Martin W. Bowman, Air War Market Garden. Vol. 1. The Build Up to the Beginning, Barnsley 2012, 192 p.

Index van vooral personen en plaatsen.

Op het eerste gezicht een van de betere boeken over (een deel van) operatie Market Garden. De auteur behandelt uitvoerig voorbereiding en vertrek, vlucht, landing en opmars van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie op de eerste dag van operatie Market Garden. De titel van het goed leesbare boek is onjuist en misleidend. Operatie Market Garden was geen luchtoorlog, maar bestond uit luchtlandingsoperatie Market die ondergeschikt was aan grondoperatie Garden. Aandacht is voornamelijk besteed aan de luchtlandingstroepen ten noorden van de Neder-Rijn; het noordelijke deel van luchtlandingsoperatie Market. Onjuist en erg verwarrend is het gebruik van (South en Northern) Holland voor Nederland. Inhoudelijk zwak is het voorwoord.

Jammer is dat de auteur zich vaak tegenspreekt. Doelen van operatie Market Garden waren immers niet Arnhem, bevrijding van Nederland of een opmars naar Duitsland om de oorlog rond Kerst 1944 te beëindigen. Het doel was de vestiging van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet (IJsselmeer). Het doel van de 1st British Airborne Division was niet verovering van de Rijnbrug bij Arnhem. De Britten moesten een bruggenhoofd vestigen tussen de Westerbouwing en Westervoort met daarin opgenomen ten minste één oeververbinding. De drie evenwijdige routes naar het oosten beoogden niet meer snelheid, maar het vestigen van het bruggenhoofd van zuid naar noord. De auteur weet dat de troepen onder Frost defensieve posities vestigden in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de verkeersbrug. Toch spreekt hij abusievelijk over het bereiken en verdedigen van de brug; het innemen en vestigen van een perimeter rond het noordelijke einde van de brug en het zich begeven op en onder de brug. Onjuistheden zijn een beschermde opmarsroute naar Arnhem (die liep tot de Waal); vernieling van het ontstekingsmechanisme voor de Waalbrug in het hoofdpostkantoor in Nijmegen (bevond zich in een bunker ten noorden van de Waal); niet Browning maar Bittrich in Doetinchem (123); Noord-Holland en Rotterdam als doel van de 1ste Britse luchtlandingsdivisie (van Eerste Canadese Leger); spoorbrug bij Oosterbeek was opgeblazen door genisten van Krafft (Sprengkommando onder bevel van Kussin); 1ste Parachutisten Brigade moest de bruggen veroveren (2de parachutistenbataljon moest de noordelijke en zuidelijke toegangsweg naar de brug innemen).

Goed herkenbaar zijn de favoriete boeken van de auteur: Cornelius Ryan, A Bridge Too Far (1974; verouderd en achterhaald) en Martin Middlebrook, Arnhem. Ooggetuigenverslagen  van de Slag om Arnhem, 1994 (met veel onjuistheden). De ooggetuigenverslagen geven een duidelijk, maar soms verwarrend beeld van de gebeurtenissen. De algemene informatie is door het gebruik van achterhaalde en verouderde literatuur veelal onjuist. Dat is jammer.

dr. Jan Brouwer, bespreking: Martin W. Bowman, Air War Market Garden. Vol. 2. So Near and Yet So Far, Barnsley 2013, 174 p.

Index van vooral personen en plaatsen. 

Dit deel besteedt aandacht aan de landingen en eerste strijd van de US 82nd en 101st Airborne Divisions. De meeste aandacht gaat weer uit naar het verloop van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn op 18 en 19 september 1944. Uitgebreid aan de orde komen de defensieve strijd van Britten aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de verkeersbrug; de landing op de Ginkelse heide en de mislukte opmars van de 4th Parachute Brigade; de derde lift met voedselpakketten; de vastgelopen strijd op de Utrechtseweg en Onderlangs en de terugtrekking op 19 september naar Oosterbeek. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was mislukt, al erkent de auteur dit niet. 

Onjuist en erg verwarrend is het gebruik van Holland voor Nederland. Gebruikte mythen zijn Arnhem als het doel van het Britse Tweede Leger; de vondst door Duitsers van het plan voor luchtlandingsoperatie Market op het lichaam van een officier in een bij Vught neergestort zweefvliegtuig; gebruik door Duitsers van het veer bij Huissen; drie meldingen van Amerikanen op 18 september dat ze de Waalbrug in handen hebben (ze kwamen niet verder dan het Graaf Lodewijkplein); de verkeersbrug bij Arnhem als doel van de 18 september gelande 4th Parachute Brigade. Mythen zijn ook dat de Britten onder Frost de Rijnbrug bereikten, veroverden en in handen hielden; op de brug waren; het noordelijke einde van de brug beheersten; voertuigen onder de brug reden; posities ten oosten van de brug hadden. In werkelijkheid hadden de troepen onder Frost defensieve posities ingenomen in achtien gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug.  

Martin W. Bowman, Air War Market Garden. Vol. 3. The Shrinking Perimeter, Barnsley 2013, 214 p.

Index van personen en plaatsen. 

Dit deel gaat over bevoorrading en strijd van 18 tot en 25 september 1944. Aan de orde komen strijd ten noorden van Eindhoven, in en bij Nijmegen en vooral de verdediging van gebied rond Hartenstein in Oosterbeek (de perimeter). Deze perimeter lag niet rond Oosterbeek en was geen bruggenhoofd. 

Onjuist en erg verwarrend blijft het gebruik van Holland voor Nederland. Het boek bevat helaas veel historische mythen. De Hells’s Highway, een deel van de opmarsroute, liep niet tot Nunspeet maar tussen Son en Uden. Op 18 september kwamen geen Amerikanen onder vuur bij de verkeersbrug in Nijmegen. De niet veertig, maar negenendertig gesneuvelden van 504 Parachute Infantry Regiment waren gevallen voorafgaand aan, tijdens en na de Waaloversteek. Vooral bij het innemen van de noordelijke toegangsweg naar de spoor- en de verkeersbrug en het vestigen en verdedigen van het bruggenhoofd om Lent. Kate ter Horst was niet de Angel of Arnhem, maar de Angel of Oosterbeek. Overigens dekt de titel van hoofdstuk 7 de inhoud niet. Soms komt een dubbele tekst voor, bijvoorbeeld op de pagina’s 28 en 29 en 84 en 85. Op 20 september waren tussen Nijmegen en Arnhem niet slechts Duitse verkenners aanwezig, maar ook twee compagniën van 14. Schiffs Stamm Abteilung en troepen bij afweergeschut. Grondoperatie Garden mislukte 21 september ten zuiden van Elst. Deze mislukking betekende het einde van operatie Market Garden. De Irish Guards waren vastgelopen op een Duitse blokkade. Deze was niet van Knaust en bevond zich niet in Elst. Het ontstekingsmechanisme voor het opblazen van de brug bevond zich niet in het postkantoor in Nijmegen. Dat bevond zich uiteraard in een bunker aan de noordzijde van de rivier. Ook Van Hoof meende dat het ontstekingsmechanisme in het postkantoor lag. Duitse troepen hadden geen defensieve posities ingenomen op het noordelijke en zuidelijke einde van de verkeersbrug over de Waal. Ze hadden dat gedaan op en bij de noordelijke en zuidelijke toegangsweg naar de Waalbrug. De troepen van Frost hadden defensieve posities ingenomen in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug over de Neder-Rijn. Ze hadden dus geen posities aan beide zijden van de brug, onder de brug, ten oosten van de brug en op en onder de brug.  Ze konden de brug dan ook niet houden of verdedigen. Bruhns is Hauptmann Hans Bruhn, commandant van Panzergrenadier Ausbildungs und Ersatz Bn 361 en een artillerieregiment. Het veer in Driel was niet vernield tijdens de gevechten om de Westerbouwing. De veerman had 20 september de gierkabel gekapt, waardoor het veer was afgedreven. Het 5th Batalion The Duke of Cornwall’s Light Infantry bereikte 22 september wel de Polen in Driel. Het brengen van voorraden naar de Britten rond Hartenstein mislukte. Zondag 24 september waren wel boten en brugslagmateriaal beschikbaar, maar geen troepen om over de Neder-Rijn te zetten. 383rd Volksgrenadier Division moet zijn 363rd Volksgrenadier Division. De aanval van deze divisie bij Opheusden was een flankaanval voor het Duitse offensief uit Elden en Huissen gericht op de verovering van Elst. De 101st US Airborne Division vertrok niet begin, maar 28 november uit het Over-Betuwse bruggenhoofd (the Island) naar Frankrijk. Kampfgruppe Harzer (p. 187) is Kampfgruppe Harder. Op 2 november landden geen Canadese soldaten op Walcheren. Britse commando’s landden 1 november op Walcheren.

Martin W. Bowman, Air War Market Garden. Vol 4. A Bridge Too Far? Barnsley 2013, 140 p.

Index van personen en plaatsen. 

Het vierde en laatste deel gaat voornamelijk over de strijd in Oosterbeek op 24 en 25 september 1944 en de evacuatie over de Neder-Rijn. De auteur gaat ook in op redenen voor de volledige mislukking van operatie Market Garden. Arnhem of de verkeersbrug over de Neder-Rijn bij Arnhem waren echter geen brug te ver. Dat waren immers geen doelen. Operatie Market Garden was voor Montgomery een brug te ver. Het vestigen van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer was voor het Britse 2de Leger een brug te ver. Vestiging van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort met ten minste één oeververbinding was voor de 1st British Airborne Division een brug te ver. Vier boeken schrijven over operatie Market Garden blijkt voor de auteur wat de algemene informatie betreft een brug te ver. Ook wanneer een van de doelen het accentueren van Brits heroïsme en Britse heroïek is.

Het gebruik van Holland voor Nederland blijft onjuist en is zeer hinderlijk. Onjuistheden zijn ook de schrijfwijze van Seuss Inquaart voor Seyss Inquart en SS-Obersturmbahnfürer voor SS-Obersturmbannführer; onderschriften bij de foto over Sosabowski in Driel (Valburg) en tanks bij Uden (in Oosterhout (Gld.)); en de titel van hoofdstuk 7. 

Mythen zijn inname van de Rijnbrug bij Arnhem en het daar vestigen van een bruggenhoofd; de Schot Warrack noemen als initiatiefnemer voor de wapenstilstand op 24 september; het 4de bataljon Dorset de Britten laten versterken in plaats van hulp bieden bij de evacuatie; de indruk wekken dat er 24 september Britse troepen beschikbaar waren voor een grootscheepse oversteek van de Neder-Rijn; beweren dat de weg van Nijmegen naar Driel die dag was afgesneden en dat 45 Tiger tanks naar Nijmegen waren gezonden; het aantal Britse en Canadese boten bij de twee sectoren voor de evacuatie (8-8 Britse en 8-14 Canadese); het ontslag van Sosabowski (was een politieke kwestie); het houden van Arnhem door de Britten; en het bevrijden door Canadezen van het noorden van Nederland (veiligstellen van een verbindings- en bevoorradingsroute en flankbescherming voor het Britse Tweede Leger). Mythen zijn ook de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland op 5 mei 1945 en de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland op 8 mei 1945. De legergroep waartoe ook de Duitse troepen in Nederland behoorden, gaf zich op gezag van het Oberkommando der Wehrmacht op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide over aan de Britse veldmaarschalk Montgomery. Deze capitulatie trad 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking. De onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse troepen – niet van Duitsland - was op 7 mei 1945 in Reims. Deze capitulatie trad op 8 mei in werking (V-E Day).