dr. Jan Brouwer: Plotseling vertrek van Airborne manager Hedwig Kauffman

Montgomery's plan voor bruggenhoofdoperatie Market Garden. Het einddoel was de vorming van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer.

De gemeenten Arnhem, Ede, Renkum en Overbetuwe willen meer samenwerking bij de realisering en profilering van 'Normandië van het Noorden’ en 'moderne vormen van herdenken'; wat die ook zijn mogen. Kennelijk herdenken van geschiedvervalsingen, zoals ‘slag om Arnhem’, ‘brug naar bevrijding’ (Bridge to Liberation Experience) en ‘capitulatie in Wageningen’. Doel is niet het bevorderen van historische juistheid, maar meer toeristen naar het gebied te trekken. ‘Normandië van het Noorden’ is evenwel onzin. De historische gebeurtenissen in september 1944 en daarna in Gelderland lijken niet op die in Frankrijk in juni 1944. Bovendien kunnen plaatsen in Normandië gemakkelijk toeristen trekken, omdat daar alles met de geallieerde invasie te maken heeft. In Gelderland bestaan grote verschillen tussen de betrokkenheid bij operatie Market Garden van de verschillende gemeenten.  Wellicht hebben die grote onderlinge verschillen te maken met het plotselinge vertrek van Airborne manager Hedwig Kauffman. 

Arnhem heeft slechts een paar dagen te maken gehad met de uitvoering van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Zondagavond 17 september 1944 wisten Britse troepen defensieve posities in te nemen in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de verkeersbrug. Ze wisten deze weg tot de vroege uren van donderdag 21 september onder vuur te houden. Duitse troepen blokkeerden op de Utrechtseweg (Bovenover) en Onderlangs Britse troepen die te hulp wilden komen.

Arnhem bestempelt deze strijd als ‘Slag om Arnhem’. Lichtbewapende luchtlandingstroepen konden echter geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander. Bovendien was Arnhem geen doel van de Britten bij de brug en op de Utrechtseweg en Onderlangs. Mythen (historische onjuistheden) zijn ook het bereiken en verdedigen van het noordelijke einde van de brug en de brug als ‘brug te ver’. Voor Montgomery was bruggenhoofdoperatie Market Garden een brug te ver; voor het Britse 2de leger het te vestigen bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer en voor de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie het te vormen bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort met daarin opgenomen een oeververbinding.

Een mythe is ook het verbinden van de evacuatie van de burgers van Arnhem aan die mythe ‘slag om Arnhem’. De Duitsers vreesden een offensief uit het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd na de luchtlandingen op 23 september bij Overasselt; de geallieerde offensieven tegen Elst en Bemmel en de ontzettingsacties van de Irish Guards. Bovendien kon de geallieerde artillerie bij Nijmegen Arnhem bereiken. De Duitsers wilden een brede verdedigingslinie met een vrij schootsveld aanleggen op de noordelijke oever van de Neder-Rijn. 

Ede herdenkt de luchtlandingen van de 4th Parachute Brigade op 18 september 1944 op de Ginkelse Heide. Doel van deze brigade was het innemen van hoge gronden ten noorden van Arnhem. Ze stuitte ten westen van de Dreijenseweg op een Duitse blokkade. Ede had ook te maken met veel Britse onderduikers en de ontsnappingsacties Pegasus I en II. Ede en omgeving werden 17 april 1945 gezuiverd door Britse troepen (Polar Bears). 

Renkum is de gemeente waarin de luchtlandingen, verdediging van de landings- en afwerpterreinen en een groot deel van de opmars over drie evenwijdige routes plaatsvonden. In deze gemeente kregen de Britten ook het eerst te maken met Duitse tegenstand en blokkades. Binnen twee dagen keerden de verslagen of al in de westelijke buitenwijken van Arnhem teruggedrongen Britten terug naar gebied rond hotel Hartenstein waar ze zich nog een week verdedigden. In de nacht naar 26 september trokken de mobiele leden van de divisie geholpen door Britse en Canadese genietroepen terug naar de zuidelijke rivieroever. Leden van de 1ste Onafhankelijke Poolse Parachutisten Brigade landden en streden in de sector Driel-Oosterbeek. Bekend in Oosterbeek is de Airborne begraafplaats. Ook Renkum is medio april gezuiverd door de Britse Polar Bears. 

De gemeente Overbetuwe heeft uitsluitend door die Poolse Parachutisten Brigade te maken met een eventuele Airborne Region. Overbetuwe heeft bovendien te maken met troepen van grondoperatie Garden en Amerikaanse luchtlandingstroepen. Deze gemeente was van 20 september 1944 tot 5 april 1944 betrokken bij geallieerde acties: de Waaloversteek op 20 september 1944 en de inname van de noordelijke toegangsweg naar de spoor- en de verkeersbrug en vorming en verdediging van een bruggenhoofd om Lent; het op 21 september vastlopen en dus mislukken van de opmars van de Irish Guards naar de Veluwe ten zuiden van Elst;  de landing van de 1ste Onafhankelijke Poolse Parachutisten Brigade ten zuidoosten van Driel; de keuze voor een alternatieve route door de Over-Betuwe naar de zuidelijke Neder-Rijnoever om het beoogde bruggenhoofd alsnog te vestigen; het op 24 september niet beschikken over voldoende troepen door de aanvallen door drie brigades op Bemmel, Elst en de Duitse blokkade ten zuiden van Elst; de evacuatie van Britten uit Oosterbeek; het vestigen van het Over-Betuwse bruggenhoofd met geschikte verdedigingslinies: van Andelst over Zetten naar Randwijk, van Randwijk tot de spoorbrug bij Elden, van deze spoorbrug ten westen van de spoordijk tot Elst en vervolgens ten zuiden van de Linge en bij Bemmel naar de Waal. Montgomery gaf opdracht dit strategisch belangrijke bruggenhoofd agressief en stevig te verdedigen. Het was van groot belang voor de Brits-Amerikaanse operatie Gatwick gericht op de vorming van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen. Het Duitse offensief tegen dit bruggenhoofd woedde van 1 tot 6 oktober 1944. De uitgeputte Britten moesten de verdediging van het bruggenhoofd overdragen aan de 101st US Airborne Division, die  in oktober en november deze taak vervulde. In deze periode moest de burgerbevolking evacueren naar Noord-Brabant of België. Het gebied werd op 2 december 1944 door een dijkdoorbraak bij Elden door Duitsers onder water gezet. Verdedigers daarna waren de Britse 49th (West Riding) Infantry Division (Polar Bears) en Canadese troepen. Tijdens operatie Destroyer (1 tot 5 april 1945) zuiverden Britten en Canadezen het noordoostelijke en noordelijke deel van de Over-Betuwe van Duitse troepen. Ze staken het Pannerdensch kanaal en de IJssel over en zuiverden met andere Canadese troepen medio april de Veluwe.  

Arnhem is het spoor volkomen bijster met herdenken.

Arnhem wil in 2019 een groots evenement met zelfs een Europese uitstraling rond de 75-jarige herdenking van de mythe of geschiedvervalsing ‘slag om Arnhem’. De stad wil zelfs artiesten uit Duitsland erbij betrekken. Die zullen met hun optreden de ‘strijd voor een vrij en verenigd Europa’ markeren. Strijd voor vrijheid en een verenigd Europa heeft echter niets te maken met luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Daarvoor is 9 mei de dag van Europa of Europadag. Toch spreekt Arnhem over de eerste Europese herdenking van die zogenaamde ‘slag om Arnhem’. Niemand in Arnhem kan echter aangeven welke slag om Arnhem ging en of er wel en slag was. Velen spreken nog over een slag om Arnhem op 23 september. Op die dag waren er vrijwel geen Britten meer in Arnhem. Die waren 19 september al gevlucht of verdreven naar gebied rond Hartenstein in Oosterbeek. Die dag was luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn al volledig mislukt; dus binnen twee dagen. Circa zevenhonderd man had drie dagen, van 17 tot 21 september, vanuit defensieve posities in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug die weg onder vuur gehouden. Dat kan men geen slag noemen, zeker niet om Arnhem. Overlevenden van vier gedecimeeerde bataljons hadden geprobeerd hen te bereiken maar waren gestuit op een Duitse blokkade. Ook dat was geen slag, zeker niet om een stad. Bovendien kunnen lichtbewapende luchtlandingstroepen helemaal geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander. Een stad verzint kennelijk maar wat om bezoekers te trekken. Daarin krijgt ook ‘het Duitse perspectief’ een plaats. Wat dat perspectief ook zijn moge. Britse veteranen worden weggezet als 'conservatief' tegenover het zogenaamd ‘progressieve’ Arnhem. Juist is echter dat een onwetend Arnhem de ene geschiedvervalsing op de andere stapelt. 

Arnhem is zo gebiologeerd door het eigen gemythologiseerde verhaal van de strijd ten noorden van de Neder-Rijn dat de stad nieuwe mythen toevoegt. Bruggenhoofdoperatie Market Garden had immers niets te maken met bevrijding en vrijheid. Bridge to Liberation Experience is dan ook historisch onjuist en een mythe. De Rijnbrug was immers geen brug naar de vrijheid, maar de laatste brug voor het Britse Tweede Leger op weg naar het te vormen bruggenhoofd. Zo simpel is dat. Het strategische doel van operatie Market Garden was immers de vorming van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel. Meer niet. Het tactische doel was afsnijding van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Velen verwarren operatiedoel met opmarsrichting. Montgomery moest na de vorming van het bruggenhoofd wachten op bevel van Eisenhower om Duitsland in te trekken: eerst naar het Ruhrgebied en dan door de Noordduitse laagvlkakte naar Berlijn. Eisenhower handhaafde zijn strategie van een geallieerde opmars over een breed front.

Doelen van de geallieerden waren vernietiging van de Duitse strijdkrachten en de overwinning op Duitsland. Duitsers zagen de geallieerden als veroveraars, bezetters en overwinnaars; niet als bevrijders. Een op zich onjuiste Liberation route kan dan ook slechts tot de Duitse grens lopen. Voor de westerse geallieerden is 8 mei  Victory in Europe Day (VE-Day). Op die dag trad de op 7 mei 1945 door Generaloberst Jodl in Reims getekende Act of Surrender in werking. Alle Duitse troepen hadden op alle fronten onvoorwaardelijk gecapituleerd. ’s Avonds ratificeerden in Berlijn-Karlshorst Generalfeldmarschall Wilhelm Keitel, chef van het Oberkommando der Wehrmacht en opperbevelhebber van de landstrijdkrachten, en zijn collega’s van de Luftwaffe en de Kriegsmarine de Act of Surrender van Reims. De geallieerden vertrouwden niet op een enkele handtekening.

Bevrijding en vrijheid viert Nederland op 5 mei. Op zaterdag 5 mei 1945 trad om 08.00 uur het Instrument of Surrender van de Lüneburger Heide in werking. Daar had veldmaarschalk Montgomery om 18.30 uur de onvoorwaardelijke capitulatie geaccepteerd van de Duitse troepen in Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken onder Generalfeldmarschall Ernst Busch.

Arnhem kan dus kiezen voor 5 mei als het om herdenking of viering van vrijheid gaat of voor 9 mei als herdenking van een verenigd Europa het doel is.

Herdenking bruggenhoofdoperatie Market Garden 2017 in Arnhem

De Britten bevonden zich in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug. Niet bij of op de brug.

Van 15 tot en met 17 september 2017 herdenkt Arnhem operatie Market Garden, althans dat hoor je vaak. In werkelijkheid herdenkt Arnhem niet operatie Market Garden, maar luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Wat Arnhem herdenkt is niet duidelijk. Herdenken is daar beleven en beleven vaak een soort kermis. Kennelijk weet men in Arnhem niet wat te herdenken. 'Slag om Arnhem', 'slag om de Rijnbrug', 'Brug te ver' en 'Brug naar Bevrijding' en 'mislukte bevrijding' zijn immers louter geschiedvervalsingen. Sommigen, vooral zakenlieden met meer kennis van consumpties dan van historie, werpen zich op theater en de evacuatie. Anderen zoeken het meer in de vorm (airborne-logo) dan in de inhoud. Wie te herdenken, is wel duidelijk: de slachtoffers van de strijd.

Lichtbewapende luchtlandingstroepen zonder voldoende munitie en zware wapens konden immers geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander, zeker niet om een stad die geen doel was. De Britten konden de Rijnbrug niet bereiken. Ze kwamen niet verder dan het innemen van defensieve posities in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug (foto).  Strijd om, verovering, verdediging en behoud van de brug was dan ook onmogelijk. Ze konden alleen de noordelijke toegangsweg onder vuur houden. Het einddoel van de Britse 1ste Luchtlandingsdivisie was niet verovering van de brug (!), maar de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort met daarin opgenomen ten minste één oeververbinding. Dat bruggenhoofd moest dienen als opstelplaats voor troepen van het XXX Corps van het Britse Tweede Leger.

Het strategische doel van operatie Market Garden was de vorming van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel. Het tactische doel was het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketen in het westen van Nederland. Operatie Market Garden was dan ook, zoals Eisenhower zei, een bruggenhoofdoperatie. Operatie Market Garden was voor Montgomery een brug te ver. Het beoogde bruggenhoofd op de Veluwe was een brug te ver voor het Britse Tweede Leger. Het bruggenhoofd tussen Westerbouwing en Westervoort was voor de Britse 1ste Luchtlandingsdivisie een brug te ver. 

De Rijnbrug was en is dan ook geen 'Brug naar Bevrijding'. De geallieerde legers waren geen bevrijdingslegers, maar gericht op de vernietiging van de Duitse strijdkrachten. Hun einddoel was niet de bevrijding van, maar de overwinning in Europa (Victory in Europe). Sommigen zagen hen als bevrijders, anderen als overwinnaars, bezetters en veroveraars. Onjuist is in ieder geval te spreken over luchtlandingen op de Ginkelse Heide met als doel de bevrijding van Nederland, zoals de kersverse burgemeester R. Verhulst van Ede deed. 

Duitsers gingen van 23 tot 25 september 1944 - dus twee dagen na de volledige mislukking van Market Garden - over tot evacuatie van Arnhem. Zij vreesden een nieuw geallieerd offensief uit het Over-Betuwse bruggenhoofd en de in Nijmegen aangekomen artillerie kon Arnhem bereiken. Die vrees vloeide voort uit de op 23 september begonnen zuivering van Elst en Bemmel en (verlate) luchtlandingen bij Overasselt. De voorbereidingen bij Nijmegen betroffen de reeds op 22 september door Eisenhower goedgekeurde bruggenhoofdoperatie Gatwick gericht op de vorming van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen. Maar ja, dat wisten de Duitsers natuurlijk niet.

Dus wat kan Arnhem herdenken? De luchtlandingen, de snelle nederlaag van de Britten op 19 september, de wanhopige strijd op en bij de Utrechtseweg en langs Onderlangs of de hardnekkige verdediging van de Britten bij de noordelijke toegangsweg naar de brug.

Ede herdenkt de luchtlandingen op 18 september 1944 op de Ginkelse Heide, al wordt ook wel gezegd dat Ede operatie Market Garden herdenkt. Historische onjuistheden zijn dat deze luchtlandingen plaatsvonden op 17 en 18 september 1944, onderdeel waren van de 'slag om Arnhem' en gericht op verovering van de verkeersbrug bij Arnhem en de bevrijding van Nederland. Historisch juist is dat de Britse 4th Parachute Brigade op deze heide landde op 18 september 1944 met het doel hoge gronden in te nemen ten noorden van Arnhem. Deze gebieden behoorden tot het noordelijke deel van het te vormen bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort met daarin opgenomen ten minste één oeververbinding. Meer niet!

Een en ander lijkt toch meer om de vorm dan om de inhoud te gaan.

Remember September ‘44/’45 2017, Nijmegen en omgeving toen en nu, 32 p.

Dit herdenkingsblad bevat het in Nijmegen en omgeving veel gebruikte mythologische verhaal over een zogenaamde ‘bevrijdings’operatie Market Garden. De belangrijkste mythen zijn doel, duur en resultaat van deze operatie; slag om en bevrijding van Nijmegen; het aantal gesneuvelden bij de Waaloversteek; verovering van de Rijnbrug bij Arnhem en deze verovering beschouwen als slag om Arnhem. Gebrek aan kennis blijft een probleem.

Het doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was geen opmarsrichting in de zin van verovering van Arnhem; bevrijding van Nederland; en doorstoten naar het hart van Duitsland. Het strategische operatiedoel was vorming van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJssselmeer met diepe uitlopers over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen. Het tactische doel was afsnijding van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Deze operatie duurde niet van 17 tot 26 september 1944. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was 19 september al volledig mislukt en grondoperatie Garden 21 september ten zuiden van Elst. Britse troepen waren daar en niet bij Arnhem vastgelopen op een Duitse blokkade. De operatie was dus niet ‘gedeeltelijk geslaagd en gedeeltelijk mislukt’. De verovering van bruggen door luchtlandingstroepen was middel voor de opmars van de grondtroepen: ‘het leggen van een tapijt’. Geallieerde troepen leverden geen slag om Nijmegen. Ze zuiverden die stad. De stad was immers geen doel. Doel waren – met de laagste prioriteit - de Waalbruggen.  Het doel van de Waaloversteek was niet de bevrijding van Nijmegen. Die oversteek had twee doelen: het innemen van de noordzijde van de Waalbruggen en het vestigen van een bruggenhoofd in en om Lent. Bij die Waaloversteek sneuvelden niet 48 militairen. Die kwamen om voorafgaand aan, tijdens en na de Waalcrossing bij het vormen en verdedigen van het bruggenhoofd. De Betuwe was na de onderwaterzetting van het gebied op 2 december 1944 geen ‘niemandsland’. De Over-Betuwe – niet de Betuwe - bestond uit een manneneiland bij Lent, Duitse bruggenhoofden in Elden, Huissen, Angeren en Doornenburg en de aanwezigheid van geallieerde troepen. Klinkklare nonsens is de bewering van Brereton over twee Amerikaanse divisies ‘die zich helemaal leeg vochten in het rivierengebied en erin slaagden de Duitsers eruit te gooien’ (p. 4). In dit gebied was in oktober en november de 101ste  Amerikaanse luchtlandingsdivisie en voor een korte periode een regiment van de 82ste luchtlandingsdivisie. Zij verdedigden hun gebied tegen Duitse aanvallen. Duitsers waren in september 1944 en werden in april 1945 respectievelijk door Britse en Canadese troepen verwijderd. Hardnekkige mythen zijn ook de verovering van de Rijnbrug bij Arnhem, die verovering beschouwen als slag om Arnhem en de brug na vier dagen prijsgeven. De troepen onder Frost konden echter de brug niet bereiken. Ze wisten 17 september wel defensieve posities in te nemen in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug. Van daaruit konden ze de weg drie dagen en vier nachten onder vuur houden. Opmerkelijk is ten slotte het benadrukken van bevrijding en bevrijdingsacties door geallieerde troepen. De geallieerde legers waren echter geen bevrijdingslegers. Hun doel was vernietiging van de Duitse strijdkrachten en de overwinning op Hitler-Duitsland. Sommige burgers zagen hen als bevrijders, anderen als veroveraars, bezetters en overwinnaars. Geallieerd gebied bevond zich ‘in bijzondere staat van beleg’ en onder het Militair Gezag.

Nederland was op 5 mei 1945 om 08.00 uur vrij door de inwerkingtreding van het ‘Instrument of Surrender’ van de Lüneburger Heide. Montgomery had daar op 4 mei om 18.30 uur de onvoorwaardelijke capitulatie geaccepteerd van de Duitse troepen in Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken. Die troepen onder Generalfeldmarschall Ernst Busch stonden tegenover zijn Brits-Canadese legergroep.  Bovendien is 8 mei niet voor niets Victory in Europe Day (VE-Day). Op die dag trad de onvoorwaardelijke capitulatie van alle Duitse strijdkrachten in Reims in werking. De Tweede Wereldoorlog in Europa was voorbij.

Gemeenten Renkum/Overbetuwe, Airborne Special 2017.

Zoals gebruikelijk bevat ook deze editie weer tal van onjuistheden over luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Gesproken wordt nog over een ‘Slag om Arnhem’. Lichtbewapende luchtlandingstroepen konden echter geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander, zeker niet om een stad die geen doel was. De zogenaamde slag begon ook niet met de luchtlandingen. Het Britse Tweede Leger trok niet op ‘naar Arnhem’, maar naar de Veluwe. Het strategische doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was de vorming van een bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet met diepe uitlopers over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen.  Het tactische doel was de afsluiting van de Duitse troepen met hun V2-lanceerbases in het westen van Nederland. Het doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was niet de verkeersbrug bij Arnhem ongeschonden veroveren op de Duitsers. Het hoofd- of einddoel van deze divisie was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. Dit bruggenhoofd diende te beschikken over ten minste één oeververbinding (spoorbrug, pontonbrug of verkeersbrug). De Britten probeerden niet ‘langs drie routes’ de verkeersbrug te bereiken. Ze moesten langs die drie routes het beoogde bruggenhoofd van zuid naar noord opbouwen. Uitsluitend het 2de bataljon onder Frost moest de toegangswegen naar de drie bruggen afsluiten. Onjuist zijn voorts de beweringen dat dit bataljon ‘de verkeersbrug bereikte’; die onbeschadigd in handen kon nemen en een aantal dagen in handen kon houden. Frost en zijn mannen wisten slechts defensieve posities in te nemen in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar die verkeersbrug. Ze konden die toegangsweg wel onder vuur houden. De brug bereikten ze niet! Ze konden ook geen bruggenhoofd bij de brug vormen. De zuidelijke toegangsweg naar de brug was voor hen een ‘brug te ver’. Dinsdag 19 september was luchtoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn mislukt. De Duitsers dreven de Britten terug naar gebied rond Hartenstein. Dit te verdedigen gebied (perimeter) was geen bruggenhoofd en was daarvoor ook niet geschikt. Door uitputting moesten de Britten daar na een week evacueren naar geallieerd gebied. Niet omdat de grondtroepen ‘niet tijdig dit bruggenhoofd konden bereiken’. Er waren in het Over-Betuwse bruggenhoofd geen troepen beschikbaar voor een Rijnoversteek tussen Driel en Renkum. Anders hadden die wel geprobeerd alnog het beoogde bruggenhoofd op de Veluwe te vormen. 

Onjuist is ook dat leden van de 1ste Onafhankelijke Poolse Parachutisten Brigade deelnamen aan de ‘slag om Arnhem’. Zij landden 21 september 1944 bij Driel na de mislukking van operatie Market Garden. Grondoperatie Garden was 21 september aan het begin van de middag vastgelopen op een Duitse blokkade ten zuiden van Elst. De Polen streden in de sector Driel-Oosterbeek. Historisch onjuist is ook de bewering van de Liberation Route Europe (LRE) dat voornamelijk ‘dankzij deze brigade’ Britse militairen konden vluchten naar de zuidelijke Rijnoever. Deze ontsnapping hadden de Britten te danken aan twee Canadese en twee Britse geniecompagnieën. Onjuist is ook de bewering van LRE dat de Britten streden ‘voor de vrede’. Zij streden om de noordelijke toegangsweg onder vuur te kunnen houden. Anderen streden vergeefs om de mannen bij de noordelijke toegangsweg naar de brug te bereiken en te versterken.

Operatie Market Garden was voor Montgomery een ‘brug te ver’. Voor het Britse Tweede leger was de vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe een ‘brug te ver’. Voor de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was het vestigen van een bruggenhoofd langs de Neder-Rijn een ‘brug te ver’. 

Onjuist is ten slotte dat de inwoners van Arnhem van 23, 24 en 25 september 1944 moesten evacueren door luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. De Duitse legerleiding vreesde een nieuw geallieerd offensief over de Neder-Rijn na de inname en zuivering van Elst en Bemmel, nieuwe luchtlandingen bij Overasselt en artilleriebeschietingen vanuit Nijmegen. Daarom wilden ze een verdedigingslinie aanleggen ten noorden van de Neder-Rijn.

Informatie geven is goed, maar dan wel historisch juiste informatie.

12 tot 14 april 1945 Arnhem gezuiverd door Britse 49th (West Riding) Infantry Division

Van 12 tot 14 april 1945 zuiverden Britten Arnhem. Dit was geen 'Tweede Slag om Arnhem', zoals velen ten onrechte beweren. Zo'n herdenking is een voorbeeld van een herdenking waarbij men niet weet wat men herdenkt. Het gaat kennelijk om beleven en ervaren. Enige kennis van de historische achtergrondinformatie is blijkbaar niet van belang.

'Slag om Arnhem' is een geschiedvervalsing. Lichtbewapende luchtlandingstroepen kunnen nu eenmaal geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander. Bovendien was Arnhem geen aanvalsdoel. Het doel van de Bitse luchtlandingstroepen was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort met ten minste één oeververbinding. Dat doel was voor hen een brug te ver. Ook een tweede slag om Arnhem is een mythe of een geschiedvervalsing evenals de bewering dat de geallieerden die de IJssel overstaken uit Emmerich kwamen. Bovendien werd daarmee de bevrijding van het noorden van Nederland niet in gang gezet. Die bevrijding was zelfs geen doel. Voorts werd in Westervoort 12 april de 'tweede slag om Arnhem' niet ingezet.

Het Eerste Canadese Leger had twee taken: zorgen voor dekking van de linkerflank van het Britse Tweede Leger en opening en veiligstelling van een bevoorradings- en verbindingsroute van Eindhoven over Arnhem naar het noorden en noordoosten. Daarvoor was sinds eind maart/begin april zuivering van Oost-Nederland ten noorden van de Waal van Duitse troepen noodzakelijk. Zuivering van Arnhem was een onderdeel van de zuivering van de Veluwe.

Een mythe is ‘de tweede verwoestende slag om Arnhem’ van 12 tot 14 april 1945. Circa duizend oudere mannen van de 346ste infanteriedivisie verdedigden de stad. Sommigen hielden in de ENKA-fabriek een dag stand. Tot een slag om de stad kwam het niet, laat staan tot een verwoestende slag. Arnhem was opnieuw geen doel, maar viel onder de zuivering van de Veluwe. Arnhem is van 12 tot 14 april 1945 gezuiverd door de Britse 49th (West Riding) Infantry Division. Deze Polar Bears onder generaal-majoor Stuart Rawlins hadden ruim vier maanden doorgebracht in het Over-Betuwse bruggenhoofd. Ze hadden met hulp van Canadese tanks en artillerie 2 en 3 april 1945 de Duitse bruggenhoofden Doornenburg, Angeren, Huissen en Elden opgeruimd (operatie Destroyer). Canadezen hadden het westelijke deel van de Over-Betuwe gezuiverd, voornamelijk Driel, Heteren en Randwijk. De Britten waren na 3 april het Pannerdensch kanaal overgestoken naar de Liemers en 12 en 13 april de IJssel in de richting van Arnhem (operatie Anger). De 1st Canadian Infantry Division was over Emmerich naar de IJssel getrokken om de IJsselverdediging tussen Zutphen en Deventer in de rug aan te vallen. Die divisie stak 11 april de IJssel bij Gorssel (operatie Cannonshot) over. Beide IJsseloversteken moesten gecoördineerd vrijwel gelijktijdig plaatsvinden. Met de 5th Canadian Armoured Division zuiverden Britse en Canadese infanteristen de Veluwe (operatie Cleanser). De Veluwe is dus gezuiverd door de 1ste Canadese Infanteriedivisie komend vanuit de Achterhoek en de andere twee divisies uit de Over-Betuwe.  

De Gelderlander Regio 7 maart 2017 Arnhem, aan vooravond van veranderingen ...

Foto: 26 januari 2017. 'De camera hangt bijna recht boven de John Frostbrug, Arnhems bekendste monument'.

Van 12 tot 14 april 1945 zuiverden Britten Arnhem. Dit was geen 'Tweede Slag om Arnhem', zoals velen ten onrechte beweren. Zo'n herdenking is een voorbeeld van een herdenking waarbij men niet weet wat men herdenkt. Het gaat kennelijk om beleven en ervaren. Enige kennis van de historische achtergrondinformatie is blijkbaar niet van belang.

'Slag om Arnhem' is een geschiedvervalsing. Lichtbewapende luchtlandingstroepen kunnen nu eenmaal geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander. Bovendien was Arnhem geen aanvalsdoel. Het doel van de Bitse luchtlandingstroepen was de vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort met ten minste één oeververbinding. Dat doel was voor hen een brug te ver. Ook een tweede slag om Arnhem is een mythe of een geschiedvervalsing evenals de bewering dat de geallieerden die de IJssel overstaken uit Emmerich kwamen. Bovendien werd daarmee de bevrijding van het noorden van Nederland niet in gang gezet. Die bevrijding was zelfs geen doel. Voorts werd in Westervoort 12 april de 'tweede slag om Arnhem' niet ingezet.

Het Eerste Canadese Leger had twee taken: zorgen voor dekking van de linkerflank van het Britse Tweede Leger en opening en veiligstelling van een bevoorradings- en verbindingsroute van Eindhoven over Arnhem naar het noorden en noordoosten. Daarvoor was sinds eind maart/begin april zuivering van Oost-Nederland ten noorden van de Waal van Duitse troepen noodzakelijk. Zuivering van Arnhem was een onderdeel van de zuivering van de Veluwe.

Een mythe is ‘de tweede verwoestende slag om Arnhem’ van 12 tot 14 april 1945. Circa duizend oudere mannen van de 346ste infanteriedivisie verdedigden de stad. Sommigen hielden in de ENKA-fabriek een dag stand. Tot een slag om de stad kwam het niet, laat staan tot een verwoestende slag. Arnhem was opnieuw geen doel, maar viel onder de zuivering van de Veluwe. Arnhem is van 12 tot 14 april 1945 gezuiverd door de Britse 49th (West Riding) Infantry Division. Deze Polar Bears onder generaal-majoor Stuart Rawlins hadden ruim vier maanden doorgebracht in het Over-Betuwse bruggenhoofd. Ze hadden met hulp van Canadese tanks en artillerie 2 en 3 april 1945 de Duitse bruggenhoofden Doornenburg, Angeren, Huissen en Elden opgeruimd (operatie Destroyer). Canadezen hadden het westelijke deel van de Over-Betuwe gezuiverd, voornamelijk Driel, Heteren en Randwijk. De Britten waren na 3 april het Pannerdensch kanaal overgestoken naar de Liemers en 12 en 13 april de IJssel in de richting van Arnhem (operatie Anger). De 1st Canadian Infantry Division was over Emmerich naar de IJssel getrokken om de IJsselverdediging tussen Zutphen en Deventer in de rug aan te vallen. Die divisie stak 11 april de IJssel bij Gorssel (operatie Cannonshot) over. Beide IJsseloversteken moesten gecoördineerd vrijwel gelijktijdig plaatsvinden. Met de 5th Canadian Armoured Division zuiverden Britse en Canadese infanteristen de Veluwe (operatie Cleanser). De Veluwe is dus gezuiverd door de 1ste Canadese Infanteriedivisie komend vanuit de Achterhoek en de andere twee divisies uit de Over-Betuwe.