Woningdeal 4 maart 2020 regio Arnhem-Nijmegen

Overbetuwe dient te beseffen dat Arnhem zich niet aan gemaakte afspraken houdt. Voorbeelden zijn de illegale bouw van een hulpwarmtecentrale (2009) en aanleg van een sportpark en fietspaden en bouw van woningen ten noorden van Landschapspark Lingezegen en ten oosten van dat sportpark geplande woningbouw, volkstuinen, rommelige bouwsels van o.a. gemeente Arnhem (gemeentelijk projectpunt), aannemersbedrijf NTP uit Hattem, Zevenaar en Enschede en grond- en bouwopslag ten zuiden van en dus buiten de bebouwingsgrens op gronden met de bestemming 'groen en/of water' (zie foto).

dr. Jan Brouwer: Arnhem schendt nog steeds afspraken over bebouwingsgrens en bestemming gronden.

Arnhem en Nijmegen houden zich nog steeds niet houden aan gemaakte afspraken bij de herindeling. In 1998 droeg de gemeente Elst het dorp Lent en omgeving over aan de gemeente Nijmegen voor ontwikkeling van de Vinex- of woningbouwlocatie De Waalsprong. Nijmegen beschouwt en behandelt het overgedragen gebied echter niet als woonwijk, maar als stadsdeel. Die gemeente gebruikt het gebied dan ook voor andere bestemmingen dan woningbouw, bijvoorbeeld voor bedrijfsvestigingen. 

Arnhem blijft een onbetrouwbare buurgemeente. De overdracht van gebied voor de Arnhemse Vinex-locatie had betrekking op de Spoorsprong (later: Schuytgraaf). Aangezien die locatie niet tot het grondgebied van Arnhem behoorde, was door de provincie opdracht gegeven aan de gemeenten Arnhem, Elst en Heteren om een convenant te sluiten ter uitvoering van de Ontwikkelingsvisie KAN (1993). Een belangrijk onderdeel van dit convenant heeft betrekking op een grenscorrectie voor de realisatie van deze woningbouwtaakstelling. De gemeenten Arnhem, Elst en Heteren sloten op 1 november 1993 een convenant over overdracht van gebied ten westen van de spoorlijn Arnhem-Elst aan Arnhem. Dit gebied werd aangeduid als de Spoorsprong en bestond uit Driel-Oost en het westelijke deel van de Elster buurschap De Laar. Dit convenant is een formele overeenkomst die valt onder de regels van het overeenkomstenrecht. Op 29 oktober 1993 bereikten de gemeenten Arnhem, Elst en Heteren overeenstemming over de overdracht aan Arnhem van de locatie Driel-Oost (thans Schuytgraaf). Ook over de voorwaarden waaronder deze overdracht zou plaatsvinden. Deze overeenkomst met kaart en afspraken is 1 november 1993 formeel vastgelegd in een convenant. Dat convenant is, zoals vereist, diezelfde dag bij brief aan Gedeputeerde Staten van Gelderland gezonden. In het convenant stellen de drie gemeenten onder meer de grenzen van het over te dragen gebied vast; de verlengde bebouwingsgrens; de functies en landschappelijke inrichting van de gronden in de overgangs- of randzones tussen de bebouwingsgrens en de gemeentegrens. Deze inrichting moet aansluiten bij de aangrenzende landschappelijke inrichting (agrarisch of het toekomstige landschapspark). Opgenomen in het convenant was ook het bijeenkomen van de Overleggroep voor een bindend advies over de planologische en stedenbouwkundige invulling van onder meer de zuid- en westrand. Vooral de gemeente Elst wilde geen enkel risico lopen en deze zaken vastleggen in het convenant. Om strategische redenen (onderhandelingen met grondeigenaren) is het overleg door Arnhem steeds uitgesteld.

Gedeputeerde Staten had geëist dat het convenant uiterlijk 1 november moest zijn vastgesteld; overeenkomstig de procedures van de wet ARHI (Algemene Regels Herindeling) van 24 oktober 1984; ter uitvoering van de 28 april 1993 door Provinciale Staten vastgestelde Ontwikkelingsvisie KAN en om toegezegde rijkssubsidie niet mis te lopen binnen de Vinex-taakstelling. De gemeenteraden van Heteren, Elst en Arnhem stemden respectievelijk 28 november, 6 en 12 december 1994 in met gelijkluidende besluiten over de grenscorrectie en het convenant. Het besluit is vervolgens goedgekeurd door het provinciaal bestuur. Het convenant ligt dus verankerd in drie raadsbesluiten. Het plangebied Spoorsprong (1996: Schuytgraaf) ging 1 januari 1995 over naar de gemeente Arnhem. 

Wat is afgesproken?

  1. De gemeenten Arnhem, Elst en Heteren stellen de grenzen vast van het over te dragen gebied Driel Oost en het westelijke deel van de Elster buurschap De Laar.
  2. Bebouwingsgrens. De gemeenten maken duidelijk een wezenlijk verschil tussen de plangrens (de toekomstige gemeentegrens van Arnhem) en de bebouwingsgrens (rooilijn).
  3. De zuidelijke bebouwingsgrens ligt in het verlengde van de sinds 1974 bestaande bebouwingsgrens gelegen ten noorden van de Rijkerswoerdsestraat en de weg De Laar of Laarstraat.
  4. Gronden buiten de bebouwingsgrens. Buiten de bebouwingsgrens vallen het gebied ten noorden en  noordoosten van ’t Vlot en ten zuiden van de Vogelenzangsestraat met de bestemming ‘Groen en/of water’; de ecologische zone ten zuidwesten van de Vogelenzangsestraat; het agrarische gebied tussen de Achterstraat en de Drielse dijk; een strook grond langs de spoordijk; en gronden ten zuiden en zuidwesten van het plangebied met eveneens de bestemming ‘Groen en/of water’.
  5. Bestemming. Arnhem stelt het bestemmingsplan vast na advies van een Overleggroep van bestuurders en ambtenaren uit de drie betrokken gemeenten.
  6. Inrichting. Deze Overleggroep brengt een bindend advies uit over de planologische invulling van gronden aan de zuid- en westrand van het gebied. Deze gronden tussen bebouwingsgrens en gemeentegrens hebben de bestemming ‘Groen en/of water’. De gronden vormen geen buffer! Ze dienen als overgangszone naar het landelijk gebied en moeten aansluiten bij de landschappelijke inrichting van landschapspark Over-Betuwe (later: Lingezegen) en aangrenzend agrarisch gebied.
  7. Deze overeenkomst is bij gelijkluidend besluit vastgesteld door de drie betrokken gemeenteraden. 

Arnhem kan deze bestemming dus niet eenzijdig wijzigen. Daarvoor is altijd instemming nodig van de raad van de gemeente Overbetuwe! Er was duidelijk lering getrokken uit de negatieve ervaringen met afspraken over de planvorming  voor de wijken de Laar en Rijkerswoerd. De vereiste duidelijkheid was in 1993 verkregen door schriftelijke afspraken en een kaart.

In 1996 peilde Arnhem de opvatting van de gemeenten Elst en Heteren over de in het convenant opgenomen functies in de overgangszone (tussen de nieuwe gemeentegrens van Arnhem en de bebouwingsgrens). B. en W. van Elst reageerden 20 februari 1996 schriftelijk op de vraag van Arnhem in te stemmen met een gedeeltelijke bebouwing van de zuidrand. Het college merkte ‘nogmaals’ op dat Elst er onverkort aan hechtte ‘dat de overgang van stedelijk gebied naar plattelandsgebied niet met harde lijnen wordt geaccentueerd’. In dat verband was daarom in 1993 in het convenant vastgelegd dat de overgangszones de functies zouden krijgen van ‘groen en/of water’ en een landschappelijke inrichting. College en raad hadden bovendien aangedrongen op het vastleggen in het convenant van de Overleggroep die over de planologische invulling of bestemming een bindend advies kon uitbrengen. Het college van Elst achtte geen termen aanwezig het verzoek van Arnhem te honoreren. Elst hield onverkort vast aan wat hierover in het convenant is vastgelegd: de overgangszones hebben de functie van ‘groen en/of water’. Het college achtte de door Arnhem naar voren gebrachte argumenten onvoldoende. Het wilde daarom de raad niet voorstellen het in 1994 genomen besluit in heroverweging te nemen. Dit gold ook voor het verzoek van Arnhem op Elster grondgebied te mogen overgaan tot ontgronding. Het college vertrouwde erop dat Arnhem een passende oplossing zou vinden binnen de contouren van de in 1993 overeengekomen en in het convenant vastgelegde bebouwingsgrens. Het verwees bovendien naar de 28 april 1993 door Provinciale Staten vastgestelde Ontwikkelingsvisie. Daarin stond expliciet dat de zuidgrens van Schuytgraaf in het verlengde moest liggen van de bestaande grens langs de noordzijde van de Rijkerswoerdsestraat en de straat De Laar. 

De drie gemeenten legden in het convenant van 1 november 1993 ook de bebouwingsgrens en overgangszone tussen bebouwingsgrens en gemeentegrens vast alsmede de functies en landschappelijke inrichting van de gronden in deze overgangs- of randzones. Deze inrichting moest aansluiten bij de aangrenzende landschappelijke inrichting (agrarisch of het toekomstige landschapspark). Het bijeenkomen van de Overleggroep voor een bindend advies over de planologische en stedenbouwkundige invulling van onder meer de zuid- en westrand was ook opgenomen in het convenant. Gedacht is ook over vergroting van het landschapspark in de zuidrand. Vooral de gemeente Elst wilde geen enkel risico lopen en deze zaken vastleggen in het convenant. Om strategische redenen (onderhandelingen met grondeigenaren) is het overleg door Arnhem steeds uitgesteld. In 1993 heeft de Overleggroep een bindend advies gegeven over de bestemming (groen en/of water) en invulling (landschappelijke inrichting, aansluiten bij te ontwikkelen landschapsparkpark van de zuidrand. Het was toen dus al de bedoeling de zuidrand dezelfde invulling te geven als het landschapspark. Voor de westrand was gedacht aan een agrarische invulling. Men redeneerde toen vanuit het te ontwikkelen landschapspark en het agrarisch gebied en niet zoals later vanuit de woonwijk Schuytgraaf. 

De Overleggroep hield 5 juni 1996 haar tweede en laatste formele bijeenkomst. Namens de gemeente Elst waren aanwezig burgemeester H. Galama en wethouder A. Hulshof; namens de gemeente Heteren de heren A. Peters en Reijnen; en namens Arnhem wethouder Hartogh Heijs (voorzitter) en Beverdam, projectleider Schuytgraaf. De gemeente Elst hield vast aan haar eerder ingenomen standpunt geen bebouwing toe te staan in de overgangszone. De functie ‘water’ kon eventueel in een apart overleg besproken worden, afhankelijk van de inhoud van het ontwikkelingsplan. Deze functie zou indien noodzakelijk voor het watersysteem van de woonwijk eventueel geheel of gedeeltelijk gewijzigd kunnen worden in de bestemming ‘groen’ (bos) of ‘park’ in aansluiting bij het te ontwikkelen landschapspark Over-Betuwe (later Lingezegen). De gemeente Heteren had bij de functie ‘water’ geen moeite ‘met kleine inbreuken’ in de overgangszones. Voor zover ik heb kunnen nagaan, heeft Arnhem daarna niet meer gereageerd. De standpunten van de gemeenten Elst en Heteren waren immers duidelijk. 

De opstelling van Elst vloeide ook voort uit negatieve ervaringen in het verleden. Rond 1970 waren bij de planvorming van de wijken De Laar en Rijkerswoerd eufemistisch uitgedrukt  ‘geen duidelijke afspraken’ gemaakt. De bebouwingsgrens was oorspronkelijk gepland tot de Rijkerswoerdsestraat en de straat De Laar. De gemeente Elst wilde ook toen al een groene overgangszone van circa 300 meter. Arnhem had 3 september 1968 de burgemeester van Elst beloofd de bebouwingsgrens 150 tot 400 meter naar het noorden terug te brengen. Tussen gemeentegrens en bebouwingsgrens zou een groengordel komen, eventueel met sportvelden. Het ontwerpbestemmingsplan De Laar was in 1973 in strijd met deze belofte uit 1968. De bebouwingsgrens was niet naar het noorden opgeschoven en er was geen groengordel van 300 meter opgenomen. Alleen ten noorden van de Rijkerswoerdsestraat ten oosten van de A52 was de bebouwingsgrens naar het noorden verlegd. Arnhem zou 3 september 1968 onder Rijkerswoerdsestraat alleen het gedeelte ten oosten van de A52 hebben begrepen. Dit is echter zeer twijfelachtig. Arnhem was in 1968 al bezig met de voorbereiding van zandwinning in een plas ten zuiden van de Rijkerswoerdsestraat. Arnhem wist dus dat de Rijkerswoerdsestraat ook ten westen van de A52 ligt. 

Vervolgoverleg van de Overleggroep zou 2 december 1996 plaatsvinden. Deze bijeenkomst is niet doorgegaan. Bijeenkomen had ook geen enkele zin. De Overleggroep kon niet tot een bindend advies komen, omdat de standpunten onveranderd bleven. Arnhem wilde wijziging van de in het convenant vastgelegde functies. Elst en Heteren waren daartegen. De gemeenten Elst en Heteren durfden nog gewoon ‘neen’ te zeggen. Ook in 1997 en 1998 heeft de gemeente Elst negatief besloten op verzoeken van Arnhem tot wijziging van het convenant. Onder meer voor de bouw van een sportcomplex (stedelijke voorziening, rode functie). Elst wilde de bebouwingsgrens en de groen/blauwe functies van gronden in de overgangszones (zuid- en westrand) zoals vastgelegd in het convenant onverkort handhaven. Afspraak is afspraak. 

De gemeente Heteren had, zoals vermeld, 5 juni 1996 geen moeite ‘met kleine inbreuken’ in de functie ‘water’ in de overgangszones. De huidige woningbouw ten noorden en noordoosten van ’t Vlot is echter niet te beschouwen als een kleine inbreuk. Die bouw is voorts in strijd met de functie ‘water’. Bovendien kan Heteren daarover niet alleen beslissen. Ook het standpunt van Elst als lid van de Overleggroep is hierbij van belang. Wijziging van de in het convenant vastgelegde functies of een planologische invulling is immers uitsluitend mogelijk door een bindend advies van de Overleggroep. 

Arnhem houdt zich niet aan het convenant en de betreffende raadsbesluiten. Bestempeling van het convenant als een 'herenakkoord' door de ondeskundige wethouder Kreeft in een commissievergadering is complete nonsens. Het convenant is een formele overeenkomst. Het was vereist door Gedeputeerde Staten om toegezegde rijkssubsidie niet mis te lopen binnen de Vinex-taakstelling. Het is bovendien vastgesteld bij drie gelijkluidende raadsbesluiten eind 1994!

De bouw van de hulpwarmtecentrale (2009) en sportpark Schuytgraaf is in strijd met het convenant.  Er is dus sprake van een hoogst ernstige zaak: illegaal bouwen buiten de bebouwingsgrens op gronden met de door een bindend advies vastgestelde bestemming ‘Groen en/of water’ en een vereiste landschappelijke inrichting. De bouw van woningen met rieten kap ten noorden en noordoosten van ’t Vlot is eveneens in strijd met het convenant. Deze woningen zijn eveneens gebouwd buiten de bouwgrens op gronden met de bestemming ‘groen en/of water’ en een vereiste landschappelijke inrichting. Bovendien gebruikt Arnhem gronden ten zuiden van de bebouwingsgrens in strijd met de afgesproken bestemming ‘Groen en/of water’. Nota bene: bijna vijfentwintig jaar na de ondertekening van het convenant. Deze gronden bij en ten oosten van de hulpwarmtecentrale worden namelijk gebruikt voor een gebouw van Projectpunt gemeente Arnhem; volkstuinen; en kantoor, opslag en stort van wegenbouwmaatschappij KWS Infra en aannemersbedrijf NTP. En in 2018 wil Arnhem aan de zuidkant van Schuytgraaf in o.a. veld 24 opnieuw bouwen in strijd met de gemaakte afspraken. Elst - Overbetuwe dient Arnhem te houden aan de gemaakte afspraken.

Arnhem wist en weet dat Elst en Heteren (2000 gemeente Overbetuwe) tegen bouw buiten de bouwgrens waren en nog steeds zijn. De Overleggroep kon (kan) daarover dus geen bindend advies geven. Arnhem bouwde daarom op eigen houtje buiten de Overleggroep om: buiten de in het convenant vastgelegde bebouwingsgrens; op gronden met de eveneens in het convenant vastgelegde functies ‘groen en/of water’ en die volgens het convenant een landschappelijke inrichting moesten krijgen. Die bouw is dus illegaal in de zin van in strijd met het convenant. Arnhem moet nu eindelijk eens ophouden zonder steekhoudende argumenten bij elk nieuw college te zeuren om een wijziging van het convenant. Afspraak is afspraak, ook voor Arnhem. Over het convenant is in 1993 immers volkomen overeenstemming bereikt! Arnhem komt toch ook niet terug op de overdracht van de Spoorsprong (Schuytgraaf) aan Arnhem…. 

Een mogelijke oplossing

Staatsbosbeheer heeft ten zuiden van Schuytgraaf een speelbos aangelegd in het ‘boslandschap’ De Park van landschapspark Lingezegen. De Park dreigt te ontaarden in een stadspark in plaats van het afgesproken loofboslandschap. Een oplossing is ook speelbos aan te leggen in de zuidrand van Schuytgraaf. Dat past precies binnen de aan de overdracht van Schuytgraaf gestelde voorwaarden: geen bouw buiten de vastgestelde bebouwingsgrens, valt binnen de bestemming ‘groen’ en met een vijver ook binnen de bestemming ‘water’ en voldoet aan de eis van een landschappelijke inrichting overeenkomstig het aangrenzende landschapspark. De gemeente Overbetuwe moet ervoor waken dat Arnhem ook buiten de bebouwingsgrens en in strijd met de bestemming en de vereiste landinrichting woningen bouwt! Een sterk gemeentebestuur van de gemeente Overbetuwe is dus vereist. 

De oplossing voor de bouw is in strijd met het convenant en dus de afspraken, bestemming en landinrichting is sloop van de bouwwerken. Tegenover het eventueel akkoord gaan met die bouwwerken moet een ruime compensatie staan: aanleg van het afgesproken loofboslandschap in deelgebied De Park van landschapspark Lingezegen of een fors geldbedrag. Het gaat immers om het nakomen van gemaakte afspraken.