Arnhem (Schuytgraaf): bouwen buiten bebouwingsgrens en in strijd met de bestemming van de gronden. Smerige politiek: niet houden aan convenant van 1993.

De gemeente Arnhem heeft vrijwel altijd problemen gehad met de bouw van de woonwijk Schuytgraaf, voorheen de ‘’Spoorsprong’’ of ‘’Driel-Oost’’. Na de annexatie van de Elster buurschappen Rijkerswoerd en De Laar legde de gemeente Elst in 1974 bebouwingsgrenzen van de A325 langs de Rijkerswoerdsestraat en de Laarstraat tot de spoorlijn  Arnhem-Nijmegen ten zuiden waarvan uitsluitend agrarische bebouwing was toegestaan.  Redenen waren het niet nakomen van  de afspraken om in de wijk Rijkerswoerd een 400 meter brede groenzone in acht te nemen en ten noorden van de Laarstraat te zorgen voor verspreide bebouwing in de vorm van laagbouw. De groenzone werd alleen ten oosten van de A325 gerealiseerd en in De Laar West bestaat de Boxmeerhof uit hoogbouw. Toen Arnhem in 1992 wilde uitbreiden tot de Linge tussen de A325 en de Grote Molenstraat weigerde Elst dat uiteraard onder verwijzing naar de bebouwingsgrens. Een  mogelijkheid was het komgrondengebied ten westen van de spoorlijn Arnhem-Nijmegen op grondgebied van Elst en Heteren. Elst verlengde onmiddellijk de bebouwingsgrens van de spoorlijn tot de Grote Molenstraat. Na stevige onderhandelingen in 1993 tekenden de drie gemeenten op 1 november 1993 het door GS vereiste convenant over een gemeentelijke herindeling met wijziging van de grenzen van de drie gemeenten waarbij grondgebied van Elst en Driel overging naar Arnhem voor de bouw van een VINEX-woonwijk, later Schuytgraaf. Uiteraard was de in 1992 verlengde bebouwingsgrens tot de Grote Molenstraat prominent opgenomen in de duidelijke en overzichtelijke kaart met afspraken in het convenant evenals aan de zuid- en westzijde een brede landelijke overgangszone waar de gronden de bestemming ‘groen en/of water’ hebben (Izie foto).  In de bij het convenant behorende tekst was duidelijk aangegeven dat een Overleggroep van bestuurders en ambtenaren een bindend advies mocht uitbrengen ‘over de planologische en stedenbouwkundige invulling van de zuid- en westrand van het gebied Driel-Oost’. De planologische invulling kan zijn weide-, boomgaard- of boslandschap, meer of natuurgebied aansluitend bij de bestaande landschappelijke inrichting. De stedenbouwkundige invulling van de bestemming ‘groen en/of water’ kan zijn  bomenrijen, groenzones, park, paden, waterpartijen en/of bloemperken. De gemeenteraden van Heteren, Elst en Arnhem keurden het convenant met kaarten en afspraken  respectievelijk 28 november, 6 en 12 december 1993 goed. Gedeputeerde Staten van Gelderland stemden op 30 december 1993 in  met deze besluiten en stelden overeenkomstig de wet ARHI (Algemene Regels Herindeling) van 24 oktober 1984 de nieuwe grenzen vast. ‘’Driel-Oost’’ ging 1 januari 1995 over naar Arnhem.

Al in  februari 1996 en 1998 probeerde Arnhem af te komen van de bebouwingsgrens aan de zuidkant van het plangebied. De stad wilde een gedeeltelijke bebouwing van de zuidelijke overgangszone waaraan een groen en/of waterfunctie was toegekend. Elst kende de stiekeme streken van Arnhem en reageerde gelet op de planvorming van Rijkerswoerd in de eerste helft van de jaren zeventig terecht negatief. Elst  achtte geen termen  aanwezig om het Arnhemse verzoek te honoreren. Ook in mei 1998 weigerde Elst de geprojecteerde woonbebouwing buiten de bebouwingsgrens in de zuidelijke landelijke overgangszone. Een conflict ontstond ook over de planning van een complex van sportvelden met een hek eromheen in de oostkant van  de landelijke overgangszone buiten de bebouwingsgrens op gronden met de bestemming ‘groen en/of water’.  Dit complex is later zonder toestemming van Elst door Arnhem naar de zuidwestelijke landelijke overgangszone verplaatst, weer buiten de bebouwingsgrens op gronden met bestemming ‘groen en/of water’. Arnhem wil sindsdien het zogenaamde ‘verschoven woningprogramma’ (onzin) met geasfalteerde fiets- en voetpaden alsnog realiseren in de zuidelijke landelijke overgangszone, dus  buiten  de bebouwingsgrens  op gronden met de bestemming ‘groen en/of water’. In 2001 fuseerden Elst, Heteren en Valburg tot de gemeente Overbetuwe. In 2004 heb ik als wethouder van deze gemeente telefonisch kortaf en resoluut een dergelijk verzoek geweigerd onder verwijzing naar de juiste antwoorden  van de gemeente Elst en  het convenant.

Na mijn periode als wethouder begon in 2008 de tijd van onbegrip, leugens, bedrog, knoeierij met en vervalsingen van dat convenant en het op basis van die stiekeme streken verschaffen van onvolledige en onjuiste informatie door Arnhem en de gemeente Overbetuwe die de belangen van deze gemeente verkwanselde door kritiekloos en passief Arnhem te volgen. Beide gemeenten hebben sindsdien hun raden telkens op het verkeerde been gezet door onjuiste en onvolledige informatie te verstrekken als basis voor besluitvorming. Arnhem blijft immers onbetrouwbaar, maar de gemeente Overbetuwe had niet goedgelovig moeten zitten slapen, beter moeten opletten en buurgemeente Arnhem meer moeten wantrouwen. Overbetuwe had de informatie van Arnhem moeten controleren, maar had tot 14 september 2022 niet de beschikking over het convenant (sic!). Dat lag in het Gelders archief in de archieven van Elst en Heteren. Overbetuwe vertrouwde dus op Arnhem, een gezien de geschiedenis sinds 1938 een onvergeeflijke fout of blunder. Ook de gemeenteraad van Overbetuwe treft blaam: te volgzaam, te weinig kritisch en te weinig oog voor de belangen van de gemeente Overbetuwe.

Arnhem heeft van de antwoorden van Elst weinig of niets geleerd en zeurt sinds begin 2008 als een dreinend kind over de aanleg van drie woonvelden, geasfalteerde fietspaden, een hulpwarmtekrachtcentrale en een sportcomplex  nota bene buiten de bebouwingsgrens en in de landelijke overgangszone waar de grond de bestemming ‘groen en/of water’ heeft; dus volledig in strijd met het convenant van 1993. Arnhem beweerde abusievelijk dat de kaart in het convenant ‘niet wordt uitgelegd’ (zie linksonder) en dat een ‘Overleggroep bestaande uit bestuurders en ambtenaren een bindend advies zal uitbrengen over de planologische en stedenbouwkundige invulling van de zuid- en westrand van het gebied Driel-oost’. Volgens Arnhem staat in de tekst van het convenant ‘niet veel concreets’ met betrekking tot de ruimtelijke inpassing. ‘Er zijn alleen afspraken gemaakt over overleg, maar niet over inhoud.’  Alsof bebouwingsgrens en bestemming van gronden niet concreet zijn en geen inhoud hebben. Typisch Arnhem dat geilt op bouwgrond en woningbouw in de zin van erg begeren, dol zijn op, opgewonden raken van en vurig willen bezitten.  Arnhem beweerde abusievelijk, valselijk  en tamelijk onnozel dat een stedenbouwkundige invulling van die buiten de bebouwingsgrens gelegen landelijke overgangszone ook infrastructuur als geasfalteerde fietspaden en woningbouw omvat nota bene in een landelijke overgangszone waar de gronden de bestemming ‘groen en/of water’ hebben en een stedenbouwkundige invulling van die bestemming betrekking heeft op bomen, groenzones, park, paden, waterpartijen en/of bloemperken. Duidelijker kan het niet: valsheid in  geschrifte, leugens en bedrog. Arnhem i.c. PvdA-wethouder Roeland Kreeft (‘convenant is een herenakkoord’) benadrukte dat er geen noodzaak meer was voor het vasthouden aan de zuidelijke landelijke overgangszone met de bestemming van de grond als ‘’groen en/of water’’ door de ontwikkeling van Landschapspark Lingezegen (sic!). Wat een onzin en waar bemoeide de man zich mee! Alsof Arnhem dat zo maar kan  bepalen! Dit park ligt immers in  een bufferzone die juist gericht is tegen de ongebreidelde  expansiezucht van Arnhem en Nijmegen en dient volgens afspraak te worden ingericht als Landschapspark met drie Over-Betuwse landschappen: loofboslandschap De Park, waterlandschap Rijkerswoerd en agrarisch landschap Het Landbouwland als compensatie aan Elst en Bemmel voor vernietiging van Over-Betuws landschap. Dit Landschapspark is aangevuld met twee stedelijke uitloopgebieden voor recreatie. Verlenging van de bufferzone in de zuidelijke overgangszone van Schuytgraaf betekent juist een bevestiging van het convenant van 1993 dat daar geen woningbouw kan plaatsvinden.

Eind oktober 2008 uitte de gemeenteraad van Overbetuwe unaniem  ernstige bezwaren te hebben tegen de plannen van Arnhem. De raad achtte woningbouw in de zuidelijke overgangszone ongewenst en eiste behoud van de groen/blauwe functies in dat gebied, zoals vastgelegd in het convenant van 1 november 1993. Arnhem handelde in strijd met dat convenant op het gebied van woningbouw, warmtekrachtcentrale en aanleg van een  sportcomplex. ‘Afspraak is immers afspraak’. Overbetuwe won juridisch advies in van advocatenbureau AKD Prinsen van Wijmen in  Breda. De conclusie was dat  Arnhem geen  woningen kan bouwen buiten de bebouwingsgrens op gronden met de bestemming ‘’groen en/of water’’ in de westelijke en zuidelijke landelijke overgangszone. Daarna bleef het ruim een jaar rustig. De raad dacht van het ‘kinderlijke’, ‘onnozele en domme gezeur’ van de colleges van Arnhem en Overbetuwe af te zijn. Het zou bijna een jaar rustig blijven.

Sinds september 2009 zeurt Arnhem echter weer over woningbouw in de buiten de bebouwingsgrens gelegen zuidelijke landelijke overgangszone waar de gronden de bestemming ‘groen en/of water’ hebben en opnieuw in relatie tot Landschapspark Lingezegen. Die zone was ‘niet optimaal vormgegeven’, aldus Arnhem. Nee, die stad had daar te veel gebouwd in strijd met de bestemming. Arnhem wilde Lingezegen vergroten – nota bene Elster grondgebied - tussen woningbouw en geasfalteerde fiets- en voetpaden in de zuidelijke landelijke zone om een goede overgang te creëren ‘tussen woningbouw en landschap’. Er was zelfs sprake van een ‘landschappelijke en  stedenbouwkundige invulling voor het gebied waar de zuidrand van Schuytgraaf overgaat in Park Lingezegen’. Voor alle duidelijkheid nogmaals: de stedenbouwkundige invulling van de landelijke overgangszone waar de gronden de bestemming groen en /of water hebben,  kan dan niet anders zijn dan bomenrijen, groenzones, park, paden, waterpartijen, plantsoen en/of bloemperken. Overigens was de betreffende zuidrand sterk ingekort, vrijwel gehalveerd en onjuist  geel gearceerd.  Dit was valse informatie verstrekken aan  de raden die de colleges ‘open en eerlijk’ noemden.  Beide gemeenten bleken kort van geheugen, slecht van onthouden en bereid tot het verstrekken van leugens te zijn. De  colleges van burgemeester en wethouders confronteerden de gemeenteraden met hun gezeur en onjuiste informatie (onbehoorlijk bestuur) vlak voor en na de verkiezingen in maart 2010, namelijk  met voorstellen d.d. 5 januari en 23 februari 2010 en vervolgens in en na juli 2010. De raden konden  daardoor niet goed controleren en  besluiten bij gebrek aan  juiste informatie.   Een en ander leidde tot de zogenaamde convenant ‘Waar Schuytgraaf en  Lingezegen elkaar ontmoeten’ d.d. 14 juli 2010 dat veel bekende onjuistheden, leugens en bedrog bevat. Schuytgraaf is immers bestemd voor nog geen 5500 woningen en zeker geen 6500 of 7000. Ook dat hadden de Arnhemse wethouders G. Elfrink en Cathelijne Bouwkamp (GL) moeten weten.

Bovendien moet Arnhem ten zuiden en westen van de bebouwingsgrens nog alles aanpassen aan de bestemming van de gronden ‘groen en/of water’. Dat betekent optimaal vorm geven i.c. verwijdering van het sportcomplex, geasfalteerde en met tegels bestrate fietspaden en wegen, tijdelijke hulpwarmtecentrale (Nuon, Vattenfall, 2009), bouwkeet projectpunt Arnhem en bouwsels en opslag van bouwmaatschappijen. Eventueel zou erin kunnen: hondenspeelveld en het evenemententerrein uit Landschapspark Lingezegen. In veld 24 zijn in ieder geval de twee zuidelijke rijen woningen gebouwd buiten de bebouwingsgrens. Compensatie daarvan is vereist evenals van de woningen met rieten daken in de noordwesthoek ’t Vlot/Vogelenzangsestraat, van de voetgangerstunnel onder spoorlijn gebouwd op Overbetuws grondgebied en evt. van de hulpwarmtecentrale waarvoor Arnhem vergunning heeft afgegeven. Controle is bovendien nodig van de ecologische zone aan de Vogelenzangsestraat.  

Ontwikkeling van  Schuytgraaf is en blijft kennelijk een zaak van vervalsing, leugens en bedrog zo lang Arnhem niet uitsluitend bouwt binnen de bebouwingsgrens op gronden overeenkomstig de bestemming. Arnhem en Overbetuwe dienen onmiddellijk te stoppen met plannen voor woningbouw buiten de bebouwingsgrens in de landelijke overgangszones op gronden met de bestemming groen en/of water. Planologische invulling kan zijn: weide-, boomgaard- of boslandschap, meer of natuurgebied aansluitend bij de bestaande landschappelijke inrichting. De stedenbouwkundige invulling ervan kan geen andere zijn dan bomenrijen, groenzones, park, paden, waterpartijen, plantsoen en/of bloemperken!!! Arnhem moet de landelijke overgangszones zo snel mogelijk in overeenstemming brengen met de bestemming en compenseren wat is geschonden.

Arnhem : bouwen buiten bebouwingsgrens in strijd met de bestemming van de gronden

De gemeente Arnhem heeft vrijwel altijd problemen gehad met de bouw van de woonwijk Schuytgraaf, voorheen de ‘’Spoorsprong’’ of ‘’Driel-Oost’’. Na de annexatie van de Elster buurschappen Rijkerswoerd en De Laar legde de gemeente Elst in 1974 bebouwingsgrenzen langs de Rijkerswoerdsestraat en de Laarstraat tot de spoorlijn  Arnhem-Nijmegen ten zuiden waarvan uitsluitend agrarische bebouwing was toegestaan.  Redenen waren het niet nakomen van  de afspraken om in de wijk Rijkerswoerd een 400 meter brede groenzone in acht te nemen en ten noorden van de Laarstraat te zorgen voor verspreide bebouwing in de vorm van laagbouw. De groenzone werd alleen ten oosten van de A325 gerealiseerd en in De Laar West bestaat de Boxmeerhof uit hoogbouw. Toen Arnhem in 1992 wilde uitbreiden tot de Linge tussen de A325 en de Grote Molenstraat weigerde Elst dat uiteraard onder verwijzing naar de bebouwingsgrens. Een  mogelijkheid was het komgrondengebied ten westen van de spoorlijn Arnhem-Nijmegen op grondgebied van Elst en Heteren. Elst verlengde onmiddellijk de bebouwingsgrens van de spoorlijn tot de Grote Molenstraat. Na stevige onderhandelingen in 1993 tekenden de drie gemeenten op 1 november 1993 het door GS vereiste convenant over een gemeentelijke herindeling met wijziging van de grenzen van de drie gemeenten waarbij grondgebied van Elst en Driel overging naar Arnhem voor de bouw van een VINEX-woonwijk, later Schuytgraaf. Uiteraard was de in 1992 verlengde bebouwingsgrens tot de Grote Molenstraat prominent opgenomen in de duidelijke en overzichtelijke kaart met afspraken in het convenant evenals aan de zuid- en westzijde een brede landelijke overgangszone waar de gronden de bestemming ‘groen en/of water’ hebben.  In de bij het convenant behorende tekst was duidelijk aangegeven dat een Overleggroep van bestuurders en ambtenaren een bindend advies mocht uitbrengen ‘over de planologische en stedenbouwkundige invulling van de zuid- en westrand van het gebied Driel-Oost’. De planologische invulling kan zijn weide-, boomgaard- of boslandschap, meer of natuurgebied aansluitend bij de bestaande landschappelijke inrichting. De stedenbouwkundige invulling van de bestemming ‘groen en/of water’ kan zijn  bomenrijen, groenzones, park, paden, waterpartijen en/of bloemperken. De gemeenteraden van Heteren, Elst en Arnhem keurden het convenant met kaarten en afspraken  respectievelijk 28 november, 6 en 12 december 1993 goed. Gedeputeerde Staten van Gelderland stemden op 30 december 1993 in  met deze besluiten en stelden overeenkomstig de wet ARHI (Algemene Regels Herindeling) van 24 oktober 1984 de nieuwe grenzen vast. ‘’Driel-Oost’’ ging 1 januari 1995 over naar Arnhem.

Al in  februari 1996 en 1998 probeerde Arnhem af te komen van de bebouwingsgrens aan de zuidkant van het plangebied. De stad wilde een gedeeltelijke bebouwing van de zuidelijke overgangszone waaraan een groen en/of waterfunctie was toegekend. Elst kende de stiekeme streken van Arnhem en reageerde gelet op de planvorming van Rijkerswoerd in de eerste helft van de jaren zeventig terecht negatief. Elst  achtte geen termen  aanwezig om het Arnhemse verzoek te honoreren. Ook in mei 1998 weigerde Elst de geprojecteerde woonbebouwing buiten de bebouwingsgrens in de zuidelijke landelijke overgangszone. Een conflict ontstond ook over de planning van een complex van sportvelden met een hek eromheen in de oostkant van  de landelijke overgangszone buiten de bebouwingsgrens op gronden met de bestemming ‘groen en/of water’.  Dit complex is later zonder toestemming van Elst door Arnhem naar de zuidwestelijke landelijke overgangszone verplaatst, weer buiten de bebouwingsgrens op gronden met bestemming ‘groen en/of water’. Arnhem wil sindsdien het zogenaamde ‘verschoven woningprogramma’ (onzin) met geasfalteerde fiets- en voetpaden alsnog realiseren in de zuidelijke landelijke overgangszone, dus  buiten  de bebouwingsgrens  op gronden met de bestemming ‘groen en/of water’. In 2001 fuseerden Elst, Heteren en Valburg tot de gemeente Overbetuwe. In 2004 heb ik als wethouder van deze gemeente telefonisch kortaf en resoluut een dergelijk verzoek geweigerd onder verwijzing naar de juiste antwoorden  van de gemeente Elst en  het convenant.

Na mijn periode als wethouder begon in 2008 de tijd van onbegrip, leugens, bedrog, knoeierij met en vervalsingen van dat convenant en het op basis van die stiekeme streken verschaffen van onvolledige en onjuiste informatie door Arnhem en de gemeente Overbetuwe die de belangen van deze gemeente verkwanselde door kritiekloos en passief Arnhem te volgen. Beide gemeenten hebben sindsdien hun raden telkens op het verkeerde been gezet door onjuiste en onvolledige informatie te verstrekken als basis voor besluitvorming. Arnhem blijft immers onbetrouwbaar, maar de gemeente Overbetuwe had niet goedgelovig moeten zitten slapen, beter moeten opletten en buurgemeente Arnhem meer moeten wantrouwen. Overbetuwe had de informatie van Arnhem moeten controleren, maar had tot 14 september 2022 niet de beschikking over het convenant (sic!). Dat lag in het Gelders archief in de archieven van Elst en Heteren. Overbetuwe vertrouwde dus op Arnhem, een gezien de geschiedenis sinds 1938 een onvergeeflijke fout of blunder. Ook de gemeenteraad van Overbetuwe treft blaam: te volgzaam, te weinig kritisch en te weinig oog voor de belangen van de gemeente Overbetuwe.

Arnhem heeft van de antwoorden van Elst weinig of niets geleerd en zeurt sinds begin 2008 als een dreinend kind over de aanleg van drie woonvelden, geasfalteerde fietspaden, een hulpwarmtekrachtcentrale en een sportcomplex  nota bene buiten de bebouwingsgrens en in de landelijke overgangszone waar de grond de bestemming ‘groen en/of water’ heeft; dus volledig in strijd met het convenant van 1993. Arnhem beweerde abusievelijk dat de kaart in het convenant ‘niet wordt uitgelegd’ (zie linksonder) en dat een ‘Overleggroep bestaande uit bestuurders en ambtenaren een bindend advies zal uitbrengen over de planologische en stedenbouwkundige invulling van de zuid- en westrand van het gebied Driel-oost’. Volgens Arnhem staat in de tekst van het convenant ‘niet veel concreets’ met betrekking tot de ruimtelijke inpassing. ‘Er zijn alleen afspraken gemaakt over overleg, maar niet over inhoud.’  Alsof bebouwingsgrens en bestemming van gronden niet concreet zijn en geen inhoud hebben. Typisch Arnhem dat geilt op bouwgrond en woningbouw in de zin van erg begeren, dol zijn op, opgewonden raken van en vurig willen bezitten.  Arnhem beweerde abusievelijk, valselijk  en tamelijk onnozel dat een stedenbouwkundige invulling van die buiten de bebouwingsgrens gelegen landelijke overgangszone ook infrastructuur als geasfalteerde fietspaden en woningbouw omvat nota bene in een landelijke overgangszone waar de gronden de bestemming ‘groen en/of water’ hebben en een stedenbouwkundige invulling van die bestemming betrekking heeft op bomen, groenzones, park, paden, waterpartijen en/of bloemperken. Duidelijker kan het niet: valsheid in  geschrifte, leugens en bedrog. Arnhem i.c. PvdA-wethouder Roeland Kreeft (‘convenant is een herenakkoord’) benadrukte dat er geen noodzaak meer was voor het vasthouden aan de zuidelijke landelijke overgangszone met de bestemming van de grond als ‘’groen en/of water’’ door de ontwikkeling van Landschapspark Lingezegen (sic!). Wat een onzin en waar bemoeide de man zich mee! Alsof Arnhem dat zo maar kan  bepalen! Dit park ligt immers in  een bufferzone die juist gericht is tegen de ongebreidelde  expansiezucht van Arnhem en Nijmegen en dient volgens afspraak te worden ingericht als Landschapspark met drie Over-Betuwse landschappen: loofboslandschap De Park, waterlandschap Rijkerswoerd en agrarisch landschap Het Landbouwland als compensatie aan Elst en Bemmel voor vernietiging van Over-Betuws landschap. Dit Landschapspark is aangevuld met twee stedelijke uitloopgebieden voor recreatie. Verlenging van de bufferzone in de zuidelijke overgangszone van Schuytgraaf betekent juist een bevestiging van het convenant van 1993 dat daar geen woningbouw kan plaatsvinden.

Eind oktober 2008 uitte de gemeenteraad van Overbetuwe unaniem  ernstige bezwaren te hebben tegen de plannen van Arnhem. De raad achtte woningbouw in de zuidelijke overgangszone ongewenst en eiste behoud van de groen/blauwe functies in dat gebied, zoals vastgelegd in het convenant van 1 november 1993. Arnhem handelde in strijd met dat convenant op het gebied van woningbouw, warmtekrachtcentrale en aanleg van een  sportcomplex. ‘Afspraak is immers afspraak’. Overbetuwe won juridisch advies in van advocatenbureau AKD Prinsen van Wijmen in  Breda. De conclusie was dat  Arnhem geen  woningen kan bouwen buiten de bebouwingsgrens op gronden met de bestemming ‘’groen en/of water’’ in de westelijke en zuidelijke landelijke overgangszone. Daarna bleef het ruim een jaar rustig. De raad dacht van het ‘kinderlijke’, ‘onnozele en domme gezeur’ van de colleges van Arnhem en Overbetuwe af te zijn. Het zou bijna een jaar rustig blijven.

Sinds september 2009 zeurt Arnhem echter weer over woningbouw in de buiten de bebouwingsgrens gelegen zuidelijke landelijke overgangszone waar de gronden de bestemming ‘groen en/of water’ hebben en opnieuw in relatie tot Landschapspark Lingezegen. Die zone was ‘niet optimaal vormgegeven’, aldus Arnhem. Nee, die stad had daar te veel gebouwd in strijd met de bestemming. Arnhem wilde Lingezegen vergroten – nota bene Elster grondgebied - tussen woningbouw en geasfalteerde fiets- en voetpaden in de zuidelijke landelijke zone om een goede overgang te creëren ‘tussen woningbouw en landschap’. Er was zelfs sprake van een ‘landschappelijke en  stedenbouwkundige invulling voor het gebied waar de zuidrand van Schuytgraaf overgaat in Park Lingezegen’. Voor alle duidelijkheid nogmaals: de stedenbouwkundige invulling van de landelijke overgangszone waar de gronden de bestemming groen en /of water hebben,  kan dan niet anders zijn dan bomenrijen, groenzones, park, paden, waterpartijen, plantsoen en/of bloemperken. Overigens was de betreffende zuidrand sterk ingekort, vrijwel gehalveerd en onjuist  geel gearceerd.  Dit was valse informatie verstrekken aan  de raden die de colleges ‘open en eerlijk’ noemden.  Beide gemeenten bleken kort van geheugen, slecht van onthouden en bereid tot het verstrekken van leugens te zijn. De  colleges van burgemeester en wethouders confronteerden de gemeenteraden met hun gezeur en onjuiste informatie (onbehoorlijk bestuur) vlak voor en na de verkiezingen in maart 2010, namelijk  met voorstellen d.d. 5 januari en 23 februari 2010 en vervolgens in en na juli 2010. De raden konden  daardoor niet goed controleren en  besluiten bij gebrek aan  juiste informatie.   Een en ander leidde tot de zogenaamde convenant ‘Waar Schuytgraaf en  Lingezegen elkaar ontmoeten’ d.d. 14 juli 2010 dat veel bekende onjuistheden, leugens en bedrog bevat. Schuytgraaf is immers bestemd voor nog geen 5500 woningen en zeker geen 6500 of 7000. Ook dat hadden de Arnhemse wethouders G. Elfrink en Cathelijne Bouwkamp (GL) moeten weten.

Bovendien moet Arnhem ten zuiden van de bebouwingsgrens nog alles aanpassen aan de bestemming van de gronden ‘groen en/of water’. Dat betekent optimaal vorm geven i.c. verwijdering van (een  deel van) het sportcomplex, geasfalteerde en met tegels bestrate fietspaden en wegen, tijdelijke hulpwarmtecentrale (Nuon, Vattenfall, 2009), bouwkeet projectpunt Arnhem en bouwsels en opslag van bouwmaatschappijen. Eventueel zou erin kunnen: hondenspeelveld en evenemententerrein uit Landschapspark Lingezegen. In veld 24 zijn in ieder geval de twee zuidelijke rijen woningen gebouwd buiten de bebouwingsgrens. Compensatie daarvan is vereist evenals van de woningen met rieten daken in de noordwesthoek ’t Vlot/Vogelenzangsestraat, van de voetgangerstunnel onder spoorlijn gebouwd op Overbetuws grondgebied en evt. van de hulpwarmtecentrale waarvoor Arnhem vergunning heeft afgegeven. Controle is bovendien nodig van de ecologische zone aan de Vogelenzangsestraat.  

Ontwikkeling van  Schuytgraaf is en blijft kennelijk een zaak van vervalsing, leugens en bedrog zo lang Arnhem niet uitsluitend bouwt binnen de bebouwingsgrens op gronden overeenkomstig de bestemming. Arnhem en Overbetuwe dienen onmiddellijk te stoppen met plannen voor woningbouw buiten de bebouwingsgrens in de landelijke overgangszones op gronden met de bestemming groen en/of water. Planologische invulling kan zijn: weide-, boomgaard- of boslandschap, meer of natuurgebied aansluitend bij de bestaande landschappelijke inrichting. De stedenbouwkundige invulling ervan kan geen andere zijn dan bomenrijen, groenzones, park, paden, waterpartijen, plantsoen en/of bloemperken!!! Arnhem moet de landelijke overgangszones in overeenstemming brengen met de bestemming en compenseren wat is geschonden.

GEEN woningbouw Arnhem in wijk Schuytgraaf buiten bebouwingsgrens van 1993!

Wie het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het lid op de neus: bebouwing uitsluitend toegestaan binnen de oorspronkelijke bebouwingsgrens

Een van de ontstaansgronden van de gemeente Overbetuwe is beter weerstand te kunnen bieden aan verstedelijkingsdruk en slinkse streken van Arnhem en Nijmegen. Een van de beleidsuitgangspunten van Overbetuwe is voortzetting van het beleid van de voormalige gemeenten i.c. Elst en Heteren. Beide gemeenten stelden duidelijke en harde voorwaarden voor instemming met grenscorrecties. Arnhem stemde daarmee aanvankelijk in. Beide gemeenten zijn al in 1974 een bebouwingsgrens overeengekomen van de A52 (A325) tot de spoorlijn Arnhem-Nijmegen. Nadat Arnhem de beloften van een groenstrook ten noorden van de Rijkerswoerdsestraat en uitsluitend laagbouw ten noorden van De Laar niet was nagekomen.

Arnhem, Elst en Heteren hebben op 1 november 1993 een helder geformuleerd convenant in het kader van de wet ARHI en de Ontwikkelingsvie Arnhem-Nijmegen gesloten over de nieuwe wijk Schuytgraaf (Spoorsprong, Driel-Oost) met een bebouwingsgrens (o.a. de zuidelijke in het verlengde van de reeds bestaande langs de Rijkerswoerdsestraat en De Laar), een overgangszone van landelijk naar stedelijk gebied waarin de gronden de bestemming “groen en/of water” hebben en de gemeentegrens. Uitsluitend over wijziging van die bestemming en landschappelijke invulling van de gronden buiten de bebouwingsgrens mogen beide gemeenten een bindend advies uitbrengen, bijvoorbeeld weide, bos, park, agrarisch gebied of natuurgebied. GEEN BEBOUWING daar.

  1. Bebouwingsgrens. Verschil tussen de plangrens (de toekomstige gemeentegrens van Arnhem) en de bebouwingsgrens (rooilijn). De zuidelijke bebouwingsgrens ligt in het verlengde van de sinds 1974 bestaande bebouwingsgrens ten noorden van De Laar.
  2. Gronden buiten de bebouwingsgrens. Buiten de bebouwingsgrens vallen het gebied ten noorden en noordoosten van ’t Vlot met de bestemming ‘groen en/of water’; de ecologische zone bij de Vogelenzangsestraat; het agrarische gebied tussen Achterstraat en Drielse dijk; een strook grond langs de spoordijk; en gronden ten zuiden en zuidwesten van het over te dragen gebied met eveneens de bestemming ‘groen en/of water’.
  3. Bestemming. De gemeenteraden van Arnhem, Elst en Heteren stelden het convenant vast na advies van een Overleggroep van bestuurders en ambtenaren uit de drie gemeenten. Deze Overleggroep bracht ‘een bindend advies uit over de planologische en stedenbouwkundige invulling van de zuid- en westrand van het gebied Driel-Oost’. De gronden in die randen kregen de bestemming ‘groen en/of water’. Dat was niet voor niets.
  4. Inrichting. Het gebied tussen gemeentegrens en bebouwingsgrens is geen buffer, maar een overgangszone van het landelijke naar het stedelijke gebied. De inrichting van deze zone met de bestemming groen en/of blauw moet ‘aansluiten bij de verdere landschappelijke inrichting’ (agrarisch gebied of park met boslanschap).

De gemeenteraden van Heteren, Elst en Arnhem keurden het convenant met kaart en afspraken respectievelijk 28 november, 6 en 12 december 1993 goed. Gedeputeerde Staten van Gelderland keurden 30 december 1993 deze besluiten goed en stelden overeenkomstig de wet ARHI (Algemene Regels Herindeling) van 24 oktober 1984 de nieuwe grens vast. Driel-Oost ging 1 januari 1995 over naar Arnhem.

De nog steeds onbetrouwbare gemeente Arnhem wil in strijd met het convenant van 1 november 1993 toch bouwen in de zuidelijke overgangszone van Schuytgraaf: in 2021 notabene 236 in plaats van aanvankelijk 131 woningen met een hoogte van 14 in plaats van 11 meter. Dit mag en kan helemaal niet en is VERRAAD  aan Elst. De wijk is voor 5500 woningen. Arnhem  heeft er al  6500 gebouwd en wil er nog meer bouwen!

Overbetuwe kan dit verzoek onmogelijk inwilligen en moet uiteraard de in 2010 overeengekomen bebouwing op de velden 23, 24, 26 en 27 zo snel mogelijk intrekken. De zuidelijke overgangszone ligt immers tussen de gemeentegrens en de bebouwingsgrens en vormt de landelijke overgangszone van het groenblauwe plattelandsgebied naar de rode stedelijke bebouwing waarin aan de gronden in het convenant een groen- en/of waterfunctie is toegekend. Daaraan moet worden vastgehouden binnen het convenant. Er is geen enkele reden om daarin een wijziging aan te brengen, zeker niet het gezeur van Arnhem over bebouwing daar. Er is wel reden om zo snel mogelijk het schandalige verraad aan Elst in 2010 in te trekken.

Arnhem beweerde in 2010 en 2021 abusievelijk dat er in het convenant sprake is van een stedelijke overgangszone met bebouwing. Dat is een grove leugen! Arnhem wil de overgang van stedelijk gebied naar plattelandsgebied accentueren met harde lijnen hetgeen in strijd is met het convenant. Daarin is niet voor niets vastgelegd dat er een overgangszone van landelijk naar stedelijk gebied is en dat daarom de landelijke overgangs- of randzones buiten de bebouwingsgrens een groen- en/of waterfunctie hebben. Een bestemmingswijziging om bouw mogelijk te maken op gronden buiten de bebouwingsgrens met de bestemming groen en/of water kan dus niet. Bebouwing kan uitsluitend binnen de in het convenant opgenomen bebouwingsgrens plaatsvinden. Overbetuwe en Arnhem brengen ‘een bindend advies uit over de planologische en stedenbouwkundige invulling van de zuid- en westrand van het gebied Driel-Oost’, aldus het convenant. De gronden in die randen kregen de bestemming ‘groen en/of water’. Het bindend advies is dus beperkt tot de bestemming en landschappelijke invulling van de gronden buiten de bebouwingsgrens, zoals bos, weide of park. Dus geen woningbouw.

Bovendien is de zuidelijke landelijke overgangszone al ingrijpend aangetast door ongewenste en verboden bebouwing buiten de bebouwingsgrens van stedelijke voorzieningen in de vorm van een ruim sportcomplex, een hulpwarmtecentrale (HWC, Vattenfall), (geplande en gerealiseerde) woningbouw op de velden 23, 24, 26 en 27, geasfalteerde fietspaden en andere wegen op gronden met  de bestemming groen en/of water alsook woningen in de hoek ’t Vlot/Vogelenzangsestraat en wellicht ook nog elders. Typerend voor de gemeente Arnhem die op het gebied van ruimtelijke ordening of stadontwikkeling niet te vertrouwen is. Uiteraard dient deze landelijke overgangszone aangepast te worden aan de bestemming van de grond. Het verzoek van Arnhem daar nog meer te bouwen dient dan ook definitief en beslist te worden afgewezen. Arnhem moet voorts voor bebouwing, de HWC en de fietspaden een oplossing zoeken binnen de in 1993 overeengekomen bebouwingsgrens en niet elke raadsperiode Elst of Overbetuwe in strijd met het convenant vragen of lastig vallen om het convenant te herzien; zeker niet voor bebouwing van de overgangs- of randzone buiten de bebouwingsgrens waar de gronden de bestemming groen en/of water hebben. Dit betekent dus ook snelle en grondige opruiming van de smerige bouwsels in de overgangszone bij en ten oosten van het HWC en beëindiging van de werkzaamheden en opslag aldaar die in strijd zijn met de bestemming ‘groen en/of water’ van de gronden in de overgangszone. Voor stedelijke voorzieningen is uitsluitend plaats binnen de bebouwingsgrens, zoals ook geldt voor de velden in het zuidelijke deel van het sportcomplex en bebouwing in woonveld 24 die buiten de bebouwingsgrens vallen. Arnhem wil en kan dit maar niet begrijpen en accepteren.

Van februari 1996 tot 2006 gaven Elst - sinds 2001 Overbetuwe – Arnhem ten minste driemaal een duidelijk bindend advies overeenkomstig het convenant met een negatief antwoord op steeds hetzelfde gezeur: de oplossing voor bebouwing zoeken binnen de bebouwingsgrens.  Die stad wachtte echter op een zwak en meegaand bestuur van gemeente Overbetuwe (in periode 2006-2014). Arnhem heeft in 2010/2011 het gemeentebestuur van Overbetuwe onjuist en onvolledig geïnformeerd over de zuidelijke overgangszone. Bebouwing in de zuidelijke overgangszone is immers in strijd met het convenant, in het bijzonder met de bebouwingsgrens waarbuiten in de overgangszone op gronden met de bestemming groen en/of water geen bebouwing is toegestaan.

Overigens is de loop van de bebouwingsgrens al bepaald in 1974. Afgesproken bij de overdracht van het gebied ten zuiden van het dorp Elden in 1974 is uiteindelijk dat de Rijkerswoerdsestraat en de straat De Laar de zuidelijke bebouwingsgrens vormen. De noordzijde van de lijn in het verlengde van de Rijkerswoerdsestraat en De Laar tot bij de Grote Molenstraat vormt de bebouwingsgrens.  Deze grens is aangehouden en de gronden buiten die grens in de landelijke overgangszone kregen de bestemming ‘groen en/of water’.

Overbetuwe en Arnhem hebben overeenkomstig het convenant het recht bindend advies uit te brengen over eventuele bestemmingswijziging in de overgangszone. Dit bindend advies is echter beperkt tot de bestemming en landschappelijke inrichting van de gronden in de overgangszone buiten de bebouwingsgrens die nu de bestemming ‘groen en/of water’ hebben. Elst heeft meermalen een negatief advies uitgebracht en Overbetuwe in 2004 nog eens. Arnhem bleef ec hter zeuren en heeft nooit genloeg.

Arnhem mist de vereiste historische kennis, het noodzakelijke historische besef en is gemakshalve vergeten dat in de jaren 1970 tot 1974 bij de planvorming van de wijken De Laar en Rijkerswoerd eufemistisch uitgedrukt  ‘geen duidelijke afspraken’ waren gemaakt. Het over te dragen gebied bestond uit de polder Elden, het noordelijke deel de Hoge Woerd van de buurschap Rijkerswoerd (tussen Eldense zeeg en Rijkerswoerdsestraat) en de buurschap de Laar. De bebouwingsgrens was oorspronkelijk gepland tot de Rijkerswoerdsestraat en de straat De Laar bij de gemeentegrens. De gemeente Elst wilde ook toen al een groene overgangszone van ruim 300 meter. Arnhem had op 3 september 1968 de burgemeester van Elst beloofd de bebouwingsgrens 150 tot 400 meter naar het noorden terug te brengen. Tussen de gemeentegrens en de bebouwingsgrens zou een groengordel komen, eventueel met sportvelden. Het ontwerpbestemmingsplan De Laar was in 1973 in strijd met deze belofte uit 1968. De bebouwingsgrens was niet naar het noorden opgeschoven en er was geen groengordel van 300 meter opgenomen. Alleen ten noorden van de Rijkerswoerdsestraat ten oosten van de A52 was de bebouwingsgrens naar het noorden verlegd. Bovendien zou in een overgangszone tussen de Kroonse Wal en de Rijkerswoerdsestraat ten noorden van de weg De Laar uitsluitend laagbouw plaatsvinden ruim verspreid in het groen. Deze overgangszone van enkele honderden meters breed diende de overgang te vormen van het groenblauwe landelijke en agrarische gebied naar het rode stedelijke gebied. Bij restaurant De Klomp zijn in strijd met deze afspraak toch twee hoogbouwpanden verrezen. De zuidgrens van Arnhem is sinds 1974 de Rijkerswoerdsestraat en De Laar. Aan de noordzijde van deze straten loopt de bebouwingsgrens ten zuiden waarvan geen (rode) stedelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Opmerkelijk is dat de fietstunnel in het verlengde van De Laar voor een fors deel aangelegd moest worden op grondgebied van Overbetuwe; nota bene ten zuiden van de bebouwingsgrens. Arnhem had de bebouwing van Schuytgraaf per ongeluk (?) te ver naar het zuiden gepland. Arnhem dacht uiteraard niet aan compensatie.

De directeur van de Parkorganisatie van Landschapspark Lingezegen is geen partij bij het convenant en dient dus niet met Arnhem, maar met de gemeente Overbetuwe te overleggen. De Arnhemse wethouder Ronald Paping en een gemeentelijke woordvoerder nemen het niet zo nauw met juiste informatie. Hun bewering dat de zuidelijke wijken binnen de overgangszone een natuurlijke overgang vormen naar Landschapspark Lingezegen en het park de wijk wordt ingetrokken is een klinkklare leugen. De overgang vindt juist plaats van het landelijke gebied, ook van Landschapspark Lingezegen, naar de bebouwingsgrens rond woningbouw. Landschap en stedelijke bebouwing dient men juist goed van elkaar te scheiden door een zo breed mogelijke overgangszone waarin de gronden de bestemming ‘groen en/of water’ hebben.

Gelet op de overeenkomsten tussen de gang van zaken in 1974 en 2010 of 2022 moet het gemeentebestuur van Overbetuwe besluiten dat Arnhem zo veel en zo hoog mag bouwen als deze stad wil, maar dat deze bebouwing uitsluitend mag plaatsvinden binnen de in het convenant van 1 november 1993 vastgelegde bebouwingsgrens en voorts dat de overgangszone op korte termijn gezuiverd wordt van illegale stedelijke en andere bebouwing die in strijd is met de bestemming ‘groen en/of water’.

Arnhem maakt in 2010 misbruik van tijdelijk zwak bestuur Overbetuwe.

De gemeente Overbetuwe dient te beseffen dat buurgemeente Arnhem zich in de wijk Schuytgraaf net als in 1974 bij de wijken Hoge Woerd van buurschap Rijkerswoerd en De Laar niet aan gemaakte afspraken - nu het convenant van 1993 -  houdt, in dit geval over de oorspronkelijke bebouwingsgrens en bestemming van gronden in de landelijke overgangszone. Voorbeelden zijn de illegale bouw van de hulpwarmtecentrale van Vattenfall die in het noordoosten was gepland (HWC, 2009); een sportcomplex, geasfalteerde fietspaden en nota bene buiten de bebouwingsgrens woningen ten oosten van dat sportcomplex en ten noorden van de gemeentegrens o.a. in de velden 23, 24 (Bolderbuurt), 26 en 27 alsook volkstuinen, rommelige bouwsels van o.a. gemeente Arnhem (gemeentelijk projectpunt), aannemersbedrijf NTP uit Hattem, Zevenaar en Enschede en grond- en bouwopslag ten zuiden van en dus buiten de bebouwingsgrens in de landelijke overgangszone op gronden met de bestemming 'groen en/of water' (foto). Al deze gebouwen dienen te worden verwijderd en het gebruik van de grond dient aangepast te worden aan de bestemming groen en/of water. Kortom: Arnhem blijkt al sinds 1974 een onbetrouwbare buurgemeente die een rommeltje van gemaakte afspraken maakt. Arnhem wil in september 2021 ook nog bouwen in de wijken 23, 24, 26 en 27 ten westen van de illegaal gebouwde hulpwarmtecentrale! Dus buiten de bebouwingsgrens in de landelijke overgangszone op gronden met de bestemming groen en/of water. Dankzij ondeskundig optreden en onnodig toegeven van de gemeente Overbetuwe in 2010.

Besproken in het kader van het toch wel duidelijke convenant mag uitsluitend worden een bindend advies over de bestemming van gronden buiten de bebouwingsgrens in de overgangszone, nu groen en/of water, zoals weide, bos of park. Arnhem heeft in 1993 het het in ook voor Arnhem in heldere taal geschreven convenant met bebouwingsgrens en bestemming van gronden (zie hieronder) wel degelijk ondertekend om daarna elke vier jaar het gemeentebestuur van Elst, later Overbetuwe, te vragen om die bebouwingsgrens en bestemming van de gronden vooral aan de zuidrand van Schuytgraaf te schrappen. Het wachten was op het slappe toegeeflijke bestuur van 2006 tot na 2010 van Overbetuwe.

Arnhem verhoogde In december 2020 het totale aantal woningen in Schuytgraaf van 6250 naar ruim 6500. Het op 1 november 1993 afgesproken maximum was 5.500 woningen. Arnhem houdt bovendien nog steeds geen rekening met de vastgelegde bebouwingsgrens in het verlengde van de Rijkerswoerdsestraat en De Laar en de bestemming van gronden ten zuiden en westen van die bebouwingsgrens: groen en/of water. Het bindend advies van Arnhem en Overbetuwe is beperkt (!) tot de bestemming en landschappelijke invulling van de gronden BUITEN DE BEBOUWINGSGRENS zoals oorspronkelijk vastgelegd in het convenant. Dus groen en/of water of bos, park, weidegrond, maar beslist geen bebouwing.

De provincie Gelderland en/of de Raad van State dienen dus een oordeel te geven over het stiekem en in strijd met de afspraken over en inhoud van het convenant verplaatsen van de bebouwingsgrens naar de gemeentegrens, net als in 1974.

Bouwontwikkelingen in het zuiden van Schuytgraaf, o.a. in de velden 23, 24, 26 en 27 vereisen niet alleen protesten van de gemeente Overbetuwe, maar ook versnelde brede boom- of bosaanplant aan de noordzijde van het loofboslandschap De Park in aanleg in Landschapspark Lingezegen. De gemeente Overbetuwe moet meer op haar strepen gaan staan en zich niet laten ringeloren door een onbetrouwbare buurgemeente. Overbetuwe kan uitsluitend akkoord gaan met bebouwing binnen de oorspronkelijke bebouwingsgrens in het convenant van 1 november 1993. In de overgangszone tussen die bebouwingsgrens en de gemeentegrens blijft de bestemming groen en/of water. Daar kan dus niet gebouwd worden en dienen bouwsels in strijd met de bestemming. waaronder sportcomplex, HWC en geasfalteerde fietspaden, te worden verwijderd.

dr. Jan Brouwer: Arnhem schendt nog steeds afspraken over aantal woningen, bebouwingsgrens en bestemming gronden.

Arnhem en Nijmegen houden zich nog steeds niet aan gemaakte afspraken bij de herindeling. In 1998 droeg de gemeente Elst het dorp Lent en omgeving over aan de gemeente Nijmegen voor ontwikkeling van de Vinex- of woningbouwlocatie De Waalsprong. Nijmegen beschouwt en behandelt het overgedragen gebied echter niet als woonwijk, maar als stadsdeel. Die gemeente gebruikt het gebied dan ook voor andere bestemmingen dan woningbouw, bijvoorbeeld voor bedrijfsvestigingen en tast zelfs de afgesproken groene bufferzone tussen Groenestraat en Stationsstraat aan met bebouwing.

Arnhem is en blijft een onbetrouwbare buurgemeente. De overdracht van gebied voor de Arnhemse Vinex-locatie had betrekking op de Spoorsprong (later: Schuytgraaf). Aangezien die locatie niet tot het grondgebied van Arnhem behoorde, was door de provincie opdracht gegeven aan de gemeenten Arnhem, Elst en Heteren om een convenant te sluiten ter uitvoering van de Ontwikkelingsvisie KAN (1993). Een belangrijk onderdeel van dit convenant heeft betrekking op een grenscorrectie voor de realisatie van deze woningbouwtaakstelling. De gemeenten Arnhem, Elst en Heteren sloten op 1 november 1993 een convenant over overdracht van gebied ten westen van de spoorlijn Arnhem-Elst aan Arnhem. Dit gebied werd aangeduid als de Spoorsprong en bestond uit Driel-Oost en het westelijke deel van de Elster buurschap De Laar.

Dit convenant in het kader van de wet ARHI  is een formele overeenkomst die valt onder de regels van het overeenkomstenrecht. Arnhem kan de inhoud dus niet eenzijdig wijzigen, zelfs niet na een akkoord van de gemeente Overbetuwe. Op 29 oktober 1993 bereikten de gemeenten Arnhem, Elst en Heteren overeenstemming over de overdracht aan Arnhem van de locatie Driel-Oost (thans Schuytgraaf). Ook over de voorwaarden waaronder deze overdracht zou plaatsvinden!!!!!.

Deze overeenkomst met kaart en afspraken is op 1 november 1993 formeel vastgelegd in een convenant. Dat convenant is, zoals vereist, diezelfde dag bij brief aan Gedeputeerde Staten van Gelderland gezonden. Het is vervolgens in december 1993 vastgesteld door Gedeputeerde Staten en de raden van de gemeenten Heteren, Elst en Arnhem. In het convenant stellen de drie gemeenten onder meer de grenzen van het over te dragen gebied vast: de verlengde bebouwingsgrens uit 1974; de functies en landschappelijke inrichting van de gronden in de overgangs- of randzones tussen de bebouwingsgrens en de gemeentegrens; en de gemeentegrens. De inrichting van de overgangszone moet aansluiten bij de aangrenzende landschappelijke inrichting (agrarisch of het toekomstige landschapspark). Opgenomen in het convenant was ook het bijeenkomen van de Overleggroep voor een bindend advies over de planologische en stedenbouwkundige invulling van onder meer de zuid- en westrand. In duidelijke taal opdat ook Arnhem begrijpt wat het moet doen en vooral heeft te laten. Vooral de gemeente Elst wilde geen enkel risico lopen en deze zaken in heldere taal vastleggen in het convenant. 

Gedeputeerde Staten had geëist dat het convenant uiterlijk 1 november 1993 moest zijn vastgesteld; overeenkomstig de procedures van de wet ARHI (Algemene Regels Herindeling) van 24 oktober 1984; ter uitvoering van de 28 april 1993 door Provinciale Staten vastgestelde Ontwikkelingsvisie KAN en om toegezegde rijkssubsidie niet mis te lopen binnen de Vinex-taakstelling. De gemeenteraden van Heteren, Elst en Arnhem stemden respectievelijk 28 november, 6 en 12 december 1994 in met gelijkluidende besluiten over de grenscorrectie en het convenant. Het besluit is vervolgens goedgekeurd door het provinciaal bestuur. Het convenant ligt dus verankerd in drie raadsbesluiten. Het plangebied Spoorsprong (1996: Schuytgraaf) ging 1 januari 1995 over naar de gemeente Arnhem. 

Wat is afgesproken?

  1. De gemeenten Arnhem, Elst en Heteren stellen de grenzen vast van het over te dragen gebied Driel Oost en het westelijke deel van de Elster buurschap De Laar.
  2. Arnhem mag daar maximaal 5.500 woningen bouwen.
  3. Bebouwingsgrens. De gemeenten maken duidelijk een wezenlijk verschil tussen de plangrens (de toekomstige gemeentegrens van Arnhem) en de bebouwingsgrens (rooilijn).
  4. De zuidelijke bebouwingsgrens ligt in het verlengde van de sinds 1974 bestaande bebouwingsgrens gelegen ten noorden van de Rijkerswoerdsestraat en de weg De Laar.
  5. Gronden buiten de bebouwingsgrens. Buiten de bebouwingsgrens vallen het gebied ten noorden en  noordoosten van ’t Vlot en ten zuiden van de Vogelenzangsestraat met de bestemming ‘Groen en/of water’; de ecologische zone ten zuidwesten van de Vogelenzangsestraat (Riethorst); het agrarische gebied tussen de Achterstraat en de Drielse dijk; een strook grond langs de spoordijk; en gronden ten zuiden en zuidwesten van het plangebied met eveneens de bestemming ‘Groen en/of water’.
  6. Bestemming. Arnhem stelt het bestemmingsplan vast na advies van een Overleggroep van bestuurders en ambtenaren uit de drie betrokken gemeenten.
  7. Inrichting. Deze Overleggroep brengt een bindend advies uit over de planologische invulling van gronden aan de zuid- en westrand van het gebied. Deze gronden tussen bebouwingsgrens en gemeentegrens hebben de bestemming ‘Groen en/of water’. De gronden vormen geen buffer! Ze dienen als overgangszone naar het landelijk gebied en moeten aansluiten bij de landschappelijke inrichting van landschapspark Over-Betuwe (later: Lingezegen) en aangrenzend agrarisch gebied.
  8. Deze overeenkomst is bij gelijkluidend besluit vastgesteld door de drie betrokken gemeenteraden. 

Arnhem kan deze bestemming dus niet eenzijdig en in strijd met de gemaakte afspraken wijzigen. Daarvoor is altijd instemming nodig van de raad van de gemeente Overbetuwe! Uiteraard binnen de voorschriften van het convenant. Er was duidelijk lering getrokken uit de negatieve ervaringen met afspraken over de planvorming voor de wijken de Laar en Rijkerswoerd. De vereiste duidelijkheid was in 1993 verkregen door schriftelijke afspraken en een kaart (foto).

In 1996 peilde Arnhem de opvatting van de gemeenten Elst en Heteren over de in het convenant opgenomen functies in de overgangszone (tussen de nieuwe gemeentegrens (plangrens) van Arnhem en de bebouwingsgrens (rooilijn). B. en W. van Elst reageerden 20 februari 1996 schriftelijk op de domme en overbodige vraag van Arnhem in te stemmen met een gedeeltelijke (onmogelijke) bebouwing van de zuidrand. Het college merkte ‘nogmaals’ op dat Elst er onverkort aan hechtte ‘dat de overgang van stedelijk gebied naar plattelandsgebied niet met harde lijnen wordt geaccentueerd’. In dat verband was daarom in 1993 in het convenant duidelijk en in begrijpelijke taal, zelfs voor Arnhem, vastgelegd dat de overgangszones de functies zouden krijgen van ‘groen en/of water’ en een landschappelijke inrichting. College en raad hadden bovendien aangedrongen op het vastleggen in het convenant van de Overleggroep die over de planologische invulling of bestemming een bindend advies kon uitbrengen. Het college van Elst achtte uiteraard geen termen aanwezig om het verzoek van Arnhem te honoreren. Elst hield onverkort vast aan wat hierover in het convenant klip en klaar is vastgelegd: de overgangszones hebben de functie van ‘groen en/of water’. Het college achtte de door Arnhem naar voren gebrachte argumenten onvoldoende. Het wilde daarom de raad niet eens voorstellen het in 1993 genomen besluit in heroverweging te nemen. Dit gold ook voor het verzoek van Arnhem op Elster grondgebied te mogen overgaan tot ontgronding. Het college vertrouwde erop dat Arnhem een passende oplossing zou vinden binnen de contouren van de in 1993 overeengekomen en in het convenant vastgelegde bebouwingsgrens. Het verwees bovendien naar de 28 april 1993 door Provinciale Staten vastgestelde Ontwikkelingsvisie. Daarin stond expliciet dat de zuidgrens van Schuytgraaf in het verlengde moest liggen van de bestaande grens langs de noordzijde van de Rijkerswoerdsestraat en de straat De Laar. Ook in 2004 poeierde de wethouder ruimtelijke ordening van Overbetuwe Arnhem op dezelfde wijze af als in 1996.

De drie gemeenten legden in het convenant van 1 november 1993 ook de bebouwingsgrens en overgangszone tussen bebouwingsgrens en gemeentegrens vast alsmede de functies en landschappelijke inrichting van de gronden in deze overgangs- of randzones. Deze inrichting moest aansluiten bij de aangrenzende landschappelijke inrichting (agrarisch of het toekomstige landschapspark). Het bijeenkomen van de Overleggroep voor een bindend advies over de planologische en stedenbouwkundige invulling van onder meer de zuid- en westrand was ook opgenomen in het convenant. Gedacht is ook over vergroting van het landschapspark in de zuidrand. Vooral de gemeente Elst wilde geen enkel risico lopen en deze zaken vastleggen in het convenant. Om strategische redenen (onderhandelingen met grondeigenaren) is het overleg door Arnhem steeds uitgesteld. In 1993 heeft de Overleggroep een bindend advies gegeven over de bestemming (groen en/of water) en invulling (landschappelijke inrichting, aansluiten bij te ontwikkelen landschapsparkpark van de zuidrand. Het was toen dus al de bedoeling de zuidrand dezelfde invulling te geven als het landschapspark. Voor de westrand was gedacht aan een agrarische invulling. Men redeneerde toen vanuit het te ontwikkelen landschapspark en het agrarisch gebied en niet zoals later vanuit de woonwijk Schuytgraaf. 

De Overleggroep hield 5 juni 1996 haar tweede en laatste formele bijeenkomst. Namens de gemeente Elst waren aanwezig burgemeester H. Galama en wethouder A. Hulshof; namens de gemeente Heteren de heren A. Peters en Reijnen; en namens Arnhem wethouder Hartogh Heijs (voorzitter) en Beverdam, projectleider Schuytgraaf. De gemeente Elst hield vast aan haar eerder ingenomen standpunt geen bebouwing toe te staan in de overgangszone. De functie ‘water’ kon eventueel in een apart overleg besproken worden, afhankelijk van de inhoud van het ontwikkelingsplan. Deze functie zou indien noodzakelijk voor het watersysteem van de woonwijk eventueel geheel of gedeeltelijk gewijzigd kunnen worden in de bestemming ‘groen’ (bos) of ‘park’ in aansluiting bij het te ontwikkelen landschapspark Over-Betuwe (later Lingezegen). De gemeente Heteren had bij de functie ‘water’ geen moeite ‘met kleine inbreuken’ in de overgangszones. Voor zover ik heb kunnen nagaan, heeft Arnhem daarna niet meer gereageerd. De standpunten van de gemeenten Elst en Heteren waren immers duidelijk. 

De opstelling van Elst vloeide ook voort uit negatieve ervaringen in het verleden. Rond 1970 waren bij de planvorming van de wijken De Laar en Rijkerswoerd eufemistisch uitgedrukt  ‘geen duidelijke afspraken’ gemaakt. De bebouwingsgrens was oorspronkelijk gepland tot de Rijkerswoerdsestraat en de straat De Laar. De gemeente Elst wilde ook toen al een groene overgangszone van circa 300 meter. Arnhem had 3 september 1968 de burgemeester van Elst beloofd de bebouwingsgrens 150 tot 400 meter naar het noorden terug te brengen. Tussen gemeentegrens en bebouwingsgrens zou een groengordel komen, eventueel met sportvelden. Het ontwerpbestemmingsplan De Laar was in 1973 in strijd met deze belofte uit 1968. De bebouwingsgrens was niet naar het noorden opgeschoven en er was geen groengordel van 300 meter opgenomen. Alleen ten noorden van de Rijkerswoerdsestraat ten oosten van de A52 was de bebouwingsgrens naar het noorden verlegd. Arnhem zou 3 september 1968 onder Rijkerswoerdsestraat alleen het gedeelte ten oosten van de A52 hebben begrepen. Dit is echter onjuist. Arnhem was in 1968 al bezig met de voorbereiding van zandwinning in een plas ten zuiden van de Rijkerswoerdsestraat. Arnhem wist dus dat de Rijkerswoerdsestraat ook ten westen van de A52 ligt. 

Vervolgoverleg van de Overleggroep zou 2 december 1996 plaatsvinden. Deze bijeenkomst is niet doorgegaan. Bijeenkomen had immers geen enkele zin. De Overleggroep kon niet tot een bindend advies komen, omdat de standpunten onveranderd bleven. Arnhem wilde wijziging van de in het convenant vastgelegde functies. Elst en Heteren waren daartegen. De gemeenten Elst en Heteren durfden nog gewoon ‘neen’ te zeggen. Ook in 1997 en 1998 heeft de gemeente Elst negatief besloten op verzoeken van Arnhem tot wijziging van het convenant. Onder meer voor de bouw van een sportcomplex (stedelijke voorziening, rode functie). Elst wilde de bebouwingsgrens en de groen/blauwe functies van gronden in de overgangszones (zuid- en westrand) zoals vastgelegd in het convenant onverkort handhaven. Afspraak is immers afspraak. 

De gemeente Heteren had geen moeite ‘met kleine inbreuken’ in de functie ‘water’ in de overgangszones. De huidige woningbouw ten noorden en noordoosten van ’t Vlot is echter niet te beschouwen als een kleine inbreuk. Die bouw is voorts in strijd met de functie ‘water’. Bovendien kan Heteren daarover niet alleen beslissen. Ook het standpunt van Elst als lid van de Overleggroep is hierbij van belang. Wijziging van de in het convenant vastgelegde functies of een planologische invulling is immers uitsluitend mogelijk door een bindend advies van de Overleggroep. 

Arnhem houdt zich niet aan het convenant en de betreffende raadsbesluiten. Bestempeling van het convenant als een 'herenakkoord' door de ondeskundige wethouder Kreeft in een commissievergadering is complete nonsens. Het convenant is een formele overeenkomst. Het was vereist door Gedeputeerde Staten om toegezegde rijkssubsidie niet mis te lopen binnen de Vinex-taakstelling. Het is bovendien vastgesteld bij drie gelijkluidende raadsbesluiten eind 1993!

De bouw van de hulpwarmtecentrale (2009) en sportpark Schuytgraaf is in strijd met het convenant.  Er is dus sprake van een hoogst ernstige zaak: illegaal bouwen buiten de bebouwingsgrens op gronden met de door een bindend advies vastgestelde bestemming ‘Groen en/of water’ en een vereiste landschappelijke inrichting. De bouw van woningen met rieten kap ten noorden en noordoosten van ’t Vlot is eveneens in strijd met het convenant. Deze woningen zijn eveneens gebouwd buiten de bouwgrens op gronden met de bestemming ‘groen en/of water’ en een vereiste landschappelijke inrichting. Bovendien gebruikt Arnhem gronden ten zuiden van de bebouwingsgrens in strijd met de afgesproken bestemming ‘Groen en/of water’. Nota bene: bijna vijfentwintig jaar na de ondertekening van het convenant. Deze gronden bij en ten oosten van de hulpwarmtecentrale worden namelijk gebruikt voor een gebouw van Projectpunt gemeente Arnhem; volkstuinen; en kantoor, opslag en stort van wegenbouwmaatschappij KWS Infra en aannemersbedrijf NTP. Arnhem wil aan de zuidkant van Schuytgraaf in o.a. veld 24 opnieuw bouwen in strijd met de gemaakte afspraken. De gemeente Overbetuwe dient waakzaam te zijn en Arnhem te houden aan de gemaakte afspraken.

Arnhem wist en weet dat Elst en Heteren (2001 gemeente Overbetuwe) tegen bouw buiten de bouwgrens waren en nog steeds zijn. De Overleggroep kon (kan) daarover dus geen bindend advies geven. Arnhem bouwde daarom op eigen houtje buiten de Overleggroep om: buiten de in het convenant vastgelegde bebouwingsgrens; op gronden met de eveneens in het convenant vastgelegde functies ‘groen en/of water’ en die volgens het convenant een landschappelijke inrichting moesten krijgen. Die bouw is dus illegaal in de zin van in strijd met het convenant. Arnhem moet nu eindelijk eens ophouden zonder steekhoudende argumenten bij elk nieuw college te zeuren om een wijziging van het convenant. Afspraak is afspraak, ook voor Arnhem. Over het convenant is in 1993 immers volkomen overeenstemming bereikt! Arnhem komt toch ook niet terug op de overdracht van de Spoorsprong (Schuytgraaf) of Elden - Meinerswijk aan Arnhem. 

Een mogelijke oplossing

Staatsbosbeheer heeft ten zuiden van Schuytgraaf een speelbos aangelegd in het ‘boslandschap’ De Park van landschapspark Lingezegen. De Park dreigt te ontaarden in een stadspark in plaats van het afgesproken loofboslandschap. Een oplossing is ook speelbos aan te leggen in de zuidrand van Schuytgraaf. Dat past precies binnen de aan de overdracht van Schuytgraaf gestelde voorwaarden: geen bouw buiten de vastgestelde bebouwingsgrens, valt binnen de bestemming ‘groen’ en met een vijver ook binnen de bestemming ‘water’ en voldoet aan de eis van een landschappelijke inrichting overeenkomstig het aangrenzende landschapspark.

De gemeente Overbetuwe moet ervoor waken dat Arnhem ook buiten de bebouwingsgrens en in strijd met de bestemming en de vereiste landinrichting woningen bouwt! Een sterk gemeentebestuur van de gemeente Overbetuwe is dus vereist. 

De oplossing voor de bouw in strijd met het convenant en dus de afspraken, bestemming en landinrichting is sloop van de bouwwerken.