Dr. Jan Brouwer. Elst 1940-1945. Deel  8. Heteren: Monument voor 101st Airborne Division

Bijna onder de brug voor de A50 over de Neder-Rijn bij Heteren staat aan de Drielse Rijndijk sinds 25 september 1982 een monument voor de Amerikaanse 101st Airborne Division. Niet duidelijk is waarom er juist voor deze divisie een monument staat en waarom het op deze plek staat. Waarschijnlijk omdat deze Amerikanen gevechten leverden met Duitse eenheden die zich verschanst hadden in steenfabrieken. De divisie was in de Over-Betuwe van begin oktober tot 28 november 1944. Het hoofdkwartier van generaal-majoor Maxwell D. Taylor (1901-1987) stond sinds 4 oktober in Slijk-Ewijk. Hoofdkwartieren voor de drie regimenten stonden in Elst (landgoed Schoonderlogt), Zetten en Hien en begin oktober tijdelijk in de Julianaweg in Heteren. Daar verbleven de staf van het regiment en van het dienstdoende bataljon. In de buurt van een hoofdkwartier lagen de twee reservebataljons. In oktober 1944 hebben de Amerikanen bijgedragen aan de verdediging van het geallieerde bruggenhoofd in de Over-Betuwe. Zo namen ze de strijd van het Britse 7de bataljon van The Hampshire Regiment over bij Driel tegen Duitse troepen in de steenfabriek van Korevaar. Ze hadden kennelijk niet in de gaten dat er slechts sprake was van een afleidingsaanval net als later bij Randwijk. De beste reactie was geweest die troepen rustig te laten zitten en in de gaten te houden. Zwaar gevochten hebben ze wel bij Opheusden tegen een vertraagde aanval van de 363ste Volksgrenadier Division.  Vertraagd omdat de Rijnbrug bij Rhenen was opgeblazen en het overzetten moest plaatsvinden met boten. Ook hier trapten de Amerikanen i.c. de Easy Company van Dick Winters in de list van een afleidingsaanval bij Randwijk die ze voor een echte aanval aanzagen. De Amerikanen hadden natuurlijk nooit de dijk moeten beklimmen en oversteken. Te laat ontdekten ze dat ze in de val zaten en dat een verrassingsaanval de enige mogelijkheid tot overleven was.


Het monument ter ere van de divisie en ter nagedachtenis aan de gesneuvelden bestaat uit een eenvoudige steenconstructie met drie gietijzeren platen waarop het embleem van The Screaming Eagles (de Adelaarskop) en de tijdsaanduiding zijn aangebracht en twee koperen platen met in twee talen de inscriptie: ‘Hier streden Amerikanen vd 101st Airborne divisie voor onze vrijheid’.  Deze inscriptie is onjuist. De geallieerden streden voor de overwinning op Duitsland. Een van de middelen was vernietiging van vijandelijke troepen.


De bevolking was erg blij en opgelucht dat de divisie eind november naar Frankrijk vertrok. De Amerikanen waren namelijk gevreesd voor hun criminele gedrag, waaronder (bank)roof, diefstal, plundering, inbraak, brandstichting, bevuiling, enz. Plundering was en is nog steeds sinds de Haagse Conventie van 1910 een oorlogsmisdaad. Waarom dan een monument? Waarom juist daar? Joost mag het weten. Waarschijnlijk opgezet door mensen zonder voldoende historische kennis. Het monument lijkt er te staan voor de Amerikanen die op 4 oktober 1944 systematisch in de woningen aan de Kastanjelaan hebben ingebroken. Huizen waren beschadigd en zestien van de achttien aanwezige brandkasten of kluizen waren met geweld opengebroken. Stoelen, tafels, kasten en ledikanten waren opgestookt. Veel inwoners waren alles kwijt inclusief hun spaarcenten en sieraden. De criminelen hadden misbruik gemaakt van de situatie. Inwoners van Heteren hadden het advies om te evacueren in verband met de evacuatie van Britten uit Oosterbeek 25 september opgevolgd. De straat was dus verlaten. Ook die gelegenheid maakte de dief.

Deel deze pagina

Jaarlijks vindt hier een herdenking plaats. Je vraagt je af wat die mensen dan herdenken.


Strijden voor onze vrijheid. Hier? Onzin. Een groot deel van de Over-Betuwe was al vrij van Duitse troepen. Daar streden ze in ieder geval niet voor. Ze streden nodeloos tegen een afleidingsaanval en met veel animo om de buit in particuliere woningen.  Zeker na de gedwongen evacuatie van de burgerbevolking. Ze hebben begin oktober het geallieerde bruggenhoofd verdedigd bij Opheusden. Niet de Over-Betuwe! Daar bij Opheusden zou het monument niet misstaan.


Sommige Britse (het 7de bataljon The Hampshire Regiment) en Amerikaanse (501st Parachute Infantry Regiment) militairen kenden blijkbaar het verschil niet tussen een frontale aanval, een afleidingsaanval en een flankaanval. Wat deden ze daar in Heteren? Ze moesten de noordelijke frontlinie tussen vijfhonderd meter ten westen van Heteren en de spoorbrug bij Elden verdedigen. Ze trapten met open ogen in een Duitse afleidingsaanval in de steenfabriek van Korevaar. Duitse troepen onder SS-Haupsturmfűhrer Heinrich Oelkers waren eind september in alle stilte de Neder-Rijn overgestoken als afleidingsaanval voor de hoofdaanval uit het noordoosten bij Elden. Oelkers vond het terecht een zinloze en hopeloze operatie. Hij keerde 10 oktober snel terug. Britten en Amerikanen hadden de Duitsers gewoon in de steenfabriek moeten laten zitten. Die deden niemand kwaad en gingen vanzelf weer terug.