18. okt, 2016

dr. Jan Brouwer. Bespreking History of War. Issue 34. Arnhem. Not ‘A Bridge Too Far’. 2016

Sinds september 2016 verschijnen de historische onjuistheden (mythen) over operatie Market Garden al weer. Men weet inderdaad niet wat men wil herdenken. Wel hoe. Op 3 september beweerde tijdens de Airborne Wandeltocht de Britse veteraan Arthur Letchford van het 2de parachutistenbataljon dat hij tijdens de 'slag om Arnhem' zelfs op de brug had gevochten. Leden van twee pelotons hadden op de noordelijke toegangsweg naar de brug vergeefs geprobeerd de brug te naderen. Niemand was echter verder gekomen dan de noordelijke brugoprit. De andere twee bataljons waren nog niet op weg naar de brug en hadden Arnhem nog niet bereikt. Er was dus zelfs nog geen sprake van strijd in en bij Arnhem. Majoor J. A. Hibbert (1917-2014) beweerde enige jaren geleden dat zijn hoofdkwartier was gevestigd onder de brug. De Britten moesten die brug 24 uur verdedigen. Ze zouden het 72 uur volhouden. Uiteraard bevond hij zich niet onder de brug, maar onder de noordelijke toegangsweg tot de brug. 

Sommige historici hechten veel geloof aan verslagen van veteranen. Vaak weten die nauwelijks iets over de strijd. Zij kregen bevel ergens heen te gaan en iets te doen. Het Britse History of War Magazine laat in Issue 34 een tweetal veteranen van de Britse 1st Airborne Division aan het woord. Een probleem is dat de redactie zelf niet weet waar  die troepen heen moesten en wat ze moesten doen. De redactie beweert dat in september 1944 deze divisie werd neergelaten boven Holland. In werkelijkheid was dat ten westen van Wolfheze in Nederland. Het doel was de verovering van de Rijnbrug; afbuigen om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied en vervolgens naar Berlijn om de oorlog nog in 1944 te beëindigen.  Bevrijding van Nederland zou ook nog een doel zijn, zelfs van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie. Wat een onzin!. Ook redacteur Tim Williamson kent dus niet het verschil tussen een opmarsrichting, een operatiedoel en een tactisch doel. Het doel van operatie Market Garden was de vestiging van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel. Het einddoel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was vorming van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen de Westerbouwing en Westervoort. Dit bruggenhoofd moest over ten minste een van de drie rivierbruggen beschikken.  

Veteraan Stephen Morgan (91) beweert dat hij bij aankomst op de brug wandelde. Hij ging zowel naar het noordelijke einde van de brug als naar het andere einde van de brug. Dit was totaal onmogelijk. Tijdens de strijd om de brug ontmoette hij onder de brug luitenant Grayburn. Ook dit was onmogelijk. Donderdag 21 september was de ´strijd om de brug´ voorbij. In werkelijkheid waren de Britten niet in staat om te strijden om de brug. Ze hadden defensieve posities ingenomen in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug. De laatste verdedigers moesten donderdag 21 september hun strijd staken. Volgens Morgan was de ´slag om Arnhem´ nog niet voorbij. Hij bedoelt de defensieve strijd rond Hartenstein in Oosterbeek. Morgan zegt dat hij vier dagen op en bij de brug was en dat die brug of Arnhem voor hem dus geen ´brug te ver´ was. Voor degenen die vast geloven in de mythe ´een brug te ver´ was veroveren van de brug het doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie. Verovering van die brug bleek echter een ´brug te ver´. Voor Montgomery was operatie Market Garden  een ´brug te ver´. Voor het Britse Tweede leger was vorming van het beoogde bruggenhoofd op de Veluwe een ´brug te ver´. Voor de Britten in en bij Oosterbeek en Arnhem was vorming van het bruggenhoofd langs de rivier een ´brug te ver´.

Veteraan geniesoldaat Tom Hicks (97) was ingedeeld bij het 3de bataljon. Hij beweert dat het doel van dit bataljon de verovering van de spoorbrug en Arnhem was, maar dat het de brug niet kon bereiken. Hij beweert ook dat hotel Hartenstein in Arnhem stond en dat er een ´slag om Arnhem´ is geweest.  Hij verdedigde zich voornamelijk in het gebied rond Hartenstein in Oosterbeek. Doel van het 3de bataljon dat over de Utrechtseweg zou trekken, was de linkerflank van het 2de bataljon dekken en in Arnhem de noord- en noordoostelijke zijde van dat bataljon afschermen. 

De redacteur beweert dat de Britten pas 25 september beseften dat de operatie niet kon slagen. De Britten in Oosterbeek moesten evacueren naar de zuidelijke oever van de Neder/Rijn. Operatie Market was echter al 19 september ten noorden van de Neder-Rijn mislukt. De Britten moesten vluchten of terugtrekken naar Oosterbeek. De strijd in en bij Arnhem duurde dan ook geen negen dagen, van 17 tot 26 september 1944, maar slechts twee dagen. De nasleep duurde nog een week.