Dr. Jan Brouwer, Elst 1940-1945.

Deel 3. De Over-Betuwe: geen bevrijding maar verwoesting.

Sommige mensen denken al gauw dat wanneer de geallieerden zijn geweest er sprake is van bevrijding. Ze verliezen hierbij uit het oog dat het doel van de geallieerden de volledige overwinning op Duitsland was. Niets meer, niets minder. Het middel was vernietiging van de vijandelijke troepen, industriecentra en steden. Tot de onvoorwaardelijke capitulatie van Duitsland of na de dood van Hitler van de Duitse gewapende troepen. Bevrijding kwam in het geallieerde woordenboek niet voor, ook niet van alleen (West)-Europa.1 Plundering wel. Bevrijding was dus geen doel en zelfs geen middel. Was Stalin zelfs tegen. Men hield wel overwinningsparades, geen bevrijdingsparades; viert 8 mei Victory in Europe Day (VE-Day) en Churchill gaf het V-teken.


Vrijdag 21 september 1944 tegen 14.00 uur mislukte grondoperatie Garden jammerlijk ten zuiden van Elst nabij het kruispunt Ressen-Oosterhout. Wie haalde het ook in zijn hoofd om tanks de Over-Betuwe in te sturen over een niet beveiligde smalle modderige verhoogde weg met aan weerszijden sloten. De tegenstander hoefde er maar drie kapot te schieten en de hele colonne stond stil. Twee dagen na het jammerlijk mislukken van luchtlandingsoperatie Market. Met als een van de grootste fouten het niet laten doorgaan van de landing van de 4de Parachutisten Brigade bij Elst om de weg Nijmegen-Arnhem open te houden en eventueel de zuidelijke oprit naar de verkeersbrug ten zuiden van Arnhem in te nemen. Tussen de landing op de Ginkelse heide en de vlucht of terugtocht naar Hartenstein heeft die brigade geen enkel succesje geboekt. Deed voor spek en bonen mee.


Het wachten in de Over-Betuwe was op de infanterie. Het Britse 4de en 5de bataljon The Wiltshire Regiment hadden ruim twee dagen nodig om de Irish Guards te ontzetten. De Britten moesten dus een andere weg zoeken om de naar Oosterbeek gevluchte en teruggetrokken luchtlandingstroepen te evacueren en veilig naar Nijmegen te brengen. Daar ging het om! Niet om Elst en Bemmel en omgeving. Niet om de Over-Betuwe. Die terugweg moest zondag 24 september ’s avonds gereed en veilig zijn. Kostte wat het kost. Dat betekende veiligstelling van gebied met de volgende frontlinies: Andelst-Zetten-Hemmen-Randwijk, de Rijndijk van Randwijk tot de spoorbrug bij Elden, de westzijde van de spoordijk tot het Lingekanaal en tenslotte de Linge via Haalderen naar de Waal. De Rijksweg van Elst naar Nijmegen was geblokkeerd. Een andere weg moest worden gevonden. Dat betekende in zeer korte tijd Bemmel en Elst en omgeving zuiveren van vijandelijke troepen. Die stonden echter onder leiding van de geharde oorlogsveteraan majoor Hans-Peter Knaust. Die had de verdedigingslinie tussen Ressen en de Oosterhoutsedijk in Oosterhout versterkt met tanks en het gebied in en om Bemmel en Elst in een goede staat van verdediging gebracht. Hij beschikte voorts over een flink aantal Panther- en Tigertanks. Die stelde hij in Elst op bij het station, op en bij de Rijksweg en bij de Valburgseweg.  De Duitsers vreesden een geallieerde Rijnoversteek bij Oosterbeek. Daar waren echter helemaal geen troepen voor.


Onder tijdsdruk

De pas in de nacht van 21 op 22 september in Nijmegen gearriveerde Britse 43ste Wessex Infanteriedivisie moest onmiddellijk de drie infanteriebrigades met steun van tanks inzetten. Doel was het ontzetten van de parachutisten bij Hartenstein. Daarvoor moesten de Britten alle risico’s nemen. Vier infanteriebrigades werden ingezet.


  1. De 129ste infanteriebrigade moest de Irish Guards op de Griftdijk ontzetten, 22 tot 23 september, werd 24 september 1944.
  2. Het 7de bataljon The Somerset Light Infantry moest over de spoorbrug trekken – trok over de verkeersbrug - en Oosterhout zuiveren van Duitse troepen. Het 5de bataljon The Duke of Cornwall Light Infantry moest dan een ontzettingsroute openen en oprukken naar Driel, 22 september. Dat lukte.
  3. De 130ste infanteriebrigade moest ook over die route oprukken naar Driel, 23 september, en posities innemen tussen Randwijk en de spoorbrug bij Elden (7de bataljon The Hampshire Regiment en 5de bataljon The Dorsetshire Regiment) en ten westen van de spoordijk tot het Lingekanaal (5de bataljon van de Duke of Cornwall Light Infantry). Dat lukte na forse vertraging ook.
  4. Het 43rd Recce Regiment (The Gloucestershire Regiment) moest met het 12de bataljon van The King’s Royal Rifle Corps van de 8ste Pantserbrigade de linkerflank Slijk-Ewijk-Andelst-Zetten-Randwijk veiligstellen. 23 september. Dat lukte ook.
  5. De 214de brigade (het 7de bataljon The Somerset Light Infantry en het 1ste bataljon The Worcestershire Regiment) moest over de spoorbrug trekken en met steun van tanks van de 4th/7th Royal Dragoon Guards Elst zuiveren/veroveren 23-24 september, werd 25ste om 17.00 uur;
  6. De 69ste infanteriebrigade moest Bemmel, Baal en Haalderen zuiveren/veroveren op 23-24, werd 28 september.


Door de vertraagde opmars van de 130ste brigade konden de Somersets en Worcestershires pas 23 september omstreeks 17.00 uur aan de aanval op Elst beginnen. De Britten zagen in het bezit van Elst en Bemmel een waarborg voor een veilige terugkeer van de parachutisten uit Oosterbeek. Daar ging het ze om. Niet om Elst. Niet om Bemmel. Niet om de Over-Betuwe. Binnen een bepaalde tijd moest Elst in geallieerde handen zijn. De Somersets zouden met steun van het A-eskadron tanks van de Royal Dragoon Guards de zuidelijke helft van Elst veroveren (’s middags gewijzigd in de kruisingen Wuurdsestraat/Willemstraat en Willemsstraat-Rijksweg Zuid-Groenestraat), de Worcestershires gesteund door het C-eskadron van de Dragoons de noordelijke helft, d.w.z. het deel ten noorden van de Valburgseweg-Dorpsstraat (gewijzigd in beide zijden van de Valburgseweg/Dorpsstraat). Traditiegetrouw begonnen de Britten hun aanval met een intensieve artilleriebeschieting door de artillerie van de hele divisie. De Worcestershires kwamen de eerste dag echter niet verder dan de westrand van het dorp bij de kruising Valburgseweg-Hollanderbroeksestraat.  Bittrich vreesde voor Elst als springplank naar de andere Rijnoever. Zondag 24 september arriveerden uit Ohrdruff drie compagnieёn van de zware Heeres Panzerabteilung 506 met zestig nieuwe Tiger II tanks. Bittrich stuurde een compagnie naar Oosterbeek en wees de andere twee met 45 tanks toe aan bataljon Knaust in Elst. Er volgden meer versterkingen. De Britten moesten die zondag Elst veroveren. ’s Nachts waren wederzijds beschietingen uitgevoerd, waarbij veel huizen aan de Valburgseweg en de Dorpsstraat ernstig waren beschadigd of volledig verwoest. De Worcestershires rukten op het dorp in, waarbij de A-compagnie de flanken dekte van de met de zuivering van het dorp belaste B- en D-compagnie. Het mortierbataljon voerde een zwaar bombardement uit op het dorpscentrum. Duitsers verdedigden elk huis met automatische geweren. Er moest dus om elk huis gevochten worden. ’s Avonds bereikten de Britten het dorpscentrum. Veel ingezetenen bevonden zich in hun kelders. De Somersets waren opgerukt tot bijna bij de Stationsstraat. Zondag moest Elst van Duitsers worden gezuiverd. Maandagnacht moest de evacuatie plaatsvinden van de Britten uit Oosterbeek naar Nijmegen. De Somersets bestookten het centrum bij de N.H. kerk met artillerie- en mortiervuur, vochten bij het station en versterkten de Worcestershires. Tegen maandagavond was Elst in Britse handen.  Het dorp was gezuiverd van Duitse troepen en vrijwel verwoest. De Duitsers trokken zich terug op Rijkerswoerd. Elstenaren hadden dagen onder de grond gezeten. Ze waren hun woning en dorp kwijt. Voor de evacuatie van Britten uit Oosterbeek. De Over-Betuwe is niet bevrijd, maar misbruikt om tijdig de naar Oosterbeek gevluchte en teruggetrokken parachutisten naar Nijmegen te halen. De Over-Betuwe was de dupe van de strijd tussen Britten die kostte wat kost hun geїsoleerde landgenoten uit Oosterbeek wilden redden  en  Duitsers die een mogelijke Britse Rijnoversteek wilden voorkomen.


Bevrijding was er niet en is uiteraard nooit gevierd. Een Duitse grootscheepse tegenaanval kwam tijdens de eerste week van oktober 1944. Begin oktober kwamen ook de Amerikanen van de 101ste Airborne Divisie om de Over-Betuwe twee maanden grondig te plunderen. Ze maakten zich ook schuldig aan brandstichting, diefstal, roof, vernieling en bevuiling. Hetzelfde geldt voor de gemeente Bemmel. Doel was niet bevrijding van Bemmel, Baal en Haalderen, maar uitbreiding van de veilige geallieerde zone tot de Linge. 

 

Rijksweg Zuid, Elst. Bijna alle woningen aan de westelijke zijde zijn verwoest. Links: villa De Grift.

Elst, Verlengde Dorpsstraat met zicht op de Dorpsstraat. 1945.

Zuivering van Bemmel, Baal en Haalderen


Tanks van de Welsh Guards begonnen op 23 september een aanval in de richting Bemmel, maar stokten bij Doornik. De les was geleerd. De Over-Betuwe was geen gebied voor tanks. De 69ste infanteriebrigade nam 24 september de aanval over gesteund door tanks. Doelen waren zuivering van Duitse troepen van Bemmel, Baal en Haalderen en gebied tot het Lingekanaal. Op 25 september was Bemmel niet bevrijd, maar gezuiverd van Duitse troepen. Bevrijding was ook hier geen doel. Zelfs geen gevolg. De volgende dag volgden Vergert en Heuvel. Daarna op 27 en 28 september Baal en Haalderen. Pas op 29 september was het gebied tot de Linge gezuiverd. Een paar dagen later volgde op 1 oktober 1944 over een breed front een grootscheepse Duitse zinloze tegenaanval van twee pantserdivisies met als eerste doel Elst en als hoofddoel de Waalbrug. De aanval duurde een week. Met zinloze afleidingsaanvallen over de Neder-Rijn bij Heteren en Randwijk en een zeer vertraagde maar felle flankaanval bij Opheusden. 


Gedwongen evacuatie volgde: 23 september 1944 van Elden, in oktober van Huissen, Angeren, Gendt en Doornenburg naar gebied ten noorden van de Neder-Rijn op gezag van de Duitsers en in oktober en november van de rest van de Over-Betuwe naar Noord-Brabant en Belgiё op gezag van de geallieerden tot ruim halverwege 1945. De mensen konden slechts met hulp van alle kanten er weer een beetje bovenop komen. Aan alles was gebrek. Er was geen gezondheidszorg, geen geld, geen eten en geen onderdak. Geschonken werden noodkerken, glas voor de herbouw van kassen, kleding, schoeisel, huishoudelijke artikelen en meubilair. Apeldoorn en Lisse adopteerden respectievelijk Elst en Bemmel. ‘Eens zou de Betuwe weer in bloei staan’.   

Noot

______________________

1 Slechts een enkeling durft nog over bevrijding te spreken, onder wie Wilco Vermeer, Operatie Market Garden: Bevrijding van Bemmel, 23 – 29 september 1944, Traces of War, 2019. Zonder die onjuiste bewering overigens te motiveren. Market was immers overigens al op 19 september en Garden op 21 september 1944 volledig mislukt. Op 22 september 1944 stemde Eisenhower in met een Rijnoversteek van Britten en Canadezen bij Wesel. Als straf voor de complete mislukking van Market Garden mocht Montgomery geen Groep van Legers meer leiden. De Noordelijke Groep van Legers moest de linkerflank van de Amerikaanse Centrale Groep van Legers onder Bradley beschermen en kwam dus onder diens bevel. Nederland was op zaterdag 5 mei 1945 om 08.00 uur vrij bij de inwerkingtreding van de capitulatie van o.a. de Legergroep Nordwest waartoe de troepen in Nederland behoorden op 4 mei 1945 om 18.30 uur op de Timeloberg op de Lűneburger Heide aan de rand van Wendisch-Evern bij Lűneburg. Volgens artikel 3 van het Instrument of Surrender diende ‘het Duitse Opperbevel onmiddellijk, zonder tegenspraak, alle verdere bevelen uit te voeren die worden uitgevaardigd door de Geallieerd Overheden’, dus ook de ‘Bevelen aan Duitse bevelhebbers die zich hebben overgegeven’ tot het verstrekken van militaire informatie aan de Canadese bevelhebbers in Bad Zwischenahn en Wageningen op 5 mei 1945. En Wageningen maar zeuren over ‘Stad der Bevrijding’. Totaal geen historische kennis en besef! Nederland was vrij, niet bevrijd!

 

Deel deze pagina