dr. Jan Brouwer, recensie: Martijn Reinders, Oorlog in Lingezegen. Sporen uit de bodem van het front tussen Arnhem en Nijmegen, Huissen 2020, 142 p.

Met inhoudsopgave, illustraties, bronnen en literatuur. 

Schoenmaker, blijf bij je leest. 

Een archeoloog, in ieder geval deze, kan beter bij zijn vakgebied blijven en zich niet met een archeologische bril op en eenzijdig kijkend vanuit het oostelijke deel van de Over-Betuwe bemoeien met geografie en historie van de Over-Betuwe. Dat leidt tot dit broddelwerk. Enkele voorbeelden. Omdat de vereiste geografische en historische kennis van de Over-Betuwe ontbreekt, pleegt de auteur op ruime schaal plagiaat in plaats van in noten verwijzingen opnemen naar de al bestaande historische werken. Deze plagiaat is grove schande en strafbaar. Bovendien moet hij de omgeving beter en in de tijd kennen. In 1944 bestonden wel de buurschappen De Laar en Rijkerswoerd, maar niet de Arnhemse wijken Schuytgraaf, De Laar Oost en West en Rijkerswoerd. Aam is geen gehucht of buurtschap, maar een buurschap zoals alle buurschappen rond de kern Elst. Het is uiteraard onjuist is te spreken over oorlogsjaren, troepen, oorlog, gevechten en de Tweede Wereldoorlog in Park Lingezegen; sporen uit de bodem van het front tussen Arnhem en Nijmegen; de (hardnekkige mythe) slag om Arnhem en de duur van die mythe van 17 tot 26 september, terwijl luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn al binnen drie dagen totaal was mislukt en grondoperatie Garden twee dagen later ten zuiden van Elst De auteur weet niet dat in die tijd Meinerswijk, Elden, Elst en Lent tot de gemeente Elst behoorden. Het gebied tussen Arnhem en Nijmegen is uiteraard geen rijksbufferzone. Onjuist is het merkwaardige gebruik van Overbetuwe, zelfs met het lidwoord de. Overbetuwe is sinds 2001 de naam van een gemeente en gemeentenamen krijgen uiteraard geen lidwoord. ‘De Overbetuwe en Lingewaard’ is totale nonsens (23,27). Overbetuwe en Lingewaard zijn immers twee gemeenten die in de Over-Betuwe liggen. De auteur spreekt toch ook niet over de Huissen, de Arnhem en de Angeren. Bedoeld (b)lijkt te zijn de landstreek de Over-Betuwe, een deel van de Betuwe sinds 1327 evenals de Neder-Betuwe (niet Nederbetuwe) en de Tielerwaard. Van een verschil tussen de Betuwelijn uit 1882/1885 voor personenvervoer tussen Elst en Dordrecht en de Betuweroute (2006) voor goederenvervoer heeft hij kennelijk nog nooit gehoord. In 1940 waren er geen ‘bewoners uit de regio  Park Lingezegen’ (15). Die regio bestond en bestaat nog steeds niet. Er zijn dan ook geen Duitse stellingen gegraven ‘in het zuidelijk deel van Park Lingezegen’ bij de Waalbrug (22). Duitsers konden het Waterrijk West niet verdedigen, wel het westelijk deel van buurschap Rijkerswoerd (28). Park Lingezegen bestond immers in 1944 nog niet.

 

Landschapspark Lingezegen is bovendien anders ontstaan dan vermeld. De gemeenten Elst (nu Overbetuwe) en Bemmel (nu Lingewaard) eisten in 1992 als compensatie voor de vergaande verstedelijking en daardoor zware aantasting van Over-Betuws landschap op hun grondgebied een bufferzone tegen verdere verstedelijking van de Over-Betuwe in te richten als landschapspark met drie typisch Over-Betuwse landschappen: boslandschap De Park, waterlandschap Rijkerswoerd of Waterrijk en agrarisch landschap Landbouwland. Landschapspark ‘Over-Betuwe’ (1100 ha.) werd Landschapspark Lingezegen, dat later is aangevuld met stedelijk uitloopgebied met een recreatieve functie (600 ha.) Het westelijke deel van dit landschapspark ligt dan ook niet als een schil om Elst, maar volledig in Elst, een van de twee grondgebiedgemeenten. Doel van de geallieerden was de overwinning op Duitsland, niet de bevrijding van (West-)Europa. Het geschut van Schwappacher stond in Oosterhout en Lent. Nederland capituleerde niet op 15 mei 1940 (zeker niet ’s nachts), maar het Nederlandse leger overdag met uitzondering van de troepen in Zeeland. De Poolse parachutisten van het 1ste bataljon marcheerden niet in de buurt van wat nu de Arnhemse wijk Schuytgraaf is (p. 28), maar op 24 september 1944 onderweg van Valburg naar Driel, waarschijnlijk langs de Linge of op de Hollanderbroeksestraat en dus niet in de buurt van wat nu onder Park Lingezegen valt. Er waren uiteraard geen gevechten in het oostelijk deel van Park Lingezegen (41). Nog een greep uit het aantal blunders en onjuistheden. Een archeoloog onwaardig is het slordig omspringen met het aantal slachtoffers, zeker met het  aantal gesneuvelden (70 in plaats van 55, p. 49). Zij sneuvelden niet in Arnhem, maar in Elst (51). De Duitsers rukten op 1 oktober 1944 niet langs de Rijksweg Noord op naar Elst. Daar waren ze al. Ze wilden naar de bebouwde kom van het dorp Elst (60). Het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd noemden geallieerden The Island, niet de hele Betuwe of het gebied tussen Waal en Neder-Rijn (96). Dit eiland was geen niemandsland of manneneiland. Er bevonden zich immers geallieerde en Duitse troepen en na 26 december duizend mannen van het 1000 Manneneiland in en bij Ressen, Oosterhout en Lent (98, 113). Na die datum was er overigens geen grote evacuatie (118). De Britse 50ste Northumbrian Infantry Division had in het najaar niet de verantwoordelijkheid voor het Over-Betuwse bruggenhoofd, maar voor het oostelijke deel daarvan, vooral rond Bemmel. In het westelijke deel nam de Amerikaanse 101st Airborne Division de taken over van de Britse 43ste Infanteriedivisie. Nonsens is dat het geen toeval was dat juist deze deze eliteeenheden in en rond park Lingezegen werden geplaatst (97). Er waren geen andere troepen beschikbaar en dat park bestond nog helemaal niet. De Amerikanen moesten gewoon Britten vervangen! Pierson deed eind november 1944 geen oproep aan burgers om zich te melden voor de aardappel- en bietenoogst ‘in de Betuwe’. Hij wist immers drommels goed dat de burgers waren geëvacueerd en de Neder-Betuwe en de Tielerwaard nog in Duitse handen waren. Deze evacuatie vond bovendien niet alleen plaats in het noordoostelijke Duitse deel van de Over-Betuwe, maar in oktober en november ook vanuit het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd naar Noord-Brabant en België (112-113), vooral vanwege granaatvuur en de dreigende rivierwaterstand. De trein met vliegtuigbommen bij buurschap De Laar werd niet tijdens de landing van de Polen vernietigd, maar op 25 september na de zuivering van het dorp Elst om circa 17.00 uur. Waterrijk in Rijkerswoerd herinnert niet aan de periode van de onder water gezette Betuwe, maar is een van de drie Over-Betuwse landschappen in het landschapspark gelegen op het grondgebied van Elst en Bemmel (117, achterflap). De auteur weet vrijwel niets van de geschiedenis van de Over-Betuwe en schrijft die dus maar over: over de strijd om Elst uit het gelijknamige boek, over het Duitse tegenoffensief in de eerste week van oktober 1944 uit ‘Van Market Garden tot Bevrijding’, over de onderwaterzetting uit ‘Ooievaar brengt zondvloed’ en over Schwappacher uit ‘Retake Arnhem Bridge’. 

Conclusie: de auteur had zich moeten beperken tot archeologie,  zich de geografische situatie in de Over-Betuwe meer eigen moeten maken en verwijzingen opnemen naar de bestaande en gemakkelijk verkrijgbare historische literatuur.