Reacties en mythen in de operaties Market Garden en Gatwick.

Sommigen leveren commentaar op mijn tweets, artikelen en ‘Van Market Garden tot bevrijding en het belang van het Over-Betuwse bruggenhoofd (Het Eiland)’ (2014). Een enkeling maakt daarbij gebruik van Twitter. Opvallend is dat er weinig of geen inhoudelijke reacties komen uit de regio Arnhem-Oosterbeek en Wageningen. Kennelijk is men niet in staat de geschiedvervalsingen in de gemythologiseerde verhalen over een ‘slag om Arnhem’ en ‘capitulatie in Wageningen’ naar behoren te verdedigen. In Arnhem en omgeving ontstaat grote consternatie wanneer blijkt dat de gemythologiseerde ‘slag om Arnhem’ een geschiedvervalsing is. Een eerste reactie is verwijzen naar de Airborne Begraafplaats van het Britse Gemenebest in Oosterbeek. Sommigen vatten de historisch juiste constatering op als een belediging van de bij de strijd in september 1944 gesneuvelde militairen. Anderen menen dat een geschiedvorser de geschiedenis niet kent of zijn verstand heeft verloren. Zij verwijzen naar de ‘oude’ verkeersbrug, ‘waarom het toch allemaal draaide’.  Ze verdedigen zich dus met een van de vele mythen. Uitgangspunten zijn eigen gelijk en onwrikbaar geloof in een gemythologiseerde ‘slag om Arnhem’. Zij beseffen niet dat je op een begraafplaats geen doelen en strijdmethode(n) van acties kunt bestuderen. Zij hebben weinig begrepen van de doelen en strijd van operatie Market Garden en de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie in september 1944 in de sector Oosterbeek-Arnhem. 

Een Britse slagveldgids verzorgde in oktober 2015 een Battle Field Tour ter herdenking van operatie Market Garden. De titel voor de eerste dag was The Bridges to Arnhem. Mijn tweet bevatte de opmerking dat ‘De Bruggen naar Arnhem’ niet juist was. Arnhem als doel van operatie Market Garden is een mythe. Het strategische doel van die operatie was immers vestiging van een sterk bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tot Nunspeet.  Dat bruggenhoofd met het front naar het oosten moest beschikken over diepe uitlopers over de IJssel. Tactische doelen waren afsluiting van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. De gids antwoordde dat hij wist dat Arnhem geen doel van operatie Market Garden was. Hij had de titel voor die dag gekozen met een knipoog naar het boek ‘De Verloren Slag. De Bruggen naar Arnhem 1944’ van Geoffrey Powell (1989). Ik antwoordde hem dat dit een van de betere boeken was over operatie Market Garden. Mythen in dat boek waren echter de vermelde doelen van deze operatie en van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. In het tweede deel van zijn verslag stelde de gids dat de Rijnbrug bij Arnhem voor de planners van operatie Market Garden ‘dé prijs’ was. Het einddoel was echter het bruggenhoofd op de Veluwe. Zijn antwoord was dat het bruggenhoofd zonder brug niet was te verkrijgen en generaal Urquhart de brug de ‘grote prijs’ noemde. Zijn opmerking was opnieuw een knipoog naar de deelnemers aan de reis. Hij besloot met de wat kribbige opmerking ‘If you don’t like it then don’t read it’. Hij begreep dus niet dat de brug geen doel was van operatie Market Garden, maar van operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Het einddoel van die operatie was echter de vorming van een bruggenhoofd aan weerszijden van de Neder-Rijn tussen de Westerbouwing en Westervoort; uiteraard met inbegrip van ten minste één van de drie oeververbindingen. Dat bruggenhoofd was slechts een middel voor de grondtroepen. De kwestie is niet of ik het al dan niet leuk vind. Mythen in de Britse visie op operatie Market Garden versterken of bevestigen het toch al zo gemythologiseerde verhaal over een ‘slag om Arnhem’. 

Marco Cillessen (Groesbeek) bekritiseerde mijn opmerkingen over de Brits-Amerikaanse operatie Gatwick; de vervolgoperatie op de al 21 september 1944 volledig mislukte operatie Market Garden. Opperbevelhebber Eisenhower keurde 22 september in Versailles de door de Britse veldmaarschalk Montgomery gepresenteerde operatie Gatwick goed. Doelen van dit Brits-Amerikaanse offensief door het Rijnland waren de vestiging van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen. De startdatum was 10 oktober 1944. De operatie was 7 oktober uitgesteld naar 10 november maar eind oktober toch afgelast. Prioriteit had de zuivering van Zeeland en de Scheldemonding voor een vrij gebruik van de haven van Antwerpen.

C. beweerde: ‘helaas wordt dat sinds 1960 (na)geschreven en is dat tot voor kort nooit fatsoenlijk onderzocht.’ Auteurs en onderzoeksresultaten noemde hij desgevraagd niet. De opmerking lijkt gebaseerd op voornamelijk Brits-Nederlandse literatuur. Volgens hem was operatie Gatwick ‘een troepenverplaatsing in de eerste weken van november 1944 om een grote aanval richting Rijn te kunnen faciliteren’. Hij baseert zich op een document ‘Gatwick. Regrouping of Formations’. Dat bevat informatie over troepenverplaatsingen van het Britse Tweede Leger en het Eerste Canadese Leger. Volgens dit document en andere primaire bronnen is operatie Gatwick wel degelijk uitgevoerd. Helaas is dit een mythe. 

C. ziet dan ook geen verband tussen voorbereidingen voor operatie Gatwick en troepenverplaatsingen na 23 september van het Britse Tweede Leger ten zuiden van Nijmegen alsook het gebruik van vliegstrip Keent bij Grave na 24 september voor bevoorradingsvluchten en als basis voor Spitfire en Tempest eskadrons. C.: ‘u maakt het nu wel erg bont met uw uitspraken  (over Gatwick). Waar is dit in hemelsnaam op gebaseerd?!’. 

Montgomery moest 7 oktober 1944 operatie Gatwick uitstellen. Het Duitse offensief tegen het Over-Betuwse bruggenhoofd was weliswaar mislukt, maar de dreiging bleef bestaan. Bovendien lukte het de met Britse troepen versterkte Amerikaanse 7de Pantserdivisie niet het Duitse bruggenhoofd Venlo op te ruimen. De Amerikanen droegen 8 oktober die taak weer over aan Montgomery. Dat bruggenhoofd ten westen van de Maas bedreigde de rechterflank van Britse troepen bij een opmars bij uitvoering van operatie Gatwick. Montgomery had onvoldoende troepen beschikbaar voor het opruimen van dat bruggenhoofd. Hij had al een groot deel van het Britse Tweede Leger geoormerkt voor operatie Gatwick en verdediging van het Over-Betuwse bruggenhoofd en de verbrede Corridor. Van Eisenhower had hij de 82nd en 101st U.S. Airborne Divisions ontvangen. Generaal Bradley zond hem bovendien de Amerikaanse 104th (Timberwolf) en de 52nd British (Lowland) Infantry Divisions. De 101ste divisie zette Montgomery van 5 oktober tot eind november 1944 in bij de verdediging van het Over-Betuwse bruggenhoofd. Ook een regiment van de 82ste divisie moest tot 13 november naar de Over-Betuwe. De door Bradley gezonden infanteriedivisies versterkten het Eerste Canadese Leger dat prioriteit moest geven aan het vrije gebruik van de haven van Antwerpen. 

C. beweerde abusievelijk: ‘het gebrek aan divisies! belette het opruimen en verdedigen van de twee bruggenhoofden en het starten van een aanval tussen Rijn en Maas. Juist daar was de focus op gericht en Amerikanen zagen graag haven Antwerpen in gebruik. Aanval richting Rijn niet realiseerbaar.’ 

Britse auteurs leggen inderdaad het accent op een tekort aan troepen en niet op de Duitse dreiging en beschikbaarheid van geallieerde troepen. Eisenhower had inderdaad gehoopt dat Montgomery in de eerste week van oktober gezorgd had voor een snelle opening van de haven van Antwerpen. Desondanks had hij 10 september operatie Market Garden en 22 september vervolgoperatie Gatwick goedgekeurd. Bovendien had hij 7 oktober ingestemd met uitstel van operatie Gatwick. Hij eiste echter wel voortzetting van operatie Gatwick en dus vestiging van bruggenhoofden bij Wesel en Keulen. Montgomery had het onderbezette Eerste Canadese Leger opgedragen prioriteit te geven aan zuivering van de Scheldemonding. Eisenhower deelde  Montgomery 9 en 10 oktober dat absolute prioriteit vereist was voor de opening en het vrije gebruik van de haven van Antwerpen. Montgomery verwees naar het besluit van 7 oktober over voortzetting van operatie Gatwick. Eisenhower eiste echter dat Montgomery’s Brits-Canadese legergroep prioriteit zou geven aan zuivering van de Scheldemonding en vrije toegang tot de haven van Antwerpen. 

C. schreef: "het fijne" (lees "goed ingewijd") mis ik juist in uw tweets die daardoor veel halve waarheden en ook wel eens onzin bevatten’; overigens zonder die te noemen. Hij voegde daar 9 oktober aan toe dat er geen mythe kon worden weerlegd ‘want er is nooit geschreven dat Gatwick een troepenverplaatsing was’. Juist dat had hij nota bene 22 september geschreven, zelfs met verwijzing naar een bron. Hij beschouwt juist de ‘nieuwe dimensie’ die ik aan Gatwick geef als een mythe. ‘Maar dan wel een van een bedenkelijk niveau en vol onzin.’ 

Een inhoudelijke discussie was niet mogelijk. Niet duidelijk was wat de oude dimensie inhield en waarom de nieuwe een mythe moest zijn. C. vond het zelf kennelijk ook wat vreemd. Hij besloot 10 oktober met ‘laat ik het dan vriendelijker zeggen; de bronnen die u gebruikt zijn te beperkt om een juist beeld van Gatwick te schetsen.’ Dat meende iemand te kunnen beoordelen die geloofde in een mythe van Gatwick als een troepenverplaatsing met slechts één bron. Hij begreep niet dat het doel niet was een volledige beschrijving van operatie Gatwick te geven. Hij begreep ook niet dat kwaliteit van bronnen en literatuur belangrijker is dan kwantiteit. Een historicus kiest zijn bronnen en literatuur afhankelijk van zijn vraagstelling, opzet van een boek en de context waarin hij iets plaatst. Voldoende waren doelen en inhoud van operatie Gatwick en ook begin en uitstel en afgelasting met redenen. De bron van C. is voor mij niet relevant. Bovendien is één bron wat mager. Daarom kende C. doelen en inhoud van Gatwick niet en poneert hij zelfs dat de operatie was uitgevoerd. De mythe van een geslaagde operatie Gatwick als hergroepering van troepen is dan ook eenvoudig te weerleggen. Het doel van Gatwick was het vormen van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen. Bedoelde troepenverplaatsing zou aanvankelijk plaatsvinden tijdens de voorbereiding van de uitgestelde operatie Gatwick. Uitvoering was echter pas mogelijk na de capitulatie van de laatste Duitse troepen in Zeeland op 8 november. Inmiddels was operatie Gatwick afgelast. Canadese troepen namen de frontlinie van het Britse Tweede Leger tot Cuijk over, waaronder het Over-Betuwse bruggenhoofd en het Rijk van Nijmegen. Het Britse Tweede Leger concentreerde troepen bij Groesbeek voor de vervolgoperatie op Gatwick. Het moest echter nog wel het Duitse bruggenhoofd bij Venlo zuiveren en de zuidflank ten zuiden van Venlo veiligstellen. 

In september 2016 begon Cillessen opnieuw. Ik zou met de instemming in Versailles op 22 september 1944 met operatie Gatwick een mythe creëren. Hij wilde het mij wel een keer komen uitleggen. Hij zit dus helemaal vast in zijn eigen gemyhologiseerde verhaal en staat niet open voor nieuwe informatie. 

Een inhoudelijke discussie was ook niet mogelijk met Battlefield Tours Arnhem (Dirk Hoekendijk). Hij gelooft net als veel andere slagveldgidsen nog in een slag om Arnhem en wil daarvan voornamelijk de Duitse kant tonen. Zijn centrale vraag is hoe de Duitsers erin slaagden de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie en de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade ‘in en rond Arnhem’ te verslaan. De Britten bevonden zich echter niet rond maar vooral in en ten westen van Arnhem. De Polen streden in de sector Driel-Oosterbeek. 

De 1ste Britse Luchtlandingsdivisie hield na de gevechten inderdaad op te bestaan. Die was volledig verslagen. Operatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was al binnen twee dagen mislukt. Dinsdag 19 september trok generaal Urquhart zijn troepen terug naar terrein rond hotel Hartenstein waar ze defensieve posities innamen. Lichtbewapende luchtlandingstroepen zonder ondersteuning konden geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander met steun van voertuigen, zware wapens, tanks en vliegtuigen. 

Hoekendijk beweert dat de brigade verslagen is omdat de vijand uitvoering van het Poolse plan verhinderde. De Poolse parachutisten in Driel waren echter door de Duitsers niet verslagen. Zij probeerden na hun landing bij Driel de Neder-Rijn over te steken om de Britten rond Hartenstein te versterken. Maandag 25 september 1944 moesten Britten en een 75-tal Polen over de rivier evacueren naar Nijmegen en vervolgens naar het Verenigd Koninkrijk. 

Met zijn opmerkingen slaat Hoekendijk de plank volkomen mis. De Polen konden een deel van hun taak wel degelijk uitvoeren. Ruim tweehonderd Polen konden de Britten rond Hartenstein versterken. Dinsdag 26 september zette Browning 1300 Polen in bij de bewaking van bruggen en verdediging van de Corridor. Ze hadden ruim 400 slachtoffers, onder wie 95 gesneuvelden. Hoekendijk ziet uitsluitend een verschil van mening.

In de reacties is een bepaalde procedure waarneembaar.

  1. Men is vrijwel niet van het geloof in bepaalde mythen af te brengen.
  2. Reacties getuigen van onvoldoende kennis van zaken.
  3. De fase van ongeloof: de nieuwe informatie kan niet waar zijn.
  4. Geïrriteerd en kritisch reageren op de nieuwe informatie.
  5. Overtuigd van eigen gelijk de eigen opvatting of mythe verdedigen.
  6. De nieuwe informatie voortdurend bekritiseren en die bestempelen als een mythe gebaseerd op te weinig bronnen en het niet bieden van een juist beeld.
  7. Het uiteindelijk niet accepteren en serieus nemen van de nieuwe informatie.