dr. Jan Brouwer: Arnhemse Rijnbrug was geen ‘brug te ver’.

Rijnbrug, 19 september 1944. Britten verdedigen gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug.

De Rijnbrug bij Arnhem is een vaste stalen verkeersbrug van het type boogbrug die de Neder-Rijn overspant. De brugoverspanning tussen de twee brugpijlers heeft een lengte van 120 meter. Een aanbrug en viaduct met trapopgangen verbinden de brugoverspanning met het noordelijk land-, wal- of bruggenhoofd. Dat steunpunt van de brug is een aanbouw op de oever. Het noordelijke deel van de Nijmeegseweg is de noordelijke toegangsweg naar de brug. De brug is gebouwd van 1932 tot 1935, 10 april 1935 geopend en vrijdag 10 mei 1940 door de Nederlandse genie en Rijkswaterstaat opgeblazen. Duitsers legden vijf dagen later een pontonbrug. De herbouw van de verkeersbrug was in augustus 1944 voltooid. Geallieerde bommenwerpers beschadigden op 6 oktober 1944 de brug tijdens het Duitse tegenoffensief in de Over-Betuwe. Zeven Amerikaanse B-26 Marauder bommenwerpers van de 344th Bombardment Group wisten 7 oktober 1944 de brug te vernielen. De Duitsers braken die dag juist hun offensief in de Over-Betuwe af. Ze bliezen het restant van de brug 7 februari 1945 op uit vrees voor een geallieerd offensief vanuit het Over-Betuwse bruggenhoofd. De geallieerden trokken echter de volgende dag het Rijnland in op weg naar de Rijn. Britse en Canadese troepen trokken in april 1945 vanuit het naar het noordoosten uitgebreide Over-Betuwse bruggenhoofd het Pannerdensch kanaal en de IJssel over. Ze zuiverden van 12 tot 14 april 1945 Arnhem en omgeving. De brug werd in 1949 en 1950 herbouwd en 9 mei 1950 heropend. De Rijnbrug werd 16 december 1978 vernoemd naar luitenant-kolonel John Dutton Frost (1912-1993), commandant van het 2de parachutistenbataljon. Mannen van dat bataljon en anderen hadden 17 september 1944 defensieve posities ingenomen in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug. Duitsers hadden 17 september de spoorbrug opgeblazen en de pontonbrug was onbruikbaar omdat het middenstuk was uitgevaren. 

Operatie Market Garden van 17 tot 21 september 1944

Over deze Rijnbrug is veel geschreven, vooral door Britse en Nederlandse auteurs; het Airborne Museum in Oosterbeek; Liberation Route Europe (LRE) (https://liberationroute.nl/), dagblad De Gelderlander, omroep Gelderland en Wikipedia. De beweringen betreffen meestal de brug van 17 tot 21 september 1944, dus tijdens operatie Market Garden. Vrijwel alle beweringen zijn te bestempelen als historisch onjuist (mythen) of geschiedvervalsing. Operatie Market Garden duurde niet van 17 tot 26 september 1944, maar tot 21 september. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was al op 19 september 1944 mislukt. Overlevenden van de luchtlandingstroepen trokken zich terug naar gebied rond hotel Hartenstein in Oosterbeek. De defensieve nasleep van de operatie ten noorden van de Neder-Rijn duurde nog tot 25 september. Grondoperatie Garden was 21 september mislukt ten zuiden van Elst waar Britse grondtroepen waren vastgelopen op een Duitse Sperrlinie. Reeds de volgende dag kreeg Montgomery toestemming van generaal Eisenhower in Versailles voor de Brits-Amerikaanse bruggenhoofdoperatie Gatwick. Doelen waren de vorming van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel, Krefeld, Düsseldorf en Keulen. 

Rijnbrug geen doel van operatie Market Garden

Een onmiskenbare geschiedvervalsing is de bewering van velen, onder meer het Airborne Museum, dat de Rijnbrug het einddoel van operatie Market Garden was. Deze brug was dus evenmin dé prijs of de brug ‘waarom het in september 1944 allemaal draaide’. Geschiedvervalsingen zijn ook een Britse 'opmars’ of ‘race naar de Rijnbrug’; de Rijnbrug waar operatie Market Garden stokte en zelfs strandde en de geallieerde beschermde opmarsroute of ‘corridor naar de Rijn(brug)’. Die corridor liep maar tot de Waal nadat 14 september 1944 de landing van een Britse brigade in Elst was geschrapt.

Luchtlandingsoperatie Market was bovendien ondergeschikt aan grondoperatie Garden. Het doel van de luchtlandingen was een tapijt van luchtlandingstroepen te leggen waarover de grondstrijdkrachten konden oprukken. Tactische doelen van deze luchtlandingstroepen waren het veiligstellen van wegen en bruggen voor de grondtroepen. De Rijnbrug bij Arnhem was dus een belangrijk doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivise. 

Ook bevrijding en opmars naar Berlijn geen doelen van operatie Market Garden

Bevrijding van Nederland en ‘een snelle doorstoot naar Duitsland’ waren evenmin doelen van operatie Market Garden. Bij Arnhem afbuigen naar het oosten; oprukken om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied en vervolgens door de Noordduitse laagvlakte naar Berlijn was de gekozen opmarsroute. Deze route is door velen aangezien voor een operatiedoel. Bevrijding van Nederland als operatiedoel is een geschiedvervalsing die onder meer verspreid wordt door het Airborne Museum, LRE en Arnhem. De Rijnbrug beschouwen als ‘brug naar bevrijding’ (Bridge to Liberation) is dus eveneens historisch onjuist. Wethouder Elfrink van Arnhem sprak in 2016 zelfs over ‘de strijd voor de vrijheid van Europa die in september 1944 geleverd is’ in Arnhem (De Gelderlander, 1 juni 2016). Vrijheid van Europa kon helemaal geen doel zijn van één operatie. 

Doelen van operatie Market Garden

Operatie Market Garden was geen bevrijdings-, maar een bruggenhoofdoperatie. De operatie was gericht op de vorming van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn. Het strategische doel van operatie Market Garden was de vestiging van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet aan het IJsselmeer. Dit bruggenhoofd moest beschikken over diepe uitlopers over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen. Het moest als uitvalsbasis kunnen dienen voor een opmars naar Duitsland. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. De Rijnbrug was slechts de laatste brug op de weg naar het te vormen bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn. 

Doelen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie

Een dubbele hardnekkige mythe is dat het einddoel van de 1st British Airborne Division de verovering van de Rijnbrug was. Het einddoel van deze divisie was echter de vorming van een bruggenhoofd van de Westerbouwing tot en met de spoorbrug bij Westervoort. Dit bruggenhoofd langs de rivier moest uiteraard kunnen beschikken over ten minste één van de drie oeververbindingen bij Arnhem. Het moest dienen als opstelplaats voor het XXX Corps van het Britse 2de leger. Een hardnekkige mythe is dan ook dat alle Britse luchtlandingstroepen naar de Rijnbrug moesten.

Het divisieplan voorzag in de opbouw van het beoogde bruggenhoofd van zuid naar noord. Daarom moesten de drie bataljons van de bij Wolfheze gelande 1ste Parachutistenbrigade 17 september over vrijwel evenwijdige marsroutes oprukken naar het oosten.

Het 2de parachutistenbataljon onder luitenant-kolonel Frost was de zuidelijke route langs de Neder-Rijn toegewezen. Uitsluitend dit bataljon moest de noordelijke en zuidelijke toegangswegen naar de drie Rijnbruggen - spoor-, schip- en verkeersbrug - veroveren. Dit was de juiste tactiek om te voorkomen dat de vijand de brug zou opblazen. Het bataljon moest bovendien de toegangswegen uit het westen en noordwesten bewaken.

Het 3de parachutistenbataljon onder luitenant-kolonel John A. C. Fitch (1907-1944) moest de middelste route over de Utrechtseweg volgen. Taken waren de linkerflank dekken van het 2de bataljon en de noord- en noordoostelijke zijde afschermen bij het veiligstellen van de verkeersbrug.

Het 1ste parachutistenbataljon onder luitenant-kolonel David Th. Dobie (1912-1971) moest de noordelijke route over de Amsterdamseweg volgen. Taken waren de linkerflank van het 3de bataljon beschermen; hoge gronden ten noorden van Arnhem bezetten en de toegangswegen uit Ede, Apeldoorn en Zutphen afsluiten.

De op 18 september op de Ginkelse heide gelande 4th Parachute Brigade onder brigadegeneraal Hacket moest in oostelijke richting oprukken over de Amsterdamseweg. Doelen waren het bezetten van gebied ten noorden en noordoosten van de stad en bij de Apeldoornseweg contact maken met het 1ste bataljon.

De 1st Airlanding Brigade moest die dag naar het oosten oprukken ter bescherming van de westelijke sector van het intussen gevormde bruggenhoofd. 

Al in de nacht naar 18 september was de 1ste Britse luchtlandingsdivisie uiteengevallen. Ook de andere twee bataljons van de 1st Parachute brigade trokken in afwijking van het divisieplan in de richting van de brug. Beide bataljons wilden de troepen van Frost versterken. Alleen Hackett hield vast aan het bereiken van de oorspronkelijk vastgestelde doelen. Het 10de en het 156ste  bataljon van de 4de Parachutistenbrigade zouden deze doelen niet bereiken en 19 september ophouden te bestaan. Zij stuitten op de Duitse Sperrlinie (afweerscherm) op en langs de Dreijenseweg in Oosterbeek. Het 11de bataljon kreeg 18 september bevel drie bataljons in de westelijke buitenwijken van Arnhem te versterken. Die stuitten daar bij hun pogingen bij de troepen van Frost te komen op het ondoordringbare Duitse afweerscherm. 

Noordelijke toegangsweg naar de brug is geen onderdeel van de brug

In het gemythologiseerde verhaal over een ‘slag om Arnhem’ wisten volgens het Airborne Museum en LRE ruim zevenhonderd man onder Frost de Rijnbrug te bereiken. De Britten slaagden er echter niet in de gehele brug op de Duitsers te veroveren. Op deze brug werd de ‘slag om Arnhem’ uitgevochten in september 1944. Bovendien vond hier de strijd om de brug plaats; ‘de historische brug die zo’n belangrijke rol speelde in de Slag om Arnhem in 1944’ (De Gelderlander, 12 september 2016). Deze brug was zelfs het doel van de ‘slag om Arnhem’. Volgens de LRE faalde operatie Market Garden onder meer door het Duitse verzet bij de Rijnbrug. De brug waarop Frost standhield bleef tot 21 september 1944 in geallieerde handen. Trotse veteranen beweerden zelfs op de brug te hebben gevochten. Veel auteurs laten de troepen van Frost het noordelijke deel of einde van de brug veroveren. Anderen spreken over verovering van de noordkant of noordzijde van de brug en verdediging daarvan tot 21 september. Majoor J. A. Hibbert (1917-2014) beweerde enige jaren geleden zelfs dat zijn hoofdkwartier was gevestigd onder de brug. De Britten moesten die brug vierentwintig uur verdedigen en zouden het tweeënzeventig uur volhouden volgens Hibbert. Onjuist is ook dat de troepen van Frost een bruggenhoofd vormden ten noorden van de brug. Dagblad De Gelderlander (Jules Huijnen) schreef 26 november 2016 zelfs over een parkeerplaats voor honderd auto’s onder de John Frostbrug.

Bedoeld in al deze gevallen is natuurlijk niet de brug, maar de noordelijke toegangsweg tot de brug. Mythen zijn dan ook ‘slag om de (strategisch belangrijke) Rijnbrug’, heroïsche strijd om de Rijnbrug’;  ‘gevechten rond de Rijnbrug’ (www.airbornemuseum.nlhttp://www.infocentrum-slagomarnhem.nl/) en de brug ‘waar in de oorlog zo hevig om gevochten is’. De lichtbewapende luchtlandingstroepen aan weerszijden van de noordelijke brugoprit zonder ondersteuning van bijvoorbeeld zware artillerie konden immers geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander. Zij konden zich ternauwernood verdedigen tegen een steeds sterker wordende tegenstander. ‘Gevechten rond de brug’ waren uiteraard onmogelijk. De gevechten beperkten zich tot de omgeving van de noordelijke toegangsweg tot de brug. Opmerkelijk is dat slechts weinigen onderscheid maken tussen de brugoverspanning en de toegangswegen naar de verkeersbrug over de Neder-Rijn. Zo spreekt burgemeester Kaiser van Arnhem zonder nadere argumentatie herhaaldelijk over de brug als icoon van de stad. Hij bedoelt in het gunstigste geval de noordelijke toegangsweg tot de brug of de brug als icoon van de wederopbouw.

In werkelijkheid wisten ruim zevenhonderd mannen 17 september 1944 defensieve posities in te nemen in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg. Van daaruit konden zij het noordelijke deel van de Nijmeegseweg beheersen. Juist was dan ook geweest niet de brug maar deze noordelijke toegangsweg naar John Frost te vernoemen. Een geschiedvervalsing is dat de Rijnbrug het toneel van de ‘slag om Arnhem’ was. Bovendien is om en op de brug niet gevochten. Twee pelotons ondernamen 17 september  ’s avonds vergeefse pogingen de brug en de zuidzijde van de brug te naderen.  Het gebruik van een vlammenwerper had tot resultaat dat omstreeks 22.00 uur een loods met munitie ontplofte en de brug vlam vatte. Inname van de brug was afgezien van Duitse tegenstand daardoor al niet meer mogelijk. 

Rijnbrug was geen brug te ver

De ‘iconische’ Rijnbrug ‘bleek’ een ‘brug te ver’. Dat willen velen ons doen geloven. Als zodanig is de brug helaas wereldberoemd geworden door de gemythologiseerde film A Bridge Too Far (1977) over de ‘Slag om Arnhem’. Deze film was gebaseerd op het boek met dezelfde titel van Cornelius Ryan (1974). De brug was echter geen einddoel van de luchtlandingstroepen en de grondtroepen en kon dus geen brug te ver of te ver gegrepen doel zijn. De voorhoede van de grondtroepen had 21 september niet de opdracht naar de Rijnbrug te gaan. Ze moest proberen alsnog het bruggenhoofd op de Veluwe te realiseren, hetzij over Arnhem, hetzij over de Neder-Rijn ten westen van Driel. Niemand heeft bovendien kunnen aanduiden waaruit bleek dat en voor wie de Rijnbrug een brug te ver was. Bovendien is 'Een brug te ver' geen synoniem van operatie Market Garden.

Operatie Market Garden was voor Montgomery een brug te ver. Vestiging van een bruggenhoofd op de Veluwe was voor het Britse Tweede Leger een brug te ver. Vorming van een bruggenhoofd aan weerszijden van de rivier met ten minste één oeververbinding was voor de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie een brug te ver. 

De mythe ‘Slag om Arnhem’

Herdenken van een ‘Slag om Arnhem’ is onmogelijk. Arnhem was geen doel en luchtlandingstroepen konden geen slag leveren. Lichtbewapende parachutisten en zweefvliegeenheden zonder lucht- en artilleriesteun; voertuigen, antitankwapens en zware wapens konden immers geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander met steun van artillerie, vliegtuigen, (pantser)voertuigen en zware wapens. Luchtlandingstroepen moesten zich beperken tot man-tegen-man-, straat- en huis-aan-huisgevechten. Dat deden ze in de westelijke buitenwijken van Arnhem, vooral op de Utrechtseweg en Onderlangs, en bij de noordelijke toegangsweg tot de Rijnbrug. 

Het flitsend multimedia- en theaterspektakel Bridge to Liberation heeft driemaal in Arnhem plaatsgevonden. Dit inhoudelijk zeer zwakke spektakel richt zich meer op beleven, show en feest dan op herdenken; meer op de vorm dan op de inhoud. Arnhem weet kennelijk nog steeds niet wat te herdenken. Met een gemythologiseerde slag om de stad weet men kennelijk toch geen raad. Te herdenken is de vergeefse defensieve strijd bij de noordelijke toegangsweg tot de Rijnbrug (Nijmeegseweg). Te herdenken is ook de eveneens vergeefse offensieve strijd in de westelijke buitenwijken van de stad, vooral op en bij de Utrechtseweg en Onderlangs. Deze strijd noemt men ook wel ‘slag om Arnhem’, al was het geen slag en Arnhem geen doel.. Te herdenken is ook de verwoesting van een deel van de stad. Het Airborne Museum beweert abusievelijk dat de ‘slag om Arnhem’ in Oosterbeek erg leeft. Wie vraagt naar die gemythologiseerde slag krijgt echter terecht geen duidelijk antwoord. Verwezen wordt slechts naar de Airborne begraafplaats; Hartenstein; troepen die door Oosterbeek naar de brug trokken en gevechten daar. Het nieuwe toeristische paviljoen met de onjuiste naam ‘Slag om Arnhem’ aan de Rijnkade in Arnhem wordt in maart 2017 geopend. Het beoogt ‘de bezoeker midden in de bittere gevechten te plaatsen tussen de Britse en Duitse troepen rond de Rijnbrug in september 1944’. Die strijd  ‘rond de brug’ is een nieuwe mythe. Op de rivier en de zuidelijke toegangsweg naar de brug werd immers niet gestreden. 

‘Slag om Arnhem’ omvat de mythen ‘strijd om’ en ‘op de brug’; ‘de brug als toneel van die strijd’; de gevechten in de westelijke buitenwijken van de stad; en ‘de slag is losgebarsten’ (Omroep Gelderland). Doel van de gevechten was echter niet Arnhem, maar versterking van de troepen bij de noordelijke toegangsweg tot de brug. In Arnhem is dan ook uitsluitend gestreden in de westelijke buitenwijken en in de omgeving van de noordelijke toegangsweg tot de brug. Die vergeefse en tot mislukken gedoemde strijd dient men dus te herdenken. Het 30 maart 2017 te openen paviljoen Airborne at the bridge  is ruimer maar ligt ongunstiger in de zin van excentrischer dan het huidige in 2007 geopende informatiecentrum. Dat bevindt zich niet ‘aan de voet van de brug’ op de Rijnkade, maar wel op een ‘historische plek’, namelijk nabij de noordelijke toegangsweg tot de brug. 

Het stadsbestuur wil voor maximaal 100.000 euro een looproute laten aanleggen langs plekken die een rol hebben gespeeld tijdens de zogenaamde slag om Arnhem. De route loopt van station Arnhem Centraal naar de Rijnkade en dus niet naar de noordelijke toegangsweg tot de brug. Het zou natuurlijk die gevechten moeten bevatten die aan te duiden zijn als een 'slag' en wel een slag gericht op de verovering van Arnhem.