dr. Jan Brouwer: Slag om Arnhem, een geschiedvervalsing-1

Juist in Arnhem en omgeving ontstaat grote consternatie wanneer blijkt dat de ‘slag om Arnhem’ een dubbele mythe, ja zelfs een geschiedvervalsing is. Een eerste reactie is een verwijzing naar het Airborne War Cemetery van het Britse Gemenebest in Oosterbeek. Sommigen vatten de historisch juiste constatering op als een belediging van de bij de strijd in september 1944 gesneuvelde militairen. Anderen menen dat een geschiedvorser de geschiedenis niet kent of zijn verstand heeft verloren. Zij verwijzen naar de ‘oude’ verkeersbrug, ‘waarom het toch allemaal draaide’.  Ze verdedigen zich dus met een tweede mythe. Een lid van De Tweede Wereldoorlog 1939 - 1945 schreef: Het is niet alleen de Engels visie, deze wordt gedeeld met de deelnemers aan de slag om Arnhem. Ik heb verschillende malen een Battle tour georganiseerd m.b.t. Marketgarden. Daarnaast heb ikzelf ook het e.a. gelezen en bestudeerd. Ik geloof niets van dr Brouwer.' Hij bedoelt de Britse visie en meent dat het een zaak van geloof is. Uitgangspunten zijn eigen gelijk en onwrikbaar geloof in een gemythologiseerde ‘slag om Arnhem’. Zij beseffen niet dat je op een begraafplaats geen doelen en strijdmethode(n) van acties kunt bestuderen. Zij hebben dan ook weinig begrepen van de doelen en strijd van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie in september 1944 in de sector Oosterbeek-Arnhem. 

Velen herdenken in september een ‘slag om Arnhem’ en een ‘slag om de Rijnbrug’. Welke ‘slag’ gericht was op verovering van Arnhem en/of de brug weet men niet. Dat kan men ook niet weten, omdat die slag pure fantasie of een brutale geschiedvervalsing is. De Britten in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug konden niet meer doen dan hun posities verdedigen. Overigens spreken velen in Oosterbeek en Arnhem uitsluitend over Engelsen. De andere Britten - Schotten, Welshmen en Noord-Ieren - zijn ze kennelijk vergeten. Toch ging het om een Britse luchtlandingsdivisie.

Luchtlandingstroepen waren niet in staat tot het leveren van een ‘slag’; noch bij de Dreijenseweg ten noorden van Oosterbeek noch bij het Sint Elisabeths Gasthuis in Arnhem. Lichtbewapende parachutisten en zweefvliegeenheden zonder lucht- en artilleriesteun; voertuigen; antitankwapens en zware wapens zijn immers geen partij voor een zwaarbewapende tegenstander met steun van artillerie; vliegtuigen; (pantser)voertuigen en zware wapens. Parachutisten en zweefvliegeenheden moesten zich beperken tot man-tegen-man-, straat- en huis-aan-huisgevechten. Dat deden ze vooral op de Utrechtseweg en Onderlangs. Hun doel was niet verovering van Arnhem, maar versterking bieden aan hun collega’s in defensieve posities aan weerszijden van de noordelijke brugtoegang. Juist omdat ze geen slag konden leveren, vielen er veel slachtoffers en moesten ze dinsdag 19 september terugtrekken naar Oosterbeek. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was die dag en niet 26 september volledig mislukt. 

Het doel van de 1ste Britse luchtlandingsdivisie was een bruggenhoofd vestigen ten noorden van de Neder-Rijn tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort. Uiteraard moest daarin opgenomen zijn ten minste één van de  drie oeververbindingen:  de spoorbrug in Driel of de pontonbrug of de verkeersbrug ten zuiden van Arnhem. 

Dinsdag 19 september was de aanval van de Britse divisie na twee dagen mislukt. De troepen moesten zich terugtrekken naar defensieve posities rond Hartenstein in Oosterbeek. Velen beschouwen ook deze strijd als onderdeel van de ‘slag om Arnhem’. De defensieve strijd bij de noordelijke brugoprit duurde voort tot 21 september. De defensieve strijd in Oosterbeek en Driel had echter niets te maken met een eventuele verovering van Arnhem. Die strijd was de defensieve nasleep van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn en de reeds 21 september totaal mislukte operatie Market Garden. 

De naar gebied rond Hartenstein teruggedreven Britten moesten zich nog een week verdedigen. Hartenstein bleef overigens ook Brits hoofdkwartier tijdens die nasleep van de mislukte operatie. Het divisiegebied rond Hartenstein (perimeter) was echter geen bruggenhoofd. Het was niet geschikt voor een voortgezette aanval. Het was te klein en beschikte niet over de strategische Westerbouwing en een oeververbinding. De Britten kregen steun van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade Groep. Een groot deel van deze groep landde 21 september omstreeks 17.20 uur bij Driel; enkele uren na de mislukking van operatie Market Garden. Deze Polen streden van 21 tot 26 september 1944 niet bij en in Arnhem maar uitsluitend in de sector Driel-Oosterbeek. De veerman van het Drielse veer had 20 september ’s avonds de gierkabel gekapt opdat Duitsers het veer niet konden gebruiken. De Polen probeerden 22 en 23 september 1944 met rubberbootjes over te steken ter versterking van de Britten bij Hartenstein. Ongeveer tweehonderd man bereikten hun Britse collega’s. 

Voor een Rijnoversteek tussen Driel en Heteren om het beoogde bruggenhoofd op de Veluwe – het strategische doel van operatie Market Garden - alsnog te vestigen, waren omstreeks 24 september geen grondtroepen beschikbaar. In de nacht naar 26 september verzorgden Canadese en Britse genietroepen de evacuatie van mobiele overlevenden van de Britse luchtlandingsdivisie naar de zuidelijke rivieroever. Zij mochten terug naar het Verenigd Koninkrijk.

Slag om Arnhem, een geschiedvervalsing-2

Het plan voor Operatie Market Garden naar de Memoires van Montgomery. Het strategische doel is vorming van een bruggenhoofd tussen Arnhem en het IJsselmeer.

Herdenkings- en bevrijdingstoerisme

Herdenking van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn heeft een prominente plaats gekregen in het herdenkings- en bevrijdingstoerisme. Sommigen, vooral degenen die niet uitmunten in kennis van zaken, spreken zelfs over Gelderland als ‘Normandië van het noorden’. Aan een ‘slag om de Schelde’ en Zeeland als 'Normandië van Nederland’ gaan zij gemakshalve of uit onwetendheid voorbij. In dat herdenkings- en bevrijdingstoerisme is vrijwel geen plaats voor de te herdenken historische gebeurtenis of juiste historische informatie; zelfs weinig voor de gemythologiseerde ‘slag om Arnhem’ en ‘capitulatie in Wageningen’. Doel is de komst van zo veel mogelijk herdenkings- en bevrijdingstoeristen en bezoekers. Het gaat dus voornamelijk om economische doeleinden. Kennis en begrip van wat men herdenkt of viert is vrijwel niet aanwezig. Zelfs de wil lijkt te ontbreken de historische gebeurtenis te kennen en te begrijpen. Beleven, experience en ervaren hebben de plaats ingenomen van kennis en inzicht. Tal van activiteiten, publiekstrekkers, spektakelstukken en evenementen staan centraal. Beleef met muziek en beeld ‘het verhaal’ van de ‘Slag om Arnhem’, ‘slag om de Rijnbrug’ en ‘capitulatie in Wageningen’. Dáár gaat het om. Mythen en geschiedvervalsingen worden gekoesterd. Arnhem vindt de brug als icoon de ideale ontmoetingsplek om jaarlijks stil te staan bij vrede, vrijheid en de democratische rechtsstaat. De stad wil jaarlijks grootschalige herdenkingen van de ‘Slag om Arnhem’ bij de John Frostbrug, zoals het multimediaspektakelstuk Bridge to Liberation Experience. Het gemythologiseerde, soms zelfs verzonnen, verhaal over ‘Slag om Arnhem’, ‘slag om de Rijnbrug’ en A Bridge Too Far wordt verteld met muziek en beeld. De ‘roemruchte’ brug wordt ten onrechte ingezet als icoon van de stad, ‘brug naar bevrijding’ en ‘brug naar de toekomst’. Enige kennis van zaken bij deze ontaarding van de herdenking ontbreekt volledig. En dit wordt betaald door de gemeente Arnhem, de provincie Gelderland en het Vfonds! Operatie Market Garden was binnen vier dagen mislukt: luchtlandingsoperatie Market al 19 september ten noorden van de Neder-Rijn en grondoperatie Garden 21 september ten zuiden van Elst. Vervolgens ontaardt deze geschiedvervalsing in de organisatie van een festival met feestbands op de Korenmarkt. Hoe diep kan men zinken. Arnhem wil voor deze gedegenereerde vorm van herdenken zelfs landelijke aandacht.

Stichting Airborne Herdenkingen herdenkt de geallieerde inspanningen om ‘door de inzet van parachutisten de oorlog versneld te beëindigen’. Opmerkelijk is het ontbreken van de de toch ook wel belangrijke zweefvliegeenheden en juiste doelen. Ze beschouwt Market Garden abusievelijk als een bevrijdingsoperatie en herdenkt ook de ‘slag om Arnhem’, zelfs van 17 tot 26 september 1944. De stichting wekt met het logo van het Pegasusembleem van de Britse luchtlandingstroepen - ook de zweefvliegeenheden - bij een brug de indruk dat die brug het einddoel was. Ze ziet die brug zelfs nog als een icoon. De stichting wil een onderzoek naar herdenkingen van de zogenaamde 'slag om Arnhem' met Duitsers. Ze beseft kennelijk niet dat de aanwezigheid van Duitsers afhankelijk is van wie en wat men herdenkt. De stichting zou eerst zelf onderzoek moeten doen naar wat ze herdenkt. Voorzitter Kuijs beweert dat ‘er ook al volop aandacht is voor het verhaal van Duitsers tijdens de Slag om Arnhem. Veel is daarover nog nooit verteld.’ (De Gelderlander, 12 dec. 2015). Hoe weet hij dat? Er is immers al jaren een Duitse visie op operatie Market Garden.

Stichting Airborne Feelings herdenkt de ‘Slag om Arnhem’, ‘de grootste luchtlanding aller tijden en het grootste gevecht op Nederlandse bodem’, als onderdeel van ‘bevrijdingsoperatie’ Market Garden. Allemaal onzin. Tijdens operatie Varsity landden 24 maart 1945 bijna 17.000 luchtlandingstroepen bij Wesel. Dit was de grootste geallieerde luchtlandingsoperatie in de geschiedenis op één dag en één locatie.

Ede herdenkt de luchtlandingen op 18 september 1944 op de Ginkelse Heide met gebruikmaking van de mythe ‘slag op de Ginkelse Heide’.

Stichting Driel-Polen in Driel herdenkt de bijdrage van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade aan operatie Market Garden. Deze brigade landde echter ongeveer vier uren na mislukking van die operatie.

Merkwaardig is een herdenking van de ‘slag om Arnhem’ in Oosterbeek (gemeente Renkum). Daar zijn de Airborne begraafplaats en Airborne Museum ‘Hartenstein’ en herdenkt men ook de Britse luchtlandingen ten westen en ten noorden van Wolfheze. Zeker in Oosterbeek behoort men te weten dat Arnhem geen doel en van een slag geen sprake was. Door het dorp liepen 17 en 18 september traag en behoedzaam oprukkende en 19 september vermoeid terugtrekkende en vluchtende luchtlandingstroepen: parachutisten die waren vastgelopen op het Duitse afweerscherm op en bij de Dreijenseweg en parachutisten en zweefvliegeenheden die waren teruggedreven uit de westelijke buitenwijken van Arnhem. Ze verdedigden zich nog een week rond Hartenstein.

De Airborne wandeltocht in Oosterbeek op de eerste zaterdag in september is een herdenkingstocht. ‘De tocht is een eerbetoon aan de ruim 1700 Britse en Poolse militairen die in de ‘Slag om Arnhem’ het leven lieten en begraven liggen op de Airborne Begraafplaats te Oosterbeek’. Poolse luchtlandingstroepen streden echter niet bij en in Arnhem, maar uitsluitend in de sector Driel-Oosterbeek na de volledige mislukking van operatie Market Garden. Het 5 september 2015 gepresenteerde Arnhems Bruggetje is een koekje in de vorm van de John Frostbrug in Arnhem. ‘Dé brug waarom het in september 1944 allemaal draaide’, beweert de organisatie. Enige kennis van zaken mag bij deze organisatie toch wel verwacht worden. Ook spreekt men in Oosterbeek vrijwel uitsluitend over Engelsen, niet alleen door de organisatie maar ook door de Stichting Oosterbeek in beweging. De 1ste Britse Luchtlandingsdivisie bestond werkelijk uit Britten: Engelsen, Schotten, Noord-Ieren en Welshmen. En men kon erop wachten: in 2016 beweerde een veteraan dat hij tijdens de 'slag om Arnhem' zelfs op de brug had gevochten... Leden van twee pelotons hadden vergeefs geprobeerd de brug te naderen. Niemand was echter verder gekomen dan de noordelijke brugoprit. De andere twee bataljons waren nog niet op weg naar de brug en hadden Arnhem nog niet bereikt. 

Busbedrijf Connexxion wil een Hop-On Hop-Off-bus (opstapbus) laten rijden langs plaatsen waar fel is gevochten tijdens de ‘slag om Arnhem’. De gemeente Arnhem wil dat deze bus deel uitmaakt van rondleidingen voor toeristen langs de voormalige ‘slagvelden’ van Operatie Market Garden; dus tussen de Belgisch-Nederlandse grens en gebied ten noorden van de Neder-Rijn. De bus zou ook langs oorlogsmonumenten kunnen rijden in de opgeheven bestuursregio Arnhem-Nijmegen, eventueel langs de Liberation Route. Mythen bij deze initiatieven zijn ‘slag om Arnhem’, ‘slagvelden’ en ‘slag om Arnhem’ als een synoniem van operatie Market Garden.  

Opmerkelijk is in september de jaarlijkse ontvangst van veteranen in de sector Oosterbeek-Arnhem en in mei in Wageningen. Zij worden ontvangen als bevrijders en hooggeplaatste persoonlijkheden. Operatie Market Garden was echter geen bevrijdingsoperatie en veel veteranen hadden in het dagelijks leven een bescheiden positie. Veteranen hebben bovendien geen historische band met de gemythologiseerde, zelfs geschiedvervalsing van een ‘capitulatie in Wageningen’. Sommigen weten drommels goed dat de Duitse troepen in Nederland, Noordwest-Duitsland, Sleeswijk-Holstein en Denemarken op 4 mei 1945 onvoorwaardelijk capituleerden op de Lüneburger Heide. Deze capitulatie trad op 5 mei 1945 om 08.00 uur in werking, ook in Nederland. Het ondertekenen van bevelen in Wageningen door de gecapituleerde Duitse bevelhebbers (Orders to German Commanders on Surrender) diende slechts ter implementatie van die capitulatie bij Lüneburg.

Slag om Arnhem, een geschiedvervalsing-3

Voormalige hotel Dreyeroord in Oosterbeek.

Over een ‘slag om Arnhem’ in september 1944 is veel geschreven, vooral door niet-historici en niet altijd deskundige (militaire) historici. Britse en Nederlandse auteurs, vooral militairen en journalisten, schreven meestal over Battle of Arnhem of Battle at Arnhem; in het Nederlands strijd bij of in Arnhem. Die offensieve strijd duurde van 17 tot 19 september 1944. De defensieve strijd ging daarna door in Oosterbeek van 19 tot 25 september. Ook veldmaarschalk Montgomery spreekt uitsluitend over Battle of Arnhem. Nederlanders zonder voldoende kennis van zaken hebben dit echter abusievelijk vertaald naar ‘Slag om Arnhem’, in het Engels Battle for Arnhem. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was echter 19 september al mislukt. Algemeen bekend zijn de documentaire Theirs is the Glory (1946), Cornelius Ryans boek A Bridge Too Far (1974) en de daarop gebaseerde film met dezelfde titel van Richard Attenborough (1977). Kenmerkend daarin was het hoge gehalte popularisering, mythevorming en geschiedvervalsing. Zij brachten het Britse gemythologiseerde verhaal over de geallieerde operatie Market Garden, vooral een ‘slag om Arnhem’, bij het grote publiek. Sindsdien is dat helaas in het publieke bewustzijn gebleven, zelfs gegrift in ons collectieve geheugen. 

Vooral over luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn ontstond weldra een gemythologiseerd verhaal over een ‘slag om Arnhem’. Het is een wijdverbreide geschiedvervalsing in de voorstelling van de uitvoering van Market ten noorden van de Neder-Rijn. Die wordt vooral in Arnhem en Oosterbeek in stand gehouden. Arnhem wist al gauw de gemythologiseerde ‘slag om Arnhem’ te cultiveren voor (inter)nationaal gebruik, vooral voor economische doeleinden. Man-tegen-man-, huis-aan-huis- en straatgevechten bij het Sint Elisabeths Gasthuis en Onderlangs kregen in het gemythologiseerde verhaal de status van ‘slag om de stad’.

In werkelijkheid probeerden lichtbewapende luchtlandingstroepen op weg naar troepen bij de verkeersbrug door Duitse afweerschermen te breken. Het verdedigen van posities in gebouwen aan weerszijden van de noordelijke brugoprit werd zelfs bestempeld als ‘slag’: ‘slag om de brug’ en ‘slag om Arnhem’.

De mythen 'slag om Arnhem'; ‘slag om de Rijnbrug’;  ‘heroïsche slag om de Rijnbrug’ en ‘dé brug waarom het in september 1944 allemaal draaide’ zijn duidelijke voorbeelden van bewuste geschiedvervalsing. Tot een slag om de stad of de brug waren lichtbewapende luchtlandingstroepen helemaal niet in staat. Arnhem beschouwt die brug ten onrechte als een icoon van de stad. C. G. Matser, burgemeester van Arnhem van 1945/1946 tot 1969, verheerlijkte de 'gedenkwaardige roemrijke slag om Arnhem' en ‘de heroïsche strijd om de Rijnbrug’. De huidige burgemeester Kaiser van Arnhem rept ook vaak over de John Frostbrug als icoon van de stad. Kennelijk realiseert ook hij zich niet dat de strijd slechts plaatsvond aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg naar de brug. Hij noemt dat het nieuwe herdenken of beleven. 

Verantwoordelijk voor het gemythologiseerde verhaal over een ‘slag om Arnhem’ zijn vooral vertalers van Engelstalige werken over luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn; auteurs met de beperkte Brits-Nederlandse visie op deze operatie; zelfbenoemde gidsen in Arnhem en omgeving; Airborne Museum ‘Hartenstein’; regionale pers (Arnhemse Courant/Gelders Dagblad, De Gelderlander); omroep Gelderland; Stichting Liberation Route Europe; Stichting Airborne Feelings en de gemeenten Arnhem, Ede en Renkum. Ook zij spreken bovendien vaak over Engeland en Engelsen als ze het Verenigd Koninkrijk en Britten bedoelen. 

Doelen van operatie Market Garden in het gemythologiseerde verhaal over een ‘slag om Arnhem’ zijn de Neder-Rijn; de Rijnbrug bij Arnhem; de stad Arnhem; bevrijding van Nederland; een Britse opmars om de Siegfriedlinie heen naar Duitsland; verovering van het Ruhrgebied en Berlijn en een snelle beëindiging van de oorlog in december 1944. De VVV Regio Arnhem-Nijmegen maakt het nog bonter: ‘Het doel van de operatie was om een aantal cruciale bruggen over de grote rivieren van Nederland in handen te krijgen en een snelle opmars richting Berlijn te garanderen’. Deze omschrijvingen betreffen echter de door de Britse veldmaarschalk Montgomery te volgen opmarsrichting; niet de doelen van één operatie. 

Mythen zijn ook: operatie Market Garden liep stuk op de Neder-Rijn; liep vast op de Rijnbrug en was een bevrijdingsoperatie; een geallieerde opmarsroute of Corridor van Eindhoven naar de Rijn; ‘sprong naar de Rijn’, ‘bruggen naar Arnhem’; ‘race naar de Rijnbrug’ en ‘weg naar Arnhem’. De door luchtlandingstroepen beschermde opmarsroute liep immers maar tot de Waal. De voorgenomen landing van een Britse (luchtlandings)brigade in Elst was 14 september 1944 geschrapt door een tekort aan vliegtuigen. De weg van Nijmegen door de Over-Betuwe over Elst naar Arnhem was dan ook onbeschermd.

Mythen zijn voorts ‘slag om Arnhem’ als een synoniem van operatie Market Garden of van ‘slag om de brug’; duur van deze slag of operatie van 17 tot 26 september 1944; landing van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade tijdens de ‘slag om Arnhem’; bijdrage van deze Polen aan operatie Market Garden; belangrijke bijdrage van de Polen aan de terugtocht van mobiele overlevenden van de Britse Luchtlandingsdivisie; mislukking van operatie Market Garden omdat ‘Britten de Rijnbrug bij Arnhem niet konden behouden en het te lang duurde voordat grondtroepen bij de brug aankwamen’; en Arnhem, de Neder-Rijn en de verkeersbrug bestempelen als ‘een brug te ver’.

De brug noch het noordelijke deel ervan was immers niet veroverd door de Britse luchtlandingstroepen en geen doel van grondtroepen. De Rijnbrug bij Arnhem aanduiden als epicentrum van de strijd is ook een mythe. Deze aanduiding miskent bovendien de zware strijd bij de Dreijenseweg en het Sint Elisabeths Gasthuis. De lichtbewapende Britten aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug moesten zich verdedigen tegen een overmacht van Duitse troepen met zware wapens. Veteranen beweren graag dat ze op de brug hebben gelopen, van het noordelijk deel naar het zuidelijk deel en dat hun hoofdkwartier onder de brug was gevestigd. Zij kennen kennelijk het verschil niet tussen de brugoverspanning en de twee toegangswegen tot de brug. In feite bevonden zij zich in defensieve posities aan weerszijden van de noordelijke toegangsweg tot de brug. Ze kennen vaak het operatiedoel niet en wat nog erger is de tactische doelen van luchtlandingsoperatie Market en de doelen van bijvoorbeeld bataljons.  

Airborne Museum ‘Hartenstein’ in Oosterbeek vertelt en verbeeldt de gemythologiseerde ‘Slag om Arnhem’. Het volgt de eenzijdige Brits-Nederlandse visie op operatie Market Garden. Die heeft nog steeds grote invloed op de historiografie over deze operatie. Het museum zegt het ‘hele verhaal’ te vertellen en te tonen over de luchtlandingen; de ‘slag’ die duurde van 17 tot 26 september 1944 terwijl de Britten 21 september hun defensieve posities bij de noordelijke brugoprit in Arnhem al hadden verlaten; bruggenhoofd Hartenstein dat slechts een perimeter was; hotel Hartenstein als het Britse hoofdkwartier tijdens de slag en de verkeersbrug over de Neder-Rijn als belangrijkste doel en epicentrum van die slag. De strijd om hotel Dreijeroord (het Witte Huis) op 22 september vond plaats tijdens de 'slag om Arnhem' (waar inmiddels geen Brit meer te bekennen was). Dat Witte Huis speelde zelfs een belangrijke rol tijdens de al op 21 september mislukte operatie Market Garden. de Het museum spreekt over de brug alsof de Britten de hele brugoverspanning in bezit hadden, terwijl die slechts de noordelijke toegangsweg onder vuur konden houden. Het informatiecentrum ‘Slag om Arnhem’ bij de Rijnbrug beweert zelfs - en dat is een grote blunder - dat de Rijnbrug het einddoel van operatie Market Garden was. Het vertaalt Battle of Arnhem als ‘Slag om Arnhem’. Het laat zelfs Poolse luchtlandingstroepen in en bij Arnhem strijden om de brug te veroveren. Totale nonsens. Het verhaal van het Airborne Museum bevat meer onjuistheden en mythen: ‘verwoestende slag om Arnhem’; ‘slag om de Rijnbrug’; alle luchtlandingstroepen moesten naar de verkeersbrug; en de brug bleek een ‘brug te ver’; zonder aan te geven waaruit en voor wie dat bleek. Het museum vertelt dus niet het ‘hele verhaal’ maar een gemythologiseerd verhaal of de geschiedvervalsing. Daarin past de onjuiste bewering dat zweefvliegtuigen parachutisten aanvoerden. Bezoekers kunnen bij de Airborne Experience zelfs de gemythologiseerde ‘slag om Arnhem’ beleven. Zij kunnen in het museum een reconstructie zien van operatie Market Garden, althans van luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn. Wat niet past binnen het verhaal over een ‘slag om Arnhem’ krijgt geen plaats in het museum.

De sloop van het voormalige hotel Dreyeroord in Oosterbeek wordt met onjuiste historische informatie bestreden. Een projectontwikkelaar wil het karakteristieke Zwitserse chalet uit 1848 slopen en er een kleinschalig verpleeghuis bouwen met woningen in de tuin. Het gebouw heeft niet de status van monument.

De Actiegroep behoud Dreyeroord of de voorgevel dient wel historisch juiste argumenten te gebruiken. Het gebouw diende niet als hoofdkwartier van de Britse legerleiding. Dat bevond zich in St. Oedenrode. Dreyeroord was  tijdelijk hoofdkwartier van ruim 250 teruggetrokken en gevluchte overlevenden van het 7th Bn King’s Own Scottish Borderers. Het gebouw werd niet 19 maar 20 september 1944 door deze Britten in gebruik genomen. Zij streden niet tot 26 september, maar tot 21 september ’s avonds om het bezit van Dreyeroord. ’s Nachts moesten ze terrein prijsgeven, het  gebouw verlaten en terugtrekken naar gebied ten zuiden van het gebouw. Dreyeroord is geen icoon van operatie Market Garden. Die operatie was 21 september al mislukt. Grondoperatie Garden was vastgelopen ten zuiden van Elst. Niet deze operatie Market Garden maar luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn (de mythe Slag om Arnhem) was 19 september al mislukt; onder meer (!) door ‘zware Duitse tegenstand’. De zogenaamde ‘slag om Arnhem’ (luchtlandingstroepen konden geen slag leveren en Arnhem was geen doel) is geen synoniem van Market Garden. ‘Oosterbeek forever England’ is onjuist en doet geen recht aan de andere Britten: Noord-Ieren, Schotten (o.a. generaal Urquhart) en Welshmen. Engeland behoort dan ook Verenigd Koninkrijk te zijn.

Slag om Arnhem, een geschiedvervalsing-4

Doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie: vormen van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en Westervoort met ten minste één oeververbinding.

Doelen van operatie Market Garden

‘… Om Arnhem’ verwijst naar het doel van de strijd. Arnhem was echter geen doel van operatie Market Garden of de bij Wolfheze en op de Ginkelse Heide gelande Britten.

Het strategische operatiedoel was vorming van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen Arnhem en het IJsselmeer. Dat bruggenhoofd met het front naar het oosten moest zich uitstrekken tot het tactische doel Nunspeet aan het IJsselmeer. Het moest diepe uitlopers of bruggenhoofden hebben over de IJssel bij Zwolle, Deventer, Zutphen en eventueel Doesburg. Het totale bruggenhoofd moest later als uitvalsbasis kunnen dienen voor een opmars om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied en door de Noordduitse laagvlakte naar Berlijn. Tactische doelen van operatie Market Garden waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. Eisenhower sprak dan ook terecht over een bruggenhoofdoperatie. Luchtlandingstroepen (luchtlandingsoperatie Market) moesten de opmarsroute en bruggen over rivieren en kanalen tot en met de Waal bij Nijmegen veiligstellen als tapijt voor het grondleger (grondoperatie Garden). Tot die luchtlandingstroepen behoorden parachutisten en luchtlandings- of zweefvliegeenheden. De tactische doelen van luchtlandingsoperatie Market waren dus middelen voor het bereiken van het doel van grondoperatie Garden: een bruggenhoofd op de Veluwe. Montgomery noemde dit bruggenhoofd het laatste bruggenhoofd (final bridgehead). Ook de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie moest immers een bruggenhoofd vormen. 

Doelen van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie

Het voornaamste doel van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was het veroveren van (een van) de drie bruggen over de Neder-Rijn bij Arnhem: de spoorbrug in Driel, de pontonbrug en de verkeersbrug. Het Drielse veer hadden de Britten over het hoofd gezien. Het eind- of hoofddoel van de divisie was vorming van een bruggenhoofd tussen de Westerbouwing en de spoorbrug bij Westervoort waaronder begrepen een van de drie oeververbindingen. Dat bruggenhoofd moest dienen als opstelplaats voor het Britse Tweede Leger onder luitenant-generaal Miles Dempsey. Het bezit van een brug was uiteraard van wezenlijk belang voor dat bruggenhoofd. 

Divisieplan

Het divisieplan beoogde de opbouw van het bruggenhoofd van zuid naar noord met als basis ten minste een van de drie bruggen. Daarom moesten de drie parachutistenbataljons van de 1ste Parachutistenbrigade 17 september 1944 over drie vrijwel evenwijdige opmarsroutes van de afwerpterreinen ten westen van Wolfheze naar het oosten trekken. Het 2de bataljon onder luitenant-kolonel John Dutton Frost moest de zuidelijke Lionroute over de Benedendorpsweg volgen. Het moest de toegangen naar de drie bruggen veroveren en de toegangswegen uit het westen en noordwesten bewaken. Het 3de bataljon onder luitenant-kolonel John Fitch volgde de middelste Tijgerroute (Utrechtseweg). Het moest het 2de bataljon flankdekking bieden en aan de noord- en noordoostelijke zijde afschermen, vooral bij het veroveren en veiligstellen van de schip- en/of de verkeersbrug. Het 1ste bataljon onder luitenant-kolonel David Dobie moest optrekken over de noordelijke Leopardroute (Amsterdamseweg). Doelen waren bescherming van de linkerflank van het 3de bataljon; bezetting van hoge gronden ten noorden van Arnhem; en afsluiting van de toegangswegen uit Ede, Apeldoorn en Zutphen. De 4de Parachutistenbrigade onder brigadier John Hackett moest de volgende dag ook de noordelijke route volgen. Die brigade moest de  noordelijke en oostelijke delen van het bruggenhoofd bezetten en bij de Apeldoornseweg contact maken met het 1ste bataljon. De 1st Airlanding Brigade onder brigadier Philip Hicks moest die dag naar het oosten oprukken ter bescherming van de westelijke sector van het gevormde bruggenhoofd. De divisie kon in dit onbeholpen plan niet als een formatie met reservetroepen worden ingezet en in haar geheel strijden. De 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade Groep zou 19 september ten zuiden van de verkeersbrug landen ten oosten van Elden. Doel van deze brigade was het overnemen en verdedigen van de zuidoostelijke sector van het inmiddels gevormde bruggenhoofd. 

Uitvoering

Ruim zevenhonderd Britten wisten gebouwen aan weerszijden van de noordelijke brugoprit te bereiken. Vanuit hun defensieve posities hielden ze de toegangsweg onder vuur. Ze slaagden niet in hun opdracht zowel de noordelijke als de zuidelijke toegangsweg tot de brug te veroveren. Ook de brugoverspanning viel niet in hun handen. Die overspanning is het bruggedeelte dat niet rust op de oever, maar tussen twee brugpijlers. Ze hadden hun doel dus niet bereikt. De overspanning van de verkeersbrug bij Arnhem speelde dan ook geen rol tijdens operatie Market Garden. Van een ‘slag om de brug’ was dan ook geen sprake. Duitse troepen vielen de volgende dagen aan met zware wapens en schoten gebouwen in puin. Donderdagmorgen 21 september was het Britse verzet bij de noordelijke brugoprit gebroken. De Britten konden een niet veroverde brug uiteraard niet behouden of prijsgeven, zoals sommige Britse en Nederlandse auteurs beweren. 

De 1ste Britse Luchtlandingsdivisie was al binnen een dag uit elkaar gevallen in onafhankelijk van elkaar opererende troepen zonder goede verbindingen. De divisiestaf verloor al snel de controle over de troepen en het divisieplan viel al in de nacht naar 18 september in duigen. Het 3de bataljon met in zijn gelederen generaal-majoor Urquhart en brigadier Lathbury rustte die nacht al in Oosterbeek (!). Het kon dus het 2de bataljon niet afschermen. Het 1ste bataljon ontving een bericht van Frost bij de brugoprit met het verzoek om hulp. Dobie besloot in afwijking van zijn opdracht naar de omgeving van de brug te trekken om Frost te helpen. Maandag 18 september probeerden beide bataljons de troepen van Frost te bereiken. Ze kregen die dag versterking van een bataljon zweefvliegeenheden van de Airlanding Brigade en een parachutistenbataljon van de 4de Parachutistenbrigade. De andere twee bataljons van de 4de Parachutistenbrigade, het 10de en het 156ste, moesten van Hackett de oorspronkelijke doelen proberen te bereiken. Zij stuitten op de Duitse versperringslinie langs en op de Dreijenseweg-Harderwijkerweg en moesten de volgende dag terugtrekken naar Oosterbeek. Die dag keerde ook de onbekwame divisiecommandant Urquhart terug naar zijn hoofdkwartier. Hij was negenendertig uur gescheiden geweest van zijn troepen. De andere vier bataljons liepen vast op het Duitse afweerscherm bij het Sint Elisabeths Gasthuis en Onderlangs. De Duitse eenheden moesten de Britse luchtlandingstroepen tegenhouden, terugdringen en vernietigen. De Duitse versperringslinies bestempelen als verdedigingslinies is een mythe. Arnhem was immers geen aanvalsdoel en hoefde dus niet verdedigd te worden. 

Mislukking

Luchtlandingstroepen waren niet in staat tot het leveren van een ‘slag’; noch bij de Dreijenseweg ten noorden van Oosterbeek noch bij het Sint Elisabeths Gasthuis in Arnhem. Lichtbewapende luchtlandingstroepen zijn immers geen partij voor een zwaarbewapende tegenstander. Parachutisten en zweefvliegeenheden moesten zich beperken tot man-tegen-man-, straat- en huis-aan-huisgevechten. Dat deden ze vooral op de Utrechtseweg en Onderlangs. Juist omdat ze geen slag konden leveren, vielen er veel slachtoffers en moesten ze dinsdag 19 september terugtrekken naar Oosterbeek. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn was die dag en niet 25 of 26 september volledig mislukt. 

Brug te ver

Voor de Britse luchtlandingstroepen was niet de Rijnbrug, maar het te vormen bruggenhoofd een brug te ver. De Rijnbrug was geen doel van de grondtroepen en kon voor deze troepen dus geen brug te ver zijn. Voor het Britse Tweede Leger was het vormen van een bruggenhoofd tussen de Neder-Rijn en het IJsselmeer een brug te ver. De ‘slag om de Rijnbrug’ was  dan ook niet 21 september ten zuiden van Elst verloren, zoals Britten wel beweren. Grondoperatie Garden eindigde niet bij deze brug, maar mislukte donderdag 21 september ten zuiden van Elst. Grondtroepen van de Garde Pantserdivisie waren vastgelopen op een haastig opgebouwde Duitse versperringslinie tussen Oosterhout en Ressen. De Irish Guards hadden de opdracht alsnog een bruggenhoofd op de Veluwe te vestigen, hetzij via Arnhem, hetzij via gebied ten westen van Driel. De ’s middags volledig mislukte operatie Market Garden was voor de geallieerden, vooral voor Montgomery, een ‘brug te ver’.

Slag om Arnhem, een geschiedvervalsing-5

Plan voor operatie Gatwick.

Operatie Gatwick 

Begin september 1944 mocht Montgomery van Eisenhower kiezen voor een Rijnoversteek tussen Arnhem en Wesel. Hij koos voor Arnhem met de operaties Comet Garden en Market Garden. Luchtlandingsoperatie Market ten noorden van de Neder-Rijn mislukte 19 september. Grondoperatie Garden en daarmee operatie Market Garden mislukte donderdagmiddag 21 september. 

Reeds de volgende dag, 22 september 1944, liet Montgomery zijn chef-staf Freddie de Guingand vervolgoperatie Gatwick presenteren in Versailles. Bericht M221 van 21 september 1944 van Montgomery aan Eisenhower bevatte de informatie over deze operatie. Doel van deze operatie was vestiging van bruggenhoofden over de Rijn bij Wesel en Keulen. Deze aanvalsrichting door het Rijnland naar het Ruhrgebied in samenwerking met het Amerikaanse Eerste Leger had sinds begin september de voorkeur van luitenant-generaal Dempsey. Luchtmachtkringen vreesden het luchtafweergeschut bij Wesel en het Ruhrgebied. Generaal Eisenhower stemde diezelfde dag tijdens de geallieerde conferentie van Versailles in met deze Brits-Amerikaanse operatie (Montgomery, Memoirs, 282-283). 

In zijn Operational Directive M527 van 27 september 1944 aan zijn legercommandanten Dempsey en Crerar gaf Montgomery de nieuwe hoofddoelen aan: vrij gebruik van de haven van Antwerpen en verovering van het Ruhrgebied. De hoofdtaak van het Tweede Britse Leger was vanuit het gebied Nijmegen-Gennep op te rukken naar de noordwesthoek van het Ruhrgebied. Het Eerste Amerikaanse leger zou het Ruhrgebied uit het zuiden omsingelen. De rechterflank van het Britse Tweede Leger was gericht op Krefeld. Op de linkerflank zou de Rijnoversteek plaatsvinden en een bruggenhoofd in en bij Wesel worden gevestigd. 

Het Britse Tweede leger moest bovendien ‘een stevig bruggenhoofd’ handhaven in de Over-Betuwe. Doelen daarvan waren ‘een constante dreiging voor de vijand’ te vormen van een geallieerd offensief over de Neder-Rijn. Het strategisch belangrijke Over-Betuwse bruggenhoofd moest dan ook aanvallend en ‘bedreigend’ zijn. Bewegingen uit dit bruggenhoofd naar het noorden konden uitgevoerd worden wanneer de Duitsers troepen uit Arnhem zouden terugtrekken om elders geallieerde druk te kunnen weerstaan. Bedoeld was het gebied rond Wesel. Verkenningen waren dan ook noodzakelijk. 

Montgomery moest echter na het Duitse offensief in het Over-Betuwse bruggenhoofd van 1 tot 6 oktober 7 oktober de startdatum 10 oktober uitstellen. Eind oktober moest hij ondanks de hulp van het Eerste Canadese Leger ook de nieuwe startdatum 10 november schrappen. Canadese troepen hadden wel het westelijke gedeelte van de sector van het Britse Tweede Leger overgenomen. Montgomery moest zelfs de Brits-Amerikaanse operatie Gatwick afgelasten. De strijd om de Schelde had prioriteit; het Britse Tweede Leger en het Eerste Amerikaanse Leger waren nog niet gereed voor het Rijnlandoffensief en het Duitse bruggenhoofd Venlo en de Driehoek Roermond op de Amerikaanse noordflank waren nog niet opgeruimd. 

De Canadees-Britse vervolgoperatie Valediction die 7 december 1944 was gewijzigd in de Canadees-Brits-Amerikaanse operatie Veritable zou 8 februari 1945 beginnen. Het Negende Amerikaanse Leger zou op de zuidflank operatie Grenade uitvoeren. Het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd tussen Waal en Neder-Rijn was ook voor operatie Veritable van strategisch belang.

Evacuatie

Een causaal verband tussen de 21 september mislukte operatie Market Garden en de gedwongen evacuatie van 23 tot 25 september is ook een mythe. Er was ook geen ‘evacuatie door de Slag om Arnhem’. De offensieve strijd in Arnhem was 19 september voorbij en de defensieve strijd bij de noordelijke brugoprit twee dagen later.

Evacuaties vinden niet plaats na afloop van een strijd, maar bij een dreiging voor de burgerbevolking. Die dreiging kan bestaan uit artillerie- en mortierbeschietingen, inundatie, bombardementen of een grondoffensief. Inwoners van de westelijke wijken van Arnhem waren van 17 tot 19 september ‘vrijwillig’ geëvacueerd. Zij waren gevlucht voor het oorlogsgeweld van de 19 september ten westen van Arnhem mislukte luchtlandingsoperatie Market.

Voorbereidingen voor operatie Gatwick waren ten zuiden van de Waal 23 september in volle gang. Duitsers hadden die activiteiten natuurlijk waargenomen. Er was dus wel een causaal verband tussen operatie Gatwick en gedwongen evacuaties in en ten zuiden van Arnhem. Generalfeldmarschall Walter Model was 22 september in Elden. Hij gelastte 23 september de evacuatie van Arnhem van zuid naar noord in drie fasen: 23, 24 en 25 september. Hij verklaarde de stad tot ‘vorderstes Kampfgebiet’. De burgerbevolking van Arnhem en Elden moest 25 september om 20.00 uur om militaire redenen verdwenen zijn. Aanbevolen evacuatierichtingen waren Apeldoorn en Ede.

Er waren twee redenen voor het bevel tot gedwongen evacuatie. Model vreesde een geallieerd grondoffensief uit het Over-Betuwse bruggenhoofd naar het Ruhrgebied. Redenen voor die vrees waren de luchtlandingen van Polen op 21 september ten zuidoosten van Driel en van Amerikanen op 23 september bij Overasselt en de die dag begonnen strijd om Elst en Bemmel (tot en met 25 september). Bovendien kon Britse zware artillerie bij Nijmegen de omgeving van Arnhem bereiken. Gedwongen evacuatie van de zuidwestelijke Veluwezoom zou weldra volgen. Duitsers richtten na hun mislukte tegenoffensief in de Over-Betuwe van 1 tot 6 oktober de noordzijde van de Neder-Rijn in als verdedigingslinie. Ze behielden sterke bruggenhoofden rond Elden en Doornenburg en kleinere rond Huissen en Angeren. Ze vreesden een geallieerd offensief met oversteek over de rivier, vooral ook ten westen van Driel. Een vrij schootsveld was nodig om een oversteek en aanval af te slaan. Een onderdeel van operatie Gatwick was een ‘agressieve verdediging’ van het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd. Dit van 23 tot 26 september 1944 gevormde bruggenhoofd was 7 oktober bij Haalderen uitgebreid. Begin oktober volgden evacuaties uit plaatsen ten westen van het Pannerdensch kanaal: 7 oktober Doornenburg, 13 oktober Angeren en daarna Huissen. Räumungs- of Klaukommandos uit Westfalen en het Ruhrgebied konden de spookstad Arnhem systematisch plunderen en leegroven. In het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd deden dat in oktober en november, zij het ongeorganiseerd, parachutisten en zweefvliegeenheden van de 101st U.S. Airborne Division. 

Arnhem, april 1945

Een mythe is ook ‘de tweede verwoestende slag om Arnhem’ van 12 tot 14 april 1945. Circa duizend oudere mannen van de Duitse 346ste infanteriedivisie verdedigden de stad. Sommigen hielden in de ENKA-fabriek een dag stand. Tot een slag om de stad kwam het niet, laat staan tot een verwoestende slag. Arnhem is van 12 tot 14 april 1945 gezuiverd door de Britse 49th (West Riding) Infantry Division. Deze Polar Bears onder generaal-majoor Stuart Rawlins hadden ruim vier maanden doorgebracht in het Over-Betuwse bruggenhoofd. Ze hadden met hulp van Canadese tanks en artillerie 2 en 3 april 1945 de Duitse bruggenhoofden rond Doornenburg, Angeren, Huissen en Elden opgeruimd (operatie Destroyer). Canadezen hadden het westelijke deel van de Over-Betuwe gezuiverd, voornamelijk Driel, Heteren en Randwijk. De Britten waren na 3 april het Pannerdensch kanaal overgestoken naar de Liemers en 12 en 13 april de IJssel. De 1st Canadian Infantry Division was over Emmerich naar de IJssel getrokken om de IJsselverdediging in de rug aan te vallen. Die divisie stak 11 april de IJssel bij Gorssel (operatie Cannonshot) over. Met de 5th Canadian Armoured Division zuiverden Britse en Canadese infanteristen de Veluwe (operatie Cleanser). 

Archeologie

De ‘slag om Arnhem’ werkt door in de archeologie. Archeologen vonden sporen of militair erfgoed van de Tweede Wereldoorlog ten zuiden van de Neder-Rijn. Hun conclusie was dat daar ‘tijdens operatie Market Garden en bij de bevrijding zwaar gevochten was’. De sporen dateren echter voornamelijk uit de periode 21 september tot 3 december 1944 met uitzondering van neergestorte vliegtuigen na 17 september. Ze worden hoofdzakelijk gevonden op en bij het landingsterrein van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade en de verdedigingslinies van het geallieerde Over-Betuwse bruggenhoofd. Na het opblazen van de Rijndijk bij Elden op 2 december 1944 trokken geallieerde verdedigers zich terug ten zuiden van de Linge en de Betuwelijn. Er kunnen ook sporen zijn van de Brits-Canadese operatie Destroyer (2 tot 5 april 1945) gericht op zuivering van delen van de Over-Betuwe.

Gerelateerde literatuur:

Jan Brouwer, Slag om Arnhem, een onbewuste geschiedvervalsing, 

http://historiek.net/slag-om-arnhem-een-onbewuste-geschiedvervalsing/53989/