Duitse visie op bruggenhoofdoperatie Market Garden

De Duitser Tieke, de Brit Kershaw en de Nederlander Berends beschrijven krijgshandelingen tijdens bruggenhoofdoperatie Market Garden in de sector Oosterbeek-Arnhem met een Duitse blik op basis van voornamelijk Duits bronnenmateriaal.

Tieke ziet 21 september 1944 terecht de mislukking van operatie Market Garden. Hij benadrukt dat de Duitse arts Egon Skalka het initiatief nam voor een wapenstilstand op zondag 24 september voor gewondenvervoer naar ziekenhuizen. Hij zag ook het strategische belang van het bezit van het dorp Elst als een sleutel voor succes: voor Britten de Rijnbrug, voor Duitsers de Waalbrug.

Gerritsen & Revell geven geen visie op bruggenhoofdoperatie Market Garden. Zij beschrijven krijgshandelingen van Kampfgruppe Knaust bij de Rijnbrug en in de Over-Betuwe. Revell, Cherry en Gerritsen geven een uitstekend beeld van de voorgeschiedenis en gevechtshandelingen van het SS-Panzergrenadier-Ausbildungs- und Ersatz-Bataillon 16 onder SS-Sturmbannführer Sepp Kraft.

Opmerkelijk in deze visie is de onbekendheid met de ontwikkelingen in het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd eind september en oktober 1944.

Wilhelm Tieke, Im Feuersturm letzter Kriegsjahre, II. SS-Panzerkorps mit 9. und 10. SS-Division ‘Hohenstaufen’ und ‘Frundsberg’, Osnabrück 1978 (oorspr. 1975), 646 p.

Tieke (1923-2012) was lid van de Waffen-SS. Hij beschrijft de krijgsgeschiedenis van het II. SS-Panzerkorps met de 9. en 10. SS-Panzerdivision ‘Hohenstaufen’ en ‘Frundsberg’. In 1943 waren de 9de en de 10de SS-pantserdivisie belast met de verdediging van Zuid-Frankrijk en de Kanaalkust. In maart 1944 moesten ze als ‘brandweer’ naar Zuid-Rusland, van de lente naar de winter. Eind juni keerden ze terug naar Frankrijk om onder 7. Armee Normandië te verdedigen, vooral bij Caen en Falaise. Op 28 juni nam SS-Obergruppenführer en General der Waffen-SS Paul Hausser het bevel over het 7. Armee over. Zijn opvolger als bevelhebber van het II. SS-Panzerkorps was SS-Obergruppenführer en Generalleutnant der Waffen-SS Wilhelm Bittrich. Na zes weken felle strijd moest het pantserkorps terugtrekken naar de Seine en de Belgisch-Nederlandse grens. De 10. SS-Panzerdivision moest 4 september verzamelen ten westen van Maastricht. In de nacht naar 6 september kreeg SS-Oberführer H. Harmel bevel voor rust en herstel naar gebied ten noordoosten van Arnhem te gaan. Donderdag 7 september arriveerde de Frundsbergdivisie in de Achterhoek. Harmel vestigde zijn hoofdkwartier in Ruurlo. De 9. SS-Panzerdivision onder SS-Obersturmbannführer W. Harzer verzamelde zich 4 en 5 september bij Sittard. Deze divisie trok 7 september over Venlo en Nijmegen naar de Veluwe. Harzer vestigde 8 september zijn hoofdkwartier in Beekbergen. Beide divisies moeten gevechstgroepen afstaan aan het 7. Armee bij Aken en het 1. Fallschirm Armee ten noorden van het Albertkanaal. De 9. SS-Panzerdivision moest voor herstel naar Duitsland en alle nog bruikbare wapens en voertuigen, een pantsergrenadierbataljon en een artillerieafdeling afgeven aan de 10de divisie. Een deel van de voertuigen en tanks was echter tijdelijk onklaar gemaakt en als niet gevechtswaardig opgegeven.

Tijdens bruggenhoofdoperatie Market Garden stuitten Britse luchtlandingstroepen op de restanten van deze twee divisies. Uiteraard beschrijft Tieke de strijd vanuit Duits standpunt, anders gezegd vanuit dit pantserkorps. Beter dan tal van Britse en Nederlandse auteurs zag Tieke donderdag 21 september als de beslissende dag voor operatie Market Garden (346, 349). De Duitsers heroverden de (noordelijke toegangsweg naar de) Rijnbrug en wisten ten zuiden van Elst de oprukkende grondtroepen (grondoperatie Garden) te stoppen. Hij benadrukt in zijn relaas dat divisiearts Skalka het initiatief nam tot de wapenstilstand om Britse gewonden naar ziekenhuizen te kunnen vervoeren (355-356, 364-367). Desondanks moest die arts twee jaar in krijgsgevangenschap in het Verenigd Koninkrijk doorbrengen. Tieke besefte dat Horrocks en Bittrich 24 september in het bezit van het dorp Elst de beslissende sleutel voor succes zagen (357). Hij benadrukt dat de strijd bij Arnhem de laatste Duitse overwinning was (364).  Zijn beschrijving van het falen van het Duitse tegenoffensief ter vernietiging van het Over-Betuwse bruggenhoofd is onvolledig en daardoor onjuist (371-378). Het accent ligt vooral op de 10. SS-Panzerdivision ‘Frundsberg’ die slechts flankdekkingstaken had.

De 9. SS-Panzerdivision ‘Hohenstaufen’ nam in december 1944 deel aan het Ardennenoffensief en streed in 1945 aan het oostfront in Hongarije en Oostenrijk. De 10. SS-Panzerdivision ‘Frundsberg’ streed in november bij de Roer en in december in de Elzas. De laatste gevechtshandelingen vonden plaats van februari tot mei 1945 aan het oostfront in Achter-Pommeren en Saksen.

Tieke gebruikt slechts enkele mythen: slag om Arnhem, van 17 tot 26 september 1944 (331, 361-362, 364); als doelen van operatie Market Garden Arnhem (307), bruggen tussen Eindhoven en Arnhem, doorbraak in Nederland, bruggenhoofd Arnhem, het Ruhrgebied en het Münsterland (310, 312, 362, 369-370); de opmars van twee Britse parachutistenbataljons naar de Rijnbrug (316); verovering van de brug door de Britse 1ste Parachutistenbrigade (troepen van Frost namen defensieve posities in aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de Rijnbrug).

Andere onjuistheden zijn het gebruik van Engeland voor Groot-Brittannië en Holland voor Nederland; het doden van generaal Kussin door Nederlanders (319); het opblazen van de spoorbrug door genisten aan de noordzijde van de brug (322); Panzer Abteilung 502 in plaats van 500 (329);  Bruhns voor Bruhn (331, 340, 347, 352, 369, 377); versperringslinie Bemmel-Ressen en Bemmel-Elst voor Bemmel over Ressen naar Oosterhout (345, 360); de samenstelling van Sperrverband Harzer (351);  Polen laten 24 september boten achter op de noordelijke oever (354); 25 september Britse aanval op Elst (360, van 23 tot 25 september strijd om Elst); Nijmeegse bruggenhoofd (361, 371, het Over-Betuwse bruggenhoofd).

Het boek bevat een aanhangsel, literatuur, afkortingen en een personenregister. Gebruikt zijn boeken van Bauer, Farrar-Hockley, Hibbert, Ryan, Urquhart en Wilmot. Tieke heeft een aantal malen terecht kritiek op Ryan. 

Peter Berends, Een andere kijk op de slag om Arnhem. De snelle Duitse reactie, Soesterberg 2002. 384 p.

Een merkwaardige titel. Een andere kijk op de ‘slag om Arnhem’ dan … was zeker taalkundig beter geweest. Een andere kijk dan Britse, Nederlandse en Duitse auteurs biedt bouwkundig ingenieur Berends (1928) echter niet, zelfs niet door het grote aantal mythen en onjuistheden. Over de snelle Duitse reactie hebben vrijwel alle andere auteurs ook geschreven. Evenals Tieke en Kershaw schetst Berends een beeld van Duitse activiteiten in september en oktober in de ‘strijd om Arnhem’. Arnhem was echter geen doel van de Britten en Duitsers. Lichtbewapende luchtlandingstroepen zonder ondersteuning van artillerie, vliegtuigen en zware wapens kunnen geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander met (pantser)voertuigen en tanks. Van ‘grote kennis van zaken’, ‘opvallend nieuwe visie op de beruchte slag’, ‘opvallend nieuw beeld’ en ‘verrassende ontdekkingen’ is geen sprake. Het boek bevat op enkele details na weinig nieuws. Tot die details behoort de strijd om de witte villa bij de Utrechtseweg (76-79). Het boek biedt geen andere kijk en is dan ook overbodig. 

Duidelijk is dat de auteur onbekend is met de Betuwe en de Over-Betuwe als onderdeel van de Betuwe; het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd en de vorming, ontwikkeling en functies van dit bruggenhoofd. De in de nacht naar 21 september gevormde Duitse versperringslinie tussen Oosterhout en Ressen  moest 24 september ’s avonds worden opgeheven. Het XXX Corps kon dus 25 september geen hevige aanvallen op deze linie uitvoeren. De strijd om Elst en Bemmel duurde van 23 tot 25 september. Voor een massale oversteek van de Neder-Rijn waren rond 24 september dan ook geen troepen beschikbaar. De geallieerden namen van 26 tot 29 september defensieve posities in langs de grenzen van het Over-Betuwse bruggenhoofd. De auteur beperkt het Duitse offensief in oktober tot het gebied ten oosten van Elst. Hij beseft ook niet dat dit tegenoffensief de geallieerde vervolgoperatie Gatwick vertraagde. Veelzeggend is dat hij niet weet dat operatie Market 19 september ten noorden van de Neder-Rijn al was mislukt en 21 september grondoperatie Garden ten zuiden van Elst. 

Gebruikte mythen zijn: operatie Market Garden was gericht op een ‘sprong naar Duitsland’; ‘slag om Arnhem’; Arnhem als doel van operatie Market Garden en de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie; operatie Market Garden was een synoniem voor slag om Arnhem; duur van de slag van 17 september tot 13 november 1944 (9, 319); trage opmars van Canadezen (29); Corridor naar Arnhem (44); twee bataljons naar de Rijnbrug (56); en bruggenhoofd Hartenstein (174, 184, 221, 228, 234, 257-258, 266); 

Andere onjuistheden zijn het gebruik van Holland voor Nederland (37); het bevel van Model terug te trekken naar het Albertkanaal kwam pas na de val van Antwerpen (20); de aankomst van Model op 5 september 1944 in Oosterbeek (33) onder verwijzing naar Ryan die echter terecht 15 september noemt (75, nt. 28); het melden van Bittrich bij Model in Oosterbeek op 7 september (34); het plaatsen van de 719de Infanterie Division bij Beeringen (33); Britse parachutisten boven Arnhem laten landen (50); het II Fallschirmjäjer Korps naar Arnhem laten gaan (61, het moest de Amerikanen bij Nijmegen aanvallen; een Brits bruggenhoofd bij de Rijnbrug (89, 92, 103); Bruhns voor kapitein Bruhn (121, 163, 173-174, 206, 247, 262); Oberst Gerhard noemen als commandant van Artillerie Regiment 191 (199); het als opmerkelijk beschouwen dat Bittrich Gräbner bevel gaf naar Arnhem terug te keren (109-113); Kampfgruppe Knaust 20 september over de Rijnbrug laten rijden (197-198); het kritiekloos volgen van Schwappachers gevechtsbericht (213-214; Kampfgruppe Knaust 21 september om 05.00 uur in Oosterhout laten aankomen in plaats van ’s avonds (213); Knaust wilde ten noorden van Ressen een aanval ondernemen naar Nijmegen (213); gehucht Reeth in plaats van buurschap Reeth (213); het beschieten van een Britse aanval van zes tanks (213) in plaats van de Britse opmars van 52 tanks; het niet beschouwen van het vastlopen van de opmars van de Irish Guards ten zuiden van de versperringslinie Oosterhout-Ressen als mislukking van operatie Garden (213); de Guards Armoured Division bereikte de zuidrand van Elst (215); Kampfgruppe Knaust sloeg de Britten bij de spoorlijn terug (219); aanvallen van het XXX Corps op 25 september op de (24 september opgeheven) versperringslinie tussen Oosterhout en Ressen (265); de samenstelling van het Sperrverband Harzer en de troepen ten noorden van de spoorbrug (217, 234); het licht waarin de evacuatie van Arnhem kwam te staan (216, 240, 243-244); verplaatsing van het zwaartepunt van de strijd van Elst naar Driel op 22 en 23 september (229); zware aanvallen op Elst op 22 september (229); tankaanval op Elst op 23 september (231); een deel van het 1ste Poolse bataljon stak de Neder-Rijn over (235); het niet vermelden waarvoor de aankomst van Britse verkenners bij het veer naar Wageningen ‘een duidelijk signaal’ was (238); de door de auteur nagetekende kaarten (245, 317); Worrowski in plaats van Wossowski (247); de blokkade van de corridor op 24 september als reden voor evacuatie van de Britten naar de zuidelijke oever (248); sinds 27 september versterking van de 10de SS-pantserdivisie met Sturmgeschützbrigade 280 (284, die bevond zich al vijf dagen in Noord-Brabant en bij Zuid-Beveland); het Duitse offensief  in de Betuwe (292; uitsluitend tegen het Over-Betuwse bruggenhoofd); Polen laten strijden tegen Duitse troepen in oktober 1944 (303, 306, Polen waren 26 september al vertrokken; tegen Panzer Regiment 60 streden het 5de bataljon Dorset en een bataljon van het 501ste Parachutisten Infanterie Regiment van de 101ste Amerikaanse Luchtlandingsdivisie; het afslaan van Britse pogingen de Waal uit het zuiden naar Haalderen over te steken (304, Britten zuiverden twee steenfabrieken op de noordelijke Waaloever). 

Het boek bevat zwart-wit foto’s en getekende kaarten, aanhangsels, noten, bibliografie en een register.

Robert J. Kershaw, ‘It never snows in September’. The German View of Market-Garden and The Battle of Arnhem, Surrey 2007. 368 p. (1ste druk 1990).

De auteur vertelt het verhaal van bruggenhoofdoperatie Market Garden aan de hand van verslagen en ervaringen van en interviews met ooggetuigen. De titel is merkwaardig, omdat de strijd bij Arnhem (Battle at Arnhem) een onderdeel was van operatie Market Garden. De doelen van bruggenhoofdoperatie Market Garden en de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie zijn goed weergegeven, respectievelijk vorming van een bruggenhoofd tussen Arnhem en Nunspeet en verovering van (een van de) bruggen en vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort (72). 

Kershaw beschrijft de terugtocht van het II SS-Panzerkorps uit Normandië naar rustgebieden in de Achterhoek en op de Veluwe; de Duitse verdediging ten noorden van het Albertkanaal en de Waal; een aantal Duitse eenheden; en de snelle Duitse  reactie op de luchtlandingen tussen Son en St. Oedenrode, bij Overasselt en Groesbeek en ten westen en noorden van Wolfheze. Hij geeft de Duitse visie op de strijd weer. 

Gebruikte mythen zijn Corridor naar Arnhem (32) in plaats van tot de Waal; duur van operatie Market Garden van 17 tot 26 september 1944 (juist is 21 september); de vondst door Duitsers van de bevelen voor luchtlandingsoperatie Market in een neergestort zweefvliegtuig bij Vught (71; dagorder voor 101ste luchtlandingsdivisie in vliegtuig bij Dongen); de Sperrlinie van Spindler diende ter verdediging van Arnhem (95, 175; was afweerscherm). 

Andere onjuistheden zijn: het gebruik van (Northern, Southern) Holland voor (Noord-, Zuid-) Nederland;  de 1st Parachute Brigade naar de bruggen sturen (90); Model 17 september van Terborg naar Doetinchem laten rijden (75); de Dreyenseweg plaatsen ten noorden van Arnhem (104); Bruhns voor kapitein Hans Bruhn of gevechtsgroep Bruhn (zie register); het gebruik van Schiffsturmabteiling (zie register) voor Schiff Stamm Abteilung en het 6de bataljon (111) voor de 6de compagnie van het 14de bataljon van de Schiff Stamm Abteilung; Zonnenstahl (194-195) voor Sonnenstuhl; het op p. 224 en 310 niet noemen van de staf en de 2de en 3de compagnie van 14 Schiff Stamm Abteilung in Elden; het kritiekloos overnemen van mededelingen van Schwappacher over de aankomst van Kampfgruppe Knaust in Oosterhout (225-226);  het plaatsen van een aanval met Kracht met Amerikanen bij een spoordijk in plaats van tegen de Welsh Guards bij de Oosterhoutsedijk (227); Worrowski voor Wossowski (234-236, 263); de samenstelling van het Sperrverband Harzer (243-244, Kauer en Köhnken waren bataljonscommandanten van Kampfgruppe Krafft); het plaatsen van twee compagnieën van Schwere Abteilung 506 in een bos ten noorden van Elden (274, één compagnie ontving Knaust in Elst, de andere ging naar Oosterbeek); Hummels tanks naar Oosterbeek sturen (274, die bevonden zich onder bevel van Knaust in Elst); als tegenstander van Kampfgruppe Oelkers het 5de bataljon Dorset noemen (316) voor het 7de bataljon van het Hampshire Regiment. 

Het boek bevat een achttal fraaie kleurkaarten, zwart-wit foto’s en getekende kaarten, aanhangsels, bibliografie, noten en index.

Bob Gerritsen & Scott Revell, ‘Retake Arnhem Bridge’. An Illustrated History of Kampfgruppe Knaust September-October 1944, Renkum 2010. 170 p.

De tekst met fragmenten van ooggetuigenverslagen bevat vrijwel geen nieuwe informatie. Het lijkt wel alsof het boek achtergrondinformatie bij de foto’s bevat. 

Tot de versterkingen die de Duitse legerleiding 17 september 1944 en daarna naar Arnhem zond, behoorde Panzergrenadier Ausbildungs Bataillon 64 onder bevel van majoor Hans-Peter Knaust. Zijn infanteriebataljon kreeg versterking van Panzer Kompanie Mielke uit Bielefeld. Van 18 tot 21 september streed Kampfgruppe Knaust bij de Arnhemse verkeersbrug. Donderdag 21 september trok deze opnieuw versterkte gevechtsgroep in de loop van de middag de Over-Betuwe in om Elst te verdedigen (89). Opmerkelijk is dat de auteurs weinig aandacht besteden aan de verdediging van Elst gezien door de bril van Knaust. 

Kampfgruppe Knaust arriveerde ’s avonds ten zuiden van Elst bij de Duitse verdedigingslinie die liep van Oosterhout over Ressen naar Bemmel. Verdedigers van deze linie hadden omstreeks 13.45 uur de opmars van de Irish Guards geblokkeerd. Ze hadden de eerste drie tanks vernield.  Knaust nam ’s avonds deze linie over en belastte Panzer Kompanie Mielke met de verdediging van Oosterhout. Hij trok vervolgens terug naar Elst, liet ten zuiden van het dorp landmijnen op de weg leggen en plaatste op verscheidene punten  defensieve stellingen. 

De auteurs beweren echter dat op 20 september (sic) de frontlijn van deze gevechtsgroep zich uitstrekte tot de verdedigingslinie Oosterhout-Ressen (91); de Irish Guards in de Over-Betuwe een aanval ondernamen (90, opmars begonnen); tanks van Panzer Kompanie Mielke in Oosterhout stuitten op tanks van Welsh Guards; en Knaust bij Ressen Duitse posities versterkte met tanks en grenadiers (91) die de leidende drie tanks van de Irish Guards in brand schoten. De auteurs beweren abusievelijk dat het nog steeds een raadsel is waarom de Duitsers de andere negenenveertig tanks niet uitschakelden (93). De verklaring is simpel. De 10de SS-pantserdivisie kon niet aanvallend optreden en kon zich zelfs met moeite tegen een aanval verdedigen. Bovendien konden tanks op de smalle weg de vernielde tanks niet passeren. 

De auteurs nemen vervolgens kritiekloos het gevechtsbericht over van SS-Haupsturmführer Schwappacher, commandant van het V./SS-Artillerie Ausbildungs und Ersatz Regiment in Oosterhout. Diens relaas was echter meer gericht op zelfverheerlijking dan op een juiste weergave van feiten en data. Hij had 21 september ’s morgens majoor Knaust geïnformeerd over de situatie in Oosterhout; een antitankstelling betrokken in buurschap Reeth en tanks van de Irish Guards beschoten (93). In werkelijkheid had hij 21 september ’s avonds Knaust geïnformeerd en in Reeth een antitankstelling betrokken. Tanks van de Irish Guards had hij niet kunnen beschieten. 

De auteurs volgen eveneens kritiekloos het relaas van een Duitse luitenant van het bataljon Schörken. Dat was 21 september de Rijnbrug overgestoken en had defensieve posities ingenomen ten zuiden van Elden (91). Het moest 23 september Kampfgruppe Knaust versterken en zich ingegraven achter de frontlinie ten westen van Elst (100, 102). In werkelijkheid was het bataljon in de nacht naar 22 september de brug overgestoken. Het had ten westen van Elden posities ingenomen achter de spoordijk van de spoorlijn Arnhem-Elst die de frontlinie vormde. 

Zij volgen ook kritiekloos het relaas van een andere luitenant (102). Die beweert dat de Duitsers zich al 24 september terugtrokken uit het centrum van Elst. Hij maakt bovendien melding van een Britse aanval door de tunnel in de spoordijk over de Eldenseweg. Onjuist is ook de bewering van de auteurs dat generaal Bittrich Knaust bevel gaf in de nacht naar 25 september vertragend vechtend terug te trekken. De Duitse terugtrekking vond 25 september aan het einde van de middag plaats. Britten trokken door de tunnel over de Kroonse Wal naar het oosten. 

Duidelijk herkenbaar in het relaas over de strijd om Elst en het Duitse tegenoffensief van 1 tot 6 oktober 1944 (109-123) en in de bronnen- en literatuurlijst is het veelvuldig en intensieve gebruik naar vorm en inhoud van Brouwer, ‘Strijd om Elst’, 1984. Niet langer is de geschiedenis van Kampfgruppe Knaust uitgangspunt. Ook is geen sprake van een Duitse visie op ontwikkelingen in het geallieerde bruggenhoofd na operatie Market Garden. De auteurs benaderen zowel de strijd om Elst als het Duitse tegenoffensief niet vanuit Kampfgruppe Knaust maar op basis van Britse literatuur. Ze nemen zelfs uitgangspunten en een groot deel van de gebruikte Britse bronnen en literatuur van ‘Strijd om Elst’ over. 

Andere onjuistheden zijn het gebruik van (Southern) Holland voor (zuidelijk) Nederland; bruggenhoofd voor de posities van de troepen van Frost aan weerszijden van de noordelijke brugoprit (47); Betuwe voor de Over-Betuwe; vijftien (in plaats van acht) tanks van Panzer Kompanie Mielke (49, 151); 219de voor 129ste brigade (93); Huis Reed voor Huis Reet (93); de Guards Armoured Division in plaats van Irish Guards noemen als tegenstander van Kampfgruppe Knaust (127). 

Onjuist is ook het bijschrift bij de foto op p. 131 boven: een Shermantank van de 4th/7th Royal Dragoon Guards rijdt 27 september 1944 langs de door Welsh Guards op 21 september uitgeschakelde Duitse tank.  De Welsh Guards ondersteunden het 7de bataljon Somerset bij de verovering van Oosterhout. De Somersets veroverden echter 22 september Oosterhout. Juist is dat de Shermantank 24 september 1944 langs een door de Amerikaan Towle uitgeschakelde Duitse tank rijdt. 

Het boek bevat veel zwart-wit foto’s, bijlagen, bronnen (waaronder literatuur) en een niet complete index. Het bevat helaas geen noten met bronvermelding.

Scott Revell & Niall Cherry and Bob Gerritsen, Arnhem A Few Vital Hours SS-Panzergrenadier-Ausbildungs- und Ersatz-Bataillon 16 at the Battle of Arnhem, September 1944, Renkum 2013. 154 p.

De auteurs geven een uitstekend beeld van de voorgeschiedenis en gevechtshandelingen van het SS-Panzergrenadier-Ausbildungs- und Ersatz-Bataillon 16 onder bevel van SS-Sturmbannführer Sepp Kraft. Het was van 8 september tot 7 oktober 1944 gelegerd in Oosterbeek en omgeving en onmiddellijk betrokken bij de luchtlandingen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie.  Krafft liet zijn manschappen een versperringslinie opbouwen langs de Wolfhezerweg tussen de Utrechtseweg en een deel van de spoorlijn Arnhem-Utrecht. Zijn bataljon vertraagde de opmars van de Britse militairen en was ook betrokken bij het terugdringen van Britten naar gebied rond Hartenstein. Van 20 september tot 7 oktober had het bataljon posities aan weerszijden van de spoorlijn Arnhem-Elst om een geallieerde oversteek van de Neder-Rijn te voorkomen. Vandaar nam het de Over-Betuwe onder vuur met onder meer zware wapens, vooral tijdens het Duitse tegenoffensief daar van 1 tot 6 oktober. Na oktober ging het bataljon als SS-Grenadier Regiment 83 op in de SS-Freiwilligen-Grenadier-Brigade Landstorm Nederland. 

Gebruikte mythen zijn de duur van operatie Market Garden van 17 tot 26 september 1944; de bruggen over de Neder-Rijn bij Arnhem als de voornaamste doelen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie i.c de 1ste Parachutistenbrigade (64); en slechts eenmaal ‘slag om Arnhem’ (96). 

Andere onjuistheden zijn het gebruik van (southern) Holland voor (zuidelijk) Nederland; verdedigingslinie voor versperringslinie (58, 61-62, 64, 66-67, 79); een opmars naar het oosten over een breed front ter wille van de snelheid (65). Doel van deze opmars over evenwijdige routes was echter de opbouw van zuid naar noord van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. Dat bruggenhoofd waarin de oeververbindingen moesten zijn opgenomen, was het einddoel van de 1ste Britse luchtlandingsdivisie. 

Het fraai uitgevoerde boek bevat veel zwart-wit foto’s, kaarten in kleur, bijlagen, bronnen en literatuur en een personenregister.

Robert Kershaw, De Straat. Oosterbeek-Arnhem, september 1944: zeven kilometer, negen dagen, duizenden slachtoffers, Amsterdam 2014 (vert. Han Meyer), 400 p.

'De Straat', vertelt op gedetailleerde wijze het goed leesbare verhaal van de ‘Slag om Arnhem’ vanuit het perspectief van de Utrechtseweg tussen Heelsum en Arnhem. De auteur geeft een herkenbare indruk van de weg vóór, tijdens en na de oorlog. Britse luchtlandingstroepen trokken 17 en 18 september 1944 over onder meer deze weg op naar het oosten. Ten westen en aan de westelijke rand van Arnhem stuitten ze op de snel opgebouwde Duitse Sperrlinie. Kershaw beschrijft op indringende wijze de bloedige gevechten door de ogen van zowel soldaten als bewoners. Groepjes lichtbewapende luchtlandingstroepen zonder dekking zagen zich plotseling geplaatst tegenover zwaarbewapende Duitse soldaten met pantserwagens en tanks. Overlevenden van de (straat)gevechten moesten zich 19 september terugtrekken op Oosterbeek, gevolgd door Duitse troepen. Die belegerden de Britten en te hulp gekomen Polen rond Hartenstein vanuit het oosten, noorden en westen. De bewoners van de straat moesten evacueren om plaats te maken voor een Duitse verdedigingslinie tegen een geallieerde aanval uit het zuiden. Uiteraard krijgen de gevechten op en bij de Amsterdamseweg en de Benedendorpsweg minder aandacht dan die op de Utrechtseweg.

Helaas bevat het boek een aantal betreurenswaardige onjuistheden. De auteur bestempelt Arnhem als het strategisch belangrijke operatiedoel en gebruikt nog steeds de mythe ‘slag om Arnhem’. Het 1ste en het 3de bataljon moesten niet respectievelijk het noorden en het westen van Arnhem veroveren. Kershaw gebruikt de mythe dat de strijd ‘negen dagen’ heeft geduurd, terwijl de operatie binnen twee dagen al mislukt was. Hij laat Engelse, Duitse en Poolse soldaten om Arnhem strijden. Niet alleen Engelsen, maar ook andere Britten maakten deel uit van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie. De Polen streden overigens niet in Arnhem, maar in de sector Driel-Oosterbeek. Bevrijding van de Utrechtseweg en andere wegen waren geen doelen van luchtlandingstroepen. Het doel van bruggenhoofdoperatie Market Garden was niet bij Arnhem de Neder-Rijn oversteken en vervolgens het Ruhrgebied binnentrekken en dan naar Berlijn. Dat was slechts de opmarsrichting. Het strategische operatiedoel was de vorming van een bruggenhoofd op de Veluwe met diepe uitlopers over de IJssel. De 1ste Britse Luchtlandingsdivisie stond niet onder bevel van generaal-majoor Brian maar Robert E. Urquhart. Het SS-opleidingsbataljon van Krafft was al 9 september in Oosterbeek, dus voordat veldmaarschalk Model zijn intrek nam in huize ‘Tafelberg’. Het was niet naar Oosterbeek gestuurd door Rauter maar door generaal Christiansen. Het boek bevat noten, een bibliografie en een register.

Ingrid Maan, Weggemoffeld! Levensverhalen van Duitse Arnhem veteranen, IJzerlo 2015, 320 p.

Het boek bevat levensverhalen van acht Duitse veteranen die volgens de schrijfster in september 1944 in Arnhem hebben gevochten tijdens de ‘slag om Arnhem’ (17). Ja, ze gelooft nog in een 'slag om Arnhem'. Het betreft vier leden van de Reichs Arbeits Dienst, twee van de Wehrmacht en twee van de Waffen-SS.

In werkelijkheid hebben slechts de twee leden van de SS-Panzer Division ‘Hohenstaufen’ korte tijd in Arnhem gestreden. De anderen bevonden zich voornamelijk op afstand van de stad in Westervoort of de uiterwaarden. Ze voegen dan ook weinig nieuws toe aan het bekende beeld van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn.

Een Wehrmachtsoldaat van Panzer Grenadier Regiment 60 van de 116. Panzer Division ‘Der Windhund’ was zelfs 4 en 5 oktober 1944 bij de spoordijk bij Elden betrokken bij een flankaanval. Dit Duitse tegenoffensief in de eerste week van oktober noemt de schrijfster abusievelijk ‘een direct gevolg van de ‘Slag om Arnhem’ (145, 162). Met de reeds 19 september 1944 mislukte strijd ten noorden van de Neder-Rijn had dit offensief echter niets te maken. Hitler zelf had 25 september de vernietiging van het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd bevolen om een nieuw geallieerd offensief (operatie Gatwick) te voorkomen. Generalfeldmarschall Model stuurde van het front bij Aken twee versterkte pantserdivisies van de Wehrmacht naar de Over-Betuwe: de 116. Panzer Division en de 9. Panzer Division. Gebruikte mythen zijn: slag om Arnhem en alle (!) Britten moesten naar de brug (270; alleen 2de bataljon). Onjuist is het gebruik van Engelsen voor Britten. 

Het boek bevat geen nieuwe informatie over luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn, zelfs niet vanuit Duits perspectief.

Niet aanbevolen.