dr. Jan Brouwer, Wageningen stad van twee geschiedvervalsingen.

V.l.n.r.: chef-staf brigadier George Kitching, generaal Ch. Foulkes en tolk kapitein G. Molnar en aan overzijde: tolk majoor Olderhausen, generaal Blaskowitz en chef-staf generaal Paul Reichelt

Inleiding

Tot historische herdenkingen behoren ook capitulaties van Duitse gewapende strijdkrachten in 1945, in Nederland vooral die van 4 mei op de Lüneburger Heide en 7 mei in Reims. Woensdag 5 mei 2021 om 08.00 uur is precies vijfenzeventig jaar na de herwonnen vrijheid van Nederland. Op 7 mei ondertekende Generaloberst Alfred Jodl namens het Opperbevel van de Duitse strijdkrachten (Oberkommando der Wehrmacht, OKW) in Reims de Act of Military Surrender, waarbij alle Duitse gewapende strijdkrachten onvoorwaardelijk capituleerden op alle fronten. Op 8 mei trad deze capitulatie in werking. Sindsdien vieren de westerse geallieerden deze dag als Victory in Europe Day (VE-Day).  Er bestaat veel mythevorming en onzin over de capitulaties van Duitse gewapende troepen in 1945. Een ‘capitulatie van Duitsland’ of ‘Duitse capitulatie of overgave’ was bijvoorbeeld onmogelijk. Duitsland of de burgerlijke overheid kon niet capituleren, omdat de geallieerden na de zelfmoord van Adolf Hitler op 30 april 1945 staatshoofd rijkspresident Grosssadmiral Karl Dönitz (1891-1980) en zijn regering in Flensburg niet erkenden. Uitsluitend het OKW kon capituleren of instemmen met de geallieerde eis van een onvoorwaardelijke capitulatie door de Duitse troepen op alle fronten.

Dönitz wist dat de oorlog voor Duitsland verloren was. Hij kende de door de geallieerden in februari 1945 in Jalta afgesproken verdeling van het naoorlogse Duitsland in Amerikaanse, Britse, Franse en Russische bezettingszones. Tijdens het Ardennenoffensief in december 1944 was een kaart van de in november opgestelde operatie Eclipse over de behandeling van Duitsland na de oorlog met de aangegeven bezettingszones en demarcatielijnen de Duitsers in handen gevallen. Dönitz wilde voorkomen dat Duitse burgers en troepen in handen van het Rode Leger zouden vallen. Die in het oosten mochten terugtrekken naar de westelijke demarcatielijn langs de Elbe; die in het westen in de richting van het Amerikaanse front en de evacuatie van troepen over de Oostzee moest doorgaan. Noorwegen, Denemarken en Nederland wilde hij zo spoedig mogelijk kwijt. (Deel)capitulaties van Duitse troepen aan Britten en Amerikanen moesten zorgen voor rust aan het westfront om eventueel met steun van westerse geallieerden de strijd tegen het Rode Leger voort te zetten. De 6de Britse Luchtlandingsdivisie van de Brits-Canadese Noordelijke Groep van Legers onder Montgomery nam op 2 mei vanuit het bruggenhoofd in Lauenburg overeenkomstig operatie Eclipse de havenstad Wismar aan de Oostzee en Lübeck in. De Duitse troepen in Denemarken waren tijdig afgesloten voor het naderende Rode Leger. Dönitz gaf diezelfde dag bevel tot onderhandelingen over een (deel)capitulatie met de Britten en verhuizing van zijn hoofdkwartier in Plön bij Kiel naar Flensburg in Sleeswijk-Holstein. Daar ging hij met zijn regering aan boord van het tot drijvend hotel ingerichte luxe passagiersschip Patria. Britse troepen namen op 5 mei Kiel in.

De westerse geallieerden hadden tijdens hun conferentie in Casablanca van 14 tot 24 januari 1943 op voorstel van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt besloten uitsluitend een onvoorwaardelijke capitulatie van Duitsland, Italië en Japan te accepteren. Dat betekende voor Duitsland het gelijktijdig neerleggen van de wapens in het westen en het oosten. Anders volgde vernietiging van de strijdkrachten, industriecentra en steden. Het doel van de geallieerden was dan ook niet bevrijding van (West-) Europa zoals velen beweren, maar met de woorden van Eisenhower ‘niets minder dan de volledige overwinning’ op Duitsland. Onvoorwaardelijke tactische (deel)capitulaties te velde van eenheden kleiner dan een leger waren mogelijk zonder overleg tussen het hoofdkwartier van de westelijke geallieerde troepen en het Sovjet-Russische opperbevel. Onvoorwaardelijk wil zeggen niet door voorwaarden beperkt en uiteraard zonder onderhandelingen. 

De tekst van het Document van Overgave (Instrument of Surrender) was in 1944 opgesteld door de politieke Europese Adviescommissie (EAC) bestaande uit vertegenwoordigers van de Verenigde Staten (VS), het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Unie van Socialistische Sovjet Republieken (USSR). Zij hadden op 28 juli 1944 ingestemd met de definitieve tekst. De gecombineerde chefs van staven van de westerse geallieerden hadden in augustus 1944 ingestemd met algemene richtlijnen voor (deel)capitulaties. Ook die moesten onvoorwaardelijk zijn en beperkt blijven tot militaire aspecten. Het Document  van Overgave mocht geen beloften bevatten,  kon vervangen worden door een algemeen Document van Overgave dat door de drie grote mogendheden zou worden opgelegd aan Duitsland, moest datum en tijdstip van de inwerkingtreding bevatten en duidelijk aangeven dat ‘verdere bevelen’ (Orders to German Commanders on Surrender) ter implementatie van de capitulatie zouden volgen. Die 'Bevelen aan gecapituleerde Duitse bevelhebbers' moesten ter ondertekening worden voorgelegd aan gecapituleerde bevelhebbers. Die moesten informatie verstrekken over onder meer commandostructuur; de plaats, sterkte en voorraden van de Duitse troepen die in hun verblijfplaats moesten blijven; voertuigen, artillerie, verbindingen, wapens, dieren, mijnen (bijvoorbeeld in dijken), mijnenvelden, (geplaatste) explosieven, militaire installaties, opslagplaatsen van wapens, munitie, brandstof en voedsel, concentratiegebieden voor ontwapening en de gang naar krijgsgevangenschap. Een in Wageningen door slechts weinigen begrepen, maar desondanks glashelder voorbeeld van deze uitvoerings- of implementatiebevelen is het in die plaats op 5 mei 1945 door de gecapituleerde Duitse bevelhebber generaal Blaskowitz in Nederland ondertekende document met Orders to German Commanders on Surrender. De door de Canadese luitenant-generaal Foulkes opgestelde zeventien bevelen dienden ter implementatie van de artikelen 3 en 4 van het Document van Overgave van vrijdag 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide.

(Deel)capitulaties van Duitse gewapende troepen

Het uiteenvallen van de Duitse gewapende strijdkrachten begon op 29 april 1945 met de onvoorwaardelijke capitulatie in Caserta van de Duitse troepen in Italië en Zuid-Oostenrijk. Geallieerde troepen hadden Bologna ingenomen en waren de Po overgestoken. De Duitse en Italiaanse fascistische troepen zouden op 2 mei om 12.00 uur alle vijandelijkheden staken. Ondertekenaars van het Instrument of Local Surrender waren Oberbefehlshaber Südwest Generaloberst Heinrich-Gottfried O. R. von Vietinghoff-Scheel (1887-1952) en SS-Obergruppenführer en General der Waffen-SS Karl Friedrich O. Wolff (1900-1984), Polizeiführer in Italië.

Op 2 mei nam het Rode Leger Berlijn in. General der Artillerie Helmuth O. L. Weidling (1891-17 november 1955 in Russische krijgsgevangenschap) had zijn troepen bevel gegeven de wapens neer te leggen. Hij gaf de stad over om levens te sparen.

Na de onverwachte Britse opmars naar de Oostzee op 2 mei arriveerde op donderdag 3 mei 1945 om 11.30 uur via Hamburg een Duitse militaire delegatie bij het tactische hoofdkwartier te velde van de Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery (1887-1976). Dat hoofdkwartier bestond uit een drietal caravans en een tent en stond op de Timeloberg aan de rand van Wendisch-Evern op de Lüneburger Heide. Dönitz hoopte dat Montgomery’s handen politiek minder gebonden waren dan die van de geallieerde opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower. De delegatie was gezonden door Generalfeldmarschall Wilhelm Keitel (1882 Neurenberg - 16 oktober 1946 opgehangen), chef van het OKW, op initiatief van president Dönitz. Delegatieleiders waren Generaladmiral Hans-Georg von Friedeburg (1895-23 mei 1945 zelfmoord), opvolger van Dönitz als opperbevelhebber van de Kriegsmarine, en generaal Eberhard Kinzel (1897-24 juni 1945 zelfmoord), chef-staf van legergroep Oberbefehlshaber Nordwest onder bevel van Generalfeldmarschall Ernst B. W. Busch (1885-17 juli 1945 in Britse krijgsgevangenschap). Busch moest de opmars van de troepen van Montgomery stoppen en een groot deel van de kustlijn langs de Noordzee verdedigen. In Nederland lag als onderdeel van deze legergroep 25. Armee (Festung Holland) onder Generaloberst Johannes Blaskowitz (1883-1948). In noordwest-Duitsland lagen restanten van 1. Fallschirm Armee onder General der Infanterie Erich Straube. De teruggedrongen Heeresgruppe Blumentritt onder General der Infanterie Günther Blumentritt (1882-1967) omvatte troepen tussen de Weser bij Hameln en de Noord- en Oostzeekust. Busch, Straube, Blumentritt en ook Generaloberst Georg Lindemann (1884-1963), opperbevelhebber van de Duitse troepen in Denemarken, wilden capituleren. Delegatieleden waren Konteradmiral (vice-admiraal) Gerhard Wagner (1898-1987), lid van de persoonlijke staf van Dönitz;  Fritz P. Th. W. H. Poleck (1905-1989), Oberst bij het OKW en majoor Hans Jochen Friedel (1913-mei 1945), stafofficier van Kinzel. Een tolk waren ze vergeten. Von Friedeburg en Kinzel boden Montgomery de capitulatie aan van drie voor het Rode Leger tussen Berlijn en Rostock terugtrekkende Duitse legers ten westen van de Elbe: 3. Panzer, 9. en 12. Armee. Ze vroegen ook hulp voor de bevolking van Mecklenburg die in Russische handen dreigde te vallen. Montgomery kon niet anders dan dit aanbod weigeren. Hij eiste de onvoorwaardelijke (deel)capitulatie van de Duitse troepen in Noordwest-Europa (Nederland, Noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein, Helgoland en Denemarken) die op de westelijke en noordelijke flanken van zijn Brits-Canadese Noordelijke groep van legers stonden. Deze ‘tactische capitulatie te velde’ kwam overeen met de afspraken gemaakt met de USSR. Von Friedeburg en Friedel hielden vervolgens in Flensburg ruggenspraak met Dönitz en generaals van het OKW: chef Keitel en chef-staf Generaloberst Alfred Jodl (1890 Neurenberg -  16 oktober 1946 geëxecuteerd). Ze keerden op 4 mei om 18.00 uur terug bij Montgomery met de vereiste volmacht van Keitel en Dönitz. Het OKW stemde in met de onvoorwaardelijke capitulatie van de legergroepen Befehlshaber Nordwest en Blumentritt en de Duitse troepen in Denemarken. Het OKW stemde ook in met de onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse strijdkrachten in Nederland, Noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein, Helgoland en Denemarken. De Duitse strijdkrachten in die gebieden zouden alle vijandelijkheden ter land, ter zee en in de lucht staken op zaterdag 5 mei 1945 om 08.00 uur. Het OKW diende ‘onmiddellijk, zonder tegenspraak’ alle geallieerde ‘verdere bevelen’ uit te voeren. Het niet opvolgen van deze bevelen zou beschouwd worden als verstoring van het Document van Overgave en door de geallieerden afgehandeld worden ‘overeenkomstig de geaccepteerde gebruiken en krijgswetten.’ De delegatieleden tekenden om 18.30 uur op gezag  van het OKW de onvoorwaardelijke overgave aan Montgomery. De ondertekenaars van het Document van Overgave (Instrument of Surrender) waren Von Friedeburg, Kinzel, Wagner, Poleck en Friedel. Montgomery tekende als laatste namens Eisenhower. Het Document van Overgave trad op 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking, ook in Nederland. Op die dag en dat tijdstip staakten de Duitse troepen in de betrokken landen en gebieden alle vijandelijkheden en zwegen de wapens. De Tweede Wereldoorlog was ten einde in Nederland. Nederland was vrij. Geen enkele plaats kan dus stad of dorp van de bevrijding of de vrijheid  zijn. Deze capitulatie, bevrijding en herwonnen vrijheid vormen de historische context van de nationale viering van de Nationale Feestdag 5 mei (Bevrijdingsdag).

Implementatie

Montgomery’s troepen voerden uiteraard zelf de implementatie van de capitulatie bij Lüneburg uit. Montgomery liet het opstellen van de ‘verdere bevelen’, uitvoeringsbevelen of bevelen ter implementatie van het Document van Overgave over aan zijn legerbevelhebbers. De Canadese generaal Crerar (1888-1965) legde die taak bij zijn korpsbevelhebbers de luitenant-generaals Charles Foulkes (1903-1969) in Nederland en Guy Simonds (1903-1974) bij Oldenburg. Zij moesten de door het Instrument of Surrender vereiste ‘verdere bevelen’ (Orders to German Commanders on Surrender) opstellen en laten ondertekenen en uitvoeren. Simonds legde die in Bad-Zwischenahn voor aan generaal Erich Straube (1887-1971). De ‘gecapituleerde Duitse troepen’ – geen krijgsgevangenen -  in Nederland moesten onder gezag van het 1st Canadian Corps naar concentratiegebieden voor ontwapening en vervolgens terugkeren naar Duitsland voor krijgsgevangenschap. Foulkes ontbood Generaloberst Johannes Blaskowitz (10 juli 1883-5 februari 1948 zelfmoord) op 5 mei om 11.00 uur in de gelagkamer van het zwaar beschadigde hotel ‘De Wereld’ in Wageningen. Dat stond bij de toegang tot het geneutraliseerde gebied voor voedseltransporten en de bevolking was geëvacueerd. Blaskowitz veronderstelde ’s nachts dat de capitulatie bij Lüneburg voor Nederland beperkt zou blijven tot gebied bij Delfzijl. Hij vreesde uitlevering aan het Rode leger. In Beusichem had hij in villa Engelenburg gesproken met Generalmajor Alfred Philippi van de 361. Volksgrenadier Division. Ze zouden dreigen met onderwaterzettingen als de Duitse troepen op transport moesten naar de USSR. Villa Engelenburg was de woning van de lokale verzetsleider Antonie Beijnen. Die luisterde door een kast het gesprek af en gaf de inhoud door aan Foulkes. Blaskowitz moest wel gehoorzamen als ondergeschikte van Busch en op bevel van Generalfeldmarschall Keitel die hem op 5 mei 1945 om 05.00 uur een uitvoerig telexbericht had gestuurd. Wapen-, brandstof- en bevoorradingsdepots en militaire installaties mochten pas worden overgedragen wanneer de vijand daarom vroeg. Hij was ‘persoonlijk verantwoordelijk’ voor de ‘snelle en zorgvuldige’ uitvoering van Keitels verordening. De neergelegde wapens moesten op bevel van de geallieerden ordelijk worden ingezameld. In de vroege morgen van 5 mei 1945 bleken ook Duitse verbindingen gebreken te vertonen, in dit geval die met Blaskowitz. Het 1st Canadian Corps wist om 05.00 uur dat het OKW in Flensburg Blaskowitz had geïnformeerd over de onvoorwaardelijke capitulatie bij Lüneburg. Het had Blaskowitz bevolen op 5 mei om 08.00 uur alle vijandelijkheden te staken tegenover de legergroep van Montgomery. De Duitse troepen moesten bij hun wapens en op hun plaatsen blijven. Om 05.35 uur ontving hij een Blitz-telegram over de capitulatie bij Lüneburg. De opperbevelhebber van de Vesting Nederland en zijn troepen moesten die zaterdag om 08.00 uur alle vijandelijkheden staken. Hij begreep dat president Dönitz en het OKW hadden ingestemd met de capitulatie van ook de Duitse troepen in Nederland. Hij had zich dus al overgegeven en moest wel gehoorzamen en 'onmiddellijk' en 'zonder tegenspraak' meewerken aan de uitvoering van de artikelen 3 en 4 van het Document van Overgave. ’s Morgens ontving hij dan ook de eis van Foulkes dat hij als opperbevelhebber van 25. Armee en de Vesting Holland (bedoeld is Nederland) om 11.00 uur in Wageningen moest verschijnen. Viersterrengeneraal Blaskowitz voelde er niets voor naar een driesterrengeneraal te gaan. Hij stuurde aanvankelijk zijn stafchef Generalleutnant Paul Reichelt en tolk majoor Olderhausen naar Wageningen. Foulkes opende de bijeenkomst met het voorlezen van het standaard capitulatiedocument van SHAEF, het hoofdkwartier van generaal Eisenhower. Reichelt antwoordde met de informatie die hij van Dönitz had gekregen. Dat was het Document van Overgave (Instrument of Surrender) van de capitulatie op 4 mei op de Lüneburger Heide. Foulkes nam vervolgens dat Instrument of Surrender artikel voor artikel door, waarbij Reichelt knikte of ‘begrepen’ zei. Reichelt moest de implementatie van het Document van Overgave, de Orders to German Commanders on Surrender, meenemen naar Blaskowitz. Die moest om 16.00 uur naar hotel De Wereld in Wageningen komen om die bevelen te ondertekenen. Blaskowitz arriveerde precies op tijd bij hotel ‘De Wereld’. In de gelagzaal waren lange tafels neergezet met aan weerszijden stoelen voor beide delegaties. Langs de wanden stonden stoelen voor persfotografen, oorlogscorrespondenten, cameramensen en officiële toeschouwers. Op de vragen van Foulkes of Blaskowitz het Instrument of Surrender van de Lüneburger Heide erkende en akkoord ging met voorlezing van de bevelen door Foulkes antwoordde deze ‘Jawohl’. Blaskowitz durfde en kon uiteraard niet ingaan tegen een besluit van het OKW en zijn legergroepsbevelhebber.  Die bevelen eisten gedetailleerde informatie over tal van militaire zaken. Blaskowitz ondertekende zoals vereist ‘onmiddellijk en zonder commentaar’ binnen een half uur de ‘verdere bevelen’ in hotel ‘De Wereld’ om 16.30 uur in aanwezigheid van niet uitgenodigde prins Bernhard die daar geen andere functie had dan daar te zijn tot meerdere eer en glorie van zichzelf. De prins  veronderstelde abusievelijk dat de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) Duitse troepen mochten ontwapenen. Een merkwaardige veronderstelling van iemand die kennelijk niet begreep wat er 5 mei in Wageningen gebeurde. Ontwapening van Duitse troepen was terecht voorbehouden aan Montgomery’s Brits-Canadese Noordelijke Groep van Legers. De NBS hadden immers niets te maken met de afwikkeling van de door Montgomery geaccepteerde capitulatie. Montgomery gaf via Foulkes de prins in Beekbergen dan ook strikte orders. De NBS mochten in het openbaar geen wapens dragen. Uitsluitend geallieerde troepen mochten Duitse wapens in ontvangst nemen. Op bevel van Foulkes mochten de NBS op 7 mei in het openbaar wel als Ordedienst optreden. Ze mochten zich echter niet gewapend op straat vertonen in Amsterdam, ’s-Gravenhage en Rotterdam. Ze hadden immers geen militaire taak. De gecapituleerde Duitse troepen mochten zelfs tot de ontwapening hun wapens behouden uit vrees voor de NBS waarover prins Bernhard geen enkel gezag had. Foulkes stelde Blaskowitz persoonlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van de bevelen. Die kreeg desgevraagd vierentwintig uur uitstel voor het verstrekken van de verlangde vaak zeer gedetailleerde informatie. De tweede bijeenkomst over de door hem verstrekte vereiste militair-technische informatie met kaarten en documenten was op zondag 6 mei 1945 om 16.00 uur in de aula van de landbouwhogeschool in Wageningen. Onderweg verstrekte Blaskowitz volgens afspraak om 15.00 uur de vereiste informatie aan generaal-majoor Stuart B. Rawlins, commandant van de Britse 49th (West Riding) Infantry Division (Polar Bears) in boerderij Noda aan de Nude in de neutrale zone tussen Rhenen en Wageningen. Rawlins moest immers de eveneens met een dag uitgestelde Brits-Canadese opmars naar het westen van Nederland voorbereiden. Door de 24 uur uitstel trokken Britse en Canadese troepen niet op 6 mei, maar op 7 mei 1945 over Rhenen respectievelijk Amersfoort naar het westen van Nederland om daar in bepaalde concentratiegebieden de Duitse troepen te ontwapenen en gereed te maken voor de aftocht in de laatste week van mei naar Duitsland, maar dan in krijgsgevangenschap. De op 4 mei 1945 ‘gecapituleerde Duitse troepen’ waren na 5 mei in Nederland geen krijgsgevangenen. Canadezen beschouwden hen als ‘ontwapende Duitse troepen’ die in Nederland voor zichzelf moesten zorgen. De Britten zouden op 7 mei het gezag over het gebied tussen het IJsselmeer en de Lek van Duitse troepen overnemen; de Canadezen over Noord- en Zuid-Holland. Zij zouden vervolgens de Duitse troepen ontwapenen. De Britten trokken naar Amersfoort, Baarn, Breukelen, Doorn, Hilversum en Amsterdam. Niet Canadezen maar Britse verkenners reden 7 mei naar Amsterdam. Op de Dam hadden intussen gewapende leden van de NBS een schietpartij uitgelokt met Duitse troepen. Kennelijk had prins Bernhard, zoals verwacht, de NBS niet in de hand. Op 8 mei 1945 brachten eenheden van het Canadese 1st Corps (Transport) The Seafort Highlanders of Canada (van de 2nd Infantry Brigade van de 1st Canadian Infantry Division) naar Amsterdam om de Duitse troepen daar te ontwapenen.

Geschiedvervalsingen

De door en in de gemeente Wageningen zonder enige kennis van zaken verzonnen stuntelige geschiedvervalsing bestaat uit leugens, bedrog, onzin en prietpraat, maar  wordt desondanks kritiekloos gevolgd en in stand gehouden door dagblad De Gelderlander (vooral editie De Vallei), de Volkskrant, Omroep Gelderland, Museum De Casteelse Poort in Wageningen, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie in Den Haag, het NIOD in Amsterdam, de NOS en Liberation Route Europe (LRE).  De geschiedvervalsing gaat uit van een jaarlijks op Bevrijdingsdag te vieren op 5 of 6 mei 1945 ondertekende ‘capitulatie’ met een ‘capitulatieakte’ (de enige Act of Military Surrender is die van 7 mei 1945 te Reims) of ‘overeenkomst’ in Wageningen na ‘voorbereidende besprekingen, onderhandelingen over de capitulatievoorwaarden en overgave van de Duitse troepen in Nederland in hotel De Wereld’ waardoor Wageningen Stad der Bevrijding is, een Bevrijdingsfestival houdt en Nederland op 5 mei het Bevrijdingsfeest viert. De ‘originele capitulatieakte’ is in 1953 door Foulkes geschonken aan de gemeente Wageningen die dit ‘nationaal belangrijke stuk’ in het Gemeentearchief bewaart. Men weet in Wageningen sinds 2014 dat dit ‘gebrabbel’ een slordige geschiedvervalsing is. Een Document van Overgave is een belangrijk historisch document. Het stuk met 'Bevelen aan Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven' (Orders to German Commanders on Surrender) ter implementatie van dat document is dat niet. Foulkes schonk in werkelijkheid de eenvoudige lijst met bevelen (Orders to German Commanders on Surrender); dus geen nationaal belangrijk stuk, zelfs niet regionaal of lokaal. Uiteraard is een lijst met bevelen geen akte en ook geen overeenkomst. Er staat uiteraard niet in aan welke regels de Duitse en geallieerde troepen zich in Nederland moeten houden. De bevelen zijn 5 mei in hotel De Wereld getekend, niet in de aula of een boerderij. Capitulatieonderhandelingen en -voorwaarden zijn een zaak van een verliezende partij voorafgaand aan een gewone capitulatie die in de Tweede Wereldoorlog niet mogelijk was.

Ook de geschiedvervalsing van het Nationaal Comité Herdenking Capitulaties 1945 (werknaam: Wageningen45)  bestaat uit onzin en prietpraat die desondanks door pers en regionale omroep kritiekloos worden nagevolgd. Wageningen45 ‘heeft ten doel het herdenken van de capitulaties’ (welke? hoeveel?). Herdacht wordt echter niet de capitulatie op 4 mei 1945 op de Lüneberger Heide. In Wageningen was geen capitulatie en de formele ondertekening - uiteraard geen bekrachtiging - van de Japanse capitulatie was op 2 september 1945 na de aankondiging ervan op 15 augustus. Aan de andere capitulaties besteedt het comité geen enkele aandacht. Een ‘Duitse capitulatie’ of ‘de overgave van Duitsland’ was onmogelijk, omdat de geallieerden de Duitse regering in Flensburg niet erkenden. ‘Het Duitse leger’ bestond niet en kon dus ook niet capituleren. Duitse troepen deden dat wel: onder meer op 4 mei op de Lüneberger Heide en op 7 mei in Reims. Een warrige en domme opmerking is overhandiging  in Wageningen van ‘capitulatievoorwaarden’ of Orders of Surrender (bedoeld zijn Orders to German Commanders on Surrender; ‘Bevelen aan gecapituleerde Duitse bevelhebbers’ ter implementatie van het Document van Overgave van 4 mei 1945 op de Lüneberger Heide) na de onvoorwaardelijke capitulatie op de Lüneberger Heide. In die zogenaamde ‘capitulatievoorwaarden’ stond uiteraard niet hoe de Duitse troepen in Nederland zich moesten gedragen. Deze ‘voorwaarden’ werden niet op 5 mei in hotel De Wereld na ‘onderhandelingen’ ondertekend, op 6 mei in de aula verder uitgewerkt en ten slotte daar als ‘capitulatie’ getekend.  Overigens was generaal Foulkes niet de bevelhebber van het 1ste Canadese Leger, maar van het 1st Canadian Corps.

De gemeente Wageningen, het Comité en museum De Casteelse Poort beschouwen de ondertekening op 5 mei van een ‘capitulatie’ of ‘capitulatievoorwaarden’ als het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland en concluderen dat Nederland daarom ieder jaar op 5 mei Bevrijdingsdag viert. Men negeert dus bewust de inwerkingtreding van de capitulatie op de Lüneberger Heide op 5 mei 1945 om 08.00 uur. Op dat tijdstip eindigde immers de Tweede Wereldoorlog in Nederland en was Nederland vrij. Sindsdien viert Nederland op 5 mei de nationale feestdag Bevrijdingsdag.

Conclusies

Er klopt niets van de Wageningse kennelijk voornamelijk voor economische doeleinden geschreven geschiedvervalsingen. Duidelijk is dat een beschrijving van een historische gebeurtenis niet kan worden overgelaten aan gemeentearchivaris Kernkamp die met zijn gebrekkige historische kennis maar blijft spreken over ‘de emotionele kanten van het verleden’ wat die ook mogen zijn of College van Burgemeester en Wethouders, met name burgemeester G. van Rumund en wethouder L. de Brito nu L. Bosland. Historische juistheid hebben zij niet hoog in het vaandel staan. Wageningen had tijdig een vakbekwaam historicus met kennis van zaken moeten inschakelen. Nou zitten ze met de brokken en Nederland met taaie geschiedvervalsingen. Wageningen is de stad van de leugens en geschiedvervalsingen en dus zeker geen Stad der Bevrijding, Stad der Vrijheid, centrum van het Bevrijdingsvuur of stad van vrede. De geallieerden wezen immers vredesonderhandelingen gedecideerd af. De Herdenkingszuil Spoor van de Vrijheid hoort dus ook niet thuis in Wageningen. Onderdelen van de beruchte geschiedvervalsing zijn ook de valse vermelding op de muur van hotel De Wereld dat de capitulatie op 5 mei 1945 plaatsvond in de gelagzaal; de zogenaamde capitulatiezaal in hotel De Wereld; de benaming Bevrijdingshotel voor dit gebouw; de replica van deze capitulatiezaal en onjuiste aanduiding van de Orders to German Commanders on Surrender als ‘capitulatiedocument’ in Museum De Casteelse Poort; en de tekst op de aan de buitenmuur van hotel De Wereld in 1953 bevestigde plaquette. Foulkes accepteerde op 5 mei 1945 immers niet de ‘onvoorwaardelijke overgave’ van 25 Armee onder Blaskowitz. Er is dus nog steeds geen einde gekomen aan de geschiedvervalsingen over een capitulatie van de Duitse troepen in Nederland in Wageningen.

De provincie Gelderland subsidieert kritiekloos herdenkingen en vieringen van deze geschiedvervalsingen.

Anker, Carleen van den, Jelle de Gruyter, Wim Huijser en Rob Rijntalder, Vrijheid geef je door. 75 jaar herdenken en vieren in Wageningen, Oosterbeek 2020. 210 p.

Schrijver Huijser kan zich beter niet met historie bezighouden. Dat is voor hem een brug te ver. Voor behandeling van een historisch onderwerp moet je namelijk wel enige kennis van zaken hebben.

Eerst de feiten. De Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery accepteerde op 4 mei 1945 om 18.30 uur op de Lüneburger Heide de onvoorwaardelijke (dus zonder capitulatievoorwaarden of -onderhandelingen) capitulatie van de Duitse troepen (dus niet van Duitsland en dus geen Duitse overgave of capitulatie) in Nederland, Noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein, Helgoland en Denemarken. Het Instrument of Surrender (Document van Overgave) trad op 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking. Dit tijdstip betekende het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Nederland was vrij en viert sindsdien op 5 mei de nationale feestdag Bevrijdingsdag. De artikelen 3 en 4 spreken over ‘verdere bevelen’ van de geallieerden ter implementatie van het Document van Overgave. De Britten legden Duitse bevelhebbers die bevelen  voor in de door hen beheerste gebieden in en bij Bremen en Hamburg. Montgomery gaf generaal Crerar, bevelhebber van het 1st Canadian Army, bevel de implementatie van de capitulatie in door zijn troepen beheerst gebied te leiden. Crerar belastte zijn korpscommandanten Ch. Foulkes en G. Simonds met die implementatie in hun sectoren. Simonds deed dat in Bad Zwischenahn en Foulkes in hotel De Wereld in Wageningen dat gunstig gelegen was nabij de geneutraliseerde zone voor voedseltransporten en de inwoners waren geëvacueerd.  Foulkes ontbood daar generaal Blaskowitz. Die stuurde aanvankelijk zijn stafchef, maar de bevelhebber moest de ‘Bevelen aan gecapituleerde Duitse bevelhebbers’ (Orders to German Commanders on Surrender; drie pagina’s en dus geen ‘dik pak papier vol voorwaarden’ zoals Van Liempt beweert) ondertekenen en uitvoeren. Blaskowitz arriveerde om 16.00 uur en ondertekende in hotel De Wereld de bevelen ter implementatie van het Document van Overgave van 4 mei zonder commentaar en tegenspraak  om 16.30 uur. Desgevraagd kreeg hij 24 uur uitstel voor het leveren van de vereiste vaak zeer gedetailleerde militaire informatie. Dat deed hij de volgende dag keurig op tijd in de aula na onderweg volgens afspraak  informatie te hebben gegeven in een boerderij aan de Nude aan de bevelhebber van de Britse 49th West Riding Infantry Division.

De vele onjuistheden van Huijser:

De capitulatie op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide maakte uiteraard ‘een afzonderlijke overgave van de troepen van Blaskowitz overbodig’. Die troepen hadden zich immers daar al onvoorwaardelijk overgegeven. De zuivering van Wageningen geschiedde niet alleen door het 1st/7th  Bn The Duke of Wellington ’s Regiment, maar ook en vooral door het 2nd Bn The Essex Regiment dat in landingsvaartuigen naar Renkum was gevaren en vervolgens Wageningen ingetrokken. Foulkes en Reichelt ontmoetten elkaar niet op 2 maar op 1 mei niet in de aula van de Landbouwhogeschool maar in een houten wegcafé aan de Nude tussen Rhenen en Wageningen. De ‘Protocollen van Achterveld’’ waren op 30 april om 18.45 uur uiteraard in Achterveld getekend. Foulkes was geen ‘commandant van het Eerste Canadese Leger’, maar bevelhebber van het 1st Canadian Corps. Hij  had niet de opdracht van Montgomery maar van generaal Crerar om Generaloberst Blaskowitz niet ‘de capitulatievoorwaarden’ (horen immers niet bij een onvoorwaardelijke capitulatie en zeker niet na een capitulatie) ‘voor alle Duitse strijdkrachten in Noordwest-Europa’, maar Blaskowitz persoonlijk Orders to German Commanders on Surrender (Bevelen aan gecapituleerde Duitse bevelhebbers) voor te leggen ter implementatie van het Document van Overgave van 4 mei 1945. Dit document bevatte uiteraard geen ‘capitulatievoorwaarden’ en er was bovendien geen ‘capitulatiebespreking’ en ook geen bespreking over de uitwerking van ‘capitulatievoorwaarden’. Er was uiteraard op 6 mei in de aula  dan ook geen ‘ondertekening van het definitieve capitulatieverdrag’, -voorwaarden, akkoord of een capitulatie.  In een boerderij aan de Nude was geen ondertekening van stukken. Louter nonsens van Loe de Jong is dat er ‘onderhandelingen (waren) waarbij de Duitsers in principe bereid bleken te capituleren en zij op enkele punten  instemming behoefdente verkrijgen van het Oberkommando der Wehrmacht (OKW). De bevelhebber van Blaskowitz, Ernst Busch, en generaal-veldmaarschalk Wilhelm Keitel, chef van het OKW, hadden Blaskowitz op 5 mei immers helder en duidelijk geschreven de uitvoeringsbevelen onmiddellijk en zonder commentaar te ondertekenen. De auteur neemt ook onzin over van A. van Liempt en Pepplinkhuizen.  Simonds had op 5 mei niet ‘de overgave van de Duitse troepen in Noordwest-Duitsland’ in ontvangst genomen, maar de ondertekening van zijn uitvoeringsbevelen in Bad Zwischenahn door E. Straube, bevelhebber van ‘zijn’ Duitse troepen in Oost-Friesland. Blaskowitz kreeg op 6 mei geen exemplaar mee van ‘voorwaarden’, maar van ‘Bevelen aan gecapituleerde Duitse bevelhebbers’.

Wageningen mag zich dan ook niet, zeker niet ‘met recht’ Stad der Bevrijding noemen. Er  was geen conferentie, geen capitulatie en dus ook geen capitulatieakte en er waren ook geen capitulatiebesprekingen, -onderhandelingen en  -voorwaarden (nooit bij een onvoorwaardelijke capitulatie) en dus ook geen Vrede van Wageningen.  Er is slechts één capitulatieakte, de Act of Military Surrender van 7 mei 1945 te Reims, waarbij alle Duitse strijdkrachten zich onvoorwaardelijk overgaven op alle fronten. Uiteraard is hotel De Wereld de afgelopen 75 jaar ten onrechte het symbool geworden voor de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog in Nederland evenals Wageningen ten onrechte het symbool is voor een capitulatie en een capitulatieakte. Handhaving van deze naam en het blijven hanteren van Stad der Bevrijding past wel in de prietpraat, mythen en geschiedvervalsingen van Wageningen.

Een inhoudelijk bijzonder slecht artikel. Niet aanbevolen.

dr. Jan Brouwer, recensie: De mythe van Wageningen, Oud Wageningen, maart 2020.

Schrijver Huijser kan zich beter niet met historie bezighouden. Dat is voor hem een brug te ver. Voor behandeling van een historisch onderwerp moet je namelijk wel enige kennis van zaken hebben.

Eerst de feiten. De Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery accepteerde op 4 mei 1945 om 18.30 uur op de Lüneburger Heide de onvoorwaardelijke (dus zonder capitulatievoorwaarden of -onderhandelingen) capitulatie van de Duitse troepen (dus niet van Duitsland en dus geen Duitse overgave of capitulatie) in Nederland, Noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein, Helgoland en Denemarken. Het Instrument of Surrender (Document van Overgave) trad op 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking. Dit tijdstip betekende het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Nederland was vrij en viert sindsdien op 5 mei de nationale feestdag Bevrijdingsdag. De artikelen 3 en 4 spreken over ‘verdere bevelen’ van de geallieerden ter implementatie van het Document van Overgave. De Britten legden Duitse bevelhebbers die bevelen  voor in de door hen beheerste gebieden in en bij Bremen en Hamburg. Montgomery gaf generaal Crerar, bevelhebber van het 1st Canadian Army, bevel de implementatie van de capitulatie in door zijn troepen beheerst gebied te leiden. Crerar belastte zijn korpscommandanten Ch. Foulkes en G. Simonds met die implementatie in hun sectoren. Simonds deed dat in Bad Zwischenahn en Foulkes in hotel De Wereld in Wageningen dat gunstig gelegen was nabij de geneutraliseerde zone voor voedseltransporten en de inwoners waren geëvacueerd.  Foulkes ontbood daar generaal Blaskowitz. Die stuurde aanvankelijk zijn stafchef, maar de bevelhebber moest de ‘Bevelen aan gecapituleerde Duitse bevelhebbers’ (Orders to German Commanders on Surrender; drie pagina’s en dus geen ‘dik pak papier vol voorwaarden’ zoals Van Liempt beweert) ondertekenen en uitvoeren. Blaskowitz arriveerde om 16.00 uur en ondertekende in hotel De Wereld de bevelen ter implementatie van het Document van Overgave van 4 mei zonder commentaar en tegenspraak  om 16.30 uur. Desgevraagd kreeg hij 24 uur uitstel voor het leveren van de vereiste vaak zeer gedetailleerde militaire informatie. Dat deed hij de volgende dag keurig op tijd in de aula na onderweg volgens afspraak  informatie te hebben gegeven in een boerderij aan de Nude aan de bevelhebber van de Britse 49th West Riding Infantry Division.

De vele onjuistheden van Huijser:

De capitulatie op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide maakte uiteraard ‘een afzonderlijke overgave van de troepen van Blaskowitz overbodig’. Die troepen hadden zich immers daar al onvoorwaardelijk overgegeven. De zuivering van Wageningen geschiedde niet alleen door het 1st/7th  Bn The Duke of Wellington ’s Regiment, maar ook en vooral door het 2nd Bn The Essex Regiment dat in landingsvaartuigen naar Renkum was gevaren en vervolgens Wageningen ingetrokken. Foulkes en Reichelt ontmoetten elkaar niet op 2 maar op 1 mei niet in de aula van de Landbouwhogeschool maar in een houten wegcafé aan de Nude tussen Rhenen en Wageningen. De ‘Protocollen van Achterveld’’ waren op 30 april om 18.45 uur uiteraard in Achterveld getekend. Foulkes was geen ‘commandant van het Eerste Canadese Leger’, maar bevelhebber van het 1st Canadian Corps. Hij  had niet de opdracht van Montgomery maar van generaal Crerar om Generaloberst Blaskowitz niet ‘de capitulatievoorwaarden’ (horen immers niet bij een onvoorwaardelijke capitulatie en zeker niet na een capitulatie) ‘voor alle Duitse strijdkrachten in Noordwest-Europa’, maar Blaskowitz persoonlijk Orders to German Commanders on Surrender (Bevelen aan gecapituleerde Duitse bevelhebbers) voor te leggen ter implementatie van het Document van Overgave van 4 mei 1945. Dit document bevatte uiteraard geen ‘capitulatievoorwaarden’ en er was bovendien geen ‘capitulatiebespreking’ en ook geen bespreking over de uitwerking van ‘capitulatievoorwaarden’. Er was uiteraard op 6 mei in de aula  dan ook geen ‘ondertekening van het definitieve capitulatieverdrag’, -voorwaarden, akkoord of een capitulatie.  In een boerderij aan de Nude was geen ondertekening van stukken. Louter nonsens van Loe de Jong is dat er ‘onderhandelingen (waren) waarbij de Duitsers in principe bereid bleken te capituleren en zij op enkele punten  instemming behoefdente verkrijgen van het Oberkommando der Wehrmacht (OKW). De bevelhebber van Blaskowitz, Ernst Busch, en generaal-veldmaarschalk Wilhelm Keitel, chef van het OKW, hadden Blaskowitz op 5 mei immers helder en duidelijk geschreven de uitvoeringsbevelen onmiddellijk en zonder commentaar te ondertekenen. De auteur neemt ook onzin over van A. van Liempt en Pepplinkhuizen.  Simonds had op 5 mei niet ‘de overgave van de Duitse troepen in Noordwest-Duitsland’ in ontvangst genomen, maar de ondertekening van zijn uitvoeringsbevelen in Bad Zwischenahn door E. Straube, bevelhebber van ‘zijn’ Duitse troepen in Oost-Friesland. Blaskowitz kreeg op 6 mei geen exemplaar mee van ‘voorwaarden’, maar van ‘Bevelen aan gecapituleerde Duitse bevelhebbers’.

Wageningen mag zich dan ook niet, zeker niet ‘met recht’ Stad der Bevrijding noemen. Er  was geen conferentie, geen capitulatie en dus ook geen capitulatieakte en er waren ook geen capitulatiebesprekingen, -onderhandelingen en  -voorwaarden (nooit bij een onvoorwaardelijke capitulatie) en dus ook geen Vrede van Wageningen.  Er is slechts één capitulatieakte, de Act of Military Surrender van 7 mei 1945 te Reims, waarbij alle Duitse strijdkrachten zich onvoorwaardelijk overgaven op alle fronten. Uiteraard is hotel De Wereld de afgelopen 75 jaar ten onrechte het symbool geworden voor de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog in Nederland evenals Wageningen ten onrechte het symbool is voor een capitulatie en een capitulatieakte. Handhaving van deze naam en het blijven hanteren van Stad der Bevrijding past wel in de prietpraat, mythen en geschiedvervalsingen van Wageningen.

Een inhoudelijk bijzonder slecht artikel. Niet aanbevolen.

dr. Jan Brouwer: bijdrage van De Jong aan geschiedvervalsing van een capitulatie in Wageningen.

Veldmaarschalk Montgomery ondertekent op 4 mei 1945 in zijn tent op de Timeloberg op de Lüneburger Heide het Instrument of Surrender. V.l.n.r. majoor Friedel, vice-admiraal Wagner en Von Friedeburg.

De Jong heeft wellicht een beslissende bijdrage geleverd aan de geschiedvervalsing van een capitulatie in Wageningen in mei 1945; in zowel De Bezetting 5, Amsterdam 1965 (p. 209-212) als ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, 1939-1945’, dl. 10b, Den Haag 1980 (p. 1383-1384; 1411, 1413) en dl. 12, Epiloog. 1ste helft, Leiden, 1988 (p. 68). Deze bijdrage bevat ten minste negen historische mythen (cursief weergegeven):

  1. In hotel ‘De Wereld’ in Wageningen werd op 5 mei 1945 ‘de conferentie gehouden
  2. waarbij de Wehrmacht in ons land’ om 16.30 uur ‘apart capituleerde’ tegenover de Canadese luitenant-generaal Foulkes.
  3. Het document in Wageningen is een capitulatiedocument (Instrument of Surrender).
  4. Foulkes las op 5 mei 1945 in hotel ‘De Wereld’ het capitulatiedocument voor aan Generaloberst Blaskowitz.
  5. Dit document bevatte de capitulatievoorwaarden.
  6. In Wageningen vonden 5 en 6 mei onderhandelingen over de capitulatie plaats.
  7. Blaskowitz kreeg desgevraagd 5 mei vierentwintig uur uitstel van ondertekening van het capitulatiedocument.
  8. Blaskowitz ondertekende 6 mei in de aula van de landbouwhogeschool het capitulatiedocument (in strijd met 1 en 2)
  9. in bijzijn van Foulkes en prins Bernhard

Donderdag 3 mei 1945 om 11.30 uur arriveerde, zoals vermeld, een Duitse militaire delegatie bij het tactische hoofdkwartier van veldmaarschalk Bernard L. Montgomery in zijn tent op de Timeloberg op de Lüneburger Heide. De delegatieleden ondertekenden 4 mei om 18.30 uur de onvoorwaardelijke overgave aan Montgomery als bevelhebber van de Brits-Canadese Noordelijke Groep van Legers. Montgomery ondertekende het Instrument of Surrender (capitulatiedocument) namens de geallieerde opperbevelhebber Eisenhower. 

‘Instrument of Surrender

of All German armed forces in HOLLAND, in northwest GERMANY including all islands, and in DENMARK.

1. The German Command agrees to the surrender of all German armed forces in HOLLAND, in northwest GERMANY including the FRISIAN ISLANDS and HELIGOLAND and all other islands, in SCHLESWIG-HOLSTEIN, and in DENMARK, to the C.-in-C. 21 Army Group. This to include all naval ships in these areas. These forces to lay down their arms and to surrender unconditionally. 

2. All hostilities on land, on sea, or in the air by German forces in the above areas to cease at 0800 hrs. British Double Summer Time on Saturday 5 May 1945. 

3. The German command to carry out at once, and without argument or comment, all further orders that will be issued by the Allied Powers on any subject. 

4. Disobedience of orders, or failure to comply with them, will be regarded as a breach of these surrender terms and will be dealt with by the Allied Powers in accordance with the accepted laws and usages of war. 

5. This instrument of surrender is independent of, without prejudice to, and will be superseded by any general instrument of surrender imposed by or on behalf of the Allied Powers and applicable to Germany and the German armed forces as a whole. 

6. This instrument of surrender is written in English and in German. The English version is the authentic text. 

7. The decision of the Allied Powers will be final if any doubt or dispute arises as to the meaning or interpretation of the surrender terms. 

B. L. Montgomery                                                                  v. Friedeburg

Field-Marshall                                                                       Kinzel.

                                                                                          G. Wagner

4 May 1945                                                                           Friedel

18.30 hrs                                                                              Poleck’

Holland en Heligoland moeten in dit Instrument of Surrender respectievelijk Nederland en Helgoland zijn. De Jong vermeldt de capitulatie van de Duitse troepen in noordwest Europa op 4 mei 1945 tegenover Montgomery op de Lüneburger Heide in ‘De Bezetting’ (209). Kennelijk wist hij niet dat Nederland ook tot noordwest Europa behoort. 

Radio Oranje vermeldde al in de Bevrijdingsuitzending van 5 mei 1945 om 20.15 uur dat Nederland vrij was. De Duitse troepen in Nederland hadden op 4 mei 1945 om 18.30 uur gecapituleerd op de Lüneburger Heide. Radio Oranje wist dat al sinds 4 mei om circa 20.30 uur. Men wist ook dat die capitulatie op 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking was getreden. Dat Nederland op dat tijdstip vrij was, had De Jong dus ook moeten weten.

Een in geschiedenis geïnteresseerde leek ziet onmiddellijk het verschil tussen het 'Instrument of Surrender' (capitulatiedocument) en de Orders to German Commanders on Surrender (Bevelen aan Duitse bevelhebbers die gecapituleerd hebben; een implementatiedocument). Het capitulatiedocument betreft de capitulatie van troepen. De geallieerden eisten in 1945 uitsluitend onvoorwaardelijke militaire capitulaties. Voorwaarden stellen of onderhandelen over voorwaarden was dus uitgesloten (mythen 5 en 6). Ter implementatie van het capitulatiedocument kreeg een bevelhebber die zich had overgegeven een implementatiedocument met overgavebevelen (Orders to German Commanders on Surrender) voorgelegd. Overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van het capitulatiedocument volgden de gecapituleerde Duitse bevelhebbers onmiddellijk ‘zonder discussie of commentaar’ en ‘zonder uitstel’ deze geallieerde bevelen op.

De bij Lüneburg onvoorwaardelijk gecapituleerde Duitse troepen in Nederland, noordwest Duitsland, Denemarken en Sleeswijk-Holstein staakten zaterdag op 5 mei 1945 om 08.00 uur alle vijandelijkheden te land, ter zee en in de lucht. De capitulatie trad op dat tijdstip in werking, ook in Nederland. Nederland was dus 5 mei 1945 om 08.00 uur vrij. Daarom behoort Nederland Bevrijdingsdag 5 mei te vieren; althans historisch gezien. Deze nationale viering van de bevrijding op 5 mei is op dinsdag 7 augustus 1945 door de ministerraad ingesteld. 

Die datum 5 mei is volgens het Nationaal Comité 4 en 5 mei gekozen ‘omdat op die dag de Capitulatie van de Duitsers werd aangekondigd’. Het comité spreekt ook over ‘de Capitulatie in Wageningen op 5 mei’. Het volgt met deze opmerkingen De Jong. Die beweert dat op 5 mei 1945 Blaskowitz namens de Duitse Wehrmacht zich bereid verklaarde tot overgave, waarna hij het capitulatiedocument een dag later ondertekende. 'Nadien gold de 5de mei als de nationale bevrijdingsdag'. (dl. 12, p. 68).

De keuze van bevrijdingsdag 5 mei berust dus op vier mythen: aankondiging van een capitulatie op 5 mei; capitulatie van de Duitsers in plaats van de Duitse troepen in noordwest Europa; en bereidverklaring tot respectievelijk ondertekening van de capitulatie in Wageningen op 5 en 6 mei. 

dr. Jan Brouwer: Enkele blunders van prof. dr. L. de Jong

Vanzelfsprekend voerde Montgomery’s Brits-Canadese legergroep de implementatie van de onvoorwaardelijke capitulatie op de Lüneburger Heide zelf uit. De Canadese generaal H. Crerar wilde daar geen leiding aan geven. Daarvoor had hij een te grote afkeer van Duitsers. Hij legde die taak bij zijn korpsbevelhebbers luitenant-generaal C. Foulkes (1903-1969) in Nederland en G. Simonds bij Oldenburg. Zij moesten de door het Instrument of Surrender vereiste Orders to German Commanders on Surrender opstellen en door de gecapituleerde Duitse bevelhebber in hun sector laten tekenen. De Orders to German Commanders on Surrender van Simonds moest generaal Straube tekenen in Bad Zwischenahn, die van Foulkes Generaloberst Johannes Blaskowitz (1883-1948) in Wageningen.

Foulkes ontbood Blaskowitz op 5 mei 1945 om 11.00 uur in het zwaar beschadigde hotel ‘De Wereld’ in Wageningen. Dat stond bij de toegang tot het geneutraliseerde gebied voor voedseltransporten en de bevolking was geëvacueerd. Blaskowitz stuurde aanvankelijk zijn chef-staf Generalleutnant P. Reichelt (1898-1981) met het Instrument of Surrender van de Lüneburger Heide. Foulkes las hem dat capitulatiedocument voor. Reichelt moest de door Foulkes opgestelde overgavebevelen (Orders to German Commanders on Surrender) meenemen en om 16.00 uur terugkomen met Blaskowitz. Deze overgavebevelen in Wageningen dienden ter implementatie van de artikelen 3 en 4 van het Instrument of Surrender van de Lüneburger Heide. 

Waarschijnlijk heeft De Jong Orders to German Commanders on Surrender at Wageningen (Bevelen voor Duitse gecapituleerde bevelhebbers in Wageningen) abusievelijk gelezen als ‘Bevelen betreffende de capitulatie in Wageningen’. Misschien kende hij het begrip Orders to German Commanders on Surrender niet. Kritisch bronnenonderzoek had hem echter moeten doen beseffen dat het implementatiedocument Orders to German Commanders on Surrender in Wageningen geen capitulatiedocument is. De Jong heeft de tekst van dat document wel degelijk gelezen. Bovendien had de titel Orders to German Commanders on Surrender (Bevelen voor Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven) hem de vereiste duidelijkheid kunnen en moeten verschaffen. 

Hieronder zijn de Orders to German Commanders on Surrender in Wageningen opgenomen met correcties door generaal Foulkes.

dr. Jan Brouwer, Capitulatie in Wageningen?

Journalist en historicus Lou de Jong (1914-2005) was van 1945 tot 1979 directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD, sinds 1999 NIOD). Hij liet zich voornamelijk leiden door de begrippen goed én fout en pleegde daardoor geen onafhankelijk historisch onderzoek. Dat leidde tot blunders in de vorm van overschatting van de omvang van het georganiseerde verzet en de rol van leden van het koningshuis en onderschatting van de omvang van het ongeorganiseerde verzet, collaboratie en geallieerde roof en plundering. Het leidde ook tot valse beschuldigingen van personen en een gemythologiseerd verhaal of geschiedvervalsing van een capitulatie in Wageningen. 

Willem Aantjes onjuist beschuldigd

De Jong brandde als rechter en beul 6 november 1978 de in 2015 overleden CDA-politicus Aantjes (1923-2015) publiekelijk af. De Nederlandse televisie zond het verslag van de persconferentie rechtstreeks uit. Aantjes was in de oorlog fout geweest als lid van de Waffen-SS, de militaire tak van de Schutzstaffel (SS); kampbewaarder in een Drents kamp; en politicus zonder Nederlandse nationaliteit omdat die in 1944 was vervallen door aanmelding voor Duitse dienst. 

Een onderzoekscommissie verwees de ongenuanceerde beschuldigingen van De Jong naar de prullenbak. Aantjes had zich niet aangemeld bij de Waffen-SS, maar bij de Nederlandse niet-militaire Germaanse SS om zijn Duitse Arbeidsinzet in Nederland te kunnen doen. Na weigering van Duitse indeling bij de Waffen-SS moest hij als gevangene naar strafkamp Port Natal in Drenthe. Aantjes was niet in vreemde krijgs- of staatsdienst getreden en had zijn Nederlandse nationaliteit dus niet verloren. De Germaanse SS was echter wel de Nederlandse tak van de SS. Ze streefde naar opname van Nederland in een Groot-Germaans Rijk onder Adolf Hitler. In feite had Aantjes zich daardoor indirect wel aangemeld voor de Waffen-SS. Zijn grootste fout was dat hij naderhand niet open en duidelijk was over zijn oorlogsverleden. Voor de Raad van State was dat reden niet in te stemmen met de voordracht van de regering hem te benoemen tot staatsraad. Aantjes werd in 1982 voorzitter van de Kampeerraad. NIOD-directeur H. Blom noemde in 2011 de affaire-Aantjes ‘het grootste bedrijfsongeval’ uit de geschiedenis van het instituut. 

Geallieerde roof en plundering vergoelijkt

De Jong besteedt in het ‘Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ nog geen twee pagina’s aan plundering door geallieerde militairen. Hij kon begrip opbrengen voor inbraak, diefstal, plundering en vernieling in geëvacueerde gebieden. Geallieerde militairen haalden uit verlaten huizen immers alles wat ze voor hun stellingen konden gebruiken. De Jong noemt de door Eisenhower en Montgomery genomen maatregelen effectief. In het bevrijde oosten, noorden en westen waren in april 1945 immers geen klachten over vernieling en plundering. Hij concludeert dat aan wangedrag van geallieerde militairen weinig of geen publiciteit is gegeven. 

Het ging de geallieerde militairen echter niet alleen om materiaal voor stellingen. Ze beroofden ook woningen, bedrijven, banken, kantoren en gemeentehuizen. Ze bliezen brandkasten en kluizen op en beroofden die van de inhoud. De instructies van Eisenhower en die van Montgomery van 6 mei 1945 kwamen als mosterd na de maaltijd en hadden geen enkel effect. De geallieerde legertop faalde in het handhaven van de vereiste militaire discipline. De Jong heeft het verschil in omstandigheden niet begrepen. De reden voor minder plundering in de rest van Nederland lag in de wijze van oorlogvoering. In een dynamische bewegingsoorlog hebben militairen weinig of geen gelegenheid tot plundering. In het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd waaruit de burgerbevolking was geëvacueerd, was ruim een half jaar sprake van een defensieve statische positieoorlog met een verstard front. De Jong hield bovendien geen rekening met de geallieerde censuur en durfde het taboe dat rust op plundering door geallieerden niet te doorbreken. Hij had een duidelijke voorkeur voor bewondering en dankbaarheid tegenover de geallieerden. Bevrijden en plunderen zijn echter twee verschillende zaken. Plundering en roof hoeven echter bewondering en dankbaarheid niet aan te tasten.

Orders to German Commanders on Surrender.

Luitenant-generaal Charles Foulkes

De Jong heeft wellicht een beslissende bijdrage geleverd aan de geschiedvervalsing van een capitulatie in Wageningen in mei 1945; in zowel De Bezetting 5, Amsterdam 1965 (p. 209-212) als ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, 1939-1945’, dl. 10b, Den Haag 1980 (p. 1383-1384; 1411, 1413) en dl. 12, Epiloog. 1ste helft, Leiden, 1988 (p. 68). Deze bijdrage bevat ten minste negen historische mythen (cursief weergegeven):

  1. In hotel ‘De Wereld’ in Wageningen werd op 5 mei 1945 ‘de conferentie gehouden
  2. waarbij de Wehrmacht in ons land’ om 16.30 uur ‘apart capituleerde’ tegenover de Canadese luitenant-generaal Foulkes.
  3. Het document in Wageningen is een capitulatiedocument (Instrument of Surrender).
  4. Foulkes las op 5 mei 1945 in hotel ‘De Wereld’ het capitulatiedocument voor aan Generaloberst Blaskowitz.
  5. Dit document bevatte de capitulatievoorwaarden.
  6. In Wageningen vonden 5 en 6 mei onderhandelingen over de capitulatie plaats.
  7. Blaskowitz kreeg desgevraagd 5 mei vierentwintig uur uitstel van ondertekening van het capitulatiedocument.
  8. Blaskowitz ondertekende 6 mei in de aula van de landbouwhogeschool het capitulatiedocument (in strijd met 1 en 2)
  9. in bijzijn van Foulkes en prins Bernhard

Donderdag 3 mei 1945 om 11.30 uur arriveerde, zoals vermeld, een Duitse militaire delegatie bij het tactische hoofdkwartier van veldmaarschalk Bernard L. Montgomery in zijn tent op de Timeloberg op de Lüneburger Heide. De delegatieleden ondertekenden 4 mei om 18.30 uur de onvoorwaardelijke overgave aan Montgomery als bevelhebber van de Brits-Canadese Noordelijke Groep van Legers. Montgomery ondertekende het Instrument of Surrender (capitulatiedocument) namens de geallieerde opperbevelhebber Eisenhower. 

‘Instrument of Surrender

of All German armed forces in HOLLAND, in northwest GERMANY including all islands, and in DENMARK.

1. The German Command agrees to the surrender of all German armed forces in HOLLAND, in northwest GERMANY including the FRISIAN ISLANDS and HELIGOLAND and all other islands, in SCHLESWIG-HOLSTEIN, and in DENMARK, to the C.-in-C. 21 Army Group. This to include all naval ships in these areas. These forces to lay down their arms and to surrender unconditionally. 

2. All hostilities on land, on sea, or in the air by German forces in the above areas to cease at 0800 hrs. British Double Summer Time on Saturday 5 May 1945. 

3. The German command to carry out at once, and without argument or comment, all further orders that will be issued by the Allied Powers on any subject. 

4. Disobedience of orders, or failure to comply with them, will be regarded as a breach of these surrender terms and will be dealt with by the Allied Powers in accordance with the accepted laws and usages of war. 

5. This instrument of surrender is independent of, without prejudice to, and will be superseded by any general instrument of surrender imposed by or on behalf of the Allied Powers and applicable to Germany and the German armed forces as a whole. 

6. This instrument of surrender is written in English and in German. The English version is the authentic text. 

7. The decision of the Allied Powers will be final if any doubt or dispute arises as to the meaning or interpretation of the surrender terms. 

B. L. Montgomery                                                                  v. Friedeburg

Field-Marshall                                                                       Kinzel.

                                                                                          G. Wagner

4 May 1945                                                                           Friedel

18.30 hrs                                                                              Poleck’

Holland en Heligoland moeten in dit Instrument of Surrender respectievelijk Nederland en Helgoland zijn. De Jong vermeldt de capitulatie van de Duitse troepen in noordwest Europa op 4 mei 1945 tegenover Montgomery op de Lüneburger Heide in ‘De Bezetting’ (209). Kennelijk wist hij niet dat Nederland ook tot noordwest Europa behoort. 

Radio Oranje vermeldde al in de Bevrijdingsuitzending van 5 mei 1945 om 20.15 uur dat Nederland vrij was. De Duitse troepen in Nederland hadden op 4 mei 1945 om 18.30 uur gecapituleerd op de Lüneburger Heide. Radio Oranje wist dat al sinds 4 mei om circa 20.30 uur. Men wist ook dat die capitulatie op 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking was getreden. Dat Nederland op dat tijdstip vrij was, had De Jong dus ook moeten weten.

Een in geschiedenis geïnteresseerde leek ziet onmiddellijk het verschil tussen het 'Instrument of Surrender' (capitulatiedocument) en de Orders to German Commanders on Surrender (Bevelen aan Duitse bevelhebbers die gecapituleerd hebben; een implementatiedocument). Het capitulatiedocument betreft de capitulatie van troepen. De geallieerden eisten in 1945 uitsluitend onvoorwaardelijke militaire capitulaties. Voorwaarden stellen of onderhandelen over voorwaarden was dus uitgesloten (mythen 5 en 6). Ter implementatie van het capitulatiedocument kreeg een bevelhebber die zich had overgegeven een implementatiedocument met overgavebevelen (Orders to German Commanders on Surrender) voorgelegd. Overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van het capitulatiedocument volgden de gecapituleerde Duitse bevelhebbers onmiddellijk ‘zonder discussie of commentaar’ en ‘zonder uitstel’ deze geallieerde bevelen op.

De bij Lüneburg onvoorwaardelijk gecapituleerde Duitse troepen in Nederland, noordwest Duitsland, Denemarken en Sleeswijk-Holstein staakten zaterdag op 5 mei 1945 om 08.00 uur alle vijandelijkheden te land, ter zee en in de lucht. De capitulatie trad op dat tijdstip in werking, ook in Nederland. Nederland was dus 5 mei 1945 om 08.00 uur vrij. Daarom behoort Nederland Bevrijdingsdag 5 mei te vieren; althans historisch gezien. Deze nationale viering van de bevrijding op 5 mei is op dinsdag 7 augustus 1945 door de ministerraad ingesteld. 

Die datum 5 mei is volgens het Nationaal Comité 4 en 5 mei gekozen ‘omdat op die dag de Capitulatie van de Duitsers werd aangekondigd’. Het comité spreekt ook over ‘de Capitulatie in Wageningen op 5 mei’. Het volgt met deze opmerkingen De Jong. Die beweert dat op 5 mei 1945 Blaskowitz namens de Duitse Wehrmacht zich bereid verklaarde tot overgave, waarna hij het capitulatiedocument een dag later ondertekende. 'Nadien gold de 5de mei als de nationale bevrijdingsdag'. (dl. 12, p. 68).

De keuze van bevrijdingsdag 5 mei berust dus op vier mythen: aankondiging van een capitulatie op 5 mei; capitulatie van de Duitsers in plaats van de Duitse troepen in noordwest Europa; en bereidverklaring tot respectievelijk ondertekening van de capitulatie in Wageningen op 5 en 6 mei. 

Orders to German Commanders on Surrender, p.1.

Orders to German Commanders on Surrender, p. 2

Orders to German Commanders on Surrender, p.3