dr. Jan Brouwer: Basis voor Regionaal Landschapspark Lingezegen nog lang niet gelegd.

Ontwerp voor het landschapspark in 2005.

Over ontstaansgeschiedenis, aard en doel van het ‘regionale landschapspark Lingezegen’ annex groene bufferzone tegen verstedelijking bestaat veel onkunde, zelfs bij het bestuur en het speciaal opgetuigde parkbureau in Elst. Realisering van het landschapspark wordt blijkbaar overgelaten aan niet ter zake kundige ambtenaren en bestuurders. Historische en geografische kennis van het te ontwikkelen gebied ontbreekt evenals van de ontstaansgeschiedenis van het landschapspark en deskundigheid over landschapsontwikkeling. Het bureau spreekt nog steeds over stedelijk uitloopgebied (in werkelijkheid 600 ha.) in plaats van landschapspark (in werkelijkheid 1100 ha.) en over de ligging van het toekomstige boslandschap De Park tussen de Arnhemse wijk Schuytgraaf en Elst. Het totale westelijke deel van het landschapspark ligt echter in Elst, dus ook de Rijkerswoerdse Plassen (Waterrijk) en boslandschap De Park. En de parkorganisatie maar schrijven dat dit gebied tussen Arnhem-Zuid en Elst ligt. Het komgrondengebied in bosgebied De Park lijkt op een slecht ontwikkeld stadspark in plaats van op het beoogde (natte) loofbos met essen, iepen, eiken en langs het Romeinse Lint kastanjebomen (slechts ongeveer vijftig). Stedelijke voorzieningen als evenemententerrein, moestuinen, pluktuinen, stadslandbouw en hondenspeelveld horen niet in een landschapspark. Hondenspeelveld, voedselbossen en moestuinen zijn bovendien in strijd met de vastgelegde bestemming loofbos respectievelijk natuur in het bestemmingsplan. Voedselbossen en moestuinen kunnen eventueel naar het Over-Betuws agrarisch landschap (Landbouwland). Het Vierdaagsebos hoort niet in Landbouwland, maar in beginsel in boslandschap De Park. Ook het Waterrijk is niet, zoals vereist, een typisch Over-Betuws waterlandschap. Tuinieren hoort niet in een landschap. Het parkbureau had problemen met het bepalen van de lengte van een aan te leggen brug over de Linge, was slordig met asbest in het waterlandschap (Waterrijk) en heeft problemen met eigenaren van loslopende honden op plaatsen waar die dieren aangelijnd moeten zijn, het opruimen van zwerfafval en ander vuil. Zelfs een circus (Bolalou) en vier meter hoge houten torens krijgen respectievelijk een tijdelijke en een vaste een plaats in een boslandschap in aanleg. De erfpachter van Doornik Natuurakkers, L. Dolmans, beweert zonder enige kennis van zaken dat park Lingezegen na 2010 aangelegd zou worden als verlengstuk van Nijmegen-Noord (bedoeld is Lent. De Gelderlander, 6 februari 2019). Dat was echter stedelijk uitloopgebied met een recreatieve functie.

Landschapspark Lingezegen met een landschappelijke hoofdfunctie omvat 1100 hectare en is compensatie aan Elst (gem. Overbetuwe) en Bemmel  (gem. Lingewaard) voor door verstedelijking aangetast fraai Over-Betuws landschap. Het gebied was voorheen landelijk gebied van Elst en Bemmel. Circa 600 hectare stedelijk uitloopgebied met een recreatieve hoofdfunctie is later (ca. 2007) aan het landschapspark toegevoegd, vooral om financiële redenen. Het landschapspark is dus geen groene tegenhanger van de snel groeiende steden en dorpen, maar een groene bufferzone ingericht als landschapspark (1100 ha.) en stedelijk uitloopgebied als recreatiegebied (600 ha.) tegen eventuele verdere verstedelijking. 

Gedeputeerde Josan Meijers (PvdA) beweerde abusievelijk dat de basis is gelegd voor het regionale landschapspark Lingezegen in aanleg en dat Landschapspark Lingezegen in maart 2019 klaar is. De basis is zelfs nog niet gelegd voor de beoogde landschapsontwikkeling van agrarisch gebied naar een bos- en een waterlandschap. Het bestuur en de parkorganisatie van dit landschapspark in aanleg treuzelen erg lang met de aanleg van Over-Betuws loofboslandschap De Park; Over-Betuws waterlandschap Waterrijk (Rijkerswoerd, 't Broek); en Over-Betuws agrarisch landschap (Landbouwland) ten oosten van de A325. Het tast wel het bestaande landschap aan met allerlei wandel-, fiets- en ruiterpaden (zonder de uitwerpselen buiten die paden op te ruimen); hondenspeelveld (stedelijke wijkvoorziening in strijd met bestemming natuur); evenementen, evenemententerrein (stedelijke voorziening) en vaarwegen. Het zogenaamde landschapspark dreigt daardoor te ontaarden in een stadspark en uitlaatgebied voor honden.

Deze ontwikkeling is in strijd met de gemaakte afspraken over het te ontwikkelen landschapspark. De basisuitrusting van het landschapspark is in 2019 dan ook nog lang niet klaar: de drie afgesproken landschappen zijn immers nog niet aangelegd. Herstel is slechts mogelijk door de drie vereiste landschappen alsnog aan te leggen. Daarin was ook extensieve recreatie voorzien. Altijd beter dan uitsluitend en vooral intensieve recreatie. Het is dan ook beter voortaan eerst de compensatie overeenkomstig de afspraken te realiseren en in dit geval dan de verlangde woningbouw. 

Velen begrijpen nog steeds niet dat 1100 hectare landschapspark Lingezegen compensatie aan de voormalige gemeenten Elst en Bemmel is. Compensatie voor de zware aantasting en vernietiging van fraai Over-Betuws landschap door verstedelijking. Deze compensatie bestaat uit het inrichten van landelijk gebied van Elst en Bemmel (de grondgebiedgemeenten) ten noorden van deze dorpen als landschapspark en groene bufferzone tegen verdere verstedelijking. 

Tot omstreeks 1990 had het centrale deel van de Over-Betuwe in de provinciale streekplannen de functie van open, groene buffer tussen Arnhem en de Waal. In 1990 stemden Provinciale Staten in met het Ontwikkelingsvisie Knooppunt Arnhem-Nijmegen. De Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex, 1991) bevatte uitgangspunten voor de bouw van woningbouwlocaties voor de periode 1 januari 1995 tot 1 januari 2005. Voor enkele stedelijke gemeenten werd zelfs de richting van de stadsuitbreiding aangegeven. Formeel bepalen echter de provincie en samenwerkende gemeenten de locaties. Die locaties kregen al snel de aanduiding Vinex-locaties of Vinex-wijken. Bij het verstedelijkingsbeleid of verstedelijkingsoperatie maakten rijk, provincie en knooppunt Arnhem-Nijmegen rond 1992 afspraken over compensatie voor de verregaande verstedelijking van het fraaie Over-Betuwse landschap. Nijmegen wilde een Waalsprong door annexatie van Lent. Arnhem wilde een Spoorsprong (later: wijk Schuytgraaf) door annexatie van het westelijk deel van buurschap De Laar (gemeente Elst) en grondgebied van de gemeente Heteren. De provincie ging met beide wensen akkoord en ‘joeg’ twee gemeenten voor stadsuitbreiding de Over-Betuwe in. Een grote blunder, gelet op landschap en milieu! 

De vereiste afspraken kregen hun neerslag in het Streekplan Gelderland 1996 en het Regionaal Structuurplan Knooppunt Arnhem-Nijmegen (KAN) 1995-2015. De vereiste compensatie aan de gemeenten Elst en Bemmel in de Over-Betuwe was uiteraard de absolute voorwaarde voor de gewenste verstedelijking. Alle betrokkenen kregen een compensatieverplichting bestaande uit financiering van kwalitatief hoogwaardige landschapsontwikkeling in het te realiseren ‘regionale landschapspark Over-Betuwe’ (later ‘Lingezegen’). Het Rijk stelde in 1995 (bevestigd in 2002) als compensatie voor de verstedelijking een bijdrage beschikbaar uit het budget voor strategisch en regionaal groen (vlakgroen) en corridorgroen (verbindingen). Het betaalde voor het strategisch groenproject de aankoop van 470 hectare strategisch groen voor 100% en 70 hectare corridorgroen voor 50%. Voor de uitwerking en financiering zorgden de gemeenten Arnhem, Nijmegen, Elst (2001: gemeente Overbetuwe) en Bemmel (2001: gemeente Lingewaard), waterschap en het KAN onder voorzitterschap van een lid van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. Voor de financiering van de regionale bijdrage was de volgende verdeelsleutel vastgesteld: provincie en waterschap 50%, KAN 30%, Arnhem en Nijmegen 12,5% en Overbetuwe en Lingewaard 7,5%. Het Rijk kwam zijn afspraken na; de regio niet. 

Deze compensatie of verevening voor de zware en onnodige aantasting van Over-Betuws landschapsschoon door verstedelijking bestond uit behoud van een groene buffer van ruim 1100 hectare tussen de te verstedelijken gebieden (stedelijk uitloopgebieden De Woerdt (landgoed Doornik) bij de Waalsprong en Hulhuizen in Arnhem met voornamelijk een recreatieve functie (600 ha.) niet meegerekend). Deze groene bufferzone op grondgebied van de huidige gemeenten Overbetuwe en Lingewaard moest verdere verstedelijking tegengaan en gericht zijn op kwalitatieve landschapsontwikkeling. De buffer of '’t buffertje’ was in feite het schamele restant van de befaamde groene bufferzone in de Over-Betuwe tussen de Neder-Rijn en de Waal. De strategische groene buffer ligt in de grondgebiedgemeenten Elst (Overbetuwe) en Bemmel (Lingewaard). Sinds de annexatie door Arnhem van de polder Meinerswijk en Elden en omgeving in 1966 en 1974 (gemeente Elst) weert Elst in het agrarische gebied tussen Arnhem en het dorp Elst niet-agrarische bebouwing. Sinds 1 januari 1974 moet de bebouwingsgrens ten noorden van de Rijkerswoerdsestraat en De Laar en het verlengde daarvan niet-agrarische bebouwing ten zuiden van deze grens voorkomen.           

Het doel van de compensatie was de aanleg van een karakteristiek kwalitatief hoogstaand Over-Betuws bos- en waterlandschap met behoud van agrarisch landschap ten oosten van de A325. Het beoogde regionale landschapspark zou bestaan uit drie karakteristieke Over-Betuwse rivierenlandschappen: een (vochtig) loofboslandschap (De Park), een water- en natuurlandschap (Rijkerswoerd, het Broek, Waterrijk) en een agrarisch landschap (Landbouwland). De bedoeling was de aanleg van grote eenheden bos, water en natuur. Het loofboslandschap zou verrijzen in De Perk of De Parck (omheind gebied) tussen Laarstraat, Rijksweg-Noord, Linge en Grote Molenstraat. Het zou bestaan uit essen, iepen, eiken en langs het Romeinse Lint kastanjebomen. Het water- en natuurlandschap zou komen in het Broek (laaggelegen moerassig gebied), het zuidelijke deel van de buurschap Rijkerswoerd tussen Rijkerswoerdsestraat en de Linge. Het zou bestaan uit nieuwe waterlopen, vergroting van de Rijkerswoerdse plassen, rietmoeras en wilgenbossen. Het grondgebonden agrarisch landschap ten oosten van de A325 zou kwalitatief verbeterd worden. In deze hoogkwalitatieve landschappen zou uitsluitend extensieve recreatie (net van wandel-, fiets- en ruiterpaden) zijn toegestaan. De intensieve recreatie aan de noordzijde van de Rijkerswoerdse plassen mocht blijven bestaan. De huidige en nieuwe kwaliteit van het landschap werd gezien als de belangrijkste drager van de recreatieve ontwikkeling. De hoofddoelen van het landschapspark zijn realisering van een groene buffer en schakel tussen verstedelijkte gebieden en dorpen. Die buffer moet aantrekkelijk zijn voor recreanten uit de regio; de ecologische structuur versterken en een ontwikkeling naar een aaneengesloten verstedelijkt gebied tegengaan. Eisen voor de inrichting van het landschapspark met een landschappelijke hoofdfunctie zijn de aanleg van grote eenheden bos, water en natuur; behoud en herstel van de kwaliteit van het Over-Betuwse rivierenlandschap; versterking van extensieve recreatieve mogelijkheden; duurzaam waterbeheer; verbetering van de toegankelijkheid; en grondgebonden landbouw die bijdraagt aan de kwaliteit van het landschapspark. Natuur- en cultuurelementen; bos-, water- en landbouwlandschappen en het zichtbaar maken van oeverwallen, stroomrug- en komgronden, woerden en afwateringsstelsels moeten een belangrijke bijdrage leveren aan verhoging van de kwaliteit van het landschapspark. 

In dat landschapspark past uiteraard geen verstedelijking of stedelijke voorzieningen, in welke vorm ook. Dus geen evenemententerrein (met b.v. openlucht vlooienmarkten), stadspark, mozaïekpark, hondenspeelveld (in strijd met bestemming natuur), woningbouw, volks- of moestuinen en geen stedelijk uitloop- en recreatiegebied voor de stadsregio als hoofdfunctie van het landschapspark. De landschappelijke hoofdfunctie van het landschapspark dient onaangetast te blijven. Opmerkelijk is dat in 2007 nog gesproken werd over de drie Over-Betuwse landschappen. 

Ommekeer door onkunde, onjuistheden en onbegrip 

Sinds 2008 is het regionale landschapspark Lingezegen steeds verder verwijderd geraakt van de oorspronkelijke afspraken en opzet. Het is zelfs ontaard in een soort stedelijk uitloop- en recreatiegebied voor de stadsregio. De landschappelijke hoofdfunctie lijkt vervangen door een recreatieve. Dat was juist niet de bedoeling en gaat ten koste van de drie te vormen landschappen. De reden is de inhoud van Masterplan Park Lingezegen, een bijlage van de op 3 juli 2008 door betrokken partijen getekende bestuursovereenkomst onder leiding van de volledig ondeskundige gedeputeerde Co Verdaas (PvdA). Die overeenkomst hadden de kennelijk bestuurlijk zwakke en niet ter zake kundige wethouders R. W. Mooij (Overbetuwe) en B. Joosten (Lingewaard) nimmer kunnen/moeten accepteren. De eveneens ondeskundige auteur Geert van Duinhoven weet niet waarover hij schrijft en kent in ieder geval de voorgeschiedenis niet. Zijn  product is het resultaat van 'wiens brood men eet, diens woord men spreekt'. Het Masterplan bevat dan ook veel historische onjuistheden. De auteur weet niet dat het regionale landschapspark Lingezegen (1100 ha.) compensatie aan de Over-Betuwe Elst en Bemmel) is voor de zware aantasting van Over-Betuwse landschap door verstedelijking. In het Masterplan spreekt hij zelfs over een ‘stedelijk park met Betuws karakter’, al weet hij niet wat ‘een stedelijk park’ en ‘Betuws karakter’ is. Hij weet ook niet dat deelgebied De Park volledig in Elst ligt en niet tegen ‘de noordrand van Elst’. De Park is dus niet ‘goed toegankelijk vanuit Elst’, maar ligt volledig in Elst. De fietsverbindingen daar liggen dan ook niet tussen Elst en Schuytgraaf, maar in Elst. De auteur en veel anderen weten kennelijk bovendien niet wat een landschapspark is en kennen het verschil niet tussen zo'n park met een landschappelijke hoofdfunctie en stedelijk uitloopgebied met een recreatieve hoofdfunctie. Nogmaals: 1100 hectare landschapspark is compensatie voor verstedelijking van Over-Betuws landschap met een landschappelijke hoofdfunctie. Dat park is later aangevuld met 600 hectare stedelijk uitloopgebied met een recreatieve hoofdfunctie. De auteur en anderen achtten zich echter niet gebonden aan de bij serieuze onderhandelingen gemaakte afspraken over kwalitatieve landschappelijke compensatie voor verstedelijking (1100 ha.). Diepe schande. Historisch onjuist, bestuurlijk verwerpelijk en in strijd met de afspraken is het uitgangspunt verstedelijking, verstedelijkte gebieden en stedelijk uitloopgebied in plaats van landschapspark als compensatie aan de Over-Betuwse gemeenten voor door verstedelijking vernield of zwaar aangetast  landschap.

                                               1992                                                               2008

 

Uitgangspunt:                         compensatie                                       verlengde verstedelijking

                                             aan Elst en Bemmel                           voor verstedelijkt gebied

Doel:                                     landschapspark met                           uitloop- en recreatiegebied

                                             extensieve recreatie                            met intensieve recreatie

Middel:                                  landschapsontwikkeling:                    verdere aantasting van

                                             bos-, water en agrarisch                     landschap door paden,

                                           landschap                                           evenementen(terrein), enz.

Hoofdfunctie:                       landschappelijke                                 recreatieve

Naam:                                  landschapspark                                   ‘park’

Functie                                schakel en buffer                                verlengde van verstedelijkt

                                           tussen stedelijke en                            gebied

                                           andere woongebieden

Het landschapspark is derhalve ontaard in een stedelijk uitloop- en recreatiegebied. Historisch onjuist of een mythe is ook dat recreatie de hoofdfunctie is van het park. Het landschapspark heeft een landschappelijke hoofdfunctie, behoort die in ieder geval te hebben. Het Masterplan vervangt die landschappelijke hoofdfunctie van het landschapspark door een recreatieve. Het beweert dat in het landschapspark de Betuwse landschapsgeschiedenis tot uitdrukking dient te komen, maar komt deze bewering niet na. Het spreekt zelfs over het park dat ‘een integraal onderdeel uitmaakt van de verstedelijking’; een ‘buitengebied dat past bij de stedelijke uitbreidingen’ (een grove leugen). Juist is te spreken over Over-Betuws landschapspark met drie Over-Betuwse landschappen: een loofbos-, een water- en een landbouwlandschap. Recreatieve ontwikkeling van de compensatiegronden is in strijd met de afspraken. Bedreiging en verloedering van het landschapspark dreigen door onwetendheid en wijziging van naam, doelstelling, middelen en hoofdfunctie: park in plaats van landschapspark Lingezegen beoogt realisering van een stadspark, stedelijk uitloopgebied en stadsregionaal recreatiegebied met recreatieve bebouwing (interne verstedelijking). De AFGESPROKEN compensatie hield in de aanleg van een landschapspark met drie karakteristieke Over-Betuwse landschappen. Dat behoort het karakter en de hoofdfunctie van het landschapspark te zijn. Aan de oostzijde van de Rijkerswoerdse Plassen wordt zelfs gedacht aan een recreatieboulevard met stedelijke bebouwing bij de cultuurhistorisch waardevolle Betuwe- of defensiedijk. Een deel van deze dijk is zelfs ondanks de cultuurhistorische waarde verwijderd ter hoogte van het Kempke. Het beoogde loofbosgebied De Park is vervallen tot een soort mozaïeklandschap met bospercelen, elzensingels, houtwallen, weilanden en boomgaarden. Het dreigt zelfs te ontaarden in een soort stadspark met evenemententerrein, laanbomen, hondenspeelveld, kleine bospercelen, volkstuinen, voedselbossen, stadslandbouw, waterspeelplaats, gebied voor Solognotes schapen en boomgaarden. Die elementen horen helemaal niet in een Over-Betuws loofboslandschap,  zelfs niet in het bestaande agrarische landschap. Deelgebied De Park is dan ook ontaard in of verloederd tot een gebied dat ‘vlees noch vis’ is in het landschap(spark) en aan het landschap(spark) zelfs afbreuk doet. Het is meer een tegemoetkoming aan de stadswijk Schuytgraaf dan compensatie aan de gemeente Overbetuwe. Veelzeggend is de overigens onjuiste uitlating in de algemene brochure van het park in aanleg van de ter zake kennelijk ondeskundige wethouder M. Leisink van Arnhem. Hij ‘ziet het landschapspark als de nieuwe voortuin van Arnhem’. Hij heeft van een landschapspark als compensatie voor verstedelijking van de Over-Betuwe en een schakel en buffer tussen stedelijke en andere woongebieden dus niets begrepen. De Arnhemse raad mag dan dergelijke prietpraat en onzin accepteren, een Over-Betuwenaar niet. Wel typisch Arnhems naast het koesteren van de geschiedvervalsing van de mythe ‘slag om Arnhem’; niet onbebouwd kunnen laten van grond; niet houden aan overeenkomsten met buurgemeenten, en bouwen buiten de bouwgrens en in strijd met bestemming en landinrichting. In strijd met de afspraken krijgt het landschapspark de hoofdfunctie van uitloop- en recreatiegebied. Beter is eerst het landschapspark te voltooien en vervolgens de toegankelijkheid te bezien. Veelzeggend is de onjuiste formulering dat er naast recreatie ook ruimte komt voor bos, landbouw, natuur en water. De landschappelijke hoofdfunctie van het landschapspark wordt geleidelijk verdrongen door de recreatieve die thuishoort in de stedelijke uitloopgebieden. Historisch juist voor het landschapspark is de formulering dat er naast bos, water, natuur en landbouw ook ruimte komt voor extensieve recreatie. In deze bufferzone mag uiteraard geen verstedelijking plaatsvinden in de vorm van stedelijke bebouwing, activiteiten en voorzieningen. Voorbeelden daarvan zijn volkstuinen, evenemententerrein, sport- en wijkvoorzieningen (hondenspeelveld en skeelerbaan) en eventueel plaatsing van zonnepanelen of trekkershutten. Vestiging van niet-landschappelijke en niet-agrarische activiteiten is immers een vorm van verstedelijking. Besluitvorming op grond van onkunde, onjuiste informatie en onbegrip moet gecorrigeerd worden.

Aandacht voor cultuurhistorie ontbreekt in het landschapspark. Zo is er geen aandacht voor de Limes; het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd (27 september 1944 tot 5 april 1945);  kanaal De Grift; en de cultuurhistorische waarde van de in 1951/1952 aangelegde Betuwe- of defensiedijk als onderdeel van de Rijn-IJssellinie. Het Masterplan spreekt over de Betuwelijn, maar bedoelt de Betuweroute. Verloedering van het bestaande landschap dreigt door ontaarding van het landschapspark  in een soort stadspark als Sonsbeek en Goffertpark. Interne verstedelijking leidt tot een ‘kwalitatief hoogwaardig stedelijk uitloop- en recreatiegebied voor de stadsregio’, aldus het Masterplan.  De aanleg van een net van vrijwel kaarsrechte wandel-, fiets- en ruiterpaden leidt immers niet tot de afgesproken en dus vereiste landschapsontwikkeling. 

Directeur sinds 2019 is de heer S. van Rijswijk. Hij beweert maar dat landschapspark Lingezegen bijna klaar is. In De Park, het afgesproken boslandschap, is echter nog maar weinig bos te zien en het park is niet geworden wat de initiatiefnemers voor ogen hadden: een bufferzone tegen verstedelijking alsmede en een landschapspark ingericht met drie typisch Over-Betuwse landschappen: boslandschap De Park, een waterlandschap (Waterrijk) en een agrarisch landschap (Landfbouwland). Daarnaast is er nog 600 ha. stedelijk uitloopgebied voor recreatie Helaas heeft hij te veel oog voor een van de stedelijke voorzieningen in het park, het evenemententerrein (voor vlooienmarkt, kunst en circusvoorstellingen (sic).  Nodig is vooral meer informatie over de drie verschillende landschappen. Kennelijk heeft Van Rijswijk meer oog voor stedelijke evenementen en recreatie dan voor kwalitatieve landschapsontwikkeling. Een brug noemt hij al gauw een icoon. Beter is een van de drie landschappen als iets bijzonders en representatief te kunnen beschouwen.

Literatuur:

1. Park Over-Betuwe. Ontwerp Gebiedsperspectief, 15 december 2000

2. Een park van formaat. Park Over-Betuwe naar realisatie, januari 2006.

3. Een park van formaat. Park Lingezegen, mooi dichtbij, juli 2008.

4. Geert van Duinhoven, Masterplan Park Lingezegen, juli 2008.

5. Park Lingezegen. Van Plan tot Park, 2015. 

 

Park Lingezegen. Van Plan tot Park, 2015, 108 p.

Het kleurrijke boek heeft een handig formaat, is fraai uitgegeven en bevat kaarten, veel afbeeldingen en foto’s in kleur. Het is inhoudelijk echter erg zwak. Landschapspark Lingezegen is een nieuw landschapspark in de Over-Betuwe. Het park bestaat uit vijf deelgebieden. Het landschapspark zou volgens afspraak oorspronkelijk drie Over-Betuwse landschappen bevatten: loofboslandschap De Park, waterlandschap Waterrijk (Het Broek) en agrarisch landschap (Landbouwland). Dit landschapspark is niet bedoeld als ‘uitloopgebied voor bewoners van de steden’. Het is compensatie aan de Over-Betuwe voor de door de verstedelijking zware aantasting van het Over-Betuwse agrarische cultuurlandschap. Het park is bovendien verevening voor het verlies van de Over-Betuwse groene buffer tussen Waal en Neder-Rijn. Niet duidelijk is het verschil tussen woerden (Rijkerswoerd), oeverwallen en stroomrug- en komgronden (p. 28-30). Onjuist is te spreken over ‘slag om Heuvel’. Doel van het Duitse offensief in de eerste week van oktober 1944 was vernietiging van het Over-Betuwse bruggenhoofd. De aanval bestond uit twee fasen. Fase 1 was herovering van Elst en fase 2 herovering van de Waalbrug.  Tijdens de eerste fase van het offensief was de hoofdaanval dus gericht op herovering van Elst. Flankaanvallen vonden plaats in De Laar en bij Heuvel, Bemmel, Elden (bij de spoorbrug), Driel, Randwijk en Opheusden. Heuvel was dus geen doel. De Duitse troepen moesten over Heuvel via Vergert en Breedlersestraat naar Aam en het dorp Elst. Terecht is er veel aandacht voor archeologie en geschiedenis. Helaas niet voor het oude kanaal De Grift en de Betuwe- of defensiedijk als onderdeel van de Rijn-IJssellinie (1951-1958). Het vermelde doel van operatie Market Garden (p. 49) is onjuist. Een opmars naar Duitsland is de door Montgomery gewenste opmarsrichting. Het strategische doel van operatie Market Garden was vorming van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn. Dat bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer moest beschikken over diepe uitlopers over de IJssel. Tactische doelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Operatie Market Garden is 21 september 1944 mislukt ten zuiden van Elst (nu: ten zuiden van het kruispunt Griftdijk-Stationsstraat). Daarna begon de vorming van het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd. De verdedigingslinies kwamen te liggen ten westen van de spoordijk Arnhem-Elst tot de Linge en vervolgens ten zuiden van de Linge naar de Waal. In oktober en november 1944 moest de burgerbevolking evacueren op duizend mannen in Lent-Ressen-Oosterhout na. Het gebied had veel te lijden van plundering door de geallieerden, vooral Amerikanen. 

Uit het boek blijkt dat de ontstaansgeschiedenis van het landschapspark onbekend is. Men weet niet dat het park compensatie/verevening aan de Over-Betuwe is voor de verstedelijking van de Over-Betuwe. Daarom heette het park aanvankelijk ook landschapspark Over-Betuwe. Dit is gewijzigd nadat er een herindelingsgemeente kwam met de naam Overbetuwe. Het landschapspark zou bestaan uit drie landschappen: loofboslandschap De Park, waterlandschap Het Broek en meer gebied van Rijkerswoerd (Waterrijk) en agrarisch landschap (Landbouwland). De landschappelijke functie moest de hoofdfunctie zijn, niet de recreatieve. Het Over-Betuwse landschap was immers zwaar aangetast door de verstedelijking. Het park als stedelijk uitloop- en recreatiegebied is historisch gezien dan ook onjuist. Het verst afgeweken van de oorspronkelijke bedoeling is De Park. De Kleijn stelt zelfs dat dit gebied (mozaïeklandschap of stadspark) aangepast is aan de woonwijk Schuytgraaf (64). Hij heeft dus van het landschapspark als compensatie voor verstedelijking niets begrepen. Sylvia Karres heeft niets begrepen van ontstaan, karakter en bestaansrecht van het landschapspark (55-57). Zij vormt zelfs een bedreiging voor het park. Zij wil het landschapspark immers juist misbruiken voor b.v. verstedelijking in de vorm van stadslandbouw, circuit en duurzame manieren van energievoorziening. 

Nauw hiermee samen hangen afspraken met Nijmegen en Arnhem over grondoverdracht voor de bouw van de Vinex-locaties Spoor- en Waalsprong. Beide gemeenten komen de gemaakte afspraken niet na. Nijmegen beweert ten onrechte dat de Waalsprong geen woningbouwlocatie is maar een stadsdeel en Arnhem komt gemaakte afspraken niet na (zie elders op deze pagina).

Margreet Jellema, Bureau De Knotwilg, Ommetje De Park, maart 2018.

Ommetje De Park, maart 2018.

Ommetje De Park is een wandelroute door het beoogde boslandschap De Park van Landschapspark Lingezegen. Helaas bevat de beschrijving van de route een aantal storende fouten. 

6. Buurtschap De Laar moet zijn buurschap De Laar. Rond Elst lagen tien buurschappen. Het woord ‘Laar’ betekent niet ‘een open plek in het bos’, maar ‘onbebouwde woeste grond’, ‘broekland’, ‘moerassig land’. Buurschap De Laar bestond uit vlak, open komgrondengebied  met modderige weilanden doorsneden door afwateringssloten met hier en daar een boomgaard of vochtig loofbosgebied. 

8. Oorlogsmonument.  Bij de Buitenplaats staat het Wiltshiremonument  ter herinnering aan gesneuvelde Britse militairen van het 4de en 5de bataljon The Wiltshire Regiment. Het heeft niets te maken met de zogenaamde slag om Arnhem (een mythe). Beide bataljons waren van 22 tot 24 september 1944 betrokken bij het ontzetten van de door Duitsers geblokkeerde Irish Guards ten zuiden van Elst. Tussen 1 en  5  oktober 1944 verdedigden zij het westelijke deel van buurschap De Laar, vooral de spoorwegovergang. Dit gebied behoorde tot het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd dat van 1 tot 6 oktober 1944 te lijden had onder een zwaar Duits offensief. 

10. Energie. Bij het Trafostation staat een door Arnhem illegaal buiten de bebouwingsgrens en op gronden met de bestemming ‘groen en/of water’ gebouwde hulpwarmtecentrale.