dr. Jan Brouwer, recensie: Christer Bergström, Arnhem 1944. An Epic Battle Revisited. 1: Tanks and Paratroopers, 2: The Lost Victory, September-October 1944, Eskilstuna 2019. 400/426 p.

Schijn bedriegt. 

Arnhem 1944 oogt fraai: twee multimediaboeken met tekst, geluid en beeld; begrippenlijst en afkortingen; militaire rangen, tijdlijn, personen, getekende kaarten, QR codes, zwartwit foto’s, organisatorische structuren van militaire eenheden, bronnen, literatuur en noten. Onjuist in de tijdlijn is ‘8 mei 1945 Duitsland capituleert’. Duitsland kon niet capituleren, omdat de geallieerden de tijdelijke regering in Flensburg niet erkenden. De Duitse gewapende strijdkrachten tekenden op 7 mei 1945 in Reims de onvoorwaardelijke capitulatie op alle fronten. Deze capitulatie trad op 8 mei in werking. Sindsdien is 8 mei Victory in Europe Day (VE-Day). ’s Avonds ratificeerden in Berlijn-Karlshorst drie Duitse opperbevelhebbers, generaal Zjoekov namens het Rode Leger en westerse geallieerde opperbevelhebbers de capitulatie in Reims. 

De auteur heeft uitgebreid bronnenonderzoek gedaan en zegt veel mythen te weerleggen, hetgeen moeilijk te rijmen is met zijn bewondering voor het al lang achterhaalde en verouderde boek ‘Een Brug te ver’ van Cornelius Ryan uit 1974. Overgenomen mythen zijn o.a. het gebruik van Holland voor Nederland en de vondst in een neergestort Waco vrachtzweefvliegtuig bij Vught van het plan voor Market Garden was in werkelijkheid een dagorder aan de 101st US Airborne Division in een Horsa zweefvliegtuig bij Dongen. 

De auteur geeft een leesbaar overzicht van de opmars van de westerse geallieerden van Normandië naar de Belgisch-Nederlandse grens en de opbouw van Duitse afweerschermen. Eisenhower koos 9 september voor de noordelijke aanval als de hoofdaanval. Comet Garden werd  Market Garden. Montgomery mocht kiezen voor een Rijnoversteek bij Arnhem of Wesel waar veel afweergeschut stond. De keuze voor Arnhem werd mede beïnvloed door de vanuit het westen van Nederland afgeschoten V2-raketten op het Verenigd Koninkrijk. De auteur kent niet de doelen van operatie Market Garden en van de 1st British Airborne Division. Het strategische doel van operatie Market Garden was de vestiging van een sterk bruggenhoofd voor XXX Corps tussen Arnhem en het IJsselmeer (Nunspeet) met diepe uitlopers of bruggenhoofden over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen. Het tactische doel was de afsnijding van de Duitsers en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Het eerste probleem is dat de auteur Directive M 525 van Montgomery van 14 september 1944 niet heeft begrepen en onjuist heeft geciteerd (p. 66). Het vernietigen van de vijand ten westen van de lijn Zwolle - Deventer- Kleef – Venlo - Maastricht en de inname van de havens van Rotterdam en Antwerpen waren immers geen doelen van operatie Market Garden maar mogelijkheden voorafgaand aan de verovering van het Ruhrgebied. De tweede helft van deel 2 had achterwege kunnen blijven, zoals activiteiten binnen de bruggenhoofdoperaties Gatwick (22 september), Valediction en Veritable gericht op de vorming van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen. Het doel van de 1st British Airborne Division was niet de verovering van de brug bij Arnhem, maar de vestiging van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort als opstelplaats voor de beide flankkorpsen met ten minste een van de drie oeververbindingen. Voor de opbouw van dat bruggenhoofd van zuid naar noord moesten drie bataljons over evenwijdige routes naar het oosten oprukken. Dat was dus geen tactische fout (170), omdat uitsluitend het 2de bataljon de bruggen moest innemen (274). Het tweede probleem dat tot veel misverstanden leidt, is dat de auteur tot een brug, brugdek of hoofdoverspanning ook rekent de aanbruggen, de land- of bruggenhoofden en de toegangswegen naar de brug (aarden banen). De troepen van Frost bereikten de verkeersbrug bij Arnhem niet en veroverden dus ook niet het landhoofd, de noordelijke helft van de brug of zelfs de hele brug en konden die dus ook niet blokkeren of behouden. Ze vestigden daar evenmin een bruggenhoofd. Ze betrokken defensieve posities in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug en dus niet rond het noordelijke landhoofd van de brug (209, 271). Die brug was geen doel en dus geen brug te ver. Amerikanen bereikten in de nacht van 17 op 18 september niet de verkeersbrug met lange aanbruggen bij Nijmegen (of het zuidelijke landhoofd; op foto’s goed te zien), maar bij het Trajanusplein de zuidelijke toegangsweg naar de brug (222, 227-228, 258, 262). De Nijmeegse verkeersbrug loopt immers niet tot de Belvédère. Deze twee kardinale fouten maken beide boeken voor een groot deel moeilijk te begrijpen. Het kaartenmateriaal is zwak: bruggen worden met toegangswegen onjuist weergegeven en Elst ligt niet ten oosten, maar ten zuiden van Arnhem. Luchtlandingsoperatie Market mislukte al op 19 september 1944 ten noorden van de Neder-Rijn. De Britten vluchtten of trokken zich terug naar gebied rond hotel Hartenstein waar de defensieve nasleep nog tot 25 september duurde. Grondoperatie Garden mislukte 21  september 1944 ten zuiden van Elst waar de Irish Guards vastliepen op een Duitse blokkade. De volgende dag startte Montgomery bruggenhoofdoperatie Gatwick. 

Andere onjuistheden zijn dat de Kampfgruppen Knaust en Bruhn naar Elst werden gestuurd (177). De eerste kreeg taken bij de Rijnbrug en de tweede bij de Dreijenseweg. Beide Kampfgruppen waren wel betrokken bij het Duitse offensief tot vernietiging van het Over-Betuwse bruggenhoofd (The Island) in de eerste week van oktober 1944. Generalfeldmarschall Model bevond zich niet in Hotel Hartenstein, maar in hotel Tafelberg in Oosterbeek (162). De divisie Von Tettau kwam niet op 17 maar op 20 september onder bevel van Bittrich (178). De Britten onder Frost probeerden niet bij het zuidelijke landhoofd van de verkeersbrug te komen (208) en de compagnieën 2 en 3 van Schiff Stamm Abteilung 14 trokken niet naar de Rijnbrug, maar naar Elden (209). De rol van Helmut Buttlar is zwaar overdreven en die van Krafft en Weber onderschat (209). In Nijmegen bevond de ontsteker van de springlading zich uiteraard niet in het postkantoor of de Belvédère zoals Nijmegenaren dachten, maar uiteraard in een bunker aan de dijk aan de noordzijde van de rivier (259, 358). De geallieerde opmarsroute van de Belgisch-Nederlandse grens, de Club Route, liep niet tot Arnhem, maar tot de Waal (325, dl II, 149) en slechts het deel tussen Son en Uden heette Hell’s Highway..  

In deel II spreekt de auteur over troepen ten westen en ten oosten van de verkeersbrug, die dus kennelijk in het water lagen (38). Bedoeld is ten westen en ten oosten van de noordelijke toegangsweg naar de brug. Er waren mmmers geen Britten op de brug. De andere kant van de brug is de zuidelijke zijde. De auteur spreekt steeds over het noordelijke landhoofd en het noordelijke deel van de brug. De verkeersbrug in Arnhem had aan de noordzijde een korte aanbrug met landhoofd (41). Er was dan ook geen slag om de brug of zuivering van de brug en evenmin had Frost posities bij het noordelijke landhoofd (55, 72). Ook troepen ten westen van de Waalbrug bevonden zich in het water (80). De Amerikanen bevonden zich op 19 september niet bij het zuidelijke deel en evenmin bij het zuidelijke landhoofd van de Nijmeegse verkeersbrug (81). Doel van de Waaloversteek was niet de verovering van de bruggen, maar van de toegangen naar de bruggen (107, 120). Het noordelijke landhoofd van de Waalbrug moet zijn het bruggenhoofd in Lent (116). De kaart van de Betuwe toont de Over-Betuwe (117). Doel van de Irish Guards was niet de verkeersbrug in Arnhem, maar eventueel het alsnog vestigen van een bruggenhoofd op de Veluwe (119). Niet duidelijk is wat de auteur bedoelt met 'mot Arnhem' op de kaart op p. 150. Het Sperrverband Harzer bevond zich niet ten westen van de snelweg ten zuiden van Arnhem, maar ten oosten van de spoordijk Arnhem-Elst. Hauptmann Heinz Otto  bevond zich met 14 Königstiger niet in dat Sperrverband,  maar bij Knaust in Rijkerswoerd (193).  Kate ter Horst was niet de Engel van Arnhem, maar van Oosterbeek (211). Elst ligt niet in het centrum van de Betuwe, maar van de Over-Betuwe (218). Tielsestraat moet zijn Valburgseweg tussen Kloosterstraat en Hollanderbroeksestraat en 150 moet zijn 52 Polen (234). De Duitsers werden uit Elst niet verdreven op 23, maar op 25 september (235) en de oversteek van de Dorsets was niet op 25 maar op 24 september (242). Tijdens de conferentie van Valburg op 24 september waren geen troepen beschikbaar voor een massale oversteek van de Neder-Rijn. De 214de brigade streed om Elst, de 69ste om Bemmel, de 129ste probeerde de Duitse blokkade ten zuiden van Elst te breken en de 130ste lag ten zuiden van de Neder-Rijn (24-243). Voor de evacuatie van de Britten uit Oosterbeek waren geen 37 boten per oversteekplaats beschikbaar, maar voor de westelijke sector 16 en de oostelijke 22 (255). De afbeelding op p. 258 toont niet Driel, maar de Arnhemse wijk Schuytgraaf. Kampfgruppe Krafft bevond zich niet ten zuidwesten van Oosterbeek, maar als onderdeel van het Sperrverband Harzer ten zuidoosten van Oosterbeek bij de spoorlijn. Bewoners in Arnhem en een strook langs de noordzijde van de Neder-Rijn (Pantherlinie) moesten niet evacueren als straf, maar vanwege de Duitse vrees voor een geallieerd offensief uit het Over-Betuwse bruggenhoofd (263-267). Ze zagen voorbereidingen voor de op 22 en niet 29 september 1944 goedgekeurde bruggenhoofdoperatie Gatwick aan voor een geallieerd offensief naar het noorden (271, 293).

dr. Jan Brouwer, recensie: Guus de Vries, Oosterbeek – Arnhem. Toen & Nu, Oosterbeek 2020, 156 p.

Uitstekend verzorgd boek met fraaie, duidelijke illustraties, vooral veel foto’s uit de oorlog en  opnames van de huidige situatie, en kaarten aangevuld met een perimeterwandelgids. 

Duidelijk is dat het accent op de foto’s en plattegronden lag. De daaraan toegevoegde korte, goed geschreven tekst bevat helaas nog veel bekende historische onjuistheden. Opmerkelijk is wel dat de mythe ‘slag om Arnhem’ in het boek niet voorkomt. De auteur maakt juist duidelijk dat de Britten onmogelijk een slag konden leveren. 

De auteur plaatst terecht de ommekeer in de Britse aanval op dinsdag 19 september. De Britten gingen dan ook niet op 20 maar al op 19 september in de verdediging. Op die dag mislukte luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. De defensieve nasleep  - niet de operatie - duurde nog tot 26 september. Grondoperatie Garden mislukte al 21 september ten zuiden van Elst. Montgomery koos dan ook de volgende dag voor het vestigen van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen (bruggenhoofdoperatie Gatwick). 

Binnen het geallieerde opperbevel bestond eind augustus 1944 geen verschil van mening over een route naar Berlijn. Gehandhaafd bleef de opmarsstrategie van een breed front met twee gelijktijdige en gelijkwaardige aanvallen ten noorden en ten zuiden van de Ardennen. De discussie ging over een noordelijke of een zuidelijke hoofdaanval met respectievelijk een zuidelijke of noordelijke ondersteuningsaanval. Eisenhower koos voor een noordoostelijke hoofdaanval door de 21ste Legergroep van Montgomery en het Eerste Amerikaanse Leger met een zuidelijke Amerikaanse ondersteuningsaanval. Het doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden en dus van de grondtroepen is uitstekend weergegeven: vestiging van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet (het IJsselmeer) met diepe uitlopers over de IJssel. Het Britse Tweede leger moest dan ook niet oprukken naar Arnhem, maar naar de Veluwe; de Guards Armoured Division naar het noordelijke deel ervan en Zwolle. Het doel van de British 1st Airborne Division was niet verovering van gebied rond de verkeersbrug bij Arnhem, maar vestiging van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort met ten minste een van de drie oeververbindingen. De foto van 28 september 1944 in De Heselbergh bevat een onjuist onderschrift. Men analyseerde niet het krijgsverloop, maar besprak het door Hitler op 25 september bevolen Duitse offensief in de Over-Betuwe. Alleen het 2de bataljon moest  de toegangswegen naar de drie bruggen innemen, niet de 1st Parachute Brigade. De andere twee bataljons moesten twee evenwijdige routes nemen voor de opbouw van het beoogde bruggenhoofd van zuid naar noord. Frost vormde geen Brits bruggenhoofd ten noorden van de Rijn. Zijn troepen bereikten de brug niet en kregen op de brug dan ook geen versterking. Ook de perimeter in Oosterbeek was geen bruggenhoofd. Model had na de terugtocht uit Normandië eerst zijn hoofdkwartier gevestigd in Arcen in Limburg en daarna pas in Oosterbeek. Het Britse Tweede Leger had Arnhem niet tot doel, maar de Veluwe. Luitenant-kolonel T.H. Haddon was door twee noodlandingen niet de commandant van het 1st Battalion The Border Regiment, maar zijn vervanger majoor H. Stuart Cousens. Het Sperrverband Harzer ten zuiden van de Neder-Rijn omvatte ook de troepen van Krafft ten noorden van de rivier. De foto op pagina 92 is van soldaten van het 1ste bataljon Polen dat op 23 september bij Overasselt was geland en van Valburg naar Driel moest lopen, omdat de Britten niet voor vervoer hadden gezorgd. De twee brigades die 22 september de Over-Betuwe introkken  hadden niet de opdracht door te stoten naar de Neder-Rijn. De 129ste infanteriebrigade moest de ten zuiden van Elst op een Duitse blokkade vastgelopen Irish Guards ontzetten en eventueel doorstoten naar de Veluwe en de 214de infanteriebrigade via Oosterhout in de westflank doorstoten naar Driel. Tijdens de conferentie van Driel op 24 september kende Sosabowsky de lokale situatie goed, maar hij wist niet dat er geen Britse troepen beschikbaar waren voor een oversteek van een brigade. Er was wel degelijk een beslissing genomen: twee personen kregen de brief mee met de code operatie Berlin. Het besluit tot evacuatie viel dus zondag 24 september en niet maandag 25 september. De auteur legt het initiatief voor een wapenstilstand bij kolonel Warrack die naar Egon Skalka ging in plaats van andersom. En dan op pagina 122 een gefantaseerd aantal boten: 32 Britse canvasboten en 42 Canadese stormboten in plaats van respectievelijk 22 en 16 boten. Een dieptepunt in de toch al zwakke tekst dus. Evenals de aandacht voor een Duitse oversteek van de Neder-Rijn door Kampfgruppe Oelkers, een van de flankaanvallen tijdens het Duitse offensief in de Over-Betuwe in de eerste week van oktober. Over dit offensief geen woord.

dr. Jan Brouwer, recensie: James Sims, Bruggehoofd Arnhem, Haarlem 1978. 148 p. Met illustraties.

Het goed geschreven verhaal van een jonge gewone Britse soldaat die ten noorden van de verkeersbrug ten zuiden van Arnhem vocht, gewond raakte en door Duitsers naar het hospitaal in paleis het Loo werd gebracht en later naar het hospitaal va een krijgsgevangenkamp bij Hannover. Onjuistheden zijn dat de groep parachutisten de brug bereikte, enige dagen in handen hield en daar een bruggenhoofd – uiteraard niet bruggehoofd – vestigde. De troepen van Frost konden de noordkant van de brug niet bereiken, maar vestigden defensieve posities in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke oprit naar de brug. Ze leverden geen slag om de brug, die bovendien niet het hoofddoel was. Dat was vestiging van een bruggenhoofd van de Westerbouwing tot Westervoort. Een ‘slag om Arnhem’ is nog steeds een hardnekkige mythe. Holland moet Nederland zijn, Engelsen Britten en het doel van operatie Market Garden was niet een opmars naar het Ruhrgebied, maar vestiging van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer. De auteur kan niet langs de auto met daarin de doodgeschoten generaal Kussin zijn gekomen.