Dr. Jan Brouwer, Betonwarenfabriek Elst (1912-1987).

Sinds het begin van de twintigste eeuw zijn in de Over-Betuwe steeds meer agrariёrs overgegaan van akkerbouw op tuinbouw. Mede door de dalende prijzen in de akkerbouw gingen ze vaak over van vooral de niet meer lonende tabaksteelt naar vooral aanplanting van boomgaarden en fruitteelt en het kweken van bloemen en groenten in warmoezeniersbedrijven onder meer in betonnen komkommer-, tomaten- en druivenkassen die hun toepassing vonden in de glastuinbouw.


In Elst stichtten in 1912 de uit Spijkenisse afkomstige arbeider, later aannemer Teunis van Dijk (Spijkenisse, 19-11-1878 - Elst, 22– 03-1957) en rijwielhandelaar, later aannemer Maarten van Bodegom (Spijkenisse, 09-12-1853-Schiedam, 26-05-1936) de ‘Eerste Betuwsche Betonfabriek’, ‘fa. M. van Bodegom en Van Dijk’. De percelen huis, werkplaats en bouwland verkregen zij op 10 juni 1914 in eigendom. Voor de afname van de kassen richtten ze zich voornamelijk op de glastuinbouwers in het gebied rond Elst, Huissen en Lent. De twee firmanten waren uitgezonden door het sinds 1905 bestaande grote moederbedrijf van Albinus van Bodegom (Spijkenisse, 17-09-1857-Spijkenisse, 03-01-1939) in Spijkenisse. Dat bedrijf was uitgegroeid tot een belangrijke industriële onderneming, de grootste producent van betonnen kassen in Nederland.

Albinus van Bodegom en zijn vrouw Maartje van Vliet (Geervliet, 28-08-1862 – Spijkenisse, 27-04-1938). Het paar is gehuwd in Spijkenisse op 19 mei 1887.

Komkommerkassen gebouwd door Fa. M. van Bodegom & Van Dijk in 1912 ten zuiden van de Groenestraat te Elst.

Deel deze pagina

Beide heren begonnen in 1916 voor zichzelf. M. van Bodegom was een neef van Albinus van Bodegom uit Spijkenisse, die inmiddels faam had verworven op het gebied van onder meer betonkassen. Maarten van Bodegom was in 1884 gehuwd met Fenna Wessel (12 juni 1859-26 juni 1919), die al op 60-jarige leeftijd in Rotterdam overleed. Het echtpaar had vijf kinderen van wie een dochter en twee zoons al zeer jong waren overleden. Na een jaar trok Van Bodegom zich waarschijnlijk door ziekte van zijn vrouw daadwerkelijk terug uit het bedrijf te Elst. Hij keerde terug naar zijn rijwielzaak ‘Westersporthandel’ aan de Vierambachtstraat te Rotterdam waar hij in 1924 hertrouwde met A.F.C. Sangster (1867-1952).


Op 1 oktober 1918 sloten Van Bodegom en Van Dijk in Elst bij notaris N. G. Francken een handelsvennootschap onder de firma ‘M. van Bodegom en Van Dijk’ gevestigd te Elst (Gld) met ingang van 1 september 1918 en met een geldingsduur van twintig jaren tot 1 januari 1939. De vennoten waren Maarten van Bodegom te Rotterdam en Teunis van Dijk te Elst. Het doel van de handelsvennootschap was het maken van en het handeldrijven in werken van gewapend beton en aanverwante artikelen. Bij een handelsvennootschap onder firma zijn de vennoten hoofdelijk voor het bedrijf aansprakelijk. Vooral door de omstandigheden waarin Van Bodegom was komen te verkeren, besloot hij de handelsvennootschap met ingang van 11 december 1920 te ontbinden.

Teunis van Dijk en Maartje Versluis

Teunis van Dijk was op 15 mei 1902 in Spijkenisse gehuwd met Maartje Versluis (Spijkenisse, 06-09-1883 – Elst, 30-06-1957), van beroep dienstbode. Het echtpaar kreeg zeven kinderen: Willem Cornelis (Wim) (Spijkenisse, 04-07-1903 – Elst, 27-02-1992), tuinder; Marinus (Rien) Spijkenisse, 18-01-1905 – Elst,10-06-1987), bouwmaterialenhandel; Arie (Spijkenisse, 09-02-1907 – Elst, 01-05-1966), deurwaarder; Cornelia (Spijkenisse, 21-08-1908 – Elst, 11.07-1979); Maartje (Loosduinen, 25-04-1911- Elst, 18-06-2002), Adriaantje (Elst, 20-3-1914 - ?) en Leentje (Elst, 26-03-1916 - ?).


Het betonbedrijf met dubbele woning was gesitueerd op het terrein van de voormalige kwekerij van A. Prinzen (1874) aan de Bemmelseweg 46 aan de spoorlijn Arnhem-Nijmegen en bij het ruime rangeerterrein. De fabriek was speciaal ingericht voor kassenbouw en de fabricage van broeibakken, maar men voerde ook andere werken uit in gewapend beton. Het aanbod omvatte diverse typen kassen, zoals warenhuizen en druiven-, tomaten- en komkommerkassen waarvoor de Westlandse kassen als voorbeeld dienden. Het voor de productie benodigde zand en grind werd met de stoomtram van de op 16 februari 1907 opgerichte ‘Betuwsche Stoomtramweg Maatschappij (BSM)’ uit Arnhem en omgeving aangevoerd. Betonijzer kwam eerst uit België en Duitsland. Later betrok men het van de in 1918 opgerichte Hoogovens in IJmuiden. Betonijzer zijn stalen staven of netten die verwerkt in beton dat sterker maken, de zogenaamde wapening of gewapend beton. Het beton wordt over het staal gestort, waardoor het een stevig geheel wordt. Dat maakt het materiaal bestand tegen allerlei soorten belasting. Betonijzer is essentieel voor funderingen, vloeren, muren en andere betonnen constructies waar kracht en duurzaamheid belangrijk zijn. Kwekers zetten de bakken zelf in elkaar.  Een ’stelploeg’ van het bedrijf monteerde de kassen.

De betonfabriek is links bij de overweg zichtbaar.

Het bedrijf ‘Bodegom en van Dijk’ leverde in de jaren twintig ook betonwerk aan Paleis Het Loo, zoals betonnen kweekbakken en wellicht ook kassen. Naar verluid ging de directeur elke dag op de fiets naar Apeldoorn om een oogje in het zeil te houden bij het montagewerk.

Advertentie van Firma M. van Bodegom & Van Dijk, 22 december 1922.

Gemeente Elst, Gids, mei 1933, p. 16.

Ook andere landgoederen, onder meer aan de Veluwezoom, zoals in De Steeg, behoorden tot zijn klantenkring. Het bedrijf floreerde en verwierf ruime bekendheid. Tot de economische neergang in de jaren dertig daaraan een einde maakte. Van de ongeveer tachtig man in dienst van het bedrijf in de bloeiperiode bleef door de crisis maar één personeelslid in vaste dienst over. Toch noemde de gemeente Elst in de Gids van Elst in mei 1933 ‘de Bodegom en van Dijk’s Betonfabriek’ als een van de bedrijven ’die tot ver over de grenzen des lands een goeden klank hebben.’ Ondanks de zware tijden wist Van Dijk het hoofd boven water te houden.


Op 27 juni 1938 nam Van Dijks schoonzoon Teunis Schook (Loosduinen, 31 mei 1907 – Elst, 17 oktober 1987) de leiding over. Hij was na een periode als hofmeester in de grote vaart in 1934 getrouwd met dochter Maartje van Dijk (Loosduinen, 25-04-1911 – Bemmel, 18-06-2002) en had een baan gevonden bij de Rotterdamse Melk Inrichting (RMI). Ze woonden van juni 1938 tot 20 september 1961 in de bedrijfswoning Bemmelseweg 46 bij de betonfabriek in Elst.

Teun Schook, 1934

Maartje Schook – van Dijk, 1934

Advertentie uit 1938.

Betonelementen in de bedrijfshal van Fa. Bodegom en Van Dijk,1938. Links: directeur T. Schook 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de onderneming het opnieuw zwaar te verduren. De fabrieksgebouwen werden door granaten gedeeltelijk verwoest, machines raakten zwaar beschadigd en zeer veel materiaal, handelsvoorraad en interieur ging verloren of werd door geallieerde militairen, vooral Amerikanen, geplunderd, gestolen, vernield of bevuild. Het gezin Schook moest evacueren naar Hoogeloon (Noord-Brabant). Tot overmaat van ramp kwam het fabrieksterrein onder water te staan nadat Duitse genietroepen op 2 december 1944 de Rijndijk bij Elden hadden opgeblazen. Het gezin mocht pas in de zomermaanden van 1945 terugkeren. Elst was één ruïne.


In 1945 werd de rommel van de oorlog opgeruimd en de zaak weer op poten gezet. De Over-Betuwenaren wachtte de strijd om de wederopbouw van het eigen bezit, het eigen bedrijf, een nieuw bestaan, het eigen dorp en de bloedende Betuwe. Er was veel glas- en kasschade bij de kwekers en veel was op de bon. De gemeenten Waddinxveen, Woubrugge, Aalsmeer en De Lier schonken Elst geld in het kader van de hulpglasactie ‘Ruiten Troef'.  Ondernemers hielpen elkaar. Zo startte Jan Dalhuisen zijn bedrijf op in een loods op het terrein van betonfabriek Fa. Bodegom en van Dijk.


De Fa. Bodegom en van Dijk kreeg vergunning om glas en cement uit België te importeren en handel te drijven in glas voor tuinbouwkassen. Transport werd eerst door het bedrijf zelf verzorgd met behulp van een oude Britse legertruck. Later werd dit vervoer uitbesteed aan een aparte transportonderneming.


Het bedrijfsterrein bood natuurlijk ook een mooie plek voor familiekiekjes, zeker toen de kinderen nog klein waren. De fabriek was niet voor niets een familiebedrijf. Dat betekende ook spelen met vriendjes en vriendinnetjes in zand en grind en tussen de rioolbuizen.   

1944 Maartje (Marry)

1947 Pa Schook, Joke, Marry en ma.

In het midden Marry, Joke en Pieter.

In 1955 liet de heer J. L. L Taminiau (1876-1961) van Taminiau’s conservenfabriek TEO in Elst het door hem langs de Hollanderbroeksestraat nabij de Raaijebrug over de Linge gevonden beschadigde moordkruis restaureren bij steenhouwerij Euwens in Nijmegen. Hij vroeg Betonwarenfabriek Bodegom & Van Dijk te Elst een betonnen voetstuk toe te voegen. De heer Schook deed dat belangeloos en zorgde begin mei 1956 voor vervoer naar de plaats aan de 2de Weteringsewal. Op 8 mei 1956 werd het gerestaureerde moord- of boetekruis officieel geplaatst aan de 2de Weteringsewal ongeveer 50 meter van de oorspronkelijke vindplaats en 200 meter ten westen van de Raaijebrug. Ook werd het op maat gemaakte hekwerk geplaatst.

Bedrijfsterrein aan de Bemmelseweg 46, omstreeks 1955.

De Betuwe, 14 juni, 1957.

Moord- of boetekruis aan de Linge in de berm aan de zuidzijde van de 2de Weteringsewal, mei 1956. Met betonnen voetstuk en op maat gemaakte hekwerk. Tekst op het kruis: Reimer Wart (?)

Na het overlijden van Teun van Dijk in 1957 werd met ingang van 1 januari 1959 de oude handelsvennootschap onder firma ontbonden en vervangen door ‘Betonwarenfabriek Elst voorheen Firma Bodegom & Van Dijk’ met als enige eigenaar Teun Schook. De fabriek was gespecialiseerd in gewapend betonelementen, boerderijbouw, roosterbalken voor rundvee- en varkensstallen, giergoten en voedertroggen.


Het jaarverslag over 1960 maakt melding van een grote vraag naar betonartikelen voor de aanleg van nieuwe wegen, toepassing van betonsier- en constructie elementen voor woning- en utiliteitsbouw, voltooiing van werken bij de bouw van bejaardencentrum Doddendaal te Nijmegen en de Technische school te Andelst en ruime toepassing van ‘onze speciale betonkastabletten voor glascultuur’ in kwekerijen en tuinbouwinstituten. In de jaren erna voerde men een verdere mechanisatie door. In 1964 kwam de verbouwing van de bedrijfskantoren gereed.

Teun Kuik en Joke Kuik-Schook, juli 1965.



































Betonwarenfabriek Elst voorheen Bodegom & Van Dijk. Mei 1966.


Op 2 mei 1966 ontstond de ‘Naamloze Vennootschap (N.V.) Betonwarenfabriek Elst voorheen Firma Bodegom & Van Dijk met Teun Schook als algemeen directeur en Teun Kuik als bedrijfsdirecteur. Zoon Pieter werkte van 1966 tot 1968 samen met vader en zwager. Hij volgde en slaagde in 1967 voor de PBNA-opleiding Betonwarentechniek. Hij koos echter voor een studie tot arts. In 1967 werd de directeursfunctie overgedragen aan de volgende schoonzoon en de derde Teunis.

 

Teunis Kuik (Elst, 22 maart 1937 - Arnhem, 19-12- 2015), sinds 30 juli 1960 de echtgenoot van dochter Johanna (Joke) Schook (Loosduinen, 28-05-1937- Elst, 21 juni 2019) was sinds 1 mei 1961 in het bedrijf werkzaam en nam de leiding van het bedrijf van zijn schoonvader over. Zoals bij veel familiebedrijven in die periode was het gezinsleven sterk verweven met de zaak. Zo verleende de vrouw des huizes allerlei hand- en spandiensten en het kwam niet zelden voor dat vertegenwoordigers aan de keukentafel zaten of met het gezin aan tafel meeaten.


Op 31 oktober 1972 vormden de fabrikanten Schook en Kuik de Besloten Vennootschap (B.V.) Betonwarenfabriek Elst, gevestigd te Elst en aangegaan voor onbepaalde tijd. De vennootschap had onder meer ten doel: de fabricage van en de handel in betonwaren, bouwmaterialen en aanverwante artikelen.  Het bedrijf bood werk aan ongeveer vijfentwintig mensen, onder wie van 1978 tot en met 1985 zoon Jaap Kuik. Die had MTS-bouwkunde en wilde graag in de fabriek aan de slag. Hij werkte er als assistent-bedrijfsleider, maar moest om gezondheidsredenen stoppen.


Nog enkele bijzonderheden over de kassen en de productiemethode. Met uitzondering van de raamlijsten werden de kassen van gewapend betononderdelen gemaakt. Bij sommige exemplaren bestond de fundering en het opgaande muurwerk tot dorpelhoogte uit metselwerk. Warenhuizen werden met éénruiters afgedekt, broeikassen met vast glas dat met kit of stopverf in de sponningen werd bevestigd. De breedte van de ramen was standaard, de hoogte maatwerk. Waarschijnlijk is er gedurende het bestaan van het bedrijf maar één model spant gefabriceerd. De onderdelen werden met behulp van een gieter in betonnen mallen gegoten. Aanvankelijk werd glad betonijzer gebruikt, later getordeerd ijzer. De tegels voor de vloeren werden van stampbeton gemaakt. Eind jaren vijftig werd de productie van kassen gestaakt en ging het bedrijf zich toeleggen op andere betonwerken, zoals bijvoorbeeld bruggen en mestsilo’s. Wel bleef men tot in de jaren zeventig kweektafels, tuintafels en koude (bloem)bakken maken. Voor zover bekend staan er nergens meer complete kassen van dit bedrijf. Wel stond er in 2004 een deel van een betonnen druivenkas gemaakt door Betonwarenfabriek Elst in een tuin aan Bemmelseweg 30.

Bedrijfsterrein, plaatsing van een silo. Ongeveer 1975.

Speciaal voor gezin van de auteur gemaakte tuintafel. 1980.

Halverwege de jaren tachtig kon ook deze familieonderneming niet meer opboksen tegen de moordende concurrentie van de grote bedrijven, de overproductie in de betonwarenindustrie, de hoge loonkosten en wat Kuik noemde de ‘betonrotpsychose’, een doorgedraaide angstcontrole. De controle op de werkplaatsen was dermate opgevoerd dat bij de kleinste afwijkingen hele partijen werden afgekeurd en naar Elst teruggestuurd. Twee keer in drie jaar werd de fabriek gered, in 1984 door een geldschieter en vorming van een commanditaire vennootschap (C.V.). Dat betekende dat bij het nieuwe bedrijf de directeur direct aansprakelijk was voor de financiële gang van zaken. In maart 1987 ging de B.V. als commanditaire vennootschap toch failliet. Na vijfenzeventig jaar! Elf jaar na sluiting van het familiebedrijf van Albinus van Bodegom in Spijkenisse.


De B.V. werd overgenomen door de in 1963 opgerichte Beton- en Steenindustrie De Aam Elst B.V. Dat bedrijf ging in 2017 failliet door een crisis en de moordende concurrentie, maar kon desondanks een doorstart maken.

Betonwarenfabriek Elst, 1986

N.B. De auteur is ook een schoonzoon van T. Schook. Hij huwde in 1965 Maartje (Marry) Schook (Elst, 29-01-1942 – Bemmel, 03-03-2022).


Bronnen en literatuur:


Archief ‘Betonwarenfabriek Elst’ (met dank aan Jaap Kuik, Elst).


Gemeente Elst, Gids, mei 1933, p. 16.


Ben Kooij e.a., Kassen in Nederland 1650-1950, Stil in Arcadiё (Amersfoort), 2017.