Dr. Jan Brouwer, 48 militairen sneuvelden voorafgaand aan, tijdens en na de Waaloversteek.

De Amerikaans-Nijmeegse visie op operatie Market Garden bevat tal van historische onjuistheden (mythen): operatie Market Garden was een bevrijdingsoperatie met als doelen vrijheid of bevrijding van Nederland; snelle opmars naar Duitsland (Liberation Route; Sunset March) en zelfs bevrijding van Europa en bevrijding van Nijmegen door de Waaloversteek. Veel burgers in West-Europa beschouwden inderdaad de geallieerden als hun bevrijders. Duitsers daarentegen spraken over veroveraars, overwinnaars en bezetters; daar dus geen Liberation Route

De geallieerde legers waren evenwel geen bevrijdingslegers en de opmarsroutes geen bevrijdingsroutes, zeker niet in Duitsland. Het doel van de geallieerde troepen was vernietiging van de Duitse strijdkrachten en de ‘volledige overwinning’ op Nazi-Duitsland in Europa. Op 7 mei 1945 tekende Generaloberst Alfred Jodl in Reims de onvoorwaardelijke capitulatie van de Duitse troepen op alle fronten. Deze capitulatie trad op 8 mei 1945 in werking. Daarom is 8 mei Victory in Europe Day (VE-Day); let wel: niet Liberation of Europe Day. 

Ook geallieerde operaties waren geen bevrijdings-, maar vaak zuiveringsoperaties of (tank- of veld)slagen. Operatie Market Garden was een bruggenhoofdoperatie. Veldmaarschalk Montgomery mocht van opperbevelhebber Eisenhower kiezen voor een Rijnoversteek en vestiging van een bruggenhoofd bij Wesel of tussen Arnhem en het IJsselmeer. Er was een duidelijk verschil voor te volgen opmarsroute naar het Ruhrgebied en de Noordduitse laagvlakte. De keuze voor een rivieroversteek bij Arnhem betekende een route om de Siegfriedlinie heen en het mijden van het gevreesde luchtafweergeschut bij Wesel. Montgomery koos daarom aanvankelijk voor een oversteek van de Neder-Rijn bij Arnhem en vestiging van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer. Dit bruggenhoofd moest beschikken over diepe uitlopers bij de bruggen van Zwolle, Deventer en Zutphen. Een tactisch doel was het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Na het mislukken van operatie Market Garden op 21 september 1944 ten zuiden van Elst koos Montgomery onmiddellijk voor een Rijnoversteek en vestiging van een bruggenhoofd bij Wesel en Keulen (Brits-Amerikaanse bruggenhoofdoperatie Gatwick). 

De doelen van de Waaloversteek op 20 september 1944 waren niet de verovering van de spoor- en de verkeersbrug (Sunset March). Dat was een taak met de laagste prioriteit van de 82nd U.S. Airborne Division. Generaal James M. Gavin had verzuimd zondag 17 september 1944 tijdig voldoende manschappen naar de bruggen te sturen om die in te nemen. Duitsers wisten snel een sterk defensiesysteem ten zuiden van de zuidelijke oprit naar de brug te vestigen. De Amerikanen moesten wachten op steun van Britse tanks. Toch bleek ook een aanval in de rug van de Duitsers nodig. De werkelijke doelen van de Waaloversteek waren de inname van de noordelijke toegangsweg of noordzijde van de spoor- en verkeersbrug en vestiging van een bruggenhoofd om Lent (gemeente Elst).

Een hardnekkige en ruim verspreide mythe is dat tijdens de Waaloversteek (Waalcrossing) 48 militairen om het leven kwamen. Dat beweren telkens weer Omroep Gelderland; De Gelderlander (Rob Jaspers – ook op de pannenkoekenboot? - en Frank Houtappels); Sunset March; gemeente Nijmegen en Liberation Route Europe (Luisterplek 17). Houtappels beweert zelfs (De Gelderlander, 2 november 2017, ed. Betuwe, regio 6) dat de Sunset March ‘de soldaten herdenkt die in 1944 de Waal overstaken’. Betrokkenen zijn meermalen geattendeerd op hun onjuiste berichtgeving. Zij sloegen echter de berichten met de correctie ‘De 48 militairen kwamen om voorafgaand aan, tijdens en na de Waaloversteek’ zonder inhoudelijke reactie (sic!) in de wind. De gemeente Nijmegen verwijst naar het hieronder besproken boek 'De Oversteek'. Men hanteert kennelijk liever een geschiedvervalsing dan historisch juiste gegevens als eerbetoon aan uitsluitend degenen die tijdens de Waaloversteek waren omgekomen. Een geschiedvervalsing is echter geen eerbetoon. Deze geschiedvervalsing doet bovendien onrecht aan degenen die in het bruggenhoofd Lent zijn omgekomen of later aan hun verwondingen zijn bezweken, maar dat begrijpen de veteranen van de Sunset March kennelijk niet. Daarom is nu zwaarder geschut in stelling gebracht. 

Onder de omgekomen luchtlandingstroepen waren negenendertig parachutisten, vooral van het 3de en 1ste bataljon van het 504 PIR; acht pontonniers  van de C-Compagnie onder kapitein Wesley D. Harris van het 307 Airborne Engineer Battalion; en een voorwaartse waarnemer van 376 Parachute Field Artillery Battalion. Dat had posities ingenomen ten westen van het Maas-Waalkanaal. Het 2de bataljon zuiverde gebied ten westen van Nijmegen, vooral de omgeving van het Maas-Waalkanaal. Het zou de oversteek ondersteunen met vuur van de Waaldijk. Ook dertig tanks met 75-mm kanonnen van het 2de en 3de eskadron van het 2nd Armoured Bn Irish Guards op de zuidoever ondersteunden de oversteek. 

De 48 militairen sneuvelden voorafgaand aan (5), tijdens (20) en na (23) de Waaloversteek op 20 september 1944. Na de Waaloversteek omvat de inname van de noordzijde of de noordelijke toegangsweg naar de spoor- en verkeersbrug en de vorming en verdediging van het bruggenhoofd om Lent. Het realiseren van deze doelen duurde van 20 tot 22 september 1944. Sommigen zijn later overleden aan hun verwondingen in een Belgisch ziekenhuis. 

Gesneuveld voorafgaand aan de Waaloversteek op de zuidelijke Waaloever (5):

  1. Case, Norris B. (1922 - 20-09-1944) Pvt. Co D 2de Bn 504 PIR overleden aan verwondingen bij de NYMA bij hulpverlening aan 1 Lt. Wisniewski 
  2. Mullen, John T. (1915 - 20-09-1944) Pvt. HQ/1 504 PIR bij de elektriciteitscentrale, radiotelegrafist
  3. Scott, Robert M. (1921 - 20-09-1944) bij de elektriciteitscentrale; voorwaartse waarnemer Pfc. 376 PF Art Bn HQBy
  4. Williams, Curtiss A. (1918 – 20-09-1944) Cpl. Co H 504 PIR door sluipschutter
  5. Wisniewski, Edward T. (1915 - 26-09-1944) 1 Lt. Co D 504 PIR bezweken aan verwondingen van 20 september tijdens zuiveringsactie bij de NYMA. 

Gesneuveld tijdens de Waaloversteek (18 of 20):

  1. Bei, Anthony (1919 - 20-09-1944) Pvt. Co I 3de Bn 504 PIR
  2. Busby, Harry F. (1913 - 20-09-1944) 1 Lt. Co I 504 PIR
  3. Campbell, Dale E. (1922 - 20-09-1944) Pvt. Co I 504 PIR
  4. Clemons, Cainie J. (1921 - 20-09-1944) Pfc. Co I 504 PIR verdronken
  5. Dixon, Wilford N. (1922 - 20-09-1944) T/5 Co H 3de Bn  504 PIR
  6. Gentile, Louis F. (1916 - 20-09-1944) Cpl. 307 AE Bn Co C
  7. Grummer, Raymond H. (1922 - 20-09-1944) Pfc. Co I 504 PIR
  8. Henschler, Edward V. (1917 - 20-09-1944) Pfc. 307 AE Bn Co C
  9. Holt, Louis P. (1922 - 20-09-1944) Pvt. Co H 504 PIR verdronken
  10. Jacobs, James A. (1923 – 20-09-1944) Cpl. 307 AE Bn Co C
  11. Jenkins, Willard (1917 - 20-09-1944) Pfc. 307 AE Bn Co C
  12. Katonik, Paul J. (1918 - 20-09-1944) Pvt. HQ/3 504 PIR
  13. Koelle, Robert Thomas (1918 - 20-09-1944) Pvt. Med/H 504 PIR
  14. Opacich, Robert S. (1923 - 20-09-1944) Pfc. 307 AE Bn Co C
  15. Seitzinger, Jack M. (1925 - 20-09-1944) Pvt. Co I 504 PIR
  16. Wendland, Herbert R. (1925 -20-09-1944) Pvt. 307 AE Bn Co C
  17. Woods, James F. (1923 - 20-09-1944) Pfc. 307 AE Bn Co C
  18. Hartman, William S. (1919 - 23-09-1944) Cpl. Co I 504 PIR in Belgisch ziekenhuis bezweken aan verwondingen bij de Waaloversteek.

(2 van Co H; 1 van Med/H; 7 van Co I; 1 van HQ/3 en 7 van 307 AE Bn Co C; dus 11 parachutisten en 7 pontonniers)

Gesneuveld tijdens of kort na de Waaloversteek (2):

  1. Adams, Dale F. (1919 - 20-09-1944) Cpl. HQ/3 504 PIR
  2. Gondela, Thaddeus S. (1920 - 20-09-1944) Pfc. HQ/3 504 PIR 

Gesneuveld na de Waaloversteek in het te vormen en verdedigen bruggenhoofd in en om Lent (23):

  1. Allen, James (1923 - 20-09-1944) S/Sgt. Co H 504 PIR bij spoorwegviaduct in Lent
  2. Colishion, Peter L. (1921 - 20-09-1944) Pvt. Co I 504 PIR tussen spoor- en verkeersbrug
  3. Currier, Robert S. (1919 - 21-09-1944) 1 Lt. Co A 504 PIR in Oosterhout
  4. Downs, Francis L. (1920 - 20-09-1944) Pvt. HQ/3 504 PIR in Lent
  5. Esposito, Nicholas G. (1920 - 21-09-1944) Pfc. HQ/3 504 PIR in bruggenhoofd bij Fort Lent
  6. Hall, John W. (1923 - 20-09-1944) Pvt. Co I 504 PIR ten noorden van de verkeersbrug
  7. Howard, Jack D. (1920 - 21-09-1944) Sgt. Co G 504 PIR bij het Visveld
  8. Johnson, Harold R. (1919 - 23-09-1944) Sgt. Co I 504 PIR overleden aan verwondingen op 20 september op de Waaloever bij Oosterhout
  9. Johnston, Warren Roy (1925 - 21-09-1944) Pvt. HQ/3 504 PIR bij uitbreiding bruggenhoofd naar het oosten
  10. Kero William E. (1921 - 20-09-1944) Sgt. 307 AE Bn Co C in Lent bij spoorwegviaduct
  11. Muszynski, Walter J. (1923 - 23-09-1944) Pvt. Co I/H 504 PIR in Lent bij spoorwegviaduct
  12. Papale, Emilio J. (1924 - 22-09-1944) Pfc. Co B 504 PIR bezweken aan verwondingen op 21 september in Oosterhout
  13. Rigapoulos, John (1921 - 20-09-1944) Pfc. Co H 504 PIR bij Fort Hof van Holland
  14. Robbins, Grady Lee (1917 - 21-09-1944) Sgt. HQ/3 504 PIR bij Fort Lent
  15. Schultz, Harvey Walter (1922 - 22-09-1944) Pvt. HQ/3 504 PIR overleden aan verwondingen bij gevechten in het bruggenhoofd
  16. Seyebe, Steve (1918 - 20-09-1944) 1 Lt. Co G 504 PIR bij de noordzijde van de spoorbrug
  17. Shelden, Harold R. (1918 - 21-09-1944) Pfc. Co H 504 PIR bij Fort Lent
  18. Smith, Winfred Keith (1924 - 20-09-1944) T/5. Co I 504 PIR Bemmelsedijk tussen de verkeersbrug en Fort Lent
  19. Towle, John Roderick (1924 – 21-09-1944) Pvt. Co C 504 PIR bij de Oosterhoutsedijk, Oosterhout
  20. Washko, Robert (1922 - 20-09-1944) Pvt. Co A 504 PIR bij Fort Hof van Holland
  21. Wilson, Robert L.  (1917 - 20-09-1944) Pfc. Co G 504 PIR bij de spoordijk in Lent
  22. Woodland, Bernard T. (1921 – 24-09-1944) Cpl. Co C 504 PIR in Belgisch ziekenhuis bezweken aan verwondingen op 21 september in Lent
  23. Zentgraf, Frederick L. (1921 - 20-09-1944) Pvt. HQ/3 504 PIR bij Fort Hof van Holland

Quod erat demonstrandum 

Afkortingen:

Bn:     Bataljon

By:     Battery (artillerie batterij)

Co:     Company (compagnie)

Cpl:    Corporal (korporaal)

HQ/1: Headquarters Coy 1st Battalion (hoofdkwartiercompagnie, 1ste bataljon)

PIR:   Parachute Infantry Regiment

Pfc.:   Private First Class (soldaat 1ste klas)

Pvt. :  Private (soldaat)

Sgt. :  Sergeant (sergeant)

S/Sgt: Staff Sergeant

1 Lt.:  1st Lieutenant (1ste luitenant)

T/5 :   Technician Fifth Grade

dr. Jan Brouwer, recensie De Oversteek. Zoektocht naar 48 Amerikaanse oorlogshelden, Nijmegen 2013

De in november 2013 geopende Nijmeegse stadsbrug kreeg de naam De Oversteek naar de Waalcrossing van Amerikanen op 20 september 1944. Het elke avond ontsteken van 48 paar straatlantaarns houdt de herinnering levend aan de 48 voorafgaand, tijdens en na deze Waaloversteek gesneuvelde militairen. Het gebouw van De Gelderlander staat vlakbij deze brug. Dit boek is het resultaat van het journalistieke - let wel niet historische! - project op zoek te gaan naar de achtergrond van deze soldaten. De informatie over de 48 gesneuvelden is geplaatst tussen hoofdstukken over de Oversteek; operatie Market Garden;  Duitse acties tegen de Waalbrug en plundering door geallieerden, vooral in de Over-Betuwe (naar H. Bollen); en een poging tot nuancering van het beeld van de ‘slag bij Nijmegen’. Dat gemythologiseerde beeld van treuzelende Britse grondtroepen is vooral geschetst door ondeskundige Amerikaanse auteurs, onder wie Moffat Burris en Megellas. Het is inmiddels door Britse auteurs, onder wie Neillands en Lynch, afdoende weerlegd.  

De hoofdstukken over de 48 gesneuvelden bevatten goede inlevende en informatieve portretten. Opmerkelijk is wel dat bij Ted Bachenheimer (1923-1944) een wezenlijk stukje ontbreekt. Woensdag 11 oktober was de Britse inlichtingenofficier kapitein Peter Baker (1921-1966) in een kano de Waal overgestoken naar Zoelen. Bachenheimer volgde een nacht later. Ze kregen onderdak in boerderij De Wildt van Fekko Ebbens, een Neder-Betuws verzetscentrum. Baker en Bachenheimer zetten een route op voor geallieerde vluchtelingen (operatie Windmill).  Beiden hielden zich niet aan de strikte voorwaarden om in uniform te opereren en het schuiladres overdag niet te verlaten. Ze maakten in burger een wandeling door Zoelen. Maandag 16 oktober arriveerde een Duitse overvalploeg bij de boerderij. Die arresteerde Ebbens, zijn vrouw, drie Nederlandse onderduikers, een verzetsleider en de twee geallieerde militairen. De Duitsers staken de boerderij in brand. Ebbens nam alle schuld op zich en redde daarmee het leven van de anderen. Hij werd 14 november in Renswoude met vier andere verzetsmensen gefusilleerd. Bachenheimer ontsnapte aan krijgsgevangenschap, maar werd in de nacht naar 23 oktober bij ’t Harde doodgeschoten. 

In de andere hoofdstukken komen veel mythen en andere onjuistheden voor.

De Oversteek noemt als einddoelen van bruggenhoofdoperatie Market Garden Arnhem, Neder-Rijn, Rijnbrug, bevrijding van Nederland, bevrijding van Europa, opmars naar het Ruhrgebied en Berlijn en beëindiging van de oorlog in 1944 (6, 9-10, 16, 20-21, 23, 159). Operatie Market Garden was echter geen bevrijdingsoperatie en ook niet gericht op het realiseren van een opmarsrichting.

Het strategische doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was de vorming van een sterk bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet met diepe uitlopers over de IJssel. Tactische doelen waren afsluiting van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in West-Nederland. 

De Oversteek laat operatie Market Garden duren van 17 tot 26 september (23, 191) en stelt dat operatie Market Garden 20 september mislukte omdat het Britse grondleger niet onmiddellijk doorstootte naar de Rijnbrug (181-182) en 21 september na de Duitse herovering van de Rijnbrug (21) en in de Betuwe (161). De Oversteek stelt ook dat operatie Market Garden het verhaal is van ‘de brug te ver’ (6)

Operatie Market Garden duurde in werkelijkheid van 17 tot 21 september 1944. Luchtlandingsoperatie Market mislukte 19 september ten noorden van de Neder-Rijn; grondoperatie Garden 21 september ten zuiden van Elst. Operatie Market Garden was dus 21 september 1944 volledig mislukt.

Noch het Britse grondleger noch Amerikaanse parachutisten hadden 20 september bevel op te rukken naar de Rijnbrug. Het Britse grondleger kreeg de volgende morgen bevel naar het noorden op te rukken om alsnog een bruggenhoofd te vormen op de Veluwe; hetzij over Arnhem, hetzij over de Neder-Rijn ten westen van Driel. Woedende en verontwaardigde Amerikanen hadden op 20 september zich bij de Britten moeten verontschuldigen. Zij hadden immers de Waalbrug – de ‘brug te laat’ - drie dagen te laat en met Britse hulp veroverd. Falende Amerikanen veroorzaakten vertraging van de opmars van het Britse grondleger. Moffat Burriss en Megelllas moesten zich schamen voor hun gedrag en ondeskundigheid (182, 187).

Arnhem, de Rijnbrug of de Neder-Rijn beschouwen als een ‘brug te ver’ is een wijdverspreide en hardnekkige mythe. In werkelijkheid was operatie Market Garden voor de geallieerden, zeker voor Montgomery, een ‘brug te ver’. Operatie Market Garden was geen ‘weg te weinig’ (23). De vorming van een bruggenhoofd aan weerszijden van de Neder-Rijn tussen de Westerbouwing en d.e spoorbrug bij Westervoort was een brug te ver voor de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie.   

De Oversteek ziet als doelen van de Waaloversteek de verovering van de noordzijde van de bruggen; bevrijding van Nijmegen (3, 16, 178) en verovering van de Rijnbrug. De overgestoken en gesneuvelde Amerikanen worden abusievelijk beschouwd als bevrijders van Nijmegen.

De werkelijke doelen van de Waaloversteek waren verovering van de noordelijke toegangsweg en noordzijde van de Waalbruggen en vorming van een bruggenhoofd in en om Lent. Britten hielpen Amerikanen daarbij. 

Gebruikte mythen zijn ook: de Waaloversteek is ‘een onderbelichte actie’ (6, niet in de historische literatuur); slag om Nijmegen (181; slag om de Waalbruggen); Duitsers vonden in een neergeschoten vliegtuig bij Vught ‘de plannen voor Market Garden’ (21; in een vliegtuig bij Dongen de dagorder voor de 101ste luchtlandingsdivisie); Jan van Hoof als redder van de Waalbrug (162) zocht het ontstekingsmechanisme in het postkantoor en niet aan de noordzijde van de Waal; Duitsers wisten de route tussen de Belgische grens en Arnhem een aantal keren volledig te blokkeren (182, ten zuiden van de Waal); Market Garden bestempelen als een slag (182); Gavin week af van het plan van Market Garden (183, vooraf besproken met Browning); Arnhem als doel van het Britse grondleger (187). 

Andere onjuistheden zijn het gebruik van Engelsen voor Britten (166, 182, 185-187) en Holland voor Nederland (20, 179, 193); bruggenhoofdoperatie Market Garden aanduiden als een bevrijdingsoperatie, geallieerde legers als bevrijdingslegers en geallieerden als bevrijders (3); de Oversteek beschouwen als een journalistiek project dat in alle opzichten de historie recht doet (7); Amerikaanse parachutisten keerden 23 september (is 22 september) terug uit de Betuwe (17; Over-Betuwe); geallieerden wilden Westwall omzeilen (20, Montgomery); vrijwel alle soldaten van het bataljon Wesel kwamen om of werden in Nijmegen gevangengenomen (99, het streed in oktober nog in de Over-Betuwe); het Britse grondleger was te traag (181, Waalbrug was niet tijdig veroverd); de Amerikanen hadden zelf boten moeten meenemen (187, geen taak voor luchtlandingstroepen); de Britten wonnen na het mislukken van operatie Market Garden ‘nog altijd terrein in de Betuwe’ (192); het Duitse tegenoffensief in de Betuwe was van 1 tot 2 oktober 1944 (192, in de Over-Betuwe tot 6 oktober); Canadezen voerden een landing op Walcheren uit (193, Britse, Franse en Belgische commando’s); strijd in Zeeland was 7 november voorbij (193, 8 november); de frontlinie van het Over-Betuwse bruggenhoofd liep van de spoorbrug bij Elden naar Elst en verder langs de Linge naar het zuidoosten (193, van Dodewaard naar Opheusden ten zuiden van de Rijndijk over Randwijk, Heteren en Driel naar de spoorbrug bij Elden enz.); het volgende geallieerde offensief was Veritable (194, na niet uitgevoerde operaties Gatwick en Valediction); 12 april 1945 begon een ‘nieuwe slag om Arnhem’ (194, er was geen oude); 2 april 1945 werd de Betuwe bevrijd (194, de Over-Betuwe gezuiverd); Arnhem was 16 april in geallieerde handen (194, 14 april 1945); de geallieerden staken de IJssel over (194, Britten en Canadezen staken vanuit de Over-Betuwe eerst het Pannerdensch kanaal en vervolgens de IJssel over); 2 april begonnen Britten en Canadezen aan de bevrijding van Noord-Nederland (194, moesten Canadezen in Oost- en Noord-Nederland de linkerflank van het Britse Tweede Leger beschermen en een bevoorradingsroute van Antwerpen over Eindhoven, Nijmegen en Arnhem naar het noorden en noordoosten veiligstellen). 

De Oversteek is uitstekend verzorgd, voorzien van prima papier, rijk geillustreerd met talrijke foto’s en kaarten en bevat geraadpleegde literatuur en een uitgebreid colofon.

De inhoud van dit boek draagt echter wel bij aan de beruchte mythevorming over operatie Market Garden. De eerste mythe is dat de Waaloversteek op 20 september 1944 gericht was op de bevrijding van Nijmegen en de betrokken Amerikaanse militairen de bevrijders van die stad waren. De tweede mythe is dat operatie Market Garden gericht was op de bevrijding van Nederland en de gesneuvelden bij de Waaloversteek hun leven voor die bevrijding gaven. De derde mythe is dat bij de Waaloversteek 48 militairen sneuvelden. In werkelijkheid kwamen vijf militairen op de zuidelijke oever om het leven voorafgaand aan de Waaloversteek, sneuvelden twintig militairen tijdens de Oversteek en kwamen 23 militairen om in Lent of Oosterhout. Een enkele overleed aan zijn verwondingen in een Belgisch ziekenhuis. 

Het 504de parachutistenregiment had de Maasbrug en de sluisbrug bij Heumen veroverd en Overasselt, Nederasselt, Alverna en Grave bevrijd. Doel van de Waaloversteek was inname van de noordelijke toegangswegen naar en noordzijden van de Waalbruggen en vestiging van een klein bruggenhoofd ten noorden van de Waal. 

Wat dit boek betreft geldt: schoenmaker blijf bij je leest.

G. Thuring e. a., Market Garden Waaloversteek Waalcrossing, 20 september 1944 – Nijmegen – Holland (Historische Uitgave nr. 3), Nijmegen 1992. 104 p.

Deze uitgave biedt aan de hand van aktierapporten een uitstekend beeld van achtergrond,  verloop en resultaten van de Waaloversteek op 20 september 1944. Doelen waren de toegangswege n naar en noordzijde van de beide Waalbruggen te veroveren en om Lent een bruggenhoofd te vormen. De Amerikanen die 18 september al in de verdediging waren gegaan, moesten dit doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden alsnog veroveren. Zij konden dit drie dagen te laat doen met hulp van Britse tanks van de Guards Armoured Division. Zondag 17 september hadden de Amerikanen moeten afzien van een landing in Lent als ‘te gevaarlijk’ (37-38). Vrees voor luchtdoelgeschut was de reden. Amerikaanse parachutisten begrepen na de Waaloversteek niet dat Britse tanks ’s avonds niet oprukten naar Arnhem (57). De Britten hadden daartoe geen bevel. Zij moesten Amerikanen ondersteunen, voedsel, brandstof en munitie aanvullen, op infanterie wachten en niet 's avonds over smalle wegen door de Over-Betuwe rijden. Hun doel was overigens niet Arnhem, maar vestiging van een bruggenhoofd op de Veluwe eventueel via Heteren.

Gebruikte mythen zijn verbinding met luchtlandingstroepen in Arnhem als doel van de Waaloversteek (7); vernietiging van Nazi-Duitsland en beëindiging van de oorlog als doelen van operatie Market Garden (7, bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer); geallieerd bruggenhoofd bij Rijnbrug (13).  

Andere onjuistheden zijn het gebruik van Holland voor Nederland; Gräbner te snel uit Nijmegen naar Elst te laten terugkeren (14); onduidelijkheid over aankomst van de 21ste batterij van Schwappacher in Oosterhout (15, 5 september 1944); Flakbatterie Beck is Bock (16); Britse grondtroepen arriveerden 19 september  ‘eindelijk’ in Nijmegen (25, tijdig); Nijmeegse verzetsmensen, onder wie Jan van Hoof, beweerden dat het ontstekingsmechanisme voor explosieven onder de Waalbrug zich bevond in het postkantoor (26, zouden Duitsers nooit aan de zuidzijde van de brug plaatsen); Market Garden als het drama van ‘twee bruggen te ver’ (31, niet de Rijnbrug maar Market Garden was een brug te ver); het Nijmeegse bruggenhoofd (32) was het Over-Betuwse bruggenhoofd; elf boten voeren terug (52, tien); de voorhoede van de Irish Guards kon 21 september de afslag naar Ressen en Bemmel passeren (63, liep ten zuiden van de weg Oosterhout-Ressen vast); deze blokkade betekende het einde voor ‘Arnhem’ (63, was 19 september al mislukt; hier mislukte grondoperatie Garden en dus operatie Market Garden); ongeveer op hetzelfde ogenblik kwam een einde aan het verzet van de Britten bij de Rijnbrug (63, uren eerder); het B-eskadron Sherwood Rangers (bijschrift bij foto 67) is het B-eskadron 4th/7th Royal Dragoon Guards op de Oosterhoutsedijk op 28 september 1944); 22 september 11.30 uur kon de 43ste infanteriedivisie niet voor Elst staan (72, ’s avonds). 

Het boekje steunt sterk op het werk van Norbert de Groot en Cornelius Ryan. Het bevat zwart-wit foto’s, Roll of Honour en literatuurlijst.

Het krijgt om een aantal redenen een plaats onder de Amerikaanse visie op operatie Market Garden. De auteurs laten de grondtroepen 'eindelijk' in Nijmegen aankomen; besteden geen aandacht aan het weinig doortastend optreden van de Amerikanen op 17 september om de Waalbruggen te veroveren; bekritiseren de Britten over het wachten op de vouwboten en vinden het merkwaardig dat de Britten na de Waaloversteek niet doorstoten naar Arnhem. De auteurs nemen wel genoegen met de antwoorden van veteranen.