Bram de Graaf, Spion van Oranje. Het oorlogsverhaal van Engelandvaarder Bram Grisnigt, Amsterdam 2016, 245 p.

Engelandvaarder en voormalig geheim agent Bram Grisnigt (1923) vertelt voor het eerst zijn oorlogsverhaal aan historicus en journalist Bram de Graaf. In 1941 vertrok Grisnigt op de fiets naar Frankrijk. De bestemming was Nederlands-Indië, maar werd het Verenigd Koninkrijk. Hij arriveerde daar negentien maanden later, kreeg een opleiding tot geheim agent en ontmoette de liefde van zijn leven. In september 1943 keerde hij per parachute terug naar Nederland in opdracht van de Nederlandse regering. De titel ‘Spion van Oranje’ is dan ook niet juist gekozen. Doel is duidelijkheid te verkrijgen over de wijze waarop het verzet is georganiseerd. In februari 1944 arresteren Duitsers hem. Een half jaar later gaat hij op transport naar Duitsland, waar hij verblijft in de concentratiekampen Sachsenhausen, Neuengamme en Ravensbrück. Eind april wordt hij door het Rode Leger bevrijd, waarna hij naar Nederland kan terugkeren.  

De Graaf weet het verhaal zeer goed leesbaar en boeiend te brengen.

Jammer is het gebruik van Hollanders en Holland voor Nederlanders en Nederland en ‘vanaf’ voor ‘sinds’. 

Onjuist zijn ‘Duitse capitulatie’ (182)  en ‘de capitulatie van Duitsland in mei 1945’ (239). Duitsland kon niet capituleren, omdat de geallieerden het Duitse staatshoofd en zijn regering niet erkenden. De Duitse troepen in Nederland, Noordwest-Duitsland, Helgoland en Denemarken capituleerden 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide tegenover Montgomery. Die eiste de onvoorwaardelijke capitulatie van alle troepen die tegenover zijn Brits-Canadese legergroep stonden. Het ‘Instrument of Surrender’ trad 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking. Genoemde landen en gebieden waren op dat tijdstip vrij. Alleen generaal Jodl ondertekende de onvoorwaardelijke capitulatie van alle Duitse strijdkrachten op alle fronten op 7 mei 1945 in Reims. Deze ook door alle geallieerden ondertekende capitulatie trad 8 mei 1945 om 23.01 uur in werking. Sindsdien vieren de westelijke geallieerden op deze datum Victory in Europe Day. Een half uur later ratificeerde generaal Keitel en de Duitse opperbevelhebbers van land-, zee- en luchtmacht in Berlijn-Karlshorst tegenover het Rode Leger en de westerse geallieerde strijdkrachten  de capitulatie in Reims om Stalin gerust te stellen en een nieuwe dolkstootlegende te voorkomen.

Philippe Faverjon, De Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste militaire operaties, Deltas 2011, 240 p.

Nederlandse vertaling: Marjan Lindt.

De historicus en auteur Faverjon is gespecialiseerd in de Tweede Wereldoorlog. Hij weet  slagvelden, strategieën  en tactische en materiële beslissingen vorm te geven in kaarten en andere illustraties. Inhoudelijk laat hij echter veel steken vallen. ‘Vanaf’ moet ‘sinds’ zijn, Duinkerke Duinkerken, Engeland Verenigd Koninkrijk en Engelsen Britten. 

De auteur heeft verzuimd aan te geven waarom de beschreven militaire operaties de belangrijkste zijn en aan welke criteria ze moeten voldoen. Zelfs de binnen vier dagen mislukte operatie Market Garden rekent hij tot de belangrijkste militaire operaties uit de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de conferentie van Casablanca ging het niet om het bepalen van de Angelsaksische, maar van de geallieerde Amerikaans-Britse strategie. Eisenhower schaarde zich niet achter het Britse standpunt, maar achter dat van Roosevelt. Bij de slag van Cassino heeft de auteur weinig oog voor de rol van het II Poolse Korps van generaal Anders. 

Van de doelen en het verloop van operatie Market Garden heeft de auteur niets begrepen. De lezer kan dit hoofdstuk beter overslaan. Doelen van deze operatie waren niet door Nederland trekken met pantservoertuigen en luchtlandingstroepen; Arnhem; de Rijnbrug ten zuiden van Arnhem; een invasie in Duitsland, verovering van het Ruhrgebied en beëindiging van de oorlog in 1944. Dat was gedeeltelijk de door Montgomery gewenste aanvalsrichting. Deze veldmaarschalk wilde ook geen luchtlandingstroepen laten landen op de Maasbrug bij Grave, de Waalbruggen bij Nijmegen en de Rijnbrug bij Arnhem. Deze laatste brug lag overigens niet over de Lek, maar over de Neder-Rijn. Montgomery wilde ook niet de Siegfriedlinie in het noorden overweldigen, maar om deze linie naar het oosten trekken. Toegankelijkheid van de Kanaalhavens en de haven van Antwerpen was geen voorwaarde voor het succes van deze operatie. Dan had de operatie pas eind november kunnen beginnen. Het geallieerde luchtlandingsleger bestond niet uit twee Amerikaanse luchtlandingsdivisies en het 1ste Britse Leger. De auteur bedoelt de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie. Generaal Galvin heet Gavin en de auteur vergeet de verovering van de Maasbrug bij Grave. De Duitse weerstand in Arnhem betekende niet het einde van operatie Market Garden. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn mislukte al op 19 september door Duitse weerstand in en ten westen van Arnhem. Grondoperatie Garden liep 21 september vast ten zuiden van Elst. Dat betekende het einde van operatie Market Garden. Die operatie duurde dan ook niet van 17 tot 27 september, maar van 17 tot 21 september 1944. De luchtlandingstroepen onder John Frost konden juist niet de zuidelijke toegangsweg tot de brug innemen. Ze konden uitsluitend de noordelijke toegangsweg tot de brug onder vuur houden; niet het noordelijke deel of het einde van de brug. De spoorbrug was door de Duitsers niet afgesloten, maar opgeblazen. De strijd duurde 20 september geen vijf dagen en de Britten hadden in Arnhem geen bruggenhoofd opgebouwd; zeker niet ten oorden van de Lek. Het Britse Tweede Leger had Arnhem niet bereikt en kon dus ook niet door Duitse tegenaanvallen tussen Arnhem en Nijmegen afgesloten worden.  De voorhoede van dit leger was immers ten zuiden van Elst vastgelopen op een Duitse blokkade. De evacuatie van de Britse troepen uit Oosterbeek vond niet plaats in de nacht naar 27 september, maar een nacht eerder. 

Niet Churchill en Eisenhower bepaalden tijdens de conferentie van Teheran in november 1943 de datum voor de invasie in Normandië. Dat had president Roosevelt al gedaan tijdens de conferentie in Casablanca. 

Maarschalk Keitel tekende 8 mei niet de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland. Hij ratificeerde de onvoorwaardelijke capitulatie van de Duitse strijdkrachten op alle fronten op 7 mei in Reims. Duitsland kon helemaal niet capituleren, omdat de geallieerden president Doenitz en zijn Flensburg-regering niet erkenden. 

De inhoud van een deel van het fraai uitgevoerde boek is dus beschamend slecht. Het boek is dan ook slechts aan te bevelen voor de deskundige en/of kritische lezer.

Antony Beevor, De Tweede Wereldoorlog, Amsterdam 2012, 928 p.

Beevor wijdt slechts ruim één pagina aan operatie Market Garden (701-702). Van deze operatie heeft hij weinig begrepen. Hij heeft wel de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. Doel was niet bij Arnhem de Rijn over te steken. Het strategische doel was de vestiging van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun V2-raketlanceerbases in het westen van Nederland. Dat was ook de belangrijkste reden om bij Arnhem de Neder-Rijn over te steken. Niet het afvuren van V2-raketten vanuit Nederland. Begin september had Montgomery met operatie Comet Garden al gekozen voor een Rijnoversteek bij Arnhem. 

Grondoperatie Garden was niet ondergeschikt aan luchtlandingsoperatie Market. Juist andersom. Luchtlandingstroepen moesten juist ‘een tapijt’ leggen voor het oprukkende grondleger. Luchtlandingstroepen hadden 27 september geen bruggenhoofd bij Arnhem in handen en konden zich die dag dan ook niet overgeven. De restanten van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie waren al 25 september ’s nachts over de Neder-Rijn gezet.

De auteur heeft ook van de capitulaties van de Duitse strijdkrachten op 4 en 7 mei weinig begrepen. Hij heeft ook hierover de klok horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt (832-833). Juist is de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide. Juist is ook de  ondertekening door generaal Jodl om 02.41 uur van de onvoorwaardelijke capitulatie van alle Duitse strijdkrachten op alle fronten op 7 mei 1945 in Reims.

Onjuist is het tijdstip van inwerkingtreding van deze capitulatie. De auteur beweert dat de capitulatie 9 mei om 24.01 uur zou ingaan. In werkelijkheid trad deze capitulatie 8 mei om 23.01 uur (MEZT) in werking. De oorlog in Europa was op dat moment voorbij. De westerse geallieerden vieren sindsdien 8 mei Victory in Europe Day (V-E Day). De auteur spreekt abusievelijk over een herhaling van de capitulatieceremonie op 8 mei in Berlijn-Karlshorst en ondertekening van een capitulatiedocument. In Berlijn-Karlshorst ondertekende Keitel om 23.30 uur en niet om 24.01 uur de akte van ratificatie van de capitulatie in Reims voor het Rode Leger. De USSR maakte dat 9 mei om 02.00 uur bekend. Daarom viert Rusland 9 mei de overwinning op Nazi-Duitsland en het einde van de Grote Vaderlandse Oorlog.

Nigel Hamilton, Roosevelt vs. Churchill. Bevelhebbers in oorlog – 1943, Amsterdam 2016, 416 p. Vert. Arnout van Cruyningen.

De Britse - nu Amerikaanse - historicus, journalist en uitgever weerlegt in deze uitstekend geschreven en inhoudelijk zeer goede biografie op overtuigende wijze een hardnekkige mythe. President Franklin Delano Roosevelt (30 januari 1882- 12 april 1945) was geen militair leider, aldus de mythe. Hij liet de militaire aspecten van de oorlogvoering over aan de gezamenlijke chefs van staven en de oorlogsstrategie aan de Britse premier Winston Churchill. Deze mythe ontstond na het overlijden van Roosevelt. De chefs van staven en Churchill konden daardoor hun eigen fouten verdoezelen en de rol van de president in hun memoires bagatelliseren. In werkelijkheid was de president in zijn functie van opperbevelhebber van de strijdkrachten van de Verenigde Staten een belangrijk militair leider en strateeg. Hij had bovendien oog voor de naoorlogse veiligheid op basis van het Atlantisch Handvest van 14 augustus 1941. Roosevelt wilde instelling van de Verenigde Naties onder leiding van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de Unie van Socialistische Sovjet Republieken en China. Hij was bovendien voorstander van dekolonisatie.

Biografisch onderzoek leidde tot de belichting van een onbekende kant van deze Amerikaanse president. Kern is de zoektocht in 1943 van de geallieerden naar de beste wijze om Nazi- Duitsland, Italië en Japan te verslaan. De Britse premier Winston Churchill wilde vanuit het Middellandse Zeegebied een vrije zeeweg naar India en door Italië en de Balkan naar het noorden. Hij wilde bovendien herstel van het Europees imperialisme. Hij begreep echter wel dat de Amerikanen de plannen maakten voor de toekomst en erkende de dominante rol van de Verenigde Staten. Roosevelt had als opperbevelhebber van de strijdkrachten van de Verenigde Staten een andere militaire strategie. Hij koos als militair leider voor de oversteek over Het Kanaal van Engeland naar Frankrijk (Normandië) in het voorjaar van 1944. Eerst moesten de geallieerde troepen gevechtservaring opdoen in het Middellandse Zeegebied. Duidelijk blijkt uit het boek de grote rol van Roosevelt in het bepalen van de Amerikaanse en geallieerde militaire strategie. 

Belangrijk in de geallieerde zoektocht waren de conferenties van Roosevelt met Churchill in Casablanca (14-24 januari 1943), Washington (12-25 mei 1943) en Quebec (17 – 24 augustus 1943). De besluiten van deze conferenties zijn wellicht bekend. Niet echter de opvattingen waarmee de partijen naar de conferentie kwamen. Roosevelt wilde de afspraak over een onvoorwaardelijke overgave van de strijdkrachten of vernietiging van Duitsland, Italië en Japan. Hij was fel tegen onderhandelingen en wilde geen wapenstilstand of vredesonderhandelingen, zeker niet in de trant van het Vredesverdrag Versailles (1919). De arrogante generaal De Gaulle hield vast aan herstel van het oude Franse koloniale rijk en Stalin had zijn eigen agenda. Eisenhower genoot het vertrouwen van Roosevelt. Die zag zich herhaaldelijk geconfronteerd met de opvattingen van de Amerikaanse en Britse chefs van staven en Churchill. Roosevelt had de atoombom achter de hand en Hitler nieuwe vergeldingswapens (de V-raketten). 

De auteur gebruikt voornamelijk brieven, dagboeken, telegrammen, verslagen, memoires, archiefstukken en literatuur. Onjuist is het gebruik van Engelsen in plaats van Britten.

Nicholas Stargardt, The German War. A Nation under Arms, 1939-45, London 2015, 704 p.

Het boek bevat kaarten, lijst van illustraties (foto’s), noten, literatuur, index.

De Britse historicus Stargardt geeft in dit helder geschreven boek een uitstekend beeld van Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is gebaseerd op primaire bronnen, vooral brieven van gewone burgers en militairen, onder wie Joden en Jehovagetuigen.

De juist gekozen titel duidt precies aan dat deze oorlog geen Nazi oorlog was, maar een Duitse oorlog. Duitsers voerden een verdedigende oorlog van een natie onder de wapenen, een oorlog van patriottisme en nationale verdediging. Er was nationale solidariteit en strijd voor een rechtvaardige zaak. Ze streden tegen de zware en onrechtvaardige bepalingen van de Vrede van Versailles en kwamen bedreigde etnische Duitse minderheden te hulp, vooral in Polen. Duitsers wisten waarom en waarvoor ze vochten. Ze wisten ook van de vervolging (genocide) van joden, Polen als een minderwaardig ras, psychiatrische patiënten en anderen. De Duitsers vochten een gerechtvaardigde oorlog en zijn daaraan collectief schuldig. ‘Wir haben es nicht gewusst’ is dan ook onjuist. Ze zagen de geallieerden niet als bevrijders, maar als aanvallers, veroveraars en de bezettende macht. De auteur besteedt aandacht aan de wijze waarop Duitsers de totale oorlog hebben ervaren en wat hen dreef te vechten voor een verloren zaak en uitputting van morele en fysieke reserves. Ze zagen de geallieerde strategische luchtaanvallen op steden en dus burgers als wraak voor de Duitse genocide van de joden. 

Juist is de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide tegenover Montgomery. Juist is ook de inwerkingtreding van deze capitulatie op 5 mei 1945 om 08.00 uur. Generaloberst Jodl ondertekende 7 mei in Reims om 02.41 uur de onvoorwaardelijke capitulatie van alle Duitse strijdkrachten op alle fronten; geen ‘complete wapenstilstand’ (541). De Duitse strijdkrachten staakten hun actieve operaties op 8 mei om 23.01 uur (MEZT). De oorlog in Europa was voorbij. De westerse geallieerden vieren 8 mei Victory in Europe Day (V-E Day). Onjuist is te spreken over een herhaling van de capitulatieceremonie  op 8 mei in Berlijn-Karlshorst en ondertekening van een ‘volledig capitulatiedocument’. In Berlijn-Karlshorst ondertekende Keitel om 23.30 uur de akte van ratificatie van de capitulatie in Reims voor het Rode Leger. De USSR maakte dat 9 mei om 02.00 uur bekend. Daarom viert Rusland 9 mei de overwinning op Nazi-Duitsland en het einde van de Grote Vaderlandse Oorlog. 

The German War is geschikt voor geïnteresseerden in de Tweede Wereldoorlog en verplichte literatuur voor diegenen die Duitsers willen uitnodigen bij een herdenking.

Michael Jones, After Hitler. The Last Days of the Second World War in Europe, London 2015, 372 p.

After Hitler van historicus en schrijver Michael Jones is goed leesbaar en met een heldere structuur geschreven. De van dag tot dagbenadering voor militaire gebeurtenissen is aangevuld met internationale politiek, diplomatie en veel menselijk leed. Het gaat om de laatste tien dagen van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Een belangrijk doel is duidelijk maken waarom in Europa twee Victory in Europe Days (V-E Day) worden gevierd: 8 mei in West-Europa en de VS en 9 mei in Rusland. Veel aandacht krijgt ook de Praagse opstand van 5 tot 9 mei 1945. 

De auteur geeft een goed beeld van de vorming van het wankele bondgenootschap tussen het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie; de spanningen tussen de westerse geallieerden en het wantrouwen bij Stalin. Het was verstandig van Eisenhower 28 maart 1945 bekend te maken dat de westerse geallieerden oprukten naar de Elbe. Berlijn liet hij over aan het Rode Leger ondanks de bezwaren van Montgomery. Hitler pleegde 30 april zelfmoord. Zijn opvolger was 1 mei grootadmiraal Karl Dönitz, niet als Tweede Führer zoals de auteur meedeelt, maar als Reich President. Hij moest een einde aan de oorlog maken met wraaklustige veroveraars en een oplossing zoeken voor de talloze vluchtende burgers en Duitse troepen. Het Rode Leger nam die dag Berlijn in. De Brits-Canadese legergroep onder Montgomery nam Wismar en Lübeck in en sloot Denemarken af voor het Rode Leger. Britse eenheden namen 5 mei Kiel in. Dönitz vestigde zich 3 mei in Flensburg. Hij probeerde burgers en troepen te redden van het Rode Leger door deelcapitulaties met de westerse geallieerden. Hij wilde bij voorkeur met hen voortzetting van de strijd tegen de USSR. 

De militaire capitulatie op de Lüneburger Heide is uitvoerig beschreven. Donderdag 3 mei 1945 verscheen een Duitse delegatie onder leiding van admiraal Von Friedeburg in Montgomery’s hoofdkwartier op de Timeloberg. Von Friedeburg bood de capitulatie aan van drie Duitse legers op de terugtocht voor het Rode Leger. Montgomery eiste de onvoorwaardelijkecapitulatie van alle Duitse troepen die tegenover zijn legergroep stonden in Nederland, Noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein en Denemarken. Na ruggespraak met Dönitz keerde de delegatie de volgende dag terug. De leden ondertekenden 4 mei om 18.30 uur het Instrument of Surrender. Montgomery tekende namens opperbevelhebber Eisenhower. De capitulatie trad de volgende dag, 5 mei, om 08.00 uur in werking, ook in Nederland (131). Onjuist is het gebruik door de auteur van Holland voor Nederland. Bij de implementatie van het Instrument of Surrender (capitulatiedocument) is hij het spoor bijster geraakt. Gecapituleerde Duitse bevelhebbers moesten Orders on Surrender (overgavebevelen) tekenen, zoals generaal Erich Straube bij de Canadese generaal Simonds. Die bevelen gingen voornamelijk over het verstrekken van militaire informatie en concentratiegebieden voor ontwapening en de gang naar krijgsgevangenschap. De auteur spreekt vaak over Duitse overgave of capitulatie (120, 126, 136-137, 220, 275, 289). De geallieerden erkenden echter de regering van president Dönitz niet. Jones spreekt abusievelijk ook over de formele overgave van Denemarken, Holland en Noordwest-Duitsland (136). Bovendien laat hij in Nederland de gecapituleerde bevelhebber Blaskowitz 5 mei om 16.04 in Wageningen de capitulatie tekenen van zijn 25ste leger (131-134). Dat leger had zich 4 mei op de Lüneburger Heide echter al overgegeven. Blaskowitz ondertekende 5 mei om 16.30 uur de door de Canadese generaal Foulkes opgestelde Orders to German Commanders on Surrender. Die waren vereist door en dienden ter implementatie van het capitulatiedocument van de Lüneburger Heide. Onjuist is dat 5 mei de vrede in Nederland of capitulatie in Wageningen is getekend (134, 201). De niet door de geallieerden erkende Duitse regering kon geen vrede sluiten, zeker niet 5 mei in Holland (ook niet in Nederland). De auteur heeft wel begrepen dat de op 4 mei gecapituleerde Duitse troepen na 5 mei in Nederland geen krijgsgevangen waren. Canadezen beschouwden hen als ontwapende Duitse troepen die voor zichzelf moesten zorgen. Blaskowitz had vierentwintig uur uitstel gekregen voor het verstrekken van de vaak zeer gedetailleerde informatie. Daarom trokken Britse en Canadese troepen niet 6 mei, zoals de auteur stelt (135), maar 7 mei naar het westen van Nederland. Hun doel was de Duitse troepen te ontwapenen. 

Von Friedeburg vertrok 5 mei naar Reims. Doel was een capitulatie van de troepen aan het westelijke front. De vereenvoudigde Act of Military Surrender eiste echter een onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse troepen op alle fronten. Generaal Jodl ondertekende 7 mei om 02.41 uur de capitulatie in Reims. Die trad de volgende dag om 23.01 uur in werking. Daarom vieren West-Europa en de Verenigde Staten 8 mei Victory in Europe Day (V-E Day). Stalin wantrouwde de gang van zaken en eiste ook een capitulatie aan het Rode Leger in Berlijn. De auteur onderscheidt de eerste ondertekening van de capitulatie van de Duitse troepen in Reims en de tweede ondertekening door Keitel in Berlijn-Karlshorst (218). Deze werd in de Sovjet-Unie de volgende morgen bekend gemaakt. Daarom viert Rusland 9 mei de Dag van de Overwinning en het einde van de Grote Vaderlandse Oorlog. Er waren echter geen eerste en tweede ondertekening. Jodl ondertekende 7 mei in Reims de Act of Military Surrender. Deze originele tekst was bindend. Keitel ondertekende 8 mei in Berlijn de Ratificatieakte ter ratificatie en bevestiging van het originele capitulatiedocument van Reims.  In Reims was dus de capitulatie- en in Berlijn-Karlshorst de ratificatiehandeling. 

In een aantal gebieden ging de oorlog echter door, bijvoorbeeld in Polen, Praag en Texel. Britse eenheden arresteerden 23 mei 1945 de Flensburgregering. De auteur maakt helaas geen melding van de Verklaring van Berlijn van 5 juni 1945. Hij besteedt wel aandacht aan de conferentie van Potsdam van 17 juli tot 2 augustus 1945. 

Het boek is ten onrechte zeer geprezen in de Britse pers en door Robert Kershaw. Het is voornamelijk geschikt voor geïnteresseerden.