
Inlaat van de Linge van Pannerdens Kanaal bij Doornenburg
Opmerkelijk is dat de gemeente Overbetuwe, Waterschap Rivierenland en de Parkorganisatie van Landschapspark Lingezegen uit onkunde blijven beweren dat de Linge, de vroegere Rijn- en Waalwetering, geen kanaal maar een rivier is. De burger of gewone Betuwenaar weet beter. Die zegt kanaal tegen een kanaal en rivier tegen een rivier. Buurschappen bouwden in de dertiende tot het begin van de veertiende eeuw in de ‘landstreek Batua’ dijken en groeven in 1244 een centraal afwateringskanaal; waarschijnlijk onder gezag van de graaf van Gelre. Die was sinds de dertiende eeuw de grootste grondbezitter in deze landstreek. Dit afwateringskanaal bestond uit de smalle noordelijke Rijnwetering en de brede zuidelijke Waalwetering gescheiden door een aarden wal, de ‘Wetteringsewal’. Water uit het Pannerdensch kanaal wordt ingelaten in de watergang de Linge bij Doornenburg. De in 1244 gegraven en rechttoe rechtaan gekanaliseerde Boven-Linge is een kanaal tot bij Zoelen (ruim 46 km.) en daarna een rivier of Beneden-Linge tot Gorinchem (de Dode Linge) om daar uit te monden in de Beneden Merwede, in totaal met een lengte van 108 kilometer. Vandaar de bijnaam het lange water. Tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw bestond de Linge of Landwetering (Wettering zegt de Betuwenaar) nog uit de Landweteringen noordelijke Rijnwetering en zuidelijke Waalwetering gescheiden door een aarden wal, de Weteringsewal, het bekende en broodnodige afwateringskanaal voor de Betuwe waarin tal van graven, zegen, pijpen en afwateringssloten water van de komgronden en broeklanden afvoeren.

Kanaal de Linge bij Gendt

Linge stroomt in de Merwede