dr. Jan Brouwer, recensie: Guus de Vries, Oosterbeek – Arnhem. Toen & Nu, Oosterbeek 2020, 156 p.

Uitstekend verzorgd boek met fraaie, duidelijke illustraties, vooral veel foto’s uit de oorlog en  opnames van de huidige situatie, en kaarten aangevuld met een perimeterwandelgids. 

Duidelijk is dat het accent op de foto’s en plattegronden lag. De daaraan toegevoegde korte, goed geschreven tekst bevat helaas nog veel bekende historische onjuistheden. Opmerkelijk is wel dat de mythe ‘slag om Arnhem’ in het boek niet voorkomt. De auteur maakt juist duidelijk dat de Britten onmogelijk een slag konden leveren. 

De auteur plaatst terecht de ommekeer in de Britse aanval op dinsdag 19 september. De Britten gingen dan ook niet op 20 maar al op 19 september in de verdediging. Op die dag mislukte luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. De defensieve nasleep  - niet de operatie - duurde nog tot 26 september. Grondoperatie Garden mislukte al 21 september ten zuiden van Elst. Montgomery koos dan ook de volgende dag voor het vestigen van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen (bruggenhoofdoperatie Gatwick). 

Binnen het geallieerde opperbevel bestond eind augustus 1944 geen verschil van mening over een route naar Berlijn. Gehandhaafd bleef de opmarsstrategie van een breed front met twee gelijktijdige en gelijkwaardige aanvallen ten noorden en ten zuiden van de Ardennen. De discussie ging over een noordelijke of een zuidelijke hoofdaanval met respectievelijk een zuidelijke of noordelijke ondersteuningsaanval. Eisenhower koos voor een noordoostelijke hoofdaanval door de 21ste Legergroep van Montgomery en het Eerste Amerikaanse Leger met een zuidelijke Amerikaanse ondersteuningsaanval. Het doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden en dus van de grondtroepen is uitstekend weergegeven: vestiging van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet (het IJsselmeer) met diepe uitlopers over de IJssel. Het Britse Tweede leger moest dan ook niet oprukken naar Arnhem, maar naar de Veluwe; de Guards Armoured Division naar het noordelijke deel ervan en Zwolle. Het doel van de British 1st Airborne Division was niet verovering van gebied rond de verkeersbrug bij Arnhem, maar vestiging van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort met ten minste een van de drie oeververbindingen. De foto van 28 september 1944 in De Heselbergh bevat een onjuist onderschrift. Men analyseerde niet het krijgsverloop, maar besprak het door Hitler op 25 september bevolen Duitse offensief in de Over-Betuwe. Alleen het 2de bataljon moest  de toegangswegen naar de drie bruggen innemen, niet de 1st Parachute Brigade. De andere twee bataljons moesten twee evenwijdige routes nemen voor de opbouw van het beoogde bruggenhoofd van zuid naar noord. Frost vormde geen Brits bruggenhoofd ten noorden van de Rijn. Zijn troepen bereikten de brug niet en kregen op de brug dan ook geen versterking. Ook de perimeter in Oosterbeek was geen bruggenhoofd. Model had na de terugtocht uit Normandië eerst zijn hoofdkwartier gevestigd in Arcen in Limburg en daarna pas in Oosterbeek. Het Britse Tweede Leger had Arnhem niet tot doel, maar de Veluwe. Luitenant-kolonel T.H. Haddon was door twee noodlandingen niet de commandant van het 1st Battalion The Border Regiment, maar zijn vervanger majoor H. Stuart Cousens. Het Sperrverband Harzer ten zuiden van de Neder-Rijn omvatte ook de troepen van Krafft ten noorden van de rivier. De foto op pagina 92 is van soldaten van het 1ste bataljon Polen dat op 23 september bij Overasselt was geland en van Valburg naar Driel moest lopen, omdat de Britten niet voor vervoer hadden gezorgd. De twee brigades die 22 september de Over-Betuwe introkken  hadden niet de opdracht door te stoten naar de Neder-Rijn. De 129ste infanteriebrigade moest de ten zuiden van Elst op een Duitse blokkade vastgelopen Irish Guards ontzetten en eventueel doorstoten naar de Veluwe en de 214de infanteriebrigade via Oosterhout in de westflank doorstoten naar Driel. Tijdens de conferentie van Driel op 24 september kende Sosabowsky de lokale situatie goed, maar hij wist niet dat er geen Britse troepen beschikbaar waren voor een oversteek van een brigade. Er was wel degelijk een beslissing genomen: twee personen kregen de brief mee met de code operatie Berlin. Het besluit tot evacuatie viel dus zondag 24 september en niet maandag 25 september. De auteur legt het initiatief voor een wapenstilstand bij kolonel Warrack die naar Egon Skalka ging in plaats van andersom. En dan op pagina 122 een gefantaseerd aantal boten: 32 Britse canvasboten en 42 Canadese stormboten in plaats van respectievelijk 22 en 16 boten. Een dieptepunt in de toch al zwakke tekst dus. Evenals de aandacht voor een Duitse oversteek van de Neder-Rijn door Kampfgruppe Oelkers, een van de flankaanvallen tijdens het Duitse offensief in de Over-Betuwe in de eerste week van oktober. Over dit offensief geen woord.

dr. Jan Brouwer, recensie: James Sims, Bruggehoofd Arnhem, Haarlem 1978. 148 p. Met illustraties.

Het goed geschreven verhaal van een jonge gewone Britse soldaat die ten noorden van de verkeersbrug ten zuiden van Arnhem vocht, gewond raakte en door Duitsers naar het hospitaal in paleis het Loo werd gebracht en later naar het hospitaal va een krijgsgevangenkamp bij Hannover. Onjuistheden zijn dat de groep parachutisten de brug bereikte, enige dagen in handen hield en daar een bruggenhoofd – uiteraard niet bruggehoofd – vestigde. De troepen van Frost konden de noordkant van de brug niet bereiken, maar vestigden defensieve posities in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke oprit naar de brug. Ze leverden geen slag om de brug, die bovendien niet het hoofddoel was. Dat was vestiging van een bruggenhoofd van de Westerbouwing tot Westervoort. Een ‘slag om Arnhem’ is nog steeds een hardnekkige mythe. Holland moet Nederland zijn, Engelsen Britten en het doel van operatie Market Garden was niet een opmars naar het Ruhrgebied, maar vestiging van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer. De auteur kan niet langs de auto met daarin de doodgeschoten generaal Kussin zijn gekomen.