk ondertekening van de capitulatie in Wageningen op 5 en 6 mei. 

Luitenant-generaal Charles Foulkes

Vanzelfsprekend voerde Montgomery’s Brits-Canadese legergroep de implementatie van de onvoorwaardelijke capitulatie op de Lüneburger Heide zelf uit. De Canadese generaal H. Crerar wilde daar geen leiding aan geven. Daarvoor had hij een te grote afkeer van Duitsers. Hij legde die taak bij zijn korpsbevelhebbers luitenant-generaal C. Foulkes (1903-1969) in Nederland en G. Simonds bij Oldenburg. Zij moesten de door het Instrument of Surrender vereiste Orders to German Commanders on Surrender opstellen en door de gecapituleerde Duitse bevelhebber in hun sector laten tekenen. De Orders to German Commanders on Surrender van Simonds moest generaal Straube tekenen in Bad Zwischenahn, die van Foulkes Generaloberst Johannes Blaskowitz (1883-1948) in Wageningen.

Foulkes ontbood Blaskowitz op 5 mei 1945 om 11.00 uur in het zwaar beschadigde hotel ‘De Wereld’ in Wageningen. Dat stond bij de toegang tot het geneutraliseerde gebied voor voedseltransporten en de bevolking was geëvacueerd. Blaskowitz stuurde aanvankelijk zijn chef-staf Generalleutnant P. Reichelt (1898-1981) met het Instrument of Surrender van de Lüneburger Heide. Foulkes las hem dat capitulatiedocument voor. Reichelt moest de door Foulkes opgestelde overgavebevelen (Orders to German Commanders on Surrender) meenemen en om 16.00 uur terugkomen met Blaskowitz. Deze overgavebevelen in Wageningen dienden ter implementatie van de artikelen 3 en 4 van het Instrument of Surrender van de Lüneburger Heide. 

Waarschijnlijk heeft De Jong Orders to German Commanders on Surrender at Wageningen (Bevelen voor Duitse gecapituleerde bevelhebbers in Wageningen) abusievelijk gelezen als ‘Bevelen betreffende de capitulatie in Wageningen’. Misschien kende hij het begrip Orders to German Commanders on Surrender niet. Kritisch bronnenonderzoek had hem echter moeten doen beseffen dat het implementatiedocument Orders to German Commanders on Surrender in Wageningen geen capitulatiedocument is. De Jong heeft de tekst van dat document wel degelijk gelezen. Bovendien had de titel Orders to German Commanders on Surrender (Bevelen voor Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven) hem de vereiste duidelijkheid kunnen en moeten verschaffen. 

Hieronder zijn de Orders to German Commanders on Surrender in Wageningen opgenomen met correcties door generaal Foulkes.

Orders to German Commanders on Surrender, p.1.

Orders to German Commanders on Surrender, p. 2

Orders to German Commanders on Surrender, p.3

Tegenover generaal Foulkes zitten v.l.n.r. tolk, generaal Blaskowitz en zijn chef-staf generaal Reichelt.

Deze Orders to German Commanders on Surrender eisten gedetailleerde informatie over tal van militaire zaken, waaronder commandostructuur; plaats van de gecapituleerde troepen; inlevering van voertuigen; militaire voorraden; militaire installaties en geplaatste explosieven en mijnen. Niets mocht vernietigd worden. De gecapituleerde Duitse troepen in Nederland werden geen krijgsgevangenen, maar 'ontwapende Duitse troepen'. Ze moesten onder gezag van het 1st Canadian Corps naar concentratiegebieden voor ontwapening en terugtocht naar Duitsland. Duitse genietroepen moesten blijven om mijnen te ruimen. Anderen moesten helpen bij de voedselvoorziening. 

Blaskowitz tekende de bevelen in hotel ‘De Wereld’ om 16.30 uur in bijzijn van prins Bernhard die daar geen enkele functie had. De prins veronderstelde abusievelijk dat de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) Duitse troepen mochten ontwapenen. Blaskowitz kreeg desgevraagd van Foulkes vierentwintig uur uitstel voor het verstrekken van de verlangde grotendeels militair-technische informatie. Die leverde hij zondag 6 mei om 16.00 uur gedetailleerd met documenten en kaarten in de aula van de landbouwhogeschool. Onderweg had hij in een boerderij aan de Nude de verlangde informatie verstrekt aan generaal-majoor S. Rawlins; bevelhebber van de Britse 49ste infanteriedivisie (Polar Bears) die de volgende dag naar het westen moest trekken; door het verleende uitstel met een dag vertraging. 

De negen mythen van De Jong zijn als volgt weerlegd:

  1. In hotel ‘De Wereld’ in Wageningen was 5 mei 1945 een bijeenkomst.
  2. De Duitse troepen in Nederland hadden 4 mei 1945 gecapituleerd ten overstaan van Montgomery.
  3. Het document in Wageningen is een implementatiedocument met bevelen voor Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven (Orders to German Commanders on Surrender).
  4. Foulkes las op 5 mei 1945 in hotel ‘De Wereld’ de Orders to German Commanders on Surrender voor aan Blaskowitz.
  5. Deze bevelen dienden ter implementatie van het Instrument of Surrender van de Lüneburger Heide van 4 mei 1945.
  6. In Wageningen vonden 5 en 6 mei over de bevelen en andere zaken geen onderhandelingen plaats.
  7. Blaskowitz kreeg 5 mei desgevraagd vierentwintig uur uitstel voor het verstrekken van de verlangde gedetailleerde informatie.
  8. Blaskowitz ondertekende op 6 mei 1945 in de aula van de landbouwhogeschool een gedetailleerde technische uitwerking van de Orders to German Commanders on Surrender en enkele bijlagen.
  9. Prins Bernhard was 6 mei niet in de aula aanwezig.  Hem was door Foulkes te verstaan gegeven dat uitsluitend troepen van Montgomery’s legergroep Duitse troepen mochten ontwapenen.

Geconcludeerd moet worden dat De Jong de relatie tussen de Orders to German Commanders on Surrender in Wageningen ter implementatie van het Instrument of Surrender van de Lüneburger Heide niet heeft begrepen. 

De gemeente Wageningen, museum De Casteelse Poort in Wageningen, Stichting Nationaal Comité Herdenking Capitulaties (Wageningen45) en Proef Wageningen. Het magazine van Wageningen volgen De Jong kritiekloos. Zij koesteren nog steeds de geschiedvervalsing van een capitulatie in Wageningen. Economische doeleinden zijn in Wageningen kennelijk belangrijker dan historische juistheid en historisch besef. Gebruikte mythen zijn ook Wageningen Stad der Bevrijding en Vrede van Wageningen 1945.

Ook het Nationaal Comité 4 en 5 mei en het NIOD in Amsterdam gebruiken de geschiedvervalsing van een capitulatie in Wageningen. Ook zij twijfelen kennelijk niet aan beweringen van De Jong. Veelzeggend is dat geen van deze instanties zich tot nu toe gewaagd heeft aan een al dan niet openbare verdediging.

Gerelateerde artikelen:

1. Militaire capitulaties in 1945,   http://t.co/ob445OHYHa

2. Capitulatie in Wageningen in mei 1945 is een geschiedvervalsing.

 http://historiek.net/capitulatie-in-wageningen-in-mei-1945-is-geschiedvervalsing/49371/ …

3. Nationale feestdag 5 mei nog steeds gebaseerd op geschiedvervalsing,  http://www.kritischhistoricus.nl/415222717

4. Onvoorwaardelijke capitulatie of vernietiging. Geen capitulatieonderhandelingen. Geen vredesonderhandelingen. The Casablanca Conference. January 14-24, 1943. Office of the Historian. Milestones: 1937-1945. https://history.state.gov/milestones/1937-1945/casablanca 

5. FLASHBACK To 4 May 1945. The “Instrument of Surrender of All German Armed Forces In Holland, In Northwest Germany And in Denmark”, https://flashbak.com/flashback-to-4-may-1945-the-instrument-of-surrender-of-all-german-armed-forces-in-holland-in-northwest-germany-and-in-denmark-8266/

Proef Wageningen. Het magazine van Wageningen weigert opname gevraagde informatie

Proef Wageningen. Het magazine van Wageningen, nr. 2, 2015, p. 34-35.

De regionale pers, De Gelderlander (editie De Vallei), en Proef Wageningen. Het magazine van Wageningen durven kennelijk van bovengenoemde geschiedvervalsing niet af te wijken. De redactie van Proef Wageningen weigert zelfs opname in haar magazine van een reactie op haar verzoek om informatie. Ze reageert zelfs niet op de geleverde informatie. Een reactie volgde pas op de vraag waarom deze reactie niet is geplaatst. 

Maandag 12 oktober 2015 zond ik de redactie mijn reactie op een artikel in Proef Wageningen Magazine, nr. 2. Bijlagen waren het capitulatiedocument van de Lüneburger Heide en de ondertekening door Montgomery van het 'Instrument of Surrender' met de opmerking dat Holland Nederland is. 

Eerst een paar opmerkingen over de betreffende tekst in Proef Wageningen. Het magazine van Wageningen nr. 2, 2015, p. 34-35. Die tekst was inhoudelijk bedroevend slecht. 

- Wageningen Stad der Bevrijding is onjuist. Nederland was op 5 mei 1945 om 08.00 uur vrij.

- ‘Het vertrouwde verhaal’ is een geschiedvervalsing.

- Capitulatie vond niet plaats in hotel De Wereld, maar op 4 mei 1945 om 18.30 uur in de tent van Montgomery op de Lüneburger Heide.

- 70 jaar vrede op papier. De niet door de geallieerden erkende Duitse regering kon geen vrede tekenen. Bovendien wilden de geallieerden geen vrede en vredesonderhandelingen. Zij eisten onvoorwaardelijke capitulatie of vernietiging.

- Prins Bernhard was aanwezig omdat hij ten onrechte hoopte dat de NBS Duitsers mochten ontwapenen. Hij werd geduld, maar kon en mocht geen onderhandelingen voeren. Er kon immers niet onderhandeld worden over de onvoorwaardelijke capitulatie op de Lüneburger Heide en de bevelen ter implementatie van die capitulatie. Er vonden in Wageningen dan ook geen onderhandelingen plaats tussen Foulkes en Reichelt en tussen Foulkes en Blaskowitz. Zeker niet met prins Bernhard. Uiteraard waren er ook geen ‘capitulatievoorwaarden’.

- Het 'Instrument of Surrender' van Montgomery bevat geen Duitse voorwaarden. Op de Lüneburger Heide was een onvoorwaardelijke capitulatie getekend. Art. 3 en 4 duiden aan dat geallieerde bevelen (Orders to German Commanders on Surrender) ter implementatie van de capitulatie later aan de orde zouden komen.

- Nederland viert 5 mei omdat op 5 mei 1945 om 16.30 uur de ondertekening plaatsvond van de capitulatie in hotel De Wereld. Nee, omdat de capitulatie bij Lüneburg op 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking trad.

- De ondertekening van de Orders to German Commanders on Surrender in Wageningen was ter implementatie van het capitulatiedocument (Instrument of Surrender) van de Lüneburger Heide.

U schrijft: Wie het weet, mag het zeggen …

Die opmerking was aanleiding voor mijn volgende reactie met het verzoek die in het volgende nummer van Proef Wageningen. Het magazine van Wageningen op te nemen (eventueel met foto en tekst van de capitulatie bij Lüneburg): 

De Duitse troepen in Nederland, noordwest Duitsland, Denemarken en Sleeswijk-Holstein (niet West-Europa zoals de redactie schrijft) capituleerden op 4 mei 1945 om 18.30 uur op de Lüneburger Heide. Een Duitse militaire delegatie tekende op gezag van het OKW de onvoorwaardelijke capitulatie aan Montgomery als bevelhebber van de Brits-Canadese Noordelijke Groep van Legers. Duitse bevelhebbers moesten zonder discussie en commentaar de geallieerde bevelen ter implementatie van de capitulatie opvolgen. Deze capitulatie op de Lüneburger Heide trad op 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking, ook in Nederland. Nederland was vrij. Daarom viert Nederland Bevrijdingsdag of Nationale Feestdag 5 mei. 

In Wageningen las op 5 mei 1945 de Canadese generaal Charles Foulkes om 11.00 uur de Duitse chef-staf Generalleutnant Paul Reichelt het capitulatiedocument van de Lüneburger Heide voor. Generaloberst Blaskowitz tekende op 5 mei 1945 binnen een half uur om 16.30 uur in hotel De Wereld in Wageningen de door Foulkes opgestelde Orders to German Commanders on Surrender. Deze bevelen dienden ter implementatie van het capitulatiedocument (Instrument of Surrender) van de Lüneburger Heide. Hoofdpunten waren het verstrekken van informatie, onder meer over geplaatste explosieven en mijnen; inlevering van voertuigen en concentratiegebieden voor troepen voor ontwapening en terugtocht naar Duitsland. Genietroepen moesten blijven om mijnen te ruimen. Blaskowitz kreeg desgevraagd vierentwintig uur uitstel voor het verstrekken van de verlangde gedetailleerde informatie. Die leverde hij zondag 6 mei gedetailleerd met documenten en kaarten in de aula van de landbouwhogeschool. Onderweg had hij in een boerderij aan de Nude de vereiste informatie verstrekt aan generaal-majoor S. B. Rawlins; bevelhebber van de Britse 49ste (West Riding) infanteriedivisie die de volgende dag naar het westen moest trekken. 

20 mei 2016 zond ik de redactie het volgende mailbericht:

Bovenstaand bericht zond ik u 12 oktober 2015 met het verzoek mijn reactie op te nemen in uw volgende nummer van Proef Wageningen. Het magazine van Wageningen. Aannemelijk is dat opname in nr. 3 niet meer mogelijk was. Er was echter voldoende tijd voor opname in nr. 4. Ook dat is echter niet gebeurd. Valt dit onder uw censuur? 

Kees Stap van de redactie Proef Wageningen Magazine antwoordde op 23 mei 2016: 'Gezien uw insinuatie met de opmerking over censuur, voelen wij niet de behoefte om u onze beslissing uit te leggen'. 

Een gemotiveerd antwoord is echter voldoende. Uitleg is niet nodig. Kritische informatie is kennelijk niet welkom. Wie het weet, mag het toch niet zeggen. Riekt toch wel naar censuur.

Overigens bevat ook Proef Wageningen. Het magazine van Wageningen, nummer 4, 2016 (p. 37) elementen van de bekende geschiedvervalsing. De redactie noemt die ten onrechte een 'historische gebeurtenis'. Ze spreekt over de capitulatie in Wageningen van 5 mei 1945; capitulatiebesprekingen en zelfs -onderhandelingen; capitulatiezaal'' in hotel De Wereld; ondertekening na een uur (van de bevelen was binnen een half uur) en Vrede van Wageningen, terwijl de niet erkende Duitse regering geen vrede kon sluiten. Het blijft bovendien Wageningen ten onrechte zien als Stad der Bevrijding.