dr. Jan Brouwer, recensie: Frank McDonough, The Hitler Years. Volume 2: Disaster 1940-1945, London 2020, 656 p.

Met veel illustraties (kaarten en foto’s), Noten, Biliografie en Index. 

Naar vorm en inhoud uitstekend geschreven en goed leesbaar werk. Hoofdlijnen zijn overeenkomstig de titel de centrale rol van Adolf Hitler en wat minder die van Duitsland en de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog en bij de Jodenvervolging. Centraal staat de strijd met de westerse geallieerden en de USSR (met als kernelementen  Bolsjewieken, ras en Lebensraum) en de Holocaust.  De rol van Hitler (ook opperbevelhebber, dictator en Führer) omvat redevoeringen, plannen, bevelen, legerorders, economische aspecten van oorlogvoering, contacten met partijleden, regeringsleiders en bondgenoten, ontmoetingen met anderen, verhouding binnen de Asmogendheden, nazificering van politiek, rechtspraak en leger, totale oorlog en de verhouding met de oude conservatieve elite. Doel van de geallieerden was inderdaad niet de bevrijding van (West-)Europa, maar de onvoorwaardelijke overgave van en volledige overwinning op Duitsland gevolgd door ontwapening, bezetting en processen. Middelen waren vernietiging van de Duitse strijdkrachten, industriecentra en steden. Veel Duitsers zagen de geallieerden dan ook als overwinnaars, veroveraars en bezetters. 

Het boek bevat toch nog wel enkele historische onjuistheden:

De haven van Antwerpen  was niet op 26 november 1944 toegankelijk voor schepen, maar twee dagen later (p. 493). Sinds 1 september 1944 bestond de geallieerde troepenmacht uit drie groepen van legers: niet de 21st Army Group, 12th Army Group en 6th Army Group, maar de Noordelijke Groep van Legers, de Centrale Groep van Legers en de Zuidelijke Groep van Legers (p. 532). De auteur heeft weinig begrepen van bruggenhoofdoperatie Market Garden (p. 494). De verkeersbrug bij Arnhem was niet belangrijker dan die van Son. Het strategische doel was niet de opmars naar Duitsland, maar de Rijnoversteek en vestiging van een bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet met sterke uitlopers over de IJssel. Niet alleen de Duitse gewapende strijdkrachten in Noordwest-Duitsland, maar ook die in Nederland en Denemarken gaven zich op 4 mei 1945 (en dus niet op 5 mei) om 18.30 uur onvoorwaardelijk over aan veldmaarschalk Montgomery op de Lüneburger Heide (p. 578). Deze onvoorwaardelijke capitulatie trad op 5 mei om 08.00 uur in werking. Op dat tijdstip legden de Duitse troepen in die gebieden de wapens neer en waren Nederland en Denemarken vrij. Deze capitulatie werd op 8 mei 1945 in Berlijn niet geratificeerd. (p. 582). Duitsland kon niet capituleren (p. 593), omdat de geallieerden de Duitse regering niet erkenden. De oorlog eindigde niet op 9 mei 1945 (p. 11), maar op 8 mei 1945, de dag waarop de op 7 mei 1945 door Generaloberst Alfred Jodl in Reims getekende Act of Military Surrender van alle Duitse strijdkrachten op alle fronten in werking trad: Victory in Europe Day (VE-Day). De auteur gebruikt nog de verouderde Koude Oorlogopvatting over verzet van Stalin tegen de capitulatie in Reims en spreekt abusievelijk over het eerste en tweede of Laatste Instrument of Surrender (p. 575, 579, 580-582) en een ratificatie van de capitulaties op 4 mei en 7 mei. In Berlijn vond op 8 mei 1945 echter zoals afgesproken in Reims ter voorkoming van een tweede dolkstootlegende slechts de ratificatie plaats van de op 7 mei in Reims getekende Act of Military Surrender.