Dr. Jan Brouwer: Recensie Antony Beevor, De Slag om Arnhem, Amsterdam 2018, 472 p.

Het met veel tamtam aangekondigde boek blijkt veel geschreeuw maar weinig wol. De inhoud is achterhaald, sterk verouderd en bevat geen nieuws, maar wel veel onjuistheden die vooral voorkwamen in de jaren tachtig van de vorige eeuw. De auteur heeft de vereiste literatuur niet bijgehouden en de historiografie over operatie Market Garden een zware slag toegebracht. Zijn boek plaatst die ongeveer dertig jaar terug. Het is dan ook beslist geen meesterwerk of standaardwerk, zoals hij durft te beweren. Het wemelt van mythen en andere onjuistheden en vertelt een sterk gemythologiseerd verhaal. Het bevat ondanks de mooie woorden geen ´compleet beeld van het strijdveld rondom Arnhem´, hooguit iets over Oosterbeek. Van het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd bijvoorbeeld heeft de auteur helemaal niets begrepen. Hij ontdoet evenmin de ´slag om Arnhem´ of ´deze beroemde veldslag van zijn mythen´.

Niet vermeld is welke strijd hij beschouwt als ‘de slag om Arnhem’. Lichtbewapende luchtlandingstroepen konden immers geen slag leveren met een tegenstander met zware wapens. Ze hadden zelfs te weinig projectielen voor de PIAT, een antitankwapen. Bovendien was Arnhem geen doel. De hardnekkige mythe ‘slag om Arnhem’ is dus niet weerlegd, maar vormt zelfs de titel van dit boek. 

De titel dekt dus de lading niet. Bovendien is ‘Slag om Arnhem’ geen synoniem van operatie Market Garden. Onjuist is Boeree te bestempelen als de Nederlandse historicus van die gemythologiseerde ‘slag om Arnhem’. Onjuist is ook de mythe ‘slag om Arnhem’ ‘een nationaal trauma’ te noemen. Misschien in het Verenigd Koninkrijk, maar zeker niet in Nederland. Onzin is ook ‘de slag om Arnhem’ te bestempelen als ‘een van de grootschaligste luchtlandingen uit de oorlog, een heroïsche strijd die negen dagen duurde’. De zogenaamde slag was evenmin ´de grootste militaire operatie op Nederlands grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog´. Juist is wel strijd- in plaats van slagveld. Onjuist is het accent op heldhaftig of heroïsch gedrag met weglating van de slechte uitvoering van de operatie. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn mislukte immers al binnen twee dagen op 19 september 1944. De defensieve nasleep sleepte zich nog een week voort in Oosterbeek. Hoofdoperatie Garden mislukte al op 21 september ten zuiden van Elst. Niet ´doordat de brug over de Rijn niet kon worden ingenomen´. Die was immers geen doel van grondoperatie Garden. 

Al lang bekend in Nederland is dat operatie Market Garden een slecht plan was dat onvoldoende voorbereid op de verkeerde tijd slecht werd uitgevoerd. Montgomery was een ijdeltuit met onvoldoende kennis van het plangebied. Hij ruziede met zijn opperbevelhebber en collega’s over commandokwesties, bevoorrading en strategie. Hij zag niet in dat zuivering van Zeeland eerst nodig was voor de vrijmaking van de haven van Antwerpen. Operatie Market Garden was onmiskenbaar een brug te ver voor Montgomery. Een landing van parachutisten tussen Arnhem en Wesel is weer een mythe van de auteur. Montgomery mocht van opperbevelhebber Eisenhower kiezen tussen een Rijnoversteek en vorming van een bruggenhoofd tussen Arnhem en Wesel. Begin september koos hij voor Arnhem omdat bij Wesel te veel luchtafweergeschut stond. Na de snelle mislukking van operatie Market Garden koos hij al op 22 september voor Wesel en Keulen (operatie Gatwick). 

Ook operatie Market Garden was geen luchtlandingsoperatie; alleen deeloperatie Market. Operatiedoelen waren niet bruggen; Arnhem, bevrijding van Nederland of een opmarsroute naar het Ruhrgebied en door de Noordduitse laagvlakte naar Berlijn om in 1944 te oorlog te beëindigen. Strijd of slag om de bruggen is dan ook onjuist. Overigens was de verkeersbrug bij Arnhem net zo cruciaal als de andere veilig te stellen bruggen, bijvoorbeeld de brug bij Son. Mythen zijn dat operatie Market Garden mislukte doordat de Rijnbrug niet ingenomen kon worden en dat die operatie de genadeslag voor de nazi’s moest betekenen. Het operatiedoel was immers de vorming van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel. Meer niet! Het tactische doel was het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. De luchtlandingstroepen moesten een tapijt leggen voor de grondtroepen. Deze beschermde route heette niet Hell’s Highway, maar Corridor of Clubroute. Hell’s Highway was slechts de aanduiding voor de route tussen Son en Uden. De Corridor liep niet tot Arnhem, maar tot de Waal. De route door de Over-Betuwe was immers onbeschermd door het schrappen van de landing van een Britse brigade in Elst. Op die weg – dijk is overdreven - liepen de grondtroepen dan ook snel vast. De aanduiding Betuwe moet overigens Over-Betuwe zijn. 

Het doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was niet verovering van de verkeersbrug bij Arnhem, maar vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort. Dat bruggenhoofd moest beschikken over ten minste één van de drie oeververbindingen. Een mythe is dat de hele divisie of de 1ste Parachutistenbrigade opdracht had naar de brug te gaan. De 1ste Parachutistenbrigade moest over drie evenwijdige routes naar het oosten oprukken om het bruggenhoofd van zuid naar noord te vormen. Alleen het 2de bataljon moest de toegangswegen naar de oeververbindingen innemen. Een grote blunder en zeer verwarrend is dat de auteur het verschil niet kent tussen de verkeersbrug en de noordelijke toegangsweg naar de brug. Onzin is dan ook dat Britten de noordzijde of het noordelijk uiteinde van de verkeersbrug konden bereiken en zich op, rond en onder de brug bevonden; zelfs op de dijk naast de brug. Er stonden uiteraard geen huizen op het noordelijke uiteinde en ten westen van de brug.  Er was ook geen slag of verzet op de verkeersbrug. Een Tigertank onder de brug zou gezonken zijn in de Neder-Rijn.

Een indicatie van het bedenkelijke inhoudelijke niveau van het boek biedt het volgende.

Al jaren geleden weerlegde mythen zijn:

Het Horsa – geen Waco -zweefvliegtuig was niet neergestort bij Vught, maar bij Dongen. Het  bevatte geen gedetailleerde geallieerde orders over luchttransporten maar een dagorder aan de 101ste luchtlandingsdivisie.

Het Drielse veer is op 21 september niet door Duitsers vernietigd, maar op 20 september afgedreven nadat de veerman de gierkabel had gekapt

De perimeter rond Hartenstein was geen bruggenhoofd en was er ook niet geschikt voor te maken.

Bruhns moet Bruhn zijn, Worrowski Wossowski, Von Hoffman Von Hoffmann,  Grupp Gropp, Bucknell Bucknall, Grammon gammongranaat en landpaatjes landpaadjes. Engeland moet Verenigd Koninrijk zijn, Schiefs  Schiffs en Kate ter Horst Engel van Oosterbeek, niet van Arnhem. Ze had helemaal geen tijd om naar Arnhem te gaan.

Andere mythen zijn:

Het gebruik van ´het Hartenstein´ en ´het Schoonoord´ is hoogst irritant. Dat moet uiteraard Hartenstein en Schoonoord zijn.

Een Arnhemse verzetsgroep had in Elst niet een trein opgeblazen, maar de spoorlijn vernield.

Harzer was geen Standartenführer, maar Obersturmbannführer. Fitch was geen kolonel, maar luitenant-kolonel en Winters geen majoor, maar kapitein.

Naast het begin van de opmarsroute lagen geen uiterwaarden en op 17 september was het nog geen herfst.

De 10de Schiffs Stamm Abteilung stond niet onder bevel van Ferdinand Kaiser, maar van Theodor Zaubzer.

Foto 8 is van een bijeenkomst op 28 september 1944. Er kon dus helemaal geen sprake zijn van het voorbereiden van een reactie op de al een week eerder mislukte operatie Market Garden.

Het XXX Corps kwam niet te laat in Nijmegen en de verovering van de Waalbrug was een doel van de 82ste Luchtlandingsdivisie.

De mythe van Jan van Hoof die draden naar de brug zou hebben doorgeknipt, is al jaren geleden weerlegd. Ook hij geloofde dat het ontstekingsmechanisme in het postkantoor lag.

Natuurlijk kwam de Waaloversteek uit de koker van Gavin. Hij wachtte al sinds dinsdag op het XXX Corps en had nog steeds niet de Waalbrug ingenomen.

Leden van de Nijmeegse ondergrondse beweerden dat het ontstekingsmechanisme om de Waalbrug op te blazen zich in het hoofdpostkantoor in Nijmegen bevond. Duitsers zouden die brug overigens nooit achter zich, maar altijd van de noordelijke oever opblazen.

Er stond geen geallieerd geschut ten noorden van de Waalbrug en het is onjuist te spreken over slag om Nijmegen, de Waal en de brug. Amerikanen zuiverden de stad.

Slechts tien boten keerden terug van de eerste Waaloversteekgolf.

Tijdens de Waaloversteek sneuvelden geen 89 parachutisten en genisten, maar twintig.

De weg van Nijmegen naar het noorden over Elst was niet vrij. Bij Elden bevonden zich een Schiffs Stamm Abteilung, verkenners van de gesneuvelde Gräbner en luchtafweergeschut.

De Duitsers konden de Rijnbrug bij Arnhem niet heroveren, omdat de Britten die brug niet hadden ingenomen.

De Rijnbrug bij Arnhem was niet 20 maar 21 september ´s middags weer geschikt voor doorgaand verkeer.

De Duitsers stuurden geen voertuigen in de richting Nijmegen, maar naar Elst.

´Het eiland´ was niet de benaming voor de Betuwe, maar voor de Over-Betuwe.

Britse verkenners reden niet op 21 maar op 22 september naar Driel.

Op 21 september waren er geen Royal Dragoon Guards bij Oosterhout, maar Welsh Guards.

Als je aan de KMA wilde slagen, moest je niet de route over  Oosterhout naar Arnhem kiezen, maar langs de zuidelijke Veluwezoom.

Het 503de of 530ste Zware Pantserbataljon bereikte niet Arnhem met vijfenveertig tanks. Dat was het 506de bataljon. Het arriveerde in Zevenaar  waar een compagnie naar Aken ging, een tweede compagnie naar Oosterbeek en de derde naar Knaust bij de Rijnbrug. Het 171ste Artillerieregiment is het 191ste.

De gedwongen evacuatie van inwoners van Arnhem van 23 tot en met 25 september 1944 was geen ´wraak voor de Nederlandse steun aan de geallieerden´. Deze evacuatie vloeide voort uit Duitse vrees voor een nieuw Duits offensief. Deze vrees was gevoed door luchtlandingen bij Overasselt en de aanval op Bemmel en Elst op 23 september.

Van 12 tot 14 april 1945 werd Arnhem niet bevrijd door Canadezen, maar gezuiverd door de Britse 49th (West Riding) Infantry Division (Polar Bears).

Op 22 september trokken geen troepen langs de spoorlijn naar Arnhem, maar naar de Duitse blokkade bij Ressen om de Irish Guards te ontzetten.

Von Maltzahn sneuvelde niet op 23 september 1944. Hij overleed in 1964.

De blokkades van de Corridor vonden voornamelijk plaats na de mislukking van operatie Market Garden.

De auteur weet niets van operatie Gatwick en het strategische belang, de aanvallen op en de verdediging van het geallieerde Over-Betuws bruggenhoofd.

Het Poolse 1ste bataljon landde 23 september niet bij Groesbeek, maar bij Overasselt. Slechts een enkele bron gebruiken voor de conferentie van Valburg is altijd een probleem. Sosabowski kende wel de situatie bij de Neder-Rijn, maar niet die van de Britse troepen in het Over-Betuws bruggenhoofd. De Britten kenden wel de situatie van de Britse troepen in de Over-Betuwe, maar niet die bij de Neder-Rijn. De troepen met boten stonden overigens klaar in Nijmegen. De auteur vermeldt veel onjuistheden over Sosabowski. Van de kwestie Sosabowski heeft Beevor niets begrepen. Dat was geen persoonlijke of militaire kwestie, maar een politieke kwestie. Het ontslag van Sosabowski hing samen met het onder druk zetten van de Poolse regering in ballingschap in Londen.

Zwolanski zwom alleen heen de rivier over. Terug kon hij met een bootje mee.

Warrack en niet de Duitse arts Skalka zou het initiatief hebben genomen voor een wapenstilstand op 24 september. Het kan ook  een initiatief van beiden of van Skalka zijn geweest.

Een vrachtwagen met boten reed niet rechtdoor over de weg van Nijmegen naar Arnhem, maar op de Valburgseweg het dorp Elst in.

Op 24 september was er helemaal geen oversteek over de Neder-Rijn van Polen.

De 129ste brigade voerde geen aanvallen ´rond Elst´ uit. De 214de brigade zuiverde van 23 tot 25 september Elst. De 129ste brigade behoorde niet tot de 50ste Northumbrian divisie, maar tot de 43ste Wessex infanteriedivisie. Toevallige vervanging van deze brigade is onzin. Er was geen enkele reden voor achtervolging van Duitse troepen ten noorden van Elst op 25 september. Doel was de zuivering van Elst. De Linge was een goede verdedigingslinie van het bruggenhoofd.

Het Britse besluit tot terugtrekking van de 1ste Luchtlandingsdivisie was 23 september al genomen.

Aan de noordzijde van de Neder-Rijn lag daar geen rivierdijk. De Canadezen gebruikten in totaal geen 21 maar 22 stormboten.

Deeloperatie Market eindigde ten noorden van de Neder-Rijn niet op 26 maar op 19 september.  Grondoperatie Garden was al 21 september mislukt.

De titel van hoofdstuk 27 en 28 dekt de lading niet en is onzin. De kaart bevat een aantal onjuistheden. De Betuwe was niet ‘het eiland’, maar de Over-Betuwe. De Betuwe is uiteraard wel een eiland. Dit heeft overigens niets te maken met een eventueel vertrek van vrouwen. De Betuwe was ook geen manneneiland. De 101ste Luchtlandingsdivie vertrok na veel plunderingen en roof eind november uit de Over-Betuwe. Het 1000 manneneiland van eind december 1944 tot begin april 1945 lag in en om Lent. Er was overigens geen 501ste luchtlandingsdivisie, wel het 501ste regiment van de 101ste luchtlandingsdivisie. In de steenfabriek had Kampfgruppe Oelkers gezeten en gewonden verpleegd.

De Easy compagnie stuitte overdag op een groep Duitsers tijdens een flankaanval van een Duitse divisie - geen compagnie - op Amerikaanse posities. De 82ste divisie voerde geen patrouilles uit naar de Neder-Rijn. De Duitse aanvallen op de Waalbruggen waren geen aanvallen op Nijmegen, maar op de levensader van het Over-Betuwse bruggenhoofd.

Fruitteler Ebbens werd gedood na onverantwoordelijk gedrag van Bachenheimer.

Van het Duitse offensief tegen het Over-Betuwse bruggenhoofd in de eerste week van oktober 1944 heeft de auteur niets begrepen. Beide Duitse pantserdivisies kwamen van het front bij Aken.

Er was geen overgave van Arnhem en geen plan om Arnhem te veroveren.

Het doodschieten van verzetsmensen waren geen Duitse wraakacties. Die waren bedoeld om kracht bij te zetten aan de eis om mannen te leveren voor het graven van tankgrachten in de IJssellinie. 

De hongerwinter was geen gevolg van operatie Market Garden. Deze hongerwinter heeft er verder niets mee te maken als men uitgaat van de juiste operatiedoelen. De algemene spoorwegstaking was op bevel van de Nederlandse regering en had evenmin iets met de doelen van Market Garden te maken.

Het Eerste Canadese Leger trok eind maart en niet 5 april Nederland in.

De voedselbesprekingen op 28 april waren niet in Amersfoort, maar in Achterveld.

Op 5 mei 1945 was er geen overgave of capitulatie van de Duitse troepen in Nederland in Wageningen. Die hadden zich een dag eerder al overgegeven aan Montgomery op de Lüneburger Heide. Deze capitulatie trad op 5 mei om 08.00 uur in werking. Nederland was vrij.

Uiteraard niet aanbevolen. Schande om zulk prutswerk te publiceren.

dr. Jan Brouwer. Bespreking: Alistair Horne with David Montgomery, The Lonely Leader MONTY 1944-1945, London 1995.

Met foto’s, bibliografie en index. 

Helder maar weinig kritisch geschreven tekst over het leven van Montgomery met als rode lijn de achtentwintig TAC HQs (Tactical Headquarters) van de 21 Army Group (later NGA). Met drie caravans voor kantoor, slaapruimte en kaartenkamer trok Montgomery van Londen over Portsmouth door Frankrijk en België, Nederland en Duitsland. Zijn laatste tijdelijke hoofdkwartier vestigde hij op 1 mei 1945 op de Lüneburger Heide. Hij leidde tot 1 september de Amerikaanse, Britse en Canadese legers; daarna de Brits-Canadese legergroep. Veel aandacht krijgt de invasie en strijd in Normandië; het Ardennenoffensief (Battle of the Bulge); de operaties Veritable and Grenade in het Rijnland; de Rijnoversteek bij Wesel (operatie Plunder) en uiteindelijk de uitschakeling van Monty. Zijn legergroep mocht slechts flankdekking bieden aan de Amerikaanse legergroep en het einddoel was niet Berlijn, maar Dresden.  

Onjuistheden zijn het gebruik van Holland voor Nederland en Britse mythen over het trage Eerste Canadese Leger; de pro-Montgomery bespreking van het conflict met opperbevelhebber Eisenhower over de commandokwestie en de te volgen strategie; en het beeld over operatie Market Garden of Arnhem (overigens niet hetzelfde). Het doel van operatie Market Garden was geen opmarsroute naar Berlijn noch beeindiging van de oorlog in december 1944. Het doel was vorming van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer met diepe uitlopers over de IJssel. Arnhem was geen brug te ver voor de grondtroepen. Die stad was immers geen doel. Operatie Market Garden was een brug te ver voor Montgomery. Vestiging van een bruggenhoofd op de Veluwe was een brug te ver voor het Britse Tweede Leger. Vestiging van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort met ten minste één oeververbinding was een brug te ver voor de Britse 1st Airborne Division. Die was overigens lang niet zo glorierijk en heroïsch als de auteur doet voorkomen. Bovendien werden de Britten niet geëvacueerd uit Arnhem maar uit Oosterbeek. De capitulatie op 4 mei op de Lüneburger Heide van de Duitse troepen in Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken  betekende niet het einde van de oorlog in Europa. Deze capitulatie was ook geen capitulatie van het Derde Rijk of een Duitse overgave en hoefde ook niet gevolgd door enkele formaliteiten zoals de ondertekening door Eisenhower en de Russen. In Reims volgde de volledige overgave van alle Duitse strijdkrachten aan de geallieerden. De inwerkingtreding op 8 mei 1945 van de in Reims getekende Act of Military Surrender betekende het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa. 

Martin W. Bowman, Air War Market Garden. Vol. 1. The Build Up to the Beginning, Barnsley 2012, 192 p.

Index van vooral personen en plaatsen.

Op het eerste gezicht een van de betere boeken over (een deel van) operatie Market Garden. De auteur behandelt uitvoerig voorbereiding en vertrek, vlucht, landing en opmars van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie op de eerste dag van operatie Market Garden. De titel van het goed leesbare boek is onjuist en misleidend. Operatie Market Garden was geen luchtoorlog, maar bestond uit luchtlandingsoperatie Market die ondergeschikt was aan grondoperatie Garden. Aandacht is voornamelijk besteed aan de luchtlandingstroepen ten noorden van de Neder-Rijn; het noordelijke deel van luchtlandingsoperatie Market. Onjuist en erg verwarrend is het gebruik van (South en Northern) Holland voor Nederland. Inhoudelijk zwak is het voorwoord.

Jammer is dat de auteur zich vaak tegenspreekt. Doelen van operatie Market Garden waren immers niet Arnhem, bevrijding van Nederland of een opmars naar Duitsland om de oorlog rond Kerst 1944 te beëindigen. Het doel was de vestiging van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet (IJsselmeer). Het doel van de 1st British Airborne Division was niet verovering van de Rijnbrug bij Arnhem. De Britten moesten een bruggenhoofd vestigen tussen de Westerbouwing en Westervoort met daarin opgenomen ten minste één oeververbinding. De drie evenwijdige routes naar het oosten beoogden niet meer snelheid, maar het vestigen van het bruggenhoofd van zuid naar noord. De auteur weet dat de troepen onder Frost defensieve posities vestigden in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de verkeersbrug. Toch spreekt hij abusievelijk over het bereiken en verdedigen van de brug; het innemen en vestigen van een perimeter rond het noordelijke einde van de brug en het zich begeven op en onder de brug. Onjuistheden zijn een beschermde opmarsroute naar Arnhem (die liep tot de Waal); vernieling van het ontstekingsmechanisme voor de Waalbrug in het hoofdpostkantoor in Nijmegen (bevond zich in een bunker ten noorden van de Waal); niet Browning maar Bittrich in Doetinchem (123); Noord-Holland en Rotterdam als doel van de 1ste Britse luchtlandingsdivisie (van Eerste Canadese Leger); spoorbrug bij Oosterbeek was opgeblazen door genisten van Krafft (Sprengkommando onder bevel van Kussin); 1ste Parachutisten Brigade moest de bruggen veroveren (2de parachutistenbataljon moest de noordelijke en zuidelijke toegangsweg naar de brug innemen).

Goed herkenbaar zijn de favoriete boeken van de auteur: Cornelius Ryan, A Bridge Too Far (1974; verouderd en achterhaald) en Martin Middlebrook, Arnhem. Ooggetuigenverslagen  van de Slag om Arnhem, 1994 (met veel onjuistheden). De ooggetuigenverslagen geven een duidelijk, maar soms verwarrend beeld van de gebeurtenissen. De algemene informatie is door het gebruik van achterhaalde en verouderde literatuur veelal onjuist. Dat is jammer.

dr. Jan Brouwer, bespreking: Martin W. Bowman, Air War Market Garden. Vol. 2. So Near and Yet So Far, Barnsley 2013, 174 p.

Index van vooral personen en plaatsen. 

Dit deel besteedt aandacht aan de landingen en eerste strijd van de US 82nd en 101st Airborne Divisions. De meeste aandacht gaat weer uit naar het verloop van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn op 18 en 19 september 1944. Uitgebreid aan de orde komen de defensieve strijd van Britten aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de verkeersbrug; de landing op de Ginkelse heide en de mislukte opmars van de 4th Parachute Brigade; de derde lift met voedselpakketten; de vastgelopen strijd op de Utrechtseweg en Onderlangs en de terugtrekking op 19 september naar Oosterbeek. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was mislukt, al erkent de auteur dit niet. 

Onjuist en erg verwarrend is het gebruik van Holland voor Nederland. Gebruikte mythen zijn Arnhem als het doel van het Britse Tweede Leger; de vondst door Duitsers van het plan voor luchtlandingsoperatie Market op het lichaam van een officier in een bij Vught neergestort zweefvliegtuig; gebruik door Duitsers van het veer bij Huissen; drie meldingen van Amerikanen op 18 september dat ze de Waalbrug in handen hebben (ze kwamen niet verder dan het Graaf Lodewijkplein); de verkeersbrug bij Arnhem als doel van de 18 september gelande 4th Parachute Brigade. Mythen zijn ook dat de Britten onder Frost de Rijnbrug bereikten, veroverden en in handen hielden; op de brug waren; het noordelijke einde van de brug beheersten; voertuigen onder de brug reden; posities ten oosten van de brug hadden. In werkelijkheid hadden de troepen onder Frost defensieve posities ingenomen in achtien gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug.  

Martin W. Bowman, Air War Market Garden. Vol. 3. The Shrinking Perimeter, Barnsley 2013, 214 p.

Index van personen en plaatsen. 

Dit deel gaat over bevoorrading en strijd van 18 tot en 25 september 1944. Aan de orde komen strijd ten noorden van Eindhoven, in en bij Nijmegen en vooral de verdediging van gebied rond Hartenstein in Oosterbeek (de perimeter). Deze perimeter lag niet rond Oosterbeek en was geen bruggenhoofd. 

Onjuist en erg verwarrend blijft het gebruik van Holland voor Nederland. Het boek bevat helaas veel historische mythen. De Hells’s Highway, een deel van de opmarsroute, liep niet tot Nunspeet maar tussen Son en Uden. Op 18 september kwamen geen Amerikanen onder vuur bij de verkeersbrug in Nijmegen. De niet veertig, maar negenendertig gesneuvelden van 504 Parachute Infantry Regiment waren gevallen voorafgaand aan, tijdens en na de Waaloversteek. Vooral bij het innemen van de noordelijke toegangsweg naar de spoor- en de verkeersbrug en het vestigen en verdedigen van het bruggenhoofd om Lent. Kate ter Horst was niet de Angel of Arnhem, maar de Angel of Oosterbeek. Overigens dekt de titel van hoofdstuk 7 de inhoud niet. Soms komt een dubbele tekst voor, bijvoorbeeld op de pagina’s 28 en 29 en 84 en 85. Op 20 september waren tussen Nijmegen en Arnhem niet slechts Duitse verkenners aanwezig, maar ook twee compagniën van 14. Schiffs Stamm Abteilung en troepen bij afweergeschut. Grondoperatie Garden mislukte 21 september ten zuiden van Elst. Deze mislukking betekende het einde van operatie Market Garden. De Irish Guards waren vastgelopen op een Duitse blokkade. Deze was niet van Knaust en bevond zich niet in Elst. Het ontstekingsmechanisme voor het opblazen van de brug bevond zich niet in het postkantoor in Nijmegen. Dat bevond zich uiteraard in een bunker aan de noordzijde van de rivier. Ook Van Hoof meende dat het ontstekingsmechanisme in het postkantoor lag. Duitse troepen hadden geen defensieve posities ingenomen op het noordelijke en zuidelijke einde van de verkeersbrug over de Waal. Ze hadden dat gedaan op en bij de noordelijke en zuidelijke toegangsweg naar de Waalbrug. De troepen van Frost hadden defensieve posities ingenomen in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug over de Neder-Rijn. Ze hadden dus geen posities aan beide zijden van de brug, onder de brug, ten oosten van de brug en op en onder de brug.  Ze konden de brug dan ook niet houden of verdedigen. Bruhns is Hauptmann Hans Bruhn, commandant van Panzergrenadier Ausbildungs und Ersatz Bn 361 en een artillerieregiment. Het veer in Driel was niet vernield tijdens de gevechten om de Westerbouwing. De veerman had 20 september de gierkabel gekapt, waardoor het veer was afgedreven. Het 5th Batalion The Duke of Cornwall’s Light Infantry bereikte 22 september wel de Polen in Driel. Het brengen van voorraden naar de Britten rond Hartenstein mislukte. Zondag 24 september waren wel boten en brugslagmateriaal beschikbaar, maar geen troepen om over de Neder-Rijn te zetten. 383rd Volksgrenadier Division moet zijn 363rd Volksgrenadier Division. De aanval van deze divisie bij Opheusden was een flankaanval voor het Duitse offensief uit Elden en Huissen gericht op de verovering van Elst. De 101st US Airborne Division vertrok niet begin, maar 28 november uit het Over-Betuwse bruggenhoofd (the Island) naar Frankrijk. Kampfgruppe Harzer (p. 187) is Kampfgruppe Harder. Op 2 november landden geen Canadese soldaten op Walcheren. Britse commando’s landden 1 november op Walcheren.

Martin W. Bowman, Air War Market Garden. Vol 4. A Bridge Too Far? Barnsley 2013, 140 p.

Index van personen en plaatsen. 

Het vierde en laatste deel gaat voornamelijk over de strijd in Oosterbeek op 24 en 25 september 1944 en de evacuatie over de Neder-Rijn. De auteur gaat ook in op redenen voor de volledige mislukking van operatie Market Garden. Arnhem of de verkeersbrug over de Neder-Rijn bij Arnhem waren echter geen brug te ver. Dat waren immers geen doelen. Operatie Market Garden was voor Montgomery een brug te ver. Het vestigen van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer was voor het Britse 2de Leger een brug te ver. Vestiging van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort met ten minste één oeververbinding was voor de 1st British Airborne Division een brug te ver. Vier boeken schrijven over operatie Market Garden blijkt voor de auteur wat de algemene informatie betreft een brug te ver. Ook wanneer een van de doelen het accentueren van Brits heroïsme en Britse heroïek is.

Het gebruik van Holland voor Nederland blijft onjuist en is zeer hinderlijk. Onjuistheden zijn ook de schrijfwijze van Seuss Inquaart voor Seyss Inquart en SS-Obersturmbahnfürer voor SS-Obersturmbannführer; onderschriften bij de foto over Sosabowski in Driel (Valburg) en tanks bij Uden (in Oosterhout (Gld.)); en de titel van hoofdstuk 7. 

Mythen zijn inname van de Rijnbrug bij Arnhem en het daar vestigen van een bruggenhoofd; de Schot Warrack noemen als initiatiefnemer voor de wapenstilstand op 24 september; het 4de bataljon Dorset de Britten laten versterken in plaats van hulp bieden bij de evacuatie; de indruk wekken dat er 24 september Britse troepen beschikbaar waren voor een grootscheepse oversteek van de Neder-Rijn; beweren dat de weg van Nijmegen naar Driel die dag was afgesneden en dat 45 Tiger tanks naar Nijmegen waren gezonden; het aantal Britse en Canadese boten bij de twee sectoren voor de evacuatie (8-8 Britse en 8-14 Canadese); het ontslag van Sosabowski (was een politieke kwestie); het houden van Arnhem door de Britten; en het bevrijden door Canadezen van het noorden van Nederland (veiligstellen van een verbindings- en bevoorradingsroute en flankbescherming voor het Britse Tweede Leger). Mythen zijn ook de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland op 5 mei 1945 en de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland op 8 mei 1945. De legergroep waartoe ook de Duitse troepen in Nederland behoorden, gaf zich op gezag van het Oberkommando der Wehrmacht op 4 mei 1945 op de Lüneburger Heide over aan de Britse veldmaarschalk Montgomery. Deze capitulatie trad 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking. De onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse troepen – niet van Duitsland - was op 7 mei 1945 in Reims. Deze capitulatie trad op 8 mei in werking (V-E Day).